Franz Marijnen, 2012 © Leo van Velzen

Leestijd 2 — 5 minuten

Een bank in een park

Franz Marijnen: ‘Alles heeft bij mij met termijnen van zeven jaar te maken.’

Bij Camera Obscura was hij iets minder lang, maar voor de rest besloegen zijn achtereenvolgende periodes bij het Ro Theater, als freelancer, in de KVS en bij Het Nationale Toneel telkens zeven jaar. ‘Ik vind het niet zo erg om ergens weg te gaan. Soms ben je uitverteld. Ik geloof ook niet in ensembles die voor eeuwig samenblijven.’

Een greep uit de ongeveer 125 regies die Marijnen deed: 1966 Het Verhaal van de Dierentuin (Edward Albee, mmt); 1968 Gered (Edward Bond, MMT); 1973 Oracles (Andy Wolk naar Oidipoes, Camera Obscura); 1975 Toreador (Camera Obscura); 1976 Het Liefdesconcilie (Oscar Panizza, De Rotterdamse Toneelraad); 1979 Der Fliegende Hollünder (Richard Wagner, Nederlandse Operastichting); 1983 Die Großherzogin von Gerolstein (Jacques Offenbach, Schauspielhaus Hamburg); 1983 Der Diener zweier Herren (Carlo Goldoni, Schiller-Theater); 1987 King Lear (William Shakespeare, NTG); 1989 Orgie (Pier Paolo Pasolini, Het Zuidelijk Toneel); 1992 Wachten op Godot (Samuel Beckett, Het Nationale Toneel); 1994 Oedipoes/ln Kolonos (KVS); 1997 Othello (William Shakespeare, KVS); 2000 Cleansed (Sarah Kane, KVS); 2005 De Meiden (Jean Genet, Het Nationale Toneel); 2008 Red Rubber Balls (Peter Verhelst, Het Nationale Toneel); 2010 Pier Paolo Pasolini p.p.p. (Het Nationale Toneel).

Sinds zijn vertrek uit de KVS is er van Marijnen in België geen werk te zien geweest. Naar aanleiding van zijn werk bij Het Nationale Toneel liet Hana Bobkova zich in TM/Theater-maker over hem uit in bewoordingen die niet zouden misstaan in de laudatio voor een Nobelprijswinnaar: ‘Marijnen maakte als regisseur in de jaren zeventig deel uit van de internationale avant-garde en kan zich gezien het aantal ensceneringen in het buitenland een kosmopoliet noemen. Op zijn minst houdt hij in artistiek opzicht nog steeds gelijke tred met de jonge generatie, maar hij overstijgt menige zoektocht door zijn bezieling, creativiteit en het vermogen zich te vernieuwen.

In zijn huidige ensceneringen zijn aanknopingspunten te vinden met het verleden en in die zin bouwt hij aan een oeuvre. Zijn regiehandschrift ontwikkelde zich zowel langs de wegen van de avant-garde als van klassieke teksten, van opera, experimenten met dans, muziek, video en visuele dramaturgie in het algemeen, variërend op de thema’s geweld, lijden en seksualiteit.’

Nu is hij met Winter van Jon Fosse terug waar het in 1966 voor hem allemaal begon, in Mechelen. In een interview met Humo in 1984 antwoordt hij op de vraag of hij zou kunnen terugkeren naar de eenvoud van zijn begindagen: ‘Jazeker. Een paar goeie akteurs, een stille ruimte, een goed thema, een wit lakentje, een tafel en een stoeltje en I’m in business.’

Is dat Winter?

‘Bijna. Ik heb een tuinbank en een hotelbed. De acteurs pendelen tussen die twee. Het toeval wil dat mijn eerste regie in het mmt ook begint op een bank in een park. Maar verdermoet je daar niets achter zoeken.’

Een portretessay Franz Marijnen door Erwin Jans verscheen in 2002 in de reeks Kritisch Theater Lexicon van hetvri. (jr)

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 2 — 5 minuten

#131

15.12.2012

14.03.2013

Johan Reyniers

Johan Reyniers is schrijver en dramaturg. Hij was de directeur van de Leuvense organisatie voor hedendaagse dans Klapstuk (1993-1998) en artistiek directeur van het Kaaitheater (1998-2008). In 2008 werd hij hoofdredacteur van Etcetera. Sinds 2014 is hij hoofddramaturg bij Toneelgroep Amsterdam.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!