Pablo Fernandez

Leestijd 3 — 6 minuten

De kunstopmeter

BKT, Brussel

BKT-directeur en lid van de Raad van Advies (RAT), Rudi Van Vlaenderen laat te pas en te onpas weten dat hij geen hoge pet opheeft van de mening van critici. Dit beweren uiteraard nog wel meer mensen uit de theatersector maar toch gaf, volgens directeur Van Vlaenderen, precies een opmerking van een criticus de doorslag tot het programmeren van De Kunstopmeter.

Wim Van Gansbeke zou namelijk ooit een recensie hebben besloten met de zucht dat hij gelukkig was de volgende dag eens niet naar een voorstelling te moeten. Deze uitlating van een criticus illustreert volgens Rudi Van Vlaenderen precies het gebrek aan de nodige ootmoed bij de meeste critici om te bekennen dat ze, om welke reden dan ook, geen waardevolle mening over een voorstelling kunnen geven.

BKT bestaat dit seizoen 25 jaar en kreeg eind vorig jaar een rode kaart van de afscheid nemende RAT De Minister heeft de Raad niet in dit advies gevolgd. Om het voortbestaan van het kamertoneel in de Brusselse regio veilig te stellen, zag het BKT zich niet enkel als D-gezelschap bevestigd, maar kreeg het, ondanks het zeer negatieve advies van de RAT, toch nog een subsidie van 10.400.000 fr. Daarenboven zag het zich beloond met 2 zetels in de nieuwe Raad voor Advies (voor Rudy van Vlaenderen en Jozef Verhaeren).

Of directeur Van Vlaenderen een zekere rancune voelt tegenover critici die hij mede verantwoordelijk acht voor deze pijnlijke episode, en of dat heeft meegespeeld tot het programmeren van ‘De Kunstopmeter‘ zal wel een open vraag blijven. Wat er ook van zij, een voorstelling waarin die verwaande critici eindelijk eens een spiegel voor zou gehouden worden leek op het eerste zicht heel wat in petto te hebben. Helaas werd niet aan deze verwachtingen tegemoet gekomen. Als het dan al een cliché is te stellen dat recensenten en theatermakers geen al te hoge dunk van elkaar hebben, dan nog kan men zich de vraag stellen of het nu echt nodig was de meningen die er over theaterkritiek bestaan, clichématig via een