Etcetera

Leestijd 5 — 8 minuten

De voorlopig laatste vragen

Over Mortiers monopolie, de ervaring van de staf en het profiel van de VLOS

Een paar verrassende wendingen en een coup de théâtre brachten de VLOS op frontpaginanieuws. En Etcetera is er bij want hoofdredacteur Jef De Roeck is tot artistiek leider benoemd. Een vervolg op het vervolgverhaal. Met weer nieuwe oprispingen, andere vragen.

Het faillissementsverhaal van de Opera van Vlaanderen (OvV) is bekend: opgericht in 1981 groef hij in enkele jaren een formidabele put in de cultuurbegroting en laat een sociaal passief na van 1,2 miljard. Mei ’87 werd dan beslist om de intercommunale OvV te vervangen door de vzw Vlaamse Operastichting (VLOS), en juli ’88 werden de statuten getekend. De coverstory die de opera-affaire geworden was, begon pas goed met de bekendmaking van de intendant van de VLOS: Gerard Mortier. Minister van Binnenlandse Zaken Tobback, zijn voogdijminister, vond dat Mortier de put in eigen tuin moest vullen en daar meer dan zijn handen mee vol had. Geen intendant dus, wel adviseur. In de verwarring rond de nomenclatuur eindigde ons vorige omslagverhaal (Etcetera 23). Sindsdien zijn we nog een paar keer van verbazing omgevallen: onze eigenste hoofdredacteur, Jef De Roeck, werd benoemd tot artistiek leider, onze kersverse redactiesecretaris stapt naar public-relations. De VLOS lijkt VTM wel, en wij de arme BRT. Etcetera wordt dus gehonoreerd (?) voor de standpunten die het in het debat over het operabeleid ingenomen heeft (zie Etcetera 16). Maar we verkopen toch nog een paar bedenkingen.

De macht

Intendant, gevolmachtigd opdrachthouder, opdrachthouder, adviseur. Zoveel is zeker, Gerard Mortier heeft de dikste vinger in de VLOS-pap. Maar zijn volmacht werd hem afgenomen door André De Moor, voorzitter van de raad van beheer. En ondertussen is ook de artistieke staf aangeduid: Jef De Roeck (artistiek leider), Rudolf Werthen (muzikaal directeur), Michel Uytterhoeven (assistent van de arttistiek leider). De machtspyramide lijkt brokkelig in mekaar gezet. Onduidelijkheid in de bevoegdheidsverdeling is altijd een handicap voor een bedrijf: er ontstaan gaten in de hiërarchische ladder, of men trapt op eikaars tenen in de overlappende terreinen. Zeker in deze delicate fase, waarbij het vastbenoemd personeel van de OvV opnieuw examen moet doen, en gedeeltelijk afgevloeid en vervangen zal worden, moet duidelijk zijn wie waarover beslist. De vakbonden dreigen ondertussen naar de Executieve en blazen koud naar Mortier.

Gunstig lijkt in elk geval dat het grootste artistieke bedrijf in Vlaanderen niet met de bekende Belgische zeven haasten alles op poten moet zetten. De staf is nu al gedeeltelijk in dienst terwijl er dit seizoen nog geen opera te beleven valt, en voor volgend seizoen misschien Simone Boccanegra concertant (of scenisch) te beluisteren zal zijn. Men neemt ruimschoots de tijd om de ploeg verder aan te vullen, elkaar af te tasten en op elkaar in te spelen. De koningsdrama’s met het getrek rond de macht zullen snel genoeg op het programma staan.

En heeft een gemeenschap wel recht op twee operagezelschappen wanneer ze zelfs geen twee intendanten kan vinden om die opera gestalte te geven?

Het monopolie

Minister van Cultuur Dewael heeft er goed aan gedaan Mortier bij de oprichting van de VLOS te betrekken. Hij is de enige wiens deskundigheid buiten kijf staat, en die bij alle betrokken partijen voldoende krediet kan verwerven om de operastal uit te mesten en het VLOS-avontuur artistieke garanties te geven. De eigen internationale Munt-uitstraling dient daarbij als paswoord.

Duidelijk is dat Mortier daarmee een monopoliepositie verwerft in het operaleven: in de Munt is hij de onbetwiste leider en ook bij de belangrijke inrijfase van de VLOS heeft hij het voor het zeggen. In cijfers uitgedrukt: hij beheert 750 miljoen staatssubsidie voor de Munt en 280 miljoen gemeenschapsgeld voor de VLOS. Ter vergelijking: het Vlaamse theaterbedrijf krijgt alles samen zo’n 490 miljoen. Monopolievorming is in de kunstsector echter geen goede zaak: de toeschouwer is er meer bij gebaat wanneer de VLOS iets anders wordt dan de Munt, een eigen taak verwerft in het operaleven en de terreinen die de Munt onbenut laat ontgint. Is Mortier daarvoor ook de geschikte persoon? En heeft een gemeenschap wel recht op twee operagezelschappen wanneer ze zelfs geen twee intendanten kan vinden om die opera gestalte te geven? Mortier blijft eenzaam aan de top. Terwijl hij in de voorbije Muntjaren toch had kunnen werken aan de opleiding van eigen mensen in het operabedrijf, zodat het intendanten-vraagstuk van de VLOS anders opgelost had kunnen worden. Wat hij wegens een overladen agenda niet gekund heeft, moet hij nu met een hele ploeg debutanten doen, en een agenda die het begeeft onder de dubbele druk.

