Barry Atsma © Jan Versweyveld

Leestijd 17 — 20 minuten

de opgejaagden

Toneelgroep Amsterdam speelt in februari in de Stadsschouwburg in Amsterdam een reeks hernemingen van Tony Kushners Angels in America. In het begin van de jaren negentig was het volgens Ritsaert ten Cate één van de weinige stukken die er in slaagden ‘de tijd aan te raken’.

In het populistische spelletje van het Nederlandse theatertijdschrift Theatermaker ‘Wat zijn de tien beste toneelstukken aller tijden?’ staat Angels in America van Tony Kushner op dit moment in de top vijf. Daar was het vóór de voorstelling van Toneelgroep Amsterdam vast niet in gekomen. Dat zegt natuurlijk zowel iets over de betrekkelijkheid van dit soort spelletjes als over de bewondering die veel theatermakers en toneelliefhebbers koesteren voor de voorstelling van Toneelgroep Amsterdam. Maar weerstaat het stuk de tand des tijds?

Toen Guy Cassiers het stuk in 1995 bij het RO Theater als eerste in Nederland uitbracht, heb ik het aan me voorbij moeten laten gaan en dat gold grotendeels ook voor de televisieserie van Mike Nichols toen die in 2004 door de VPRO werd uitgezonden, die zag ik later pas. Een jaar geleden las ik het voor het eerst. Ik vond het maar een raar stuk.

Soap of niet soap, kitsch of niet kitsch

Wat mij verbaasde, was dat het vooral ‘gewoon’ over seks en liefde gaat. Nu is dat voor een Van Hove-voorstelling op zich niet zó verrassend, welke voorstelling van hem gaat daar niet over? (Nou, Coriolanus en Julius Caesar natuurlijk niet!) De ruggengraat van het stuk wordt gevormd door twee ‘paren die uit elkaar gaan’. Niets bijzonders dus. Dat het om een homo- en een heteropaar gaat, maakt het iets ongewoner. Het homopaar, Prior en Louis, gaat uit elkaar omdat de één aids heeft – een al wat algemener thema – en de ander daar niet mee kan leven. Het heteropaar, Harper en Joe, gaat uit elkaar omdat de man eigenlijk homo is. Het vertrek van Louis heeft minder voeten in de aarde dan dat van Joe. Die moet tenminste nog echt vechten met zichzelf: met zijn trouw aan Harper en met zijn mormoonse geloof. Je geraakt op een ouderwetse wijze bij hem betrokken: gaat hij weg of gaat hij niet weg? En als Joe en Louis, die bij hetzelfde gerechtshof werken, toenadering tot elkaar zoeken, geraak je betrokken bij de vraag: wordt het iets of wordt het niet iets? Ja, het wordt iets. Uiteindelijk willen ze allebei weer terug naar hun partner. Joe niet alleen uit schuldbesef, maar ook – en misschien wel vooral – uit carrière-overwegingen. Én omdat Louis hem aan de dijk zet vanwege de door hem opgestelde antihomovonnissen. Hun vroegere partners zijn dan echter al zover – en dat ontwikkelingsproces is jammer genoeg ook in de voorstelling nauwelijks waarneembaar en dus ook geen motor die ons door het stuk ‘trekt’ – dat ze op eigen benen kunnen en willen staan. Prior kan zich dat veroorloven omdat hij de beschikking heeft gekregen over de toen, in 1986, nog uiterst zeldzame aidsremmers. Harper is onder handen genomen door haar schoonmoeder. Wij door de wol geverfde, progressieve kunstgenieters vinden hun afwijzing van de weglopers een happy end.

God heeft de Engelen – ongelooflijk machtige, maar doodsaaie bureaucraten die alles kunnen behalve scheppen en uitvinden – tot zijn gerief geschapen. Hij copuleerde onophoudelijk met hen en hun orgasme genereerde Protomaterie, de Brandstof van Gods Schepping.

