Hoeveel stoelen mag vernieuwing kosten?
Een terugblik op mijn eerste seizoen als programmator van theater1150
Senne Vanderschelden
© FroeFroe
Met Don Quixote De La Mancha benut Theater FroeFroe ten volle de setting van de Antwerpse Blikfabriek voor een visueel bevredigende, maar ongefocuste en weinig eigentijdse theaterbewerking over de ridder die met windmolens streed. Alle vakmanschap ten spijt blijft na deze voorstelling – die zich wel erg trouw baseert op Cervantes’ roman – toch vooral het boek overeind.
Het publiek wordt ontvangen in de bar van de Blikfabriek, waar de acteurs van Don Quixote De La Mancha al volop bezig zijn een aaneenschakeling van korte acts op te voeren. Een van de spelers geeft in stand-upcomedy-stijl een wel zeer beknopte inleiding op de figuur Don Quichot (hij heeft ‘een soort Middeleeuwse midlifecrisis’). Een andere speler voert een performance op waarbij hij bedekt in zijn ‘eigen tranen’ met zijn armen wiekt tot hij uiteindelijk ‘de molen zelf’ wordt. Een vals zingende Dulcinea – Don Quichots geïdealiseerde geliefde – krijgt welgeteld veertig seconden podiumtijd en wordt meteen vervangen door alweer een andere acteur die zijn ode aan Don Quichot in rap heeft gegoten: ‘Gij wist dat echte waanzin is: de wereld zien zoals hij is.’
“Het is alsof de acteurs die zo meteen het verhaal van de Middeleeuwse held zullen vertolken eerst nog even moeten laten merken dat ook zij hem in de eerste plaats een triest figuur vinden, wat als ongunstig bij-effect heeft dat het publiek zich gedurende de hele rest van de voorstelling bijna niet meer kan of wil inleven in Don Quichot.”
Wie graag een gedegen introductie had gekregen op Cervantes’ tragische held komt bedrogen uit; wat we hier te zien krijgen is te snel, te oppervlakkig en te zeer verankerd in een luchtige grapinterpretatie om iets wezenlijks over Don Quichot te kunnen leren. De noodzaak van deze introductie (die bij mij pijnlijk onironische herinneringen aan Free Podium oproept) zal mij ook gedurende de volgende 150 minuten niet duidelijk worden. Omdat ze zo doelbewust onnozel is, schept deze inleiding bij voorbaat een ironische afstand tot het personage Don Quichot en tot zijn verhaal. Het is alsof de acteurs die zo meteen het verhaal van de Middeleeuwse held zullen vertolken eerst nog even moeten laten merken dat ook zij hem in de eerste plaats een triest figuur vinden, wat als ongunstig bij-effect heeft dat het publiek zich gedurende de hele rest van de voorstelling bijna niet meer kan of wil inleven in Don Quichot.
Met boevenmaskers voorgebonden (opnieuw een vrij eendimensionale referentie aan ‘Spaanse ridder in de zeventiende eeuw’) mag het publiek een tweede ruimte binnenwandelen: een grote fabriekshal waarin aan de hand van prachtige tableaux vivants een sfeer van ongrijpbaar verleden wordt opgeroepen. Vanuit een nis prevelt een klerk Latijnse teksten, zijn gezicht diep verborgen in een zwarte kap. In de mist verderop danst een ballerina tussen magere, omgewaaide bomen. In het kleine kamertje van Het Gouden Hoofd dringt het publiek in het halfduister tegen elkaar op om ‘op iedere denkbare vraag een antwoord’ te krijgen. Een kwetsbaar, klein figuur sleept in absolute stilte een dood schaap door een enorme loods. Aan de muren hangen opsporingsberichten met een schets van de verdwenen Alonso Quixano (Tom Van Dyck) ‘QUE SE DEJA LLAMAR “EL CABALLERO DON QUIXOTE DE LA MANCHA.”’
