Dirk Seghers

Leestijd 3 — 6 minuten

Der Mann im Fahrstuhl

Heiner Goebbels/ Heiner Müller, Brussel

“Räumt die Schubladen der Stile”: aldus de strijdkreet die weerklonk op het eerste Art-rock festival in Frankfurt (februari 1987) waarop het Heiner Goebbels-project Der Mann im Fahrstuhl in première ging. En zowat anderhalf jaar later kon het Brusselse publiek het aan den lijve ondervinden: niet bepaald een avondje voor stijlpuristen, maar een wervelende collage van muzikale genres en gemoedsstemmingen met Heiner Müllers tekst (uit zijn stuk Der Auftrag) als rode verteldraad. Geen concert in de klassieke zin van het woord, geen opera, geen theater maar zoals Goebbels het zelf omschreef, een “narratief concert” dat ook visueel kon boeien.

De Art-rock en noise muzikanten die Goebbels had weten te strikken, behoren tot de absolute top in het genre waarvoor de ‘downtown New York’-scène zo gekend is: Fred Frith op gitaar en bas (gekend van o.m. Henry Cow, Artbears en gast bij talloze anderen); Arto Lindsay stond in voor zang en gitaar (gekend van o.m. de allereerste bezetting van de Lounge Lizzards, DNA en vooral de Ambitious Lovers), Charles Hayward aan drums en “odd percussion” (van o.m. This Heat en Camberwell Now); aangevuld met blazers Dietmar Diesner (sax), Johannes Bauer (trombone), acteur Ernst Stötzner (Schaubühne am Lehniner Platz) en auteur Heiner Müller.

Het geheel werd vakkundig gedirigeerd door toetsenman Heiner Goebbels, die ook niet aan zijn proefstuk is. Na zijn studie in de sociologie wordt zijn passie voor de muziek hem fataal en sedert zowat 1975 is hij actief als muzikant en componist (bij muziekliefhebbers vooral gekend van het Sogenanntes linksradikales BlasorchesterCassiber en als duo Goebbels/ Harth). Hij schrijft filmmuziek, luisterspelen en is een van de meest gevraagde componisten voor theater in de Duitstalige landen (meer dan 20 produkties met o.a. Neuenfels, Karge/Langhoff, Peymann en Kirchner). Zijn interesse voor Müller-tekstenresulteerde in de luisterspelen Verkommenes Ufer en Die Befreiung des Prometheus (bekroond met respectievelijk de Karl Scuka-prijs en de Prix Italia).

Zelf ziet Goebbels muziek-, theater- en literatuurgeschiedenis als één grote supermarkt waaruit naar believen geput en gecombineerd kan worden onder het motto “Je fertiger die Musik, umso weniger Chancen hat die Phantasie”. En kansen kreeg onze fantasie genoeg: de muziek gaf geen interpretatie aan de tekst maar stapelde muzikale genres brutaal naast elkaar terwijl de tekst als extra-laag ontdubbeld, geroepen, herhaald, aan stukken gereten of droogjes voorgelezen werd. Zonder dat tekst of muziek aan elkaar ondergeschikt waren. Door deze werkwijze werd een nieuwe afstand tegenover de tekst gecreëerd en werden voor de toeschouwer verrassend nieuwe interpretaties mogelijk. De tekst als citaat. De muziek als citaat. Beide evenwaardig naast elkaar. Een avond als een blokkendoos.

De manier waarop Muller met taal en syntaxis omgaat, geldt ook voor de wijze waarop de muzikanten hun instrumenten benaderen: er zijn geen evidenties meer. Zij moeten als het ware voortdurend hun instrument opnieuw uitvinden: Frith speelt op zeker ogenblik gitaar met een verfborstel, de saxofoon wordt als percussie gebruikt, allerlei metalen deksels bedekken de drumvellen. Daardoor blijft het voor de toeschouwer ook voortdurend spannend en visueel aantrekkelijk. Culminatiepunt hiervan was de kleine scenografische ingreep waarbij de muzikanten plots in profiel als geflipte kantoorklerken (inclusief computerschermpje) voorgesteld werden en vooral gitaar en percussie door de originele behandeling voor een zeer aparte klankkleur zorgden.

De blazers speelden helemaal niet in mineur omwille van de afwezigheid van trompettist Don Cherry en vooral saxofonist Diesner creëerde prachtige desolate klankschappen in de meer rustige momenten. Arto Lindsay schitterde in de hem zo vertrouwde Braziliaanse Bossa-Nova-stijl, die hij na een langzame en delicate opbouw met zijn speelgoed noise-gitaar-tje prompt en vakkundig weer afbrak. Maar de muzikale pijlers waren ongetwijfeld de inventieve Frith, ingetogen op de achtergrond, de structurerende Goebbels en stuwende Hayward. Alleen Ernst Stötzner scheen zich enigszins verloren te voelen op het concertpodium.

En dan was er Muller zelf, rustig, stoïcijns; de auteur als toeschouwer op het podium. Zelfs in de meest explosieve en noisy momenten bleef hij onbewogen (zijn toppunt van uitbundigheid bestond uit het bijna onmerkbaar tikken met de vingertip op de stoelrand) en verleende daardoor een merkwaardig relativerend aspect aan het geheel.

Als bis gaven Goebbels & friends een voorsmaakje van de laatste Goebbels/Müller-samenwerking: Maelstromsüdpol(een produktie in opdracht van het Ars Electrónica-festival in Linz met een decor van Erich Wonder). Uitgangspunt vormt hier een tekst van E.A. Poe die Muller bewerkte en met stukjes Waste Land doorspekte.

Het smaakte naar nog.

Der Mann im Fahrstuhl

tekst: Heiner Müller;

muziek: Heiner Goebbels;

met Arto Lindsay, Ernst Stötzner, Fred Frith, Charles Hayward, Dietmar Diesner, Heiner Goebbels en Heiner Müller

Gezien op 3 Oktober 1988 in Ancienne Belgique, Brussel.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Dirk Seghers

recensie