© Dim Balsem

Leestijd 5 — 8 minuten

De Toverberg – ITA & FC Bergman

Een historische elegie voor een slaapwandelend tijdperk

Marie Vinck en Stef Aerts stelden zich in samenwerking met het ITA-ensemble (en gastacteur Pierre Bokma) voor een ambitieuze opdracht: een nieuwe bewerking van Thomas Manns ‘uitgebreide novelle’ De toverberg. De makers leveren een zeer trouwe adaptatie af, maar slagen er maar mondjesmaat in om de klassieke roman van interessante nieuwe perspectieven te voorzien.

In hun artists’ statement op de website van ITA vergelijken regisseurs Marie Vinck en Stef Aerts zich rechtstreeks met hoofdpersonage Hans Castorp. ‘Alsmaar meer worden wij door de volgende generatie ter verantwoording geroepen. Zij verwijten ons onverschilligheid, een gebrek aan engagement en een teveel aan ironie. Het is een verwijt dat aan het adres van Hans Castorp gemaakt zou kunnen worden. Hoe komt het dat wij zo op hem lijken?’

Het is een opmerkelijke zelfbevraging van de makers, die met hun theatergezelschap FC Bergman inderdaad bekend staan om voorstellingen die visueel spektakel, spelplezier en theatraal vernuft laten primeren over de rijkdom van hun politieke of sociaal-maatschappelijke ideeën. (Of hier sprake is van een generatiekloof – Aerts en Vinck zijn 35 en 39, en ontvangen toch net zo geregeld kritiek van leeftijdsgenoten als van Zoomers – is een tweede). In hun vergelijking met Castorp richten ze zich vooral op de manier waarop hij zich in een in de bergen gelegen sanatorium afsluit van de buitenwereld, en zich verliest in theoretische discussies terwijl de Grote Oorlog voor de deur staat.

Het zijn interessante vragen, die in de bewerking (door Aerts, Vinck en dramaturg Koen Tachelet) echter niet worden beantwoord. De makers blijven zeer trouw aan het oorspronkelijke verhaal – onvermijdelijk zijn er een aantal personages en daarmee verhaallijnen geschrapt uit de roman, maar de basisstructuur blijft ongewijzigd. De eigen visie van Aerts en Vinck op de moderne relevantie van De Toverberg blijft daarmee onderbelicht.

Zeker in de eerste helft van het stuk resulteert dit in een fragmentarische, voortkabbelende voorstelling waarin de beslommeringen van de personages zich met een grote vrijblijvendheid ontvouwen. De verwikkelingen zijn eentonig, maar niet onaangenaam: net als Castorp zelf biedt het het publiek de kans om rustig kennis te maken met het sanatorium en zijn bewoners, en het gevoel van tijdloosheid en losgezongenheid dat de instelling kenmerkt wordt sterk neergezet. Pierre Bokma (dokter Behrens) en Frieda Pittoors (mevrouw Stöhr) bewijzen het stuk een grote dienst met hun speelse benadering van hun respectievelijke rollen, waarmee ze lucht en zelfspot brengen in het verder nogal eenzijdige psychologische realisme van de cast. In een geestige monoloog over de relatie tussen onderdrukte liefde en ziekte weet Bokma precies het midden te treffen tussen kwakzalverij en verlichtheid.

Het zwakste element van dit eerste deel is de kalverliefde die Castorp voor zijn medepatiënt Klavdia Chauchat opvat. Vanwege de expliciete link die Mann legt tussen Chauchat en een voormalige klasgenoot van Castorp, de monoloog van Behrens over onderdrukte liefde én de fascinatie die hij later voor Chauchats echtgenoot opvat, lijkt Castorps obsessie met Chauchat pure projectie, een deflectie van latente homoseksuele gevoelens. De makers doen daar echter niets mee en laten de onbeantwoorde gevoelens van Castorp een dominante rol spelen in het drama van het stuk. Het werkt niet – het personage van Chauchat is te weinig uitgewerkt om tot leven te komen (dat is overigens niet te wijten aan Hélène Devos, die met haar ingetogen spel de rol nog iets van waardigheid en eigenzinnigheid weet mee te geven).

Sowieso is het storend dat de makers geen oplossing hebben gezocht voor de dodelijk saaie rolverhoudingen in het verhaal: de mannen praten en discussiëren, de vrouwen zijn ofwel hypochondrische kwebbelaars (Stöhr) of onbereikbare lustobjecten (Chauchat). Niet dat de mannelijke personages in de eerste helft van het stuk veel meer tot leven komen: de eindeloze monologen die de makers ze in de mond leggen laten nauwelijks ruimte voor karakterontwikkeling. In zijn roman voert Mann ze ook vooral op als archetypes en bezorgers van gedachtengoed, maar vanwege de ingediktheid van de voorstelling krijgen ook die politieke ideeën te weinig ademruimte. Zo valt de voorstelling tussen wal en schip: tweedimensionale personages die ook nog te weinig te melden hebben. (De uitzondering is Majd Mardo als Castorps neef Joachim Ziemssen: hij weet zijn personage door vooral stil spel een mooie bescheidenheid en kwetsbaarheid mee te geven, die scherp contrasteert met het geblaaskaak van de rest van de mannelijke personages).

Gelukkig lijken Vinck en Aerts aan het begin van de tweede helft meer hun draai te vinden. In een woordenwisseling tussen humanist Settembrini (Steven van Watermeulen) en religieuze doemdenker Naphta (Aus Greidanus jr.) krijgen de acteurs genoeg ruimte om tot een bijzonder interessante idealistische clash te komen, waarin verlichtingswaarden tegenover de menselijke neiging tot vernietiging en oorlog komen te staan. Vlak daarna volgt de aangrijpende dood van Ziemssen: de onschuld die Mardo hem al eerder heeft meegegeven betaalt zich uit als symbool voor de miljoenen dode soldaten die hem nog vanaf 1914 zouden volgen. Zo ontwikkelt De Toverberg zich vooral tot historische elegie voor een tijdperk dat al slaapwandelend ten onder ging.

Het is alleen jammer dat die ene nagel er zo nadrukkelijk moet worden ingeklopt, waardoor er weinig ruimte tot eigen interpretatie (en daarmee: modernisering) overblijft. Greidanus jr. ontpopt zich in zijn spel steeds meer tot fascist, waardoor de ideeënstrijd met Zettembrini devolueert tot een strijd tussen goed en kwaad. Zijn nazi-achtige aankleding en het feit dat het steeds harder begint te sneeuwen onderstrepen zijn rol als slechterik nog eens. Dat is vooral jammer omdat dit het frame van het huidige politieke centrisme als enige alternatief voor de totale barbarij onderstreept: naast het achterhaalde universalisme van Zettembrini en het totalitarisme van Naphta biedt het stuk geen gezichtspunten. Als analyse van de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog is dat nog tot daaraantoe, maar als metafoor voor de huidige tijd slaan de makers de plank zo behoorlijk mis.

Ook op andere fronten bijt de trouwheid aan de roman met de context van nu. De eerdergenoemde monoloog van Behrens lijkt een satire op de psychoanalyse, die destijds nog in de kinderschoenen stond. Na een pandemie waarin grote groepen mensen claimden dat het coronavirus een ingebeelde ziekte is, valt de sceptische manier waarop De Toverberg naar de pathologieën van haar hoofdpersonages kijkt echter heel anders. Het kan natuurlijk dat de makers juist vraagtekens hebben willen stellen bij de manier waarop we massaal onze vrijheden hebben laten inperken vanwege de pandemie, maar het voelt tijdens het kijken eerder alsof de makers eenvoudigweg de link naar het huidige tijdsgewricht onvoldoende hebben doordacht.

Zoals in de meeste andere voorstellingen van FC Bergman is de vorm van De Toverberg vaak interessanter dan de inhoud. In de eerste helft is er doorlopend een cameraman mee op scène die live cinema maakt van het spel dat achter gesloten deuren plaatsvindt – zo krijgt de kijker een rijk beeld van de verschillende perspectieven en verhaallijnen die in het sanatorium samenkomen. De gecontroleerde chaos die zo ontstaat valt precies samen met de gemoedstoestand van Castorp, die ook wordt overweldigd door de nieuwe situatie waarin hij zich bevindt. De cinematografische insteek geeft de makers ook de ruimte om enkele hallucinante beelden toe te voegen die in de psyche van het hoofdpersonage duiken, zoals een jaloerse droom over Chauchat en Naphta of een mysterieuze figuur met een gasmasker, die al op de gruwelen van de wereldoorloog voorsorteert. In de latere delen, als Castorp helemaal met zijn omgeving is samengevallen, verdwijnt de extra visuele laag – en komt pas helemaal aan het slot terug, als Castorp ruw in de chaos van de oorlog wordt gestort.

De kritische zelfreflectie waarmee de makers aan deze creatie begonnen wordt echter niet ingelost. Net als in eerdere stukken tonen ze meer belangstelling om zich te verliezen in een andere, schitterend vormgegeven wereld, dan diepgravend te reflecteren op wat die wereld over de onze zegt.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#167

15.03.2022

14.05.2022

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!