Redactie Etcetera

Leestijd 4 — 7 minuten

De weefsprong

Enkele jaren geleden werd in Vlaanderen de term ‘glokaal’ geïntroduceerd. Het is een van de vele termen die de jongste decennia gebruikt worden om de economische, sociaal-politieke en culturele veranderingen aan te duiden die zich, zo lijkt het toch, op wereldschaal aan het voltrekken zijn. Het globale en het lokale hebben steeds meer met elkaar te maken, ze zijn met elkaar verweven.

Weefsel: dat is de titel die boven deze bundeling van teksten staat. Er hadden ook omschrijvingen als multicultureel of intercultureel in de titel kunnen staan, maar dat zijn intussen ideologisch te beladen termen geworden. Iedere cultuur is een complex, nooit naadloos weefsel, samengesteld uit ontelbare draden. Dat geldt ook voor ieder individu dat evenmin naadloos in die cultuur past. Internationalisering en globalisering laten zich ook in het domein van de kunsten gevoelen. Nooit zijn er zovele mogelijkheden tot contact geweest.

De verhouding tussen kunst en cultuur, tussen kunstenaar en gemeenschap wordt in dit debat in alle scherpte gesteld. De effecten daarvan op de receptie en de interpretatie van niet-westerse kunstenaars zijn diepgaand en bepalend. In discussie met socioloog Pascal Gielen verdedigt Erwin Jans de singulariteit van de kunstenaar. Pascal Gielen plaatst de kunstenaar in zijn culturele context, terwijl Erwin Jans hem precies op de breuklijn daarmee situeert. De discussie spitst zich toe op de vraag naar de moderniteit. Is het individualistische kunstenaarschap ‘een typisch westers modernistisch principe’ en vallen niet-westerse kunstenaars niet noodzakelijk binnen die categorie? Of is de individualiteit, de breuk met de ‘gemeenschap’, de noodzakelijke en onvermijdelijke fase van een moderniseringsproces dat zich overal voltrekt en als dusdanig, ook in de kunsten, erkend moet worden? Is een begrip als etnische kunst een alternatief voor het modernistische westerse kunstbegrip, of is het een voortzetting van een kolonialistisch gedachtegoed maar met andere middelen?

Leven tussen verschillende culturen kan dramatische vormen aannemen wanneer een deel van de veelvoudige identiteit wordt ontkend of verminkt. In een autobiografische documentaire vertelt Georges Kamanayo hoe hij er uiteindelijk in slaagt zich te verzoenen met zijn verleden als buitenechtelijk kind van een Belgische koloniaal en een zwarte moeder. Het begrijpen van en het omgaan met culturen heeft met permanente beweging en dynamiek te maken. Die beweging moeten we letterlijk nemen in de vaak grote geografische verplaatsingen die kunstenaars in hun loopbaan hebben gemaakt. In vele gevallen is dat een beweging van niet-westerse landen naar het Westen, omdat het centrum van de kunstmarkt zich nog steeds hier bevindt. Dat is de tocht van Hazim Kamaledin van Irak, over Beiroet en Damascus, naar ons land, waar hij nu de artistieke leiding heeft van Woestijn ‘93. In Irak was hij verwesterd, pas in het Westen heeft hij zijn eigen culturele wortels leren kennen, zo beschrijft hij de complexe dialectiek, niet alleen van zijn kunstenaar zijn maar ook van zijn mens zijn.

De ontmoeting staat centraal: tussen culturen, tussen theatertradities, tussen emotie en rede, maar vooral tussen mensen. De tocht van Pé Vermeersch is de omgekeerde, minder dramatisch, maar daarom niet minder intensief. Regelmatig gaat zij naar Japan om de butohdans te bestuderen, om uiteindelijk te constateren dat het ook hier om een persoonlijke ontmoeting gaat en niet om het loutere imiteren van gecodeerde bewegingen. De Zuid-Afrikaanse danser George Khumalo vertelt hoe hij zijn choreografieën concipieert op het snijpunt van verschillende culturen. Danser Akram Khan gaat in zijn beweging op zoek naar een dialoog tussen het klassieke erfgoed van de Indische kathak en de hedendaagse dans. Alle verhalen getuigen van een strikt individuele dynamiek.

Ook binnen een en dezelfde cultuur is dynamiek allesoverheersend, al hebben we meestal de neiging in andere culturen homogene blokken te zien. De taalgrens die ons land doormidden deelt is het zichtbare en hoorbare teken van een verschil, dat zo vaak tot conflict en zo zelden tot dialoog leidt. Guido Fonteyn bericht over het Franstalige theater in Wallonië en in Brussel. Het zijn in de eerste plaats kunstenaars die ons in hun werk die veelvoudigheid en beweeglijkheid tonen. Marianne Buyck beschrijft hoe de Turkse cineast Yilmaz Güney in zijn film Yol toont hoe vijf gevangenen tijdens een korte verlofperiode reageren op de intern verdeelde Turkse samenleving. Het is de blik van de camera die de waarnemingen van de mannen registreert. Dat Yol (1982) nog steeds verboden is in Turkije is een bewijs van de scherpte van zijn culturele analyse. An van Dienderen gaat in op de macht van de camera en de impact van de visuele antropologie in de kennis van andere culturen. Beelden produceren is een vorm van macht. Exotisering en stereo- typering zijn aan de orde van de dag. Macht delen wil zeggen: onderhandelen over beeldproductie en beeldvorming.

In het midden van het ‘dossier’ (of is het ook hier beter om te spreken van weefsel, want ook teksten zijn weefsels van woorden, van gedachten, van gevoeligheden) staat de blik ter discussie. Nezha Haffou neemt als vertrekpunt de tentoonstelling Borderline in het PSK, die anonieme Berbertapijten met abstracte schilderijen combineerde. De toeschouwer wordt met een moment van verwarring geconfronteerd waarin hij zijn zekerheden moet opgeven en zijn positie als afstandelijke beschouwer moet verlaten om te participeren in een nieuwe dynamiek van onvermoede verbanden en betekenissen. In de frustratie van de fallische blik, de blik die alles wil duiden en controleren, verschijnt een andere manier van kijken, minder dwingend, minder begaan met hiërarchie, met Oost of West, meer open voor de ervaring van het concrete, van het moment, van de zintuiglijkheid.

‘Maar eigenlijk gaat het niet over westers-oosters, het gaat altijd over ik, over wie ik ben. Alle vragen zijn gesteld en alle antwoorden zijn bekend. Wijzelf zijn de enige gelegenheid die overblijft in deze wereld. Zo simpel is het, en daarin zoek ik mijn weg,’ zegt ook Hazim Kamaledin. Misschien komt het door het ongewone, on-Nederlandse gebruik van het woord ‘gelegenheid’, dat deze zin boven zichzelf uitstijgt en een diepe wijsheid uitspreekt: we zijn gelegenheid, mogelijkheid, openheid. Natuurlijk zijn we met onnoemelijk veel, langere of kortere, sterkere of minder sterke draden verbonden aan onze tijd, onze familie, onze cultuur, etc. maar tussen schering en inslag is er steeds een noodzakelijke opening: de weefsprong. Misschien is die sprong wel de ‘gelegenheid’ voor de ontmoeting met de andere en met de andere in onszelf?

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#76

15.04.2001

14.07.2001

Redactie Etcetera