Wie vanuit die dromerige hal de trap neemt naar boven, komt terecht in een soort tentoonstellingsruimte waar onder meer te bezichtigen zijn: het oor van Don Quichot dat door een aap werd afgebeten, een in 2007 opgegraven banaan van Sancho Panza en de wonderzalf waarmee de ridder uit La Mancha iedere wonde kon genezen. De voorwerpen worden compleet met witte museumplakkaatjes geëxposeerd en voor de liefhebbers van audiogidsen (wie zijn dat eigenlijk?) staat zelfs keurig aangegeven welk nummertje je zou kunnen indrukken voor meer informatie. Ook hier lopen grap en toelichting door elkaar. Die wonderzalf is namelijk effectief een terugkerend element in het verhaal van Don Quichot. De banaan – met ducttape aan de muur bevestigd in een holle referentie aan Maurizio Cattelan – speelt dan weer geen enkele rol in het verhaal.
In tegenstelling tot de acts aan het begin roept deze expositie wel degelijk enkele boeiende vragen op. Over de zin en onzin van historische artefacten, over de grens tussen wat verzonnen mag worden (romans) en wat niet (museumteksten), over hoeveel mysterie we verlangen van kunstenaars en hun werk, maar hoe weinig we er tegelijkertijd van kunnen verdragen. Veel tijd is ons in deze ruimte echter niet gegund. Met luid handengeklap maken anonieme suppoosten ons duidelijk dat we beneden worden verwacht.
We worden binnengeloodst in weer een volgende, grote ruimte. Ik voel een lichte verbazing wanneer na al het voorgaande opeens toch een klassiek theaterstuk begint, waarin Don Quichot (Tom Van Dyck) en Sancho (Willem Herbots) een aaneenschakeling van avonturen meemaken. Geheel in de stijl van Cervantes is er voor onze helden geen tijd om naar adem te happen en het bloed van hun aangezicht te vegen: avontuur na avontuur dient zich als vanzelf aan. Als het geen colonne gevangenen is die hen de tanden uitslaat – een wel erg ondankbare geste jegens de dolende ridder die hen bevrijd heeft uit hun ketenen – is het wel een magiër met een bijtgrage aap die met zijn poppenkast het rechtvaardigheidsgevoel van Don Quichot doet overkoken. De muziek van Michaël Lamiroy & Laurens Dierickx zorgt bij al die hopeloos mislukte ridderdaden voor een enorme vaart en de nodige coherentie.
Wanneer we na een klein uur vogelvlucht van Don Quichots avonturen opnieuw naar een volgende ruimte worden geleid, voel ik een zekere vermoeidheid intreden. Ook hier is de muziek geweldig, ook hier is Tom Van Dyck meesterlijk in zowel zijn grote als zijn kleine spel, ook hier is het decor schitterend – rood fluweel, kaarsen, luchters, fruitschalen en hemelse kostuums verbeelden het lusthof waarin onze helden worden ontvangen. Maar toch blijft het allemaal ook erg saai. Waar Cervantes een in wezen intelligent personage met een in zijn tijd begrijpelijke manie neerzet, verzandt Don Quixote De La Mancha tot een aaneenschakeling van koldereske stoten van een personage waarmee het publiek door de schrale duiding weinig voeling heeft. Cervantes liet zijn personage regelmatig in zeer lucide bewoordingen spreken over literatuur, het leven, moraliteit en de liefde. Zijn ideeën, gecombineerd met de tijd die je met hem doorbrengt, helpen je als lezer om naast verbazing ook een enorme genegenheid te voelen jegens Don Quichot. Van die binnenwereld van de dolende ridder blijft in deze theaterbewerking bijna niets over.
Het kan oneerlijk lijken om in deze bespreking zo expliciet de vergelijking met het boek te maken, maar het is een premisse die FroeFroe zelf stelt door zonder enige eigentijdse reflectie zo dicht bij de brontekst te blijven: alle avonturen die op scène worden gebracht zijn letterlijk overgenomen uit Cervantes’ werk, soms zelfs woordelijk – al wordt de ridderlijke taal regelmatig ook doorspekt met komisch bedoelde spreektaal (‘Hij is helemaal van z’n sjokkedeizen’). Een boek van duizend pagina’s proberen samenvatten in enkele hoogtepunten (overigens onmogelijk in een roman die bijna alle avonturen van haar hoofdpersoon als even belangrijk en memorabel benoemt) is één ding. Daar ook nagenoeg geen eigenheid aan toevoegen, is iets anders.
