‘Faust’ De Trust / Raymond Mallentjer

Hildegard De Vuyst

Leestijd 5 — 8 minuten

Tussen duivelskunstenaar en zwarte activist

Twee kijkervaringen: Faust van Gustav Ernst door De Trust, gezien op 20 mei, en de laatste Sputnik van de Beursschouwburg, op 30 mei, een carte blanche-avond ingevuld door Toneelspelersgezelschap Stan. Op extreem verschillende wijze tonen ze iets van de worsteling van podiumkunstenaars met de werkelijkheid. Hildegard De Vuyst schrijft over de verwarring die dat bij haar als toeschouwer teweegbrengt. Buiten de fictie knaagt het onbehagen

Faust is in opdracht van De Trust geschreven door de Oostenrijkse auteur Gustav Ernst en werd, in een regie van Theu Boermans, opgevoerd tijdens het KunstenfestivaldesArts in Brussel en het Holland Festival in Amsterdam.

Bij De Trust is Faust een plastisch kunstenaar. In zijn werken toont hij het geweld (van de oorlog) op een brutale, documentaire manier. Zijn werk wordt echter als totaal ongevaarlijk ervaren door de goegemeente, die in de vorm van tien personages op de vernissage van zijn tentoonstelling aanwezig is. Hijzelf is verworden tot een nar, gerecupereerd en onschadelijk, al kakt, pist, poept en zuipt hij nog zo veel. De kunstenaar als een vorm van volksvermaak. Deze Faust wil aan zichzelf en de werkelijkheid ontsnappen. Maar een interventie van de duivel, die als zijn spiegelbeeld verschijnt, verhindert zijn zelfmoord en lanceert hem over een dubbel parcours.

Enerzijds moet hij het geweld dat ingekaderd zit in zijn kunst in zichzelf bevrijden en beleven. Anderzijds moet hij het goede doen door het kwade. Deze laatste lijn levert een genadeloze ontmaskering op van zijn gasten (sjablonen als een milieu-activiste, een onderwijzer, een dokter, een industrieel) die in een pervertering van Agatha Christie’s Tien kleine negertjes één voor één de dood in worden gedreven. De eerste lijn leidt naar een finale waarin Faust de baby die hij bij zijn geliefde Greetje verwekt heeft, verkracht en doodt.

De vele elementen uit de barokke tekst laten zich echter niet bij elkaar denken. Moet de ontmaskering van de maatschappij, in al haar echelons, doorgaan voor het kwade? Bovendien had deze Faust al ontdekt dat excessen van seks en alcohol hem uiteindelijk toch weer genadeloos op zichzelf terugwierpen. Zouden doodslag en het vernietigen van zijn toekomst dan wel uitkomst bieden? Wat bovendien te denken van expliciete verwijzingen naar de politieke actualiteit: Greetje en haar broer als Rwandese vluchtelingen, de VN, of de slogans van het Vlaams Blok?

De Trust brengt de voorstelling als een grote orgie van taal, seks en geweld, zo naturalistisch (maar niet realistisch) en zo bloot als mogelijk. De reacties zijn zeer verdeeld: nogal wat mensen huiveren bij de expliciete beelden. In Vlaanderen speelt de voorstelling rond de nationale verkiezingsdag van 21 mei. De produktie voedt, aldus de scherpste critici, door haar defaitisme het anti-politieke klimaat. Anderen halen de schouders op: dat niets en niemand deugt, daar gaan ze sowieso van uit – de vraag is dan hoe met die wetenschap te handelen.

Negatie en terreur

In de Vlaamse kunstkrant De Witte Raaf van mei ’95 verschijnt rond de premièredatum een artikel van filosoof Marc De Kesel over mimesis, misdaad en kunst. Dat levert wel wat op naar de Faust van De Trust toe.

Kunst zou eenzelfde functie kunnen hebben als moraal, is de eerste denklijn die De Kesel uitzet. ‘Een kunst die ellende en misdaad voorstelt, verraadt veeleer de drang naar het tegendeel. Ze worden geëtaleerd, zo lijkt wel, niet omdat men die beaamt en verlangt maar omdat men ze op een afstand wil houden. (…) Het kunstwerk lijkt wreed maar het bevrijdt juist op die manier de wereld van een reële wreedheid.’

In een tweede beweging toont De Kesel, met de Franse excessieve denkers Bataille en Blanchot onder de arm, dat kunst iets wezenlijks gemeen heeft met het kwaad. Niet zozeer omwille van de inhoud van de voorstelling, wel omdat ze überhaupt Voorstelt’. Het voor-zich-stellen moet eerst het concrete bestaan van de dingen negeren. Pas nadat de dingen eerst afwezig gemaakt zijn, kunnen ze met name in taal voorgesteld worden. De kunst is helemaal in dit eerste negatieve moment blijven steken, en komt aldus aan geen effectieve daad toe.

