© Salih Kilic

Elke Huybrechts

Leestijd 4 — 7 minuten

Dying Together – Lotte van den Berg / Third Space.

Betwixt-and-between tussen beeld en verbeelding

Vorig weekend vond op het Brusselse festival Performatik de Belgische première van Dying Together plaats, een performance van de Nederlandse theatermaker Lotte van den Berg en haar collectief Third Space.

Van den Berg is geen onbekende gast op Performatik. In 2017 presenteerde ze er samen met Daan ’T Sas Building Conversation, een reeks performances waarin telkens vanuit een andere invalshoek een gesprekstechniek wordt beoefend met participanten. In haar werk probeert de theatermaker steeds de relaties tussen mensen te bloot te leggen, in een ongewoon perspectief te plaatsen of zelfs actief te veranderen. De performances van van den Berg en Third Space zijn ‘oefen-‘ dan wel ‘ontmoetingsruimtes’ waarin sociale verhoudingen scherp uitgetekend en op de proef gesteld worden.

In haar meest recente creatie Dying Together is het niet de conversatie die verhoudingen tussen mensen bepaalt, maar wel de dood, zoals de titel al doet vermoeden. Samen met een hondertal deelnemers (her)beleef je drie rampen waarbij een groot aantal mensen omkwam: de crash van Germanwings-vlucht 2925 in 2015, waarbij copiloot Andreas Lubitz samen met 149 inzittenden te pletter stortte in de Franse Zee-Alpen, de terreuraanslag in de Parijse concertzaal Bataclan en tot slot de eerste grote bootramp voor de kust van het Italiaanse Lampedusa in oktober 2013. Het zijn momenten van collective death, die we in de eerste plaats kennen als ‘sensationele ‘media-events. Live ‘tot leven gebracht’ appelleren de gebeurtenissen echter aan iets anders.

Zoals steeds in van den Bergs werk, is het de bedoeling dat we ons met alle aanwezigen tot elkaar en een gegeven situatie – in dit geval de catastrofes – trachten te verhouden. Hoe we dat doen, wordt grotendeels bepaald door de dramaturgie, die gebaseerd is op ‘opstellingenwerk’, ook wel bekend onder de naam ‘familieopstelling’, een concept uit de psychotherapie. In zulke therapeutische sessies wordt een familielid of een lid van een organisatie gevraagd om ‘representanten’ (meestal onbekenden) van zijn familie of organisatie te positioneren in de ruimte. De representanten mogen zich vervolgens door de ruimte voortbewegen, naar hun aanvoelen van het verhaal dat het (familie)lid deelt over zijn omgeving. Op deze manier krijgt de therapeut inzicht in hoe de patiënt zich het sociale weefsel waar hij deel van uitmaakt, verbeeldt en worden de statisch-dynamische verhoudingen tussen mensen blootgelegd.

Van den Berg spreekt echter liever over ‘constellaties’ dan over opstellingen, omwille van de associatie met sterren. Dat vermeldt ze aan het begin van het stuk, wanneer het publiek een positie op het lege podium van het Kaaitheater heeft ingenomen. Individueel lezen we als proloog een tekst waarin gemijmerd wordt over de togetherness die een collective death – hoe verschrikkelijk die ook is – kan veroorzaken. Het lot van de slachtoffers van een ramp is bijvoorbeeld voor altijd met elkaar verbonden, ook al kenden ze elkaar voorheen niet. Soms is die onverwachte verbondenheid ook letterlijk te nemen, bijvoorbeeld toen in het geval van de Germanwings-crash het DNA van de inzittenden zich vermengde en en een nieuwe genetische code ontstond.

De krijtlijnen van Dying Together worden na het lezen van de tekst zorgvuldig toegelicht en geïllustreerd door een groepje performers die tussen het publiek zitten. Telkens zal één van de drie rampen centraal staan en worden de toeschouwers uitgenodigd om een van de directe of indirecte betrokkenen in dit drama te ‘representeren’. Weigeren mag. Bewegen ook: ‘If you feel the need to move, move’, klinkt het. Vaak worden directe en indirecte betrokkenen van elkaar gescheiden in de constellatie. Het is echter doordat directe én indirecte betrokkenen, zoals slachtoffers en nabestaanden, die zich in werkelijkheid niet in dezelfde ruimte bevinden,  zich wél  in dezelfde speelzaal begeven, onmogelijk om die momenten voor en na de ramp letterlijk te ‘representeren’ en dus  ‘na te spelen  of te re-enacten. Dat is dan ook niet de bedoeling: er wordt enkel gevraagd om in stilte de relaties tussen betrokkenen ruimtelijk te exploreren, zowel kort vóór, kort na, als lange tijd na de feiten.

Zo wordt tot drie keer toe een constellatie stap per stap opgebouwd. Uiteindelijk resulteert elke constellatie, waarvan de laatste fase 100 jaar na de catastrofe inluidt, in een alomvattend geheel waarin idealiter elke toeschouwer directe of indirecte betrokkene geworden is en opgaat in het geheel. We zitten met zijn allen in het beeld en zijn het beeld, waarvan we de vorm ultiem zelf bepalen. Deze massaconstellaties zijn vaak qua inleving niet de interessantste, want in zo’n grote groep is het moeilijk om gedetailleerd bij te houden wie wie is en wordt het dus moeilijk om relaties aan te gaan met anderen. Maar tegelijk schuilt daarin ook de sterkte: doordat het onmogelijk is om bijvoorbeeld honderd jaar na te ramp nog te onderscheiden wie wie is – gezien de verhoudingen flou zijn geworden door de verplaatsingen in de ruimte – wordt de letterlijke betekenis van collective death opnieuw symbolisch. We zijn, zoals het DNA van de slachtoffers bij de Germanwings-crash, niet meer van elkaar te onderscheiden en zijn één vormeloze vorm geworden.

De constellaties kort vóór en kort na de feiten hebben een directer effect, zoals de constellatie die bestond uit de ‘dansende’ concertgangers in Bataclan een aantal minuten vóór zij omver werden geblazen door drie schutters. Hier wordt intens voelbaar wat van den Berg bedoelt met togetherness, die ontstaat door het gedeeld gedragen gewicht van het metabewustzijn over de nakende dood. Dat gebeurt bijvoorbeeld ook wanneer één van de daders, die eveneens deel uitmaken van deze beginconstellatie, zich heel erg inleeft in de situatie en zich noodgedwongen door de impact van een soort schuldbesef en groot verdriet, uit de constellatie terugtrekt.

Dying Together put haar kracht niet uit een eenduidige, directe confrontatie met menselijk leed, maar net uit de indirecte benadering ervan. Nooit wordt het tijdstip van het sterven zelf ‘gerepresenteerd’. We’re not actually dying together, only relatively. We schipperen en manoeuvreren constant tussen het concrete beeld van de gemeenschap die zich vormt op het podium en de mentale verbeelding van de ramp, tussen directe en indirecte betrokkenheid en tussen simultaan verbeelde ruimtes. De kracht van Dying Together zit in die zin in haar DNA: in de togetherness die ontstaat in het betwixt-and-between, in het vervagen van de grenzen tussen ruimtes, tijden en mensen.

 

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Elke Huybrechts

Elke Huybrechts is Master in de Nederlandse Taal- en Letterkunde en studeerde Theaterwetenschappen. Ze is redacteur bij Kluger Hans, dramaturge van Cie DeSnor en lid van de grote redactie van Etcetera.

recensie