Wat deze gebeurtenissen ook zo ‘gewoon’ maakt, is dat bijna alle scènes kort zijn: niet meer dan snelle confrontaties die leiden tot een volgende stap. Door het almaar verspringen van tijd en plaats heeft het stuk sowieso een filmische structuur, maar omdat de confrontaties nooit echt diepgaand zijn en ingrijpende besluiten al na een korte woordenwisseling worden genomen (maar meestal uitgesteld – we moeten tenslotte nieuwsgierig blijven naar de volgende stap), heeft het stuk veel weg van een soap. Ze hebben het weliswaar over wezenlijke zaken (dood en leven, bij elkaar blijven of niet, wel of niet meedoen aan de ratrace van de maatschappij), maar dat is in soaps ook zo. Het gaat in dit stuk vooral om de plot, niet om het uitdiepen van de personages. Van de weeromstuit zijn de relaties als relatie ook niet echt wezenlijk, ingrijpend, betekenisvol. De paren zitten niet in elkaar ‘vertakt’, hun samenzijn wordt vooral bepaald door angst en gewoonte, en wat Joe en Louis betreft door seks.

Erg sympathiek zijn de vier protagonisten trouwens ook niet. Harper is niet alleen mormoon, wat haar al op afstand van ons zet, maar ook behoorlijk gestoord: ze is paranoïde en lijdt aan pleinvrees. Echt betrokken worden we bij haar niet. Prior verzwijgt voor Louis eerst een hele tijd dat hij aids heeft, vertelt het dan op een onmogelijk moment, doet uit de hoogte als Louis van streek is, en als die hem dan vraagt of hij bang is, zegt hij: ja, bang dat je bij me weggaat. Die motie van wantrouwen werkt natuurlijk ook als een selffulfilling prophecy. Louis van zijn kant maakt voortdurend zichzélf tot slachtoffer, legt de schuld voor hun uit elkaar gaan zelfs bij Prior, en probeert anderen voor zijn ‘zaak’ tegen Prior te winnen. Daarnaast verliest hij zich zo nu en dan ook nog eens in eindeloze en onsamenhangende politiek-maatschappelijke analyses. Joe ten slotte is niet alleen mormoon, maar ook Republikein en een Reagan-adept, bij ons progressieve toeschouwers al geen pre. Hij is echter ook een brave kantoorklerk en vooral dat maakt hem niet echt innemend. Geen gemakkelijke opgave voor acteurs trouwens, dit soort onuitgediepte en niet zo sympathieke rollen.

Er is nóg iets wat me niet direct voor het stuk innam toen ik het las: het optreden van de Engel van Amerika, die na drie keer te zijn aangekondigd aan het eind van het eerste deel – als een reusachtige cliffhanger – met veel donder en geraas door het dak van Priors slaapkamer heen breekt: ‘Het hele gebouw staat te schudden. Een stuk van het plafond, inclusief tegels, stukken kalk en elektriciteitsbuizen, dondert op de grond.’ (Gelukkig liet Ivo Van Hove deze spectaculaire opkomst weg. Op het toneel wordt zoiets bijna altijd belachelijk.) Wat die Engel te melden heeft, lezen of horen we pas in het tweede bedrijf van deel twee, dus na zo’n vier uur toneel. Eerst moet Prior de keukenvloer openhakken om een koffer met Het Boek te voorschijn te halen – gelukkig ook door Van Hove geschrapt – en daarna verkondigt de Engel in Hoogdravende, met veel Hoofdletters Geschreven Zinnen haar boodschap. Je moet een hoge (reli)kitschresistentie hebben om dat nog echt te lezen of daar nog echt naar te luisteren. Later komen daar nog een Jakobsladder naar de hemel, een tocht door de hemel – die eruitziet als San Francisco na de aardbeving van 1906 – en het optreden van de andere Continentale Engelen bij. Ook die zijn allemaal door Van Hove geschrapt.