“Een auto laten rondrijden in een zeventiende-eeuws landschap is niet voldoende om een kloof van vijf eeuwen te dichten.”
Waarom hebben we nu een theaterbewerking van Don Quichot voor een publiek van jonge tieners nodig? De redenen zijn legio. Enkele van onze wereldleiders zijn (in bepaalde opzichten) intelligente mannen met een in onze tijd begrijpelijke manie. De verkrampte ideeën rond gender verspreiden zich dezer dagen als een bijtend zuur met verdubbelde corrosiekracht. Ons begrip van en onze omgang met mentale instabiliteit is dermate veranderd dat het simpelweg ongemakkelijk voelt om een man die voortdurend zijn eigen leven en dat van anderen in gevaar brengt als niet meer dan the butt of the joke neer te zetten. Maar niets van dat alles wordt door FroeFroe ook maar enigszins aangeraakt. Een auto laten rondrijden in een zeventiende-eeuws landschap is niet voldoende om een kloof van vijf eeuwen te dichten. En wanneer helemaal aan het einde dan toch wordt afgeweken van de roman om Don Quichot niet van vermoeidheid en ziekte te laten sterven, maar door een doelbewuste kogel van de hertogin die hem met valse bewondering in haar lusthof uitnodigt, voelt dat wel betekenisvol bedoeld, maar is de lading door een gebrek aan inbedding onleesbaar.
Nog even terug naar dat publiek van jonge tieners. Het fragmentarische karakter van de voorstelling lijkt in te spelen op de breinversplintering waar jongeren van beticht worden, maar jonge kijkers waren – althans bij de voorstelling op 23 augustus – niet te vinden. Lag het aan het late uur (20u) en de lange duur dat deze voorstelling uitsluitend door volwassenen werd bijgewoond? Aan de veronderstelde voorkennis over een literaire klassieker? Wat de reden ook is, de afwezigheid van een jonger publiek is ten onrechte, want een twaalfjarige zou zich zeker enkele uren vermaakt hebben met deze energieke show vol visueel vernuft.
“Het vakmanschap van het FroeFroe-atelier maakt het alleen maar spijtiger dat het eigen DNA van het gezelschap beperkt blijft tot de dierenpoppen en één avontuur met een letterlijke poppenkast.”
Theater FroeFroe is met haar enorme ervaring in het werken met poppen het uitgelezen gezelschap om gestalte te geven aan de dan weer grimmige, dan weer grappige, maar altijd groteske avonturen van Don Quichot. Het moet absoluut gezegd dat het atelier ook dit keer schitterend werk verrichte. Rocinant is als pop op paardgrootte, bestuurd door drie acteurs, bijzonder geloofwaardig. Dit is het ‘edele ros’ van Don Quichot ten voeten uit: een paard dat amper nog aan elkaar hangt, maar waarvan de bewegingen desondanks een zekere koninklijkheid blijven uitstralen. Dat vakmanschap van het FroeFroe-atelier maakt het alleen maar spijtiger dat het eigen DNA van het gezelschap beperkt blijft tot de dierenpoppen en één avontuur met een letterlijke poppenkast.
Waarom kiest FroeFroe niet voor één vorm van theater? Een immersieve rondleiding door een sferisch universum en klassiek teksttheater hebben allebei hun verdienste, maar door geen duidelijke keuze voor een van beide te maken, schiet er te weinig over: te weinig tijd, te weinig diepgang. Enkele beelden uit deze voorstelling zullen mij nog lang bijblijven en ik zal fomo blijven voelen bij de museale artefacten die ik niet van naderbij kon bestuderen. Verder plan ik vooral een spoedige herlezing van Cervantes die van ‘el caballero de la trista figura’ een tijdloos, warmbloedig, herkenbaar personage maakte.
Nog tot en met 30 augustus 2025 te zien in de Blikfabriek in Hoboken. Klik hier voor de speellijst.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.