“Duiven en Schoenen” – Foto Jan Simoen

Klaas Tindemans

Leestijd 3 — 6 minuten

Duiven en Schoenen – Kaaitheater

KRONIEK – RECHT OP EEN ANDERE VISIE

Het Kaaitheater en de produktie-groep Schaamte, sinds dit seizoen gefusioneerd, beklemtonen dat Duiven en Schoenen, een toneelstuk van Willy Thomas, geschreven en gecreëerd in opdracht van het Kaaitheater, een bijdrage wil zijn aan de Vlaamse dramaturgie. Dramaturgie in de verouderde betekenis van “toneelliteratuur”. Nochtans hebben Kaaitheater en Schaamte de afgelopen jaren meer dan eens getoond dat het actuele theater de rechtlijnige verhouding tussen toneelstuk en theatervoorstellingen overboord heeft gezet. Zowel de produkties van Rosas — de voorstelling schrijft haar eigen tekst, in bewegingspatronen misschien — als die van de Needcom-pany — het perverse televisiedebat versplintert de “aristocratie” van een Shakespearetekst — en van de Wooster Group — die de tekst haast letterlijk weg “blowt” — hebben dit aangetoond. Het feit dat op beleidsniveau nog steeds in dualistische termen over tekst en opvoering wordt gedacht (cf. het onderscheid van minister Dewael tussen “scheppende” en “uitvoerende” kunstenaars), is misschien een politiek excuus voor dit accent, maar het Kaaitheater is daardoor ook medeverantwoordelijk voor een ongelukkig neveneffect.

Het publiek gaat namelijk, zoals het dat overal gewoon is, naar “een stuk” kijken dat “toevallig” door auteur Willy Thomas geregisseerd is — terwijl ik eigenlijk niemand anders Duiven en Schoenen zie regisseren. En ik krijg tegelijk de indruk, misschien ten gevolge hiervan, dat ook de acteurs het slachtoffer worden van de hier hoogst artificiële dualiteit tussen schrijftekst en opvoeringstekst.

Duiven en Schoenen wil, zelfs zonder opvoering, een heus toneelstuk zijn: begin, midden, slot, personages, locaties. Deze laatste zijn een stad – in de voorstelling een draaiend, Japans ogend, blankhouten kasteeltje, met treinsporen errond – en een bos, een groot, wild beschilderd voordoek.

Een engelachtige figuur, de Oude Man/de Koningachtige, zwerft tussen beide plaatsen, terwijl grof geschetste personages de wonden van het verleden likken (Selva en Eric, het verliefde paar) of samen naar een toekomst groeien (Wolf en De Vlaminck). Willy Thomas zelf zegt dat Duiven en Schoenen gaat over “hoe dingen hun gang gaan”: mensen bepalen hun lot niet zelf, ook niet als toneelpersonages, het zijn de toevalligheden, de onopgemerkte details die de wereld vorm geven, ordenen.

Duiven en Schoenen lukt echter niet als voorstelling, misschien omdat ze zo keurig als toneelstuk geconcipieerd is. De personages zonder psychologische inhoud, de plaatsen zonder referentiekader, noch reëel, noch imaginair, het verhaal dat de ontroering afdekt, niet uit overtuiging maar te vaak uit onmacht om erover te spreken: deze bouwstenen brokkelen af, zoals je ook het op zich al niet erg homogene spel – zowel in het samenspel als bij de individuele acteurs – in de loop van de voorstelling ontsnapt, het doet je niets meer, het prikkelt niet. Duiven en Schoenen besluit in een smaakloze leegte, niet zoet, niet bitter: alleen de boom waarin Wolf en De Vlaminck verstrengeld raakten, is een tastbaar resultaat dat je ook even heeft ontroerd.

Zowel in Frans/z als in Tars/zan, Thomas’ vroeger creaties (samen met Guy Dermul, als Dito’Dito gepresenteerd), kregen die tekstfragmenten die neigden naar filosofie-van-de-vicieuze-cirkel, naar gewichtig klinkende platitudes, meestal een scherp tegengewicht: het zondagnamiddagtafereel in Tars/zan, de thriller-intrige in Frans/z relativeerden een moraal, die overigens precies hierdoor geen moraal kon zijn.

Om een, misschien wat vergezochte, historische vergelijking te maken: in het expressionistische theater van auteurs als Georg Kaiser en Ernst Toller, met zijn “moraliteiten voor de industriële samenleving” is ingegrepen door Bertolt Brecht, die poëtische anarchie en ideologische strengheid, als water en vuur, toch samensmeedde. Je kan zeggen dat het Verfremdungseffekt van deze “kernfusie” het resultaat was. De theaterwerkelijkheid, de opvoering gaat, in elke scène, in elk personage, een gevecht aan met zijn materiaal, in functie van een concrete impact – resultaat van een intellectuele of emotionele uitdaging – bij de toeschouwer.

Bij Duiven en Schoenen ontbreekt deze impact omdat noch de tekst zelf, noch de wijze waarop Thomas zijn tekst verbeeldt, een uitdaging vormen. De acteurs lopen met hun hoofd tegen een tekst-muur, zo lijkt het soms: helaas springen er te zelden gensters af. Misschien eventjes: als Wolf en De Vlaminck samen tot boom muteren, dan ontroert de stramheid, want de stramheid van die tekst (ze rijmen ongebreideld) is tekenend voor de personages.

Er hoeven geen inspanningen gedaan te worden voor de Vlaamse toneelschrijfkunst. Er moet alleen goed theater gemaakt worden, en dramaturgen dienen hiervoor goed materiaal, hoe diffuus van aard ook, aan te dragen. Willy Thomas heeft geen toneelschrijver te worden, hij moet enkel de kans blijven krijgen boeiend theater te maken: om meer, ook om minder, vraagt de toeschouwer niet.

 

DUIVEN EN SCHOENEN
tekst en regie: Willy Thomas; decor en muziek: Peter Vermeersch; dramaturgie: Marianne Van Kerkhoven; met Guy Dermul, Mieke Verdin, Dirk Van Dijck, Michel Mentens, Alice Toen, Els Olaerts, Brit Alen, Marc Lemmens, Luk D’Heu, e.a.

KRIJG JE GRAAG ALTIJD ONS MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS?
Abonneer je dan hier.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#21-22

15.05.1988

14.08.1988

Klaas Tindemans

Klaas Tindemans is doctor in de rechtsgeleerdheid. Hij is als docent en onderzoeker verbonden aan het RITCS, het Koninklijk Conservatorium Brussel en aan de VUB. Hij verricht onderzoek op het gebied van de performancestudies, waarbij hij vooral geïnteresseerd is in de relatie tussen dramaturgische structuren en politieke en rechtstheorie. Daarnaast werkt hij ook als dramaturg, toneelauteur en publicist.