Stilstand en Terugkeer

Toch was het die Tekst van de Engel die mijn belangstelling voor het stuk wist te wekken. Die geeft het een bredere en diepere, politiek-maatschappelijke dimensie. God heeft de Engelen – ongelooflijk machtige, maar doodsaaie bureaucraten die alles kunnen behalve scheppen en uitvinden – tot zijn gerief geschapen. Hij copuleerde onophoudelijk met hen en hun orgasme genereerde Protomaterie, de Brandstof van Gods Schepping. Op zoek naar iets nieuws schiep God echter de mens – mannelijk of vrouwelijk, een wereld in twee – en daarmee ‘de Kiemen van de Verandering’ en ‘het Virus van de Tijd’. De Engel: ‘Jullie Mensen Denken, Onderzoeken, Trekken en Ontdekken, hebben Verbeeldings- en Scheppingskracht.’ Splitsing en Vermenging, Wetenschap en Migratie veroorzaakten hemelbevingen, die een schok waren voor God. ‘In Dodelijke Navolging van Jullie ging Hij Reizen maken. Hemelbeving volgde op Hemelbeving, maar Hij was er Nooit.’  Uiteindelijk vertrok God op 18 april 1906, de dag van de Grote Aardbeving van San Francisco, definitief. Aan het Onophoudelijk Copuleren kwam een eind, wat leidde tot Protomaterietekort. ‘Sindsdien takelt de Schepping af. Er vallen Gaten in het Weefsel van de Hemel, het Hemels Blauw rafelt, de Hitte neemt toe, de Huid verschroeit, het Bloed zal koken. Het Leven op Aarde wordt Onverdraaglijk.’ Daarom moet de mensheid stoppen met bewegen: niet gemengd trouwen, op haar schreden terugkeren, alles wat zij tot stand heeft gebracht ongedaan maken. ‘Zoek niet buiten Aarde’s Afgrond, Zoek niet binnen Aarde’s Kernen. Laat alles tot Stilstand komen. Totdat Hij terugkomt.’ En Prior moet deze boodschap als profeet gaan verkondigen.

Die boodschap appelleert aan de al enige eeuwen heersende angst dat we natuurkundige krachten ontketenen die we niet kunnen beheersen en die onszelf, de natuur, zo niet de hele planeet zullen verwoesten (van Het monster van Frankenstein tot An inconvenient Truth). Maar vooral appelleert ze aan de steeds breder gevoelde behoefte om een halt toe te roepen aan de ‘almaar erger wordende morele verloedering’ (in aartsconservatieve kringen gelijkgesteld met de vermenging van rassen), aan het afzweren van religie en aan het toestaan van seks voor het huwelijk, condooms, abortus, echtscheiding, euthanasie en homohuwelijken.

De Engel van Amerika heeft in het stuk een concrete, politieke pendant: advocaat Roy Cohn. Die heeft werkelijk bestaan (1927-1986), was joods en homo, maar een notoir joden- en homohater. ‘Ik ben geen homoseksueel, maar een heteroseksueel die het met jongens doet.’ Uiterst rechts. Maakte al jong naam als assistent van de officier van justitie in anticommunistische processen, onder andere in het proces tegen Julius en Ethel Rosenberg, beschuldigd van het verraden van atoomgeheimen. Hij wist de rechter tot de doodstrafte bewegen en deed dat buiten de rechtzaal om, wat verboden was. Werd de meedogenloze rechterhand van communistenjager JoeMcCarthy. Daarna vestigde hij zich als advocaat. Hij stond erom bekend dat hij mensen chanteerde met hun – geheime – homoseksuele contacten. Zwichtten zijn slachtoffers niet, dan schrok hij er niet voor terug die contacten bekend te maken, wat tot ontslag, gezinsbreuk en regelmatig tot zelfmoord leidde.

De Engel van Amerika heeft in het stuk een concrete, politieke pendant: advocaat Roy Cohn. Die heeft werkelijk bestaan ( 1927-1986), was joods en homo, maar een notoir joden- en homohater. ‘Ik ben geen homoseksueel, maar een heteroseksueel die het met jongens doet.’

Door zijn relaties allerlei diensten te verlenen, kon hij ze op zijn beurt om gunsten vragen. Hij had overal zijn ‘mannetjes’ en kon mensen en carrières, onder meer van rechters en presidentskandidaten, maken en breken, wat hij ook deed. In de neoliberale tijd van Reagan had hij directe toegang tot iedereen in de regering, zelfs tot Nancy Reagan. Hij stierf aan aids.

Door hem gaat dit stuk ook over chantage en corruptie in maatschappelijke en politieke organisaties; over de sterken tegenover de zwakken, zij die triomferen tegenover zij die creperen; over de ‘wederopstanding’ van Amerika in economische en politieke zin als gevolg van de definitieve zege van de republikeinen na de afgang in Vietnam en de afgang van Nixon; over de zege op het progressieve, liberale, zwakke, immorele, homoseksuele, socialistische en democratische Amerika dat ‘het land naar de ondergang aan het voeren’ was. Knelpunten in de liefde en in de maatschappij op het toneel? Succes verzekerd! Joe is een protégé van Cohn en dat vormt Cohns link met het viertal, die de kern is van het stuk. Cohn biedt Joe een hoge positie aan binnen het Ministerie van Financiën. Dat is een enorme promotie, maar Joe moet er van daar uit wel voor zorgen dat de Tuchtraad van de Orde van Advocaten Cohn, die ongeveer elk gebod en elke regel overtreden heeft, niet uit de balie stoot. Geschokt door het onethische van die opdracht – en natuurlijk ook om andere redenen – wijst Joe het aanbod af. Cohn verlangt overigens niets seksueels van hem.

De tijd aanraken

De Engel en Cohn maakten van Angels in America in het begin van de jaren negentig een van de weinige stukken die erin slaagden ‘de tijd aan te raken’, zoals Ritsaert ten Cate dat noemde. (Daarmee bedoelde hij niet alleen dat het zich duidelijk nú afspeelt, maar ook dat het gaat over zaken die de hele samenleving bezighouden en dat in een vorm die een weerslag is van de manier waarop mensen hun tijd ervaren.) Dat was natuurlijk niet het enige wat het tot een tijdsstuk maakte: de aidsepidemie was in volle gang en aidsremmers waren nog onvoldoende voorhanden. Zeker voor de homoseksuele ‘gemeenschap’ – maar niet alléén voor hen – was de herkenning van de decimerende, angstverspreidende en ontwrichtende werking van deze zich snel verspreidende ziekte toen groot.

De vraag is natuurlijk of Angels in America nog steeds in staat is om ‘de tijd aan te raken’. In het westen heeft men aids redelijk onder controle, het richt niet meer een slachting aan zoals toen – en zoals nu, in een veelvoud daarvan, in Afrika. Het is hier niet meer zó een heet onderwerp. Maar hoe zit het met de politiek? In dat opzicht is het stuk zo mogelijk nog actueler dan toen. In Amerika sowieso, want na het tijdperk-Clinton kwam onder Bush het Reaganisme nog sterker terug dan onder Reagan zelf. Religieus rechts probeerde alle progressieve wetten op het gebied van seks, huwelijk en levensbeëindiging terug te draaien.

In Nederland mag het neoliberalisme dan zo langzamerhand wel een halt zijn toegeroepen, de Engel van de Stilstand en Terugkeer zweeft ook boven ons land. We moeten terug naar de normen en waarden van vroeger, naar de religie van vroeger, naar de sociale zekerheid van vroeger; terug naar de tijd van voor de veranderingen: naar de gemeenschapszin van voor de Tweede Wereldoorlog, naar de seks-, huwelijks- en familiemoraal van voor de pil, naar de verzorgingsstaat van de jaren zeventig. Opnieuw zijn het de minderheidsgroepen die de oorzaak zijn van alle ellende. En eerlijk gezegd: je hoeft het daar niet mee eens te zijn om je te zorgen te maken over een gebrek aan maatschappelijke verantwoordelijkheid, aan besef van de noodzaak tot samenhang, saamhorigheid en solidariteit.

De vraag is natuurlijk: legt het publiek die link naar de regressieve tendensen van nu? Ik heb mijn twijfels. Van Hove doet er in ieder geval niets aan om dat te bevorderen. En het vertalen van de ene context naar de andere gaat nu eenmaal niet vanzelf.

Ontworteling

Van Hove doet wel iets met een ander element uit de regressieve boodschap van de Engel: ‘Laat Diepe Wortels Groeien.’ Prior mag de opdracht van de Engel dan afwijzen, je realiseert je daardoor wel dat er in het stuk sprake is van een onstuitbare drang naar ontworteling: bestaande verbanden worden verbroken, en de daarmee verbonden normen en waarden worden losgelaten. Dat geldt vooral voor zij die de handeling dragen, Louis en Joe, maar het is ook aanwijsbaar bij Harper, Prior, Cohn en anderen.

Als je eenmaal op dit spoor zit, ontdek je dat er een ‘iemand’ is in het stuk die de oproep vertegenwoordigt een einde te maken aan de ontworteling en wat daar het gevolg van is. Die ‘iemand’ is niet één personage. Kushner maakt op bijzondere wijze gebruik van dubbelrollen. Er is één actrice (Marieke Heebink) die vier rollen speelt: de rabbi die de begrafenis van Louis’ grootmoeder, waarmee het stuk begint, leidt en die de familie herinnert aan het Russische shtetl waar ze vandaan komen; de oudste nog levende bolsjewiek, die het tweede deel opent en die om een theorie vraagt, om de problemen van déze tijd te lijf te kunnen gaan; Hannah, de moeder van Joe, die haar huis in Utah verkoopt en naar New York afreist om orde op zaken te stellen nadat Joe haar heeft verteld dat hij homo is; en de geest van de door Roy Cohn op de elektrische stoel gebrachte atoomspionne Ethel Rosenberg, die Cohn komt ‘bezoeken’ wanneer zijn aids echt toeslaat. In al die rollen vertegenwoordigt de actrice het verleden, de tijd dat de samenhang in de samenleving nog vanzelfsprekend was.

(Er is trouwens ook een ‘iemand’ die voor meerdere personages de rol speelt van verzorger van mensen in nood. Dat is Roeland Fernhout die Belize speelt, een homo die als ziekenhuisverpleger Roy Cohn onder zijn hoede krijgt en daarnaast de zorg voor Prior op zich neemt wanneer Louis hem heeft verlaten. Hij speelt ook de touroperator Mister Lies die opduikt in de hallucinatie van Harper en haar naar Antarctica helpt te ‘ontsnappen’. Een derde ‘iemand’ met meerdere rollen is de actrice die niet alleen de Engel speelt, maar ook Emily, de verpleegster van Prior in het ziekenhuis. Eerlijk gezegd weet ik niet onder welke noemer ik deze twee kan verenigen. Het had meer voor de hand gelegen om van Roy Cohn en de Engel, als pendanten van elkaar, een dubbelrol te maken. Maar dit terzijde.)

Van Hove richt zich in zijn regie vooral op de ontworteling van de personages. Hij laat zien dat mensen daartoe gedreven worden door een innerlijke drang waar ze niets aan lijken te kunnen doen: ze moeten weg, ze moeten door. Hij doet geen poging om die drang te verklaren, hij geeft er alleen vorm aan, en zijn vaste decorontwerper Jan Versweyveld geeft hem daartoe de kans. Die doet dat door een vrijwel leeg toneel te creëren. Tegen de achterwand staan twee grijzige projectieschermen, waarop allerlei stadsbeelden worden geprojecteerd, ongetwijfeld van New York, wat de ruimte nog veel groter maakt dan hij is. Licht maakt van dit lege toneel verschillende soorten ruimtes. De acteurs krijgen dus nooit ‘steun’ van een kamer waarin ze zich bevinden, zelfs niet van een (ziekenhuis)bed of een stoel. Ze bevinden zich voortdurend – in het overvolle New York – in een leegte, en het staat ons vrij dat ook overdrachtelijk te interpreteren. Deze keuze voor ‘leegte’ heeft, in combinatie met de kortheid van de scènes, tot gevolg dat de acteurs om op te komen en af te gaan steeds een flinke afstand moeten afleggen. De regie vergroot dat probleem door hen meestal van links of rechts achter te laten opkomen en de scène dan middenvoor te situeren. Natuurlijk kunnen ze al lopend beginnen spelen, en dat doen ze ook, maar dan wordt de tijd dat ze vooraan staan nóg korter en dat verhoogt de indruk van gejaagdheid.

Van Hove richt zich in zijn regie vooral op de ontworteling van de personages. Hij laat zien dat mensen daartoe gedreven worden door een innerlijke drang waar ze niets aan lijken te kunnen doen: ze moeten weg, ze moeten door. Hij doet geen poging om die drang te verklaren, hij geeft er alleen vorm aan, en zijn vaste decorontwerper Jan Verswey veld geeft hem daartoe de kans.

Precies daar is het Van Hove om te doen. De figuren moeten de indruk wekken te worden opgejaagd, ergens zo snel mogelijk naartoe te moeten en, als ze er zijn, zo snel mogelijk weer weg te moeten. Stilstand is Onmogelijk. Ze kunnen niet blijven waar ze zijn. Waarom niet? Van Hove doet geen moeite om dat te verklaren, om meer interpretatie te leveren dan het weinige wat het stuk zelf geeft. Wat hen voortdrijft, lijkt iets mechanisch, iets wat zichzelf voedt, iets waarvan ze zich niet echt bewust zijn en waaraan ze ook niets (zouden) kunnen doen.

Dat opgejaagd worden is een constante in Van Hoves werk. In zijn vroege werk was het duidelijker waar zijn personages door werden gedreven: meestal een brandende, totale en absolute, vernietigende en zelfvernietigende, ‘onmogelijke’ of ‘verboden’ liefde. Dat onderwerp heeft hij zo’n beetje verlaten. Het zit wel nog in Rouw siert Electra van Eugene O’Neill, een van Van Hoves favoriete toneelschrijvers. Deel twee van deze hedendaagse Oresteia-trilogie heet veelzeggend The hunted, de opgejaagden, en het derde deel The haunted, de door geesten/spookbeelden (uit het verleden) opgejaagden. Ook de laatste term is op verschillende figuren van Angels in America van toepassing: het stuk grossiert in geestverschijningen.

Van Hove toont gedrag zonder dat gedrag te willen verklaren. Dat doet hij virtuoos, je blijft ernaar kijken, de acteurs zijn geweldig. Maar je blijft ook een buitenstaander, je dringt niet tot deze figuren door. Het lijkt alsof Van Hove dat ook niet wil. Dat de tekst van dit stuk een regisseur wel degelijk de mogelijkheid biedt om het innerlijk van de personages uit te diepen, bewijst de televisieserie die Mike Nichols ervan maakte. De kracht van die film schuilt juist in de mogelijkheid die hij de topacteurs biedt om in het innerlijk van de personages te kijken, niet alleen om met hen mee te voelen, maar ook om met hen mee te denken. Van Hove kiest ervoor om dat niet te doen. Het meest extreem blijkt dat uit zijn regie van Het temmen van de feeks. Het eerste deel daarvan wordt geheel in beslag genomen door het weerzinwekkende gedrag van (coma)zuipende jongens en sarrende of geilende meisjes. Mensen zíjn hun gedrag, ze worden opgejaagd door een mechanisme dat hun gedrag bepaalt. Ze denken daar niet over na, doen niet echt pogingen het te veranderen, hoe weerzinwekkend en desastreus het ook is. Dat is het mensbeeld dat Van Hove ons wil voorhouden.

Daar laat hij het bij. Hij laat Marieke Heebink de vier vertegenwoordigers van het verleden voortreffelijk en humoristisch typeren, maar hun functie in het stuk krijgt niet echt vorm. De politiek-maatschappelijke dimensie krijgt in het spel van Hans Kesting als Roy Cohn niet echt ‘body’. Een vuilbekkende schoft als Cohn is natuurlijk heerlijk om te spelen en een vreugde voor het publiek, maar de keiharde, dood en verderf zaaiende, in zijn macht zwelgende, levensgevaarlijke hufter die Cohn ook is, krijgt geen gestalte. (Van Hove schrapte zelfs het scènetje waaruit blijkt dat Roy Cohn van Joe houdt!) Het zijn vooral Fedja van Huêt als Louis, Barry Atsma als Joe en Roeland Fernhout als Belize die in je ziel snijden en op je netvlies blijven branden.

Angels in America speelt van 5 tot 22 februari in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Info op www.toneelgroepamsterdamn.nl

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 17 — 20 minuten

#115

01.02.2009

—

31.03.2009

Tom Blokdijk

Tom Blokdijk (1939) is freelance theaterjournalist en dramaturg, gespecialiseerd in bewerkingen. Hij was hoofdredacteur van het tijdschrift Toneel Teatraal (1968-1973), leidde de Amsterdamse Toneelschool (1974-1981), en was van 1988 tot 2005 dramaturg bij Hollandia. Hij was de eerste juryvoorzitter van Het Theaterfestival.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!