© Nacho G. Riaza

Leestijd 5 — 8 minuten

Draconis Lacrimae – Pablo Lilienfeld & Federico Vladimir

De draak doorprikt

Op de openingsavond van Batârd festival part 2 – in echte bastaardspirit werd er besloten om ondanks ongunstige omstandigheden een vervolg te breien aan de voorjaarseditie – presenteerde het duo Pablo Lilienfeld en Federico Vladimir, wiens levens en kunst zich sinds 2014 verstrengelen, het vierde luik van hun Dragon Pieces. Draconis Lacrimae is een performance die het midden houdt tussen een vermakelijk relaas van een fantasy rollenspel en Reflecteren over Grote Socio-Politieke Vraagstukken, met hoofdletters. Doorheen een dense dramaturgie van roleplay-referenties, bespiegelingen over zelfrepresentatie en overgave aan spelplezier, stokt het werk van Lilienfeld en Vladimir niet op louter de draak steken met hokjesdenken.  

Toeval of niet, maar gedurende de dagen voorafgaand aan Draconis Lacrimae, bestookt het Instagram algoritme me plotseling wel erg overdadig met advertenties voor online roleplay spelletjes. De bizarre scenario’s van deze smartphone games (vrouwelijke wanhoop en het behagen van cis-mannen) onderscheiden zich van het live action fantasy role-playing (LARP) dat vrij letterlijk het vertrekpunt vormt voor deze voorstelling. Bij het binnenkomen in de zaal zitten de spelers klaar op de grond, vier beeldschermen bakenen het speelvlak af waaromheen de toeschouwers plaatsnemen. Het is net een gezellig verzamelen rond een gigantisch spelbord. Vladimir, die zich als leider van de groep kort nadien als The Giant Barbarian zal voorstellen, voorziet het publiek van tekst en uitleg over de insteek van hun opzet. Hij duidt kort de link met Dungeons & Dragons (1984), de bakermat van het moderne rollenspel, en The Player’s Handbook, de publicatie waarin de regels en instructies van hun eigen spelcreatie werden vastgelegd. Daarna volgt een rondje waarbij het publiek vertrouwd wordt gemaakt met de personages en hun achtergrond. Ras en klasse bepalen hun mogelijkheden: enter The Giant Barbarian (Federico Vladimir), The Cyborg Warlock (Pablo Lilienfeld), The Vampire Bard (Camilo Mejía Cortés), The Pegasus Monk (Joshua Serafin) en The Alien Druid (Anaël Snoek).  

Biografi(cti)e 

Alvorens het publiek wordt meegenomen op een queeste waarbij de spelers uit de binnenkant van een draak moeten zien te ontsnappen, lanceert The Giant Barbarian het idee van de bichitos: minuscule beestjes die zich huisvesten in zijn macho reuzenlijf, dat zich op zijn beurt dan weer binnenin de draak bevindt. Hier wordt voor het eerst het zaadje van het organisme dat een grotere entiteit in stand houdt geplant. Het is een gedachte die steeds zal terugkeren. Het eigenlijke startschot van het spel wordt pas gegeven wanneer de performer zich op een rollende piëdestal begeeft die doet denken aan de interface waarin computerspel avatars worden vormgegeven. Een lichtgeraakte lezing zou de manier waarop The Giant Barbarian vervolgens dobbelstenen inslikt en anaal uitstoot, kunnen zien in het licht van de onmiskenbaar seksuele connotatie die ergens vasthaakt aan het roleplaying gegeven. De contra-intuïtieve beslissing om in een context van specifieke fantasy accessoires en kostuums ontkleed die handeling te vertolken, stuurt daarentegen eerder aan op een onderliggend motief van vervaging tussen het binnen en het buiten, de fluïde grens tussen tot zich nemen en expulsie, het zelf en de ander.  

Of de maakbaarheid van identiteit nu op de korrel wordt genomen aan de hand van digitaal vervormde beelden met tacky lettertypes, of in een gezamenlijk gezongen hymne: het gebeurt allemaal met een sterke scheut zelfrelativering die toch niet aan inhoudelijke au sérieux doet inboeten.

Hoewel het verloop van de voorstelling grotendeels bepaald wordt door de mythische vertelling, blijft character creation het zwaartepunt. Ieder onderdeel vat namelijk aan met een doorlichting van het profiel van één van de vijf speler-performers. Preferenties en beperkingen zijn de factoren die de levende pionnen determineren. Flarden van de performers’ hoogstpersoonlijke levensontwikkelingen worden in een fantasie-esthetiek samengesmeed met ogenschijnlijk banale elementen zoals hun favoriete illegale substanties of het dier waarmee ze zich identificeren. En of de maakbaarheid van identiteit nu op de korrel wordt genomen aan de hand van digitaal vervormde beelden met tacky lettertypes, of in een gezamenlijk gezongen hymne: het gebeurt allemaal met een sterke scheut zelfrelativering die toch niet aan inhoudelijke au sérieux doet inboeten. 