De ervaring

De opperste macht van Mortier roept dus enkele vragen op. Dat geldt evenzeer voor de mensen die Mortier aangetrokken heeft om de VLOS te bemannen. Deze lijst is in Vlaanderen op allerlei reacties onthaald: verbazing, verwondering, onthutsing, maar nergens hebben we volmondige instemming kunnen noteren. Deze sceptische gevoelens zijn ontstaan omdat niemand op die lijst met de operawereld vertrouwd is. Jef De Roeck kent iedereen van de cultuurredactie van De Standaard, en wijzelf hebben hem als hoofdredacteur kunnen appreciëren tijdens de moeilijkste periode die ons blad meegemaakt heeft – namelijk toen uitgeverij Den Gulden Engel bleek op een blikken trompet te blazen. Van de journalistiek naar een functie van artistiek leider is een hele sprong.

Bij Rudolf Werthen heeft men zowat dezelfde vragen: hij is een zeer begaafd violist, en hij leidt I Fiaminghi, een kamerorkest dat uit elf leden bestaat (al wordt die kern regelmatig uitgebreid, een symfonie-orkest wordt het nooit).

De twee eerste interviews die de nieuwe leiders weggaven, spraken voor zich. Ze hadden nog niets te vertellen en verwezen naar Mortier. Deze zou de programmatie bepalen, deze zou zorgen voor de bezetting, deze zou zorgen voor de strategie. Werthen zelf heeft in interviews beklemtoond dat hij een carrière als dirigent heeft in Hamburg en Firenze. Waarom dit geheim tot nu toe zo goed bewaard is gebleven, heeft menigeen verwonderd. Maar om deze ervaring heeft Mortier hem aangesproken. Velen vroegen zich af of Werthen ook de orkestbak kent om opera te dirigeren. Het antwoord is simpel: neen. Opera, zo zei hij aan Erna Metdepenninghen (BRT 3) is “een maagdelijk terrein waar ik niets van weet.”

Natuurlijk wekt dat allemaal verwondering: mensen zonder ervaring aan de leiding van een spiksplinternieuw huis. In een tijd dat professionalisering van het artistieke bedrijf – één van de stokpaardjes van Etcetera – aan de orde is, vertrekt men hier van de omgekeerde stelling. Maar plots weet Mortier dat in Duitsland de opera’s met de boeiendste resultaten door dilettanten zijn geleid.

Opera, zo zei hij aan Erna Metdepenninghen (BRT 3) is “een maagdelijk terrein waar ik niets van weet.”

De tegenwind

Voor de operastichting aan zingen toe is, zal er nog druk gepalaverd worden: met de vakbonden die de belangen van de 380 ontslagen werknemers veilig willen stellen: ze roepen schande dat de afspraken die in verband met de sluiting van de OvV gemaakt werden niet nageleefd worden en dreigen ermee via juridische procedures het sociaal passief op te drijven tot drie à vier miljard; met de steden Gent en Antwerpen die in ruil voor 90 miljoen toelage de opera ook dicht bij huis willen. Aangezien geen van beide het filiaal wil zijn van de andere en de eindelijk eengemaakte opera het Gentse en Antwerpseoor dient te bedienen, zal het gezicht van de VLOS nergens staan. De opsplitsing in een Gentse administratieve zetel en een Antwerpse artistieke leidt onvermijdelijk tot druk heen en weer gereis tussen beide steden wat happen geld kost. De grondige verbouwing van het Gentse huis en de renovatie van de Antwerpse scène doorkruist een en ander. De VLOS bouwen op de puinen van de OvV en op werven in Gent en Antwerpen is een hachelijke maar noodzakelijke onderneming. De bouwheren wezen op hun hoede.

Maar plots weet Mortier dat in Duitsland de opera’s met de boeiendste resultaten door dilettanten zijn geleid.

Het profiel

Tot Mortiers persconferentie van januari 1989 kunnen we over de programmatie weinig zeggen: dit seizoen zal alles stilliggen. Geruchten spreken voor volgend seizoen van een concertuitvoering van Simone Boccanegra met José Van Dam en o.l.v. Sylvain Cambreling.

Heel mooi, maar het draagt niet bij tot een profilering van het huis, want het lijkt wat veel op een doorslagje Munt, en dat mag, zo zegt Mortier zelf, deze VLOS niet worden. Er zijn intentieverklaringen: meer Vlaamse zangers, een kans voor Vlaamse regisseurs, en barok-opera. Het zijn de denkpistes die Etcetera sinds twee jaar in het opera-beleid trekt (zie nrs. 16 en 23), we kunnen er dus blij om zijn dat ze nu concreet ingevuld zullen worden. Veel valt daarover voorlopig niet te melden.

Alleen dit: in de lijst medewerkers staat de naam van Henri Oechslin, aangetrokken om de ombouwing van de Gentse opera te leiden. Dat schenkt vertrouwen. Dat is een unieke kans. Jef De Roeck en Rudolf Werthen hebben een gok gewaagd: wij hopen dat ze ons in de toekomst gunstig zullen verrassen.

En, voor iedereen is dit toch duidelijk: wat de officiële woorden ook mogen betekenen, de opdrachthouder Mortier zal op dit huis zijn stempel drukken als ware hij een intendant. Ieders ogen zijn op hem gericht. Ook die van zijn medewerkers.

artikel
Leestijd 5 — 8 minuten

#24

15.12.1988

14.03.1989

Etcetera

artikel