Vanuit die negatie kan kunst zich zelfs een wereld ver-beelden die de bestaande totaal negeert. ‘Wanneer de kunst dit abstracte, nog onbemiddeld negatieve moment ook effectief in een concrete realiteit zou omzetten (en zo niet langer fictie zou zijn), zou dit alleen een meedogenloze en absolute terreur kunnen opleveren. De concrete waarheid van datgene wat de kunst voortdrijft, is strikt genomen de onhoudbare terreur van de revolutie.’

Fictie

Deze redenering laat ons toe Faust te zien als een kunstenaar – het zou een ikoon voor de overleden Oostenrijkse toneelschrijver Werner Schwab kunnen zijn, zoals een Nederlandse critica opmerkt – die door de ingreep van de duivel de mogelijkheid krijgt om zijn kunst werkelijkheid te laten worden, met de dictatoriale terreur tot gevolg. Alles moet weg.

Blijft de vraag in hoeverre de makers van Faust iets wezenlijks gemeen hebben met het kwaad dat ze etaleren. Regisseur Theu Boermans lijkt zich toch eerder te situeren binnen de moraliserende strekking; voornamelijk omdat de (theater)taal die hij hanteert, ons verwijdert van het geweld. Ze berust op het nog weinig opgeld makende ‘doen alsof’. Van een bruine pop moet je geloven dat het een kind is, van iemand die op haar duim zuigt, moet je geloven dat ze een penis afzuigt. Door de  gehanteerde codes van representatie blijft het geweld veilig ver weg. Misschien dat het voor een bepaalde generatie toeschouwers nog wel werkt; voor anderen, opgegroeid met Jan Decorte en Maatschappij Discordia, is het geloof in de illusie geweken. Dat maakt dat de voorstelling van De Trust toch heel erg binnen de fictie blijft steken, hoezeer ze het ook over de gruwel van de werkelijkheid wil hebben.

Weerstand

Toneelspelersgezelschap Stan sluit het seizoen van de Beursschouwburg Brusselaf met een eenmalig gelegenheidsprogramma. Stan maakt van het kader van de Sputnik gebruik om uit het kader van het toneel, uit de fictie te stappen. Frank Vercruyssen speelt een jungle versie van The Answering Machine van de Noor Finn Iunker en de andere groepsleden lezen fragmenten uit Über Allen Gipfelnist Ruh van Thomas Bernard. Vervolgens installeren de spelers zich in dezelfde richting als het publiek, om mee te kijken naar een video over Mumia Abu Jamal, een zwarte activist op deathrow in de Noordamerikaanse staat Pennsylvania.

Door het verloop van deze avond stelt Stan op onontkoombare wijze de vraag naar het handelen, zeg maar aan De Trust voorbij. In The Answering Machine wordt het immobilisme getoond als gevolg van te veel mogelijkheden. Het onvermogen te kiezen stelt het handelen altijd weer uit. In Über Allen Gipfeln… krijg je een soort status-quo van de zelfgenoegzaamheid voorgeschoteld, die alleen mogelijk is doordat de personages systematisch de (politieke, historische) realiteit negeren. Daartegenover staat de oproep aan het einde van de video: ‘Subscribe now. Sustain the campaign. Teken de petitie. Stuur een fax naar gouverneur Ridge.

De toeschouwer wordt geen enkele ruimte meer gelaten om daar onderuit te komen, om niet te kiezen en niet te handelen. Die onvrijheid levert weerstand op. Want wie zou in ‘s hemelsnaam aan de kant willen gaan staan van het kunstenaarspaar uit Über Allen Gipfeln? Terwijl iedereen toch duizend-en-één dingen negeert, moet negeren, om voort te kunnen gaan. Waarom zou Jamal daarop een uitzondering moeten vormen? En wat heeft hij dat, om in dezelfde contreien te blijven, Leonard Peltier niet heeft, de Indianen-activist die twee keer levenslang kreeg voor een moord die hij niet pleegde? En wie maakte die video, die wel wat amateuristisch-documentair, en dus authentiek, oogt maar allicht het resultaat is van een uitgekiende propaganda-strategie? En waarom het zo ver zoeken, zijn er in Vlaanderen geen kwesties die om handelen zoniet actie vragen? Vele vragen rijzen – en daarmee verwijdert de toeschouwer zich van die ene priemende vraag die Stan stelt.

De kunst omarmen, maar tegenover een effectieve daad als die van Stan weerstand voelen? In elk geval verdwijnt het onbehagen niet met de voorstelling; ze wordt blijvend gevoed door de werkelijkheid. Zo bericht de krant De Morgen twee weken na de avond in de Beursschouwburg in een paginagroot artikel dat Mumia Abu-Jamal zal worden geëxecuteerd.

Deze tekst werd geschreven voor Carnet 1995/3 (verschijnt 15 september). Carnet is een publikatie en co-produktie van Nederlands-Vlaams Instituut voor de Podiumkunsten (EESV).

 

 

artikel
Leestijd 5 — 8 minuten

#51

15.08.1995

14.11.1995

Hildegard De Vuyst

Hildegard De Vuyst was tot 2016 dramaturg bij KVS, en werkt mee bij Les Ballets C de la B.

artikel