‘De Trojaanse Vrouwen’ – Foto: Orestiadi di Gobellina

Pol Arias

Leestijd 3 — 6 minuten

De Trojaanse Vrouwen

Festival van Gibellina

Een merkwaardig Siciliaans festival. Het duurt twee maanden, er zijn een tiental verschillende manifestaties te zien, waaronder één eigen produktie. Het beleefde dit jaar zijn vijfde editie en aan de basis ervan ligt een trieste gebeurtenis die twintig jaar geleden plaatsvond.

Toen werd door een aardbeving het stadje Gibellina van de kaart geveegd. 185 inwoners kwamen om, de 6.000 overlevenden gingen in barakken wonen. Tot twaalf jaar geleden hun burgemeester, na een lang gevecht met maffiafamilies, gronden los kreeg voor een nieuwe stad. Twaalf kilometer verder gelegen, in het dal, beter beschermd tegen aardschokken. Ludovico Corrao is nu al een levende legende. Oorspronkelijk advocaat, dan volksvertegenwoordiger, senator, nu burgemeester, maar in de eerste plaats een bezeten kunstminnaar. Want in zijn nieuwe stad staat de kunstenaar centraal. Met in iedere straat beelden en fresco’s. Werk van Italiaanse kunstenaars, liefst nog Sicilianen zelf. Zelfs de straatnamen zijn genoemd naar beroemde Siciliaanse kunstenaars, wetenschappers, filosofen. Geen policiti of helden uit de geschiedenis.

Een kronkelende bergweg voert je naar de vroegere stad. Ruderi di Gibellina heet die nu. De ruïnes van Gibellina. Van heel ver is tegen de bergheuvel een witte vlek zichtbaar. Met scheuren erin, zoals bij een legpuzzel. Opzij ervan staan de wankele muren van enkele kapotte huizen. Hoe dichter je komt, hoe groter die vlek wordt. Het wordt een wit vlak van drie op vierhonderd meter groot. Onder een laag van wit cement, twee meter hoog, liggen de restanten van de huizen. Het vroegere stadscentrum. De gleuven erin zijn de vroegere straten. Een hallucinant beeld. Voor die witte enorme graftombe werd een plein aangelegd. Een openluchttheater. Daar vindt dat festival plaats als een ceremonieel ter ere van die verdwenen stad.

De Italiaanse criticus-uitgever Franco Quadri leidt dat festival met vrije hand. Hij moet er alleen voor zorgen dat de eigen produktie doet nadenken over wat de inwoners van die stad is overkomen. Vandaar dat dit jaar de keuze viel op De Trojaanse Vrouwen van Euripides. Het verhaal over de laatste uren van Troje. Het Paard werd binnengehaald met als resultaat een vreselijke slachting. De stad ligt in puin, de vrouwen, weduwen en dochters, wachten op wat er met hen gebeuren gaat. De regie van deze produktie werd toevertrouwd aan Thierry Salmon. Een jonge Belg die vier seizoenen geleden in Brussel ophef maakte met de voorstelling Fastes Foules. Dank zij contacten met het theatercentrum van Pontadera ging hij aan de slag in Italië. Daar kreeg hij ondertussen zelfs de regieprijs voor zijn regie van Agatha van Marguerite Duras. Hij blijkt verbluffende resultaten te halen met voorstellingen waarin uitsluitend actrices werkzaam zijn, maar waarin tevens opmerkelijke aandacht besteed wordt aan de scenografie. Vandaar de vraag vanuit Gibellina. De vrienden uit Brussel, de bezige bijen van het theaterbureau Indigo, werden er bijgehaald. Die lieten de produktie uitgroeien tot een Europees gebeuren.

In drie fasen werd aan de voorstelling gewerkt. Een eerste fragment kwam klaar in maart in het Teatri Uniti in Napels, met Italiaanse actrices. Op het Festival der Frauen in Hamburg in mei werd met Duitse actrices een tweede fragment getoond, lijdens het festival van Avignon kwam een derde etappe klaar met Franse en Belgische actrices. Die drie kernen vormden tenslotte de basis voor de eindvoorstelling in Gibellina. Een voorstelling gebracht in oud-Grieks door 34 vrouwen. Daardoor werd het taalprobleem opgelost maar kon ook door de regisseur afstand gedaan worden van psychologisering of anekdotiek. Ook de enkele mannenrollen moesten wijken.

Het accent werd daardoor uitsluitend gelegd op hoe een groep vrouwen in uiterst moeilijke omstandigheden het lot in eigen handen neemt, lijdens de voorstelling zie je inderdaad hoe vanuit de groep wel individuen naar voren treden, maar telkens als door een golfbeweging weer opgeslorpt worden door het koor, het volk van vrouwen. Gehuld in anonieme tijdeloze jurken. Met regelmaat wordt het klagen een zang. Giovanni Marini is daarvoor muziek gaan zoeken bij oude Zuiditaliaanse liederen. De eindtonen sterven telkens ver weg uit, tegen de bergketens. Van evenver komen de bodes aangerend, als kleine stipjes, want achter de bergen liggen de schepen van de Grieken. Zo vul je dat als toeschouwer zelf in. De lichamelijkheid van het spel maakt de tekst zichtbaar. Niet toevallig heeft Thierry Salmon hier samengewerkt met dramaturge Renata Milinari. Zij heeft bij Grotowski gewerkt en bij Barba. Zij kent het functioneren van de acteurs als groep. De directe emoties worden aangesproken, langs die verheviging van het spel, langs het exotische van de klanken, langs de manipulatie van het licht en vooral langs het integreren van dit oeroude stuk in de zichtbare restanten van een twintig jaar oude plaatselijke tragedie. Want buiten het wat ophopen van zand werd niets aan de omgeving veranderd. Alsof het stuk door Euripides voor dat bestaande — tragische — decor geschreven werd. Op eenvoudige houten tribunes zitten de toeschouwers, merendeel overlevenden van wat daar ter plekke heeft plaatsgevonden. Daar tussen te zitten, in de kilte van de avond terwijl snijdende wind het zand doet opwaaien, kijkend naar het pakkende verhaal over het rechtkruipen van de mens, tegen alle rampen in, dat is een unieke ervaring.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Pol Arias

Pol Arias studeerde af als dramaturg en was een jaar verbonden aan de KNS. Jarenlang was hij theaterrecensent voor de openbare omroep. In 2007 ging hij met pensioen.

recensie