Koen Van Muylem

Leestijd 3 — 6 minuten

De Nacht juist voor het Woud

Sandberg Produkties

Op nog geen kilometer van de Tamelijk Koninklijke’ Beursschouwburg ligt de tamelijk ruige buurt rond het Brusselse Noordstation. Het zijn bijna twee verschillende werelden binnen loopafstand, met nauwelijks gemeenschappelijke elementen.

Dat gevoel van complete gescheidenheid blijft ook een tijdje werken als je in Brussel naar een produktie als De Nacht juist voor het Woud gaat kijken, een tekst van Bernard-Marie Koltès uit 1977. Net als in In de Eenzaamheid van de Katoenvelden is het decor de grootstad met haar achterbuurten, en zijn de personages typische slachtoffers van die stad: zwervers, alcoholici, kruimeldieven…

De Nederlandstalige creatie van De Nacht juist voor het Woud was vorig jaar het debuut van het nieuwe gezelschap Sandberg Produkties uit Antwerpen, en werd goed bevonden voor een nieuwe mini-tournee dit seizoen. Je vraagt je af waarom, want echt spectaculair is deze enscenering nu niet bepaald te noemen.

Het gegeven heeft alles en niets in zich om boeiend theater te worden: om een onduidelijke reden achtervolgt een zwerver een andere man tot bij hem thuis, en vraagt hem een kamer voor de nacht. Later blijkt dat de zwerver stomdronken en bestolen is, en nauwelijks nog weet waar hij zich bevindt. Hij is ‘vreemd’ in de stad, en wordt daardoor het slachtoffer van allerlei vijandelijkheden, variërend van milde spot tot echte agressiviteit. Hij praat heel de tijd door tegen de man die hij gevolgd heeft, zorgvuldig elke stilte vermijdend, gewoon omdat die zoveel meer zou zeggen en hem helemaal kapot zou maken.

Tot daar slaagt Willy Thomas (de ‘helft’ van Dito Dito) erin zijn ‘typetje’ op de planken te brengen: hij is duidelijk een man die de taal gebruikt om zich erachter te verbergen, die tegen de leegte in praat. Maar de stap verder, de werkelijkheid achter de taal, kan Thomas niet oproepen.

Er zijn wel momenten waarop je de waanzin kan gaan voelen, maar het zijn net die sleutelpassages in de tekst die Thomas niet kan brengen. Zo is er de (inderdaad aangrijpende) anekdote van de prostituee die op het kerkhof aarde gaat loswoelen en ze opeet, tot ze sterft, maar Thomas brengt dat verhaal met te veel lawaai, te veel gezwaai met de armen. Hijzelf verliest de controle over de tekst en de werkelijkheid erachter. Op zo’n momenten zou Koltès’ tekst waarschijnlijk meer gediend zijn met een onderkoelde, rustige dictie die de toeschouwer zelf zijn conclusies laat trekken, die de lelijkheid suggereert in plaats van opdringt.

De Nederlandse vertaling van La nuit juste avant les forêts klonk vlot, maar bevatte hier en daar storende fouten en gemakkelijkheidsoplossingen. Ook de keuze voor het Antwerpse dialect als taal van de mensen in de stad (“de klootzakken daar beneden”) leek me fout: het leidde de aandacht af van de universaliteit die Koltès wil suggereren, onder andere precies via de anonimiteit van de personages en de omgeving. De anonimiteit bleek dan wel weer uit het decor en de belichting, die beide gepast de sfeer van kilheid en eenzaamheid opriepen.

Als klankbord voor al het gepraat van Thomas fungeert een man van wie je nog minder te weten komt: hij heeft Thomas binnengelaten, maar verder is het niet duidelijk wat er moet gebeuren; hij luistert naar het gebabbel van de zwerver, maar weet niet wat hij ‘daarna’ moet doen. Dit zou voor Guy Dermul (de andere ‘helft’ van Dito Dito) een glansrol kunnen zijn — hij moet het hele anderhalve uur geen woord zeggen — maar helemaal lukt het weer niet: Dermul schakelt net op het verkeerde moment de blik op oneindig, beweegt niet voldoende beheerst, weet zich vaak geen houding te geven, en heus niet alleen op de momenten waar je dat gewoon verwacht.

Koltès’ vroegste theatertekst is nu waarschijnlijk ook geen echt meesterwerk, maar er is, voornamelijk met een meer aangepaste acteerstijl, meer uit te halen dan Sandberg Produkties bood. De poëtische kwaliteiten van de tekst kwamen zelden tot hun recht: het Woud, metafoor voor die harde wereld buiten waar ze “alles neerschieten wat beweegt”, bestaat wel degelijk, maar veel duidelijker (of onduidelijker, dat is ook een verdienste) wordt je visie er niet op, en dan is het jammer van de verspilde energie.

De Nacht juist voor het Woud

auteur; Bernard-Marie Koltès (La Nuit juste avant les forêts, 1977);

regie: Hans Royaards;

acteurs: Willy Thomas en Guy Dermul;

decor: William Philips;

muziek: Gilbert Colman.

Gezien: Beursschouwburg, 10 november 1988.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Koen Van Muylem

recensie