De detailfocus van de autofictief ingekleurde personages zorgt er echter wel voor dat ik als toeschouwer het grotere verhaal vaker wel dan niet uit het oog verlies; het wordt me bijna overbodig. Gezien je geen effectieve acties ziet gebeuren en geacht wordt een beschrijving ervan af te lezen op de beeldschermen, kan dat te maken hebben met mijn onvermogen om plotgestuurde verhalen bij te houden, of een bewuste inzet zijn van de makers. In de overgangen tussen de verschillende (hoofd)stukken versterkt de geluidsapparatuur op het lijf van de spelers het bengelen tussen een abstracte reflectie en een verregaande fantasie. Wanneer er wordt geschakeld tussen het verhaal en een nieuw gespeeld personage in de schijnwerpers, belanden we steeds in een soort uitgeholde wachtportaalruimte. De uitgelengde bewegingen die de performers rondom uitvoeren zijn vaak niet veelzeggend, al slorpen ze in zekere zin wel verder de aandacht naar het spel. 

Een lichaam mét organen

Nochtans is de overkoepelende raamvertelling verre van willekeurig. Misschien was ik niet de enige millennial in de zaal die plots moest denken aan de werking van het menselijk lichaam zoals het werd voorgesteld in de Franse educatieve animatieserie Il était une fois… la Vie. De verbeelde organen waartegen Draconis Lacrimae zich afspeelt, zijn als het ware een verdraaiing van Deleuze en Guattari’s filosofische concept ‘a body without organs’. Hier vormen ze weldegelijk onderdelen ten dienste van een groter mechanisme, en om uit het gevangenschap te breken, is er een rationeel overzicht nodig. Die structurele benadering komt tegenover de transindividuele fantasie en het bevrijdende potentieel van de roleplay te staan. Reeds bij aanvang van de ruim anderhalf uur durende voorstelling hebben de performers tijdens de korte reconstructie van hun rol in het gespeelde spel de neiging om hun eigen verwezenlijkingen in het drakenlichaam in de verf te zetten, en niet persé hun gezamenlijke verdienste. Er bestaat dus een frictie tussen de reële fictie van het spel enerzijds, en het essentialistische identiteitsbegrip dat de voorstelling lijkt te willen opbreken anderzijds, zelfs wanneer de gehele organisatie van onze samenleving erop gestoeld is. 

De allegorische draak wordt finaal doorprikt wanneer de speler-performers op het eind zelf een invulling mogen geven aan de draak. The Giant Barbarian linkt het wezen met dinosauriërs. Interessant, want hoewel dino’s niet helemaal irreëel zijn, bevolken ze wel fantasiewerelden tussen historisch artefact en totaal verzinsel in. Dat strookt met de ingewanden van de draak als een vertrouwd wereldbeeld met bijhorende waarheden, dat dus in se even hard ‘gespeeld’ is als een gesofisticeerd rollenspel. Het is moeilijk om er de vinger op te leggen, maar de intentie van deze performance lijkt verder te reiken dan het louter ontkrachten of deconstrueren van geplogenheden. Is het mogelijk dat het upgraden en pimpen van de biografieën van de performers, for the sake of the game, ervoor zorgt dat we tegen de absurditeit van labels stoten en hen tegelijkertijd broodnodig achten om discriminatie aan de kaak te stellen? 

Het zinnetje “I am you, you are me” dat The Alien Druid verkondigt in de slotmonoloog vlak voor ze de implosie van de draak teweeg brengt, blijft vooralsnog haaks staan op de onoverkomelijke self-centredness van zowel speler, personage als performer, en hoe dat opnieuw een hegemonisch categoriedenken in de hand kan werken. Het verfrissende van dit werk zit ‘m daarom net in de manier waarop de transindividuele kaart niet naïef wordt getrokken. Wie is er eigenlijk aan zet? 

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#169

15.09.2022

14.12.2022

Tessa Vannieuwenhuyze

Tessa Vannieuwenhuyze is doctoraal onderzoeker aan de Universiteit Gent (S:PAM, Studies in Performing Arts & Media) en dramaturge voor oester. Haar onderzoek peilt naar de persona performance van (populaire) muziekartiesten in een context van nieuwe media.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!