Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Nathan Ishar
In De stem van vingers bouwt Thomas Bellinck verder aan zijn parcours van onderzoek, installaties en voorstellingen rond de grenspolitiek van de Europese Unie. De openingsscène van de voorstelling start waar het eerdere werk gebleven was: met een gesprek tussen Bellinck en een EU-ambtenaar voor agentschap voor grensbewaking Frontex, verbatim nagespeeld door Musia Mwankumi en Jeroen Van der Ven. Daarin wordt de onpersoonlijke, technische taal van de EU-bureaucratie geconfronteerd met de realiteit van de Europese grenzen en de mensen die zich errond bewegen. Want het is die concrete, geleefde realiteit die Bellinck en co-maker Said Reza Adib in deze voorstelling sterker naar voren lijken te willen brengen.
Bij aankomst dienen vluchtelingen en asielzoekers hun vingerdrukken af te geven, zodat ze geregistreerd kunnen worden. Een deel van hen tracht dit te omzeilen, niet alleen omdat ze dan volgens de EU-regels in een procedure terechtkomen die maakt dat ze telkens terug gestuurd kunnen worden naar het land van aankomst (voornamelijk Griekenland en Italië). Maar ook omdat er iets intrinsiek ontmenselijkend en criminaliserend kleeft aan het afgeven van vingerafdrukken. De verhalen zijn gekend: huid die wordt afgebrand en littekens geeft om de afdruk te verstoren,… Het mag niet baten, want er is intussen nieuwe technologie die tot onder de oppervlakte van de huid kan scannen.
Het zijn de ontmenselijkende, bureaucratische en tragische aspecten van de vingerafdruk die Bellinck en Adib als rode draad hebben gekozen om het harde verhaal van de mensonterende EU-grenspolitiek aan op te hangen. In een tweede, didactische scène wordt de geschiedenis van de vingerafdruk als identificatiemiddel en diens uitvinder, Francis Galton, uit de doeken gedaan. De vorm daarvoor is een bizarre keuze: Mwankumi en Van der Ven brengen het verhaal met behulp van een toverlantaarn, alsof het een verhaaltje voor het slapengaan zou zijn aan het kind van Bellinck. Waarom het publiek plots als kinderen wordt aangesproken, is een raadsel. Is het een poging om een vertelstandpunt te vinden voor het iets drogere historische verhaal van Galton? Het perspectief van een vader die zich wil verantwoorden aan een volgende generatie? Een opmaat voor de nachtmerrieachtige verhalen die later in de voorstelling verteld zullen worden? Of gewoon een grove onderschatting van de toeschouwer?
“In De stem van vingers worden er zoveel omwegen gemaakt om een belangrijk, pijnlijk en persoonlijk verhaal te vertellen, dat het haast voelt alsof de voorstelling zichzelf telkens weer ondermijnt.”
Het is pas wanneer Van der Ven en Mwankumi een lange brief navertellen van Adib over diens gruwelijke ervaringen in de Griekse kampen (oa Moria op Lesbos) en daarna in Finland, dat voorstelling bij momenten tot leven komt en naar de keel grijpt. De raamvertelling – de brief is aan Galton gericht en vraagt hem om zijn uitvinding te herzien in het licht van de schade die ze aanricht – doorbreekt telkens weer het narratief: zowel voor de spelers als voor het publiek. Zelfs de coda die de voorstelling afsluit, een ontroerend gedicht over hoe tulpen symbool staan voor vrijheid, voorgelezen door de zoon van Reza, wordt doorbroken en kan dus zo niet op zichzelf staan. Alsof ook een ander metaforisch en moreel vingertje in het achterhoofd van deze voorstelling een stem krijgt: pas op dat het voldoende documentair en afstandelijk blijft, val niet samen met de spreekpositie die je vertolkt, laat niet te veel identificatie toe voor het publiek, blijf bij je eigen positionaliteit, … Uiteraard kan niet elk verhaal zomaar toegeëigend worden, uiteraard kunnen sommige ervaringen niet zomaar gespeeld worden, en zijn het eerder zaken waarover zo scherp mogelijk bericht dient te worden, met een soort objectiviteit zoals Sebald het bepleitte in Over de natuurlijke geschiedenis van vernietiging. Maar in De stem van vingers worden er zoveel omwegen gemaakt om een belangrijk, pijnlijk en persoonlijk verhaal te vertellen, dat het haast voelt alsof de voorstelling zichzelf telkens weer ondermijnt. Hoe goed en bekwaam Van der Ven en Mwankumi ook vertellen, ze krijgen de ruimte niet om een echt spannende verhouding aan te gaan.
De vingerafdruk als kader is een goede vondst, maar tegelijk dus ook een valkuil. De stem van vingers valt grotendeels ten prooi aan de eigenschap van de vingerafdruk die ze zelf willen aankaarten: ze is hoogst individueel, en kan dienen ter identificatie (in dit geval van een wreed, onpersoonlijk systeem), maar ze is daarom nog niet persoonlijk en doorleefd op scène – hoe wrang dat ook mag klinken gezien het parcours van Reza Adib. Komt het door een te grote ethische schroom die de makers ervan weerhoudt om het documentaire tot leven te laten komen op een belichaamde wijze op scène? Of ligt het aan de asielregels, die ervoor zorgen Bellinck en Adib nooit samen het podium kunnen delen, dat De stem van vingers theater-bij-benadering blijft?
Als voorstelling is De stem van vingers niet het meest geslaagde werk van Bellinck, maar ze heeft wel de verdienste van een situatie die haar nieuwswaarde al even verloren heeft, opnieuw onder de aandacht te brengen. De noodzaak om het over dit onderwerp te hebben, staat buiten kijf. De noodzaak van de makers om dat in het theater doen, niet.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.