Klaas Tindemans

Leestijd 4 — 7 minuten

De man die de zon in zijn zak had – Globe Eindhoven

KRONIEK – ONDER EEN BEZIELENDE LEIDING WEL HOOGTE HALEN

Terecht wordt beweerd dat voor de “carrière” van een toneelstuk de tweede enscenering belangrijker is dan de creatie. Zo was de beslissing van Zuidelijk Toneel Globe om Jean Louvets L’homme qui avait le soleil dans sa poche (De man die de zon in zijn zak had) in het Nederlands op te voeren op zichzelf al betekenisvol (1): een beroepsgezelschap vindt deze tekst interessant genoeg om hem te confronteren met andere produktievoorwaarden.

Het risico is groot, want het stuk kan blijken té plaats- of tijdsgebonden te zijn. Wat De man die de zon in zijn zak had betreft, werd overal nogal gevreesd voor dit risico: Louvet is té Waals, té Belgisch, te zeer gehecht aan een bij een publiek bestaande affiniteit met de historische anekdote. De hoofdpersonages van het stuk zijn Julien Lahaut, een historische figuur – communistisch leider, gevangene in Mauthausen, vermoord door leopoldisten nadat hij bij Boudewijns eedaflegging in het Parlement “Vive la république” had geroepen – en Vinciane, een zelfbewuste tiener die Lahaut drie decennia later opnieuw vermoordt, niet als mens van vlees en bloed, maar als historisch symbool.

Beide figuren worden grotendeels indirect benaderd, via de familieomgeving van Vinciane met name, of aan de hand van onsamenhangende getuigenissen van oudere arbeiders die Lahaut moeten gekend hebben. De man die de zon in zijn zak had verlaat snel de historische anekdote, het stuk gaat precies over geheugenverlies, over het verdwijnen van de affiniteit met het verleden, over helden van een vroegere generatie waar een volk, een sociale klasse, individuen anno 1982 resp. 1986 geen boodschap meer aan hebben. De retoriek van de “gestaalde kaders” bij Julien Lahaut klinkt hol, irritant, en de moord die Vinciane, als exponent van de “jeugd van tegenwoordig” pleegt op de geest van Lahaut, kon net zo goed op Marx, Lenin, vader Anseele of Troelstra gepleegd zijn. Het is de geschiedenisloosheid, het geheugenverlies van de jongste generatie (misschien ook van vorige generaties) die in De man die de zon in zijn zak had aan de orde zijn, en het belang van de anekdote kan in een concrete opvoering sterk gerelativeerd worden. Het Waalse publiek is met het stalinistische discours niet meer of niet minder vertrouwd dan eender welk ander Westeuropees publiek. De koningskwestie, de aanleiding tot de historische moord op Julien Lahaut, is secundair in het stuk. Globe beperkt zich tot een grapje met koning Boudewijn, voor het overige is “België” afwezig. Het personage van Emilie, de Luikse volksvrouw, lijkt qua verschijning meer op de (Amerikaanse) moeder van Wolfson uit Rijnders’ De talenstudent dan op het cliché van de Belgische huisvrouw – in de mate dat dit bestaat.

Over het algemeen heeft De man die de zon in zijn zak had de vuurproef van de tweede opvoering goed doorstaan. Regisseur Theu Boermans is radicaal afgestapt van het vage realisme van Philippe Sireuil destijds (zie Etcetera 1). Bij Sireuil speelde het gebeuren zich af op een perron van een station in een plaatsje met de veelbetekenende naam Maimoir, met veel vochtige mist, veel passanten en met personages die zich langzaam en in een gelijkmatig ritme prononceerden. Het decor van Niek Kortekaas voor Globe – hoewel het onevenwichtig functioneert: de contrasten tussen vergrote gebaren en intieme scènes komen er niet tot hun recht – is meer verwant aan de scenografie van Robert Wilson.

Het meest imposant zijn de lange benen – van onderaan tot boven in de trekken – die “door de knieën gaan” in de slotscène, de laatste moord op Lahaut. Dit soort symbolisme, dat veel ruimte laat voor de toch erg lyrische tekst, beheerst de voorstelling. Ik vind in dit opzicht de uitwerking van het koppel Léonce-Gabrièle het meest geslaagd. Door Louvet geconcipieerd als zachtaardige, licht verbitterde en vermoeide arbeiders, ontpoppen zij zich bij Boermans – met dezelfde tekst toch, en zonder die echt te forceren – tot Beckettiaanse types: dunne witte haren en een afschilferende huid. Hun bij een oppervlakkige lezing niet zo verontrustende, hoogstens ontmoedigende kijk op de wereld, ontaardt in Boermans’ regie in een wreed spel, met sterk fysieke accenten: Léonces “schijt”-monoloog en zijn verkrachtingspoging (Vinciane) zijn de opvallendste voorbeelden hiervan. Huib Rooijmans, vaak afgeschilderd als een beperkt type-acteur, levert hier één van zijn indrukwekkendste acteerprestaties, op het niveau van bv. zijn Andrej in Gerardjan Rijnders Drie zusters-enscenering.

De belangrijkste conclusie i.v.m. Globes De man die de zon in zijn zak had is dat Louvet een produktie buiten zijn specifieke context bijna probleemloos doorstaat. De problemen die de tekst heeft – zijn breedvoerigheid soms, een gebrek aan economie in de schriftuur – had deze ook al bij Sireuil. Nu was Sireuils enscenering evenmin regionalistisch of anekdotisch, maar Lahaut is minder moeilijk te situeren in Brussel, voor een Franstalig publiek, dan in het zuiden van Nederland. Jean Louvet blijkt een repertoire-auteur te zijn die, mits een ernstige verdieping in de “produktievoorwaarden” van zijn schriftuur (maar geldt dat niet voor elke tekst?) door elk Westeuropees gezelschap dat geïnteresseerd is in de relatie tussen geschiedenis, actualiteit en theater, kan opgevoerd worden. Louvet is niet “Belgischer” dan Thomas Bernhard Oostenrijks of Bernhard – Marie Koltès Frans is: het is geen streekliteratuur uit de Borinage.

 

(1) De man die de zon in zijn zak had is niet de eerste Nederlandstalige opvoering van een tekst van Jean Louvet. Het jaar één (L’an 1) werd in 1965 in het Nederlands gecreëerd door Toneel Vandaag in een regie van Rudi Van Vlaenderen met Alice Toen en Jan Péré. Zij voerden het stuk ook in het Duits op, in Oost-Berlijn.

DE MAN DIE DE ZON IN ZIJN ZAK HAD
auteur: Jean Louvet; vertaling: Theu Boermans en Paul De Bruyne; regie: Theu Boermans; dramaturgie: Paul De Bruyne; decor en kostuums: Niek Kortekaas; acteurs: Mies de Heer, Greta Van Langendonck, Ina Van der Molen, Mieke Verheyden, Frans Koppers, Huib Rooijmans, Erica Lastdrager, Herman Verbeeck, Olaf Beelen

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#15

15.09.1986

14.12.1986

Klaas Tindemans

Klaas Tindemans is doctor in de rechtsgeleerdheid. Hij is als docent en onderzoeker verbonden aan het RITCS, het Koninklijk Conservatorium Brussel en aan de VUB. Hij verricht onderzoek op het gebied van de performancestudies, waarbij hij vooral geïnteresseerd is in de relatie tussen dramaturgische structuren en politieke en rechtstheorie. Daarnaast werkt hij ook als dramaturg, toneelauteur en publicist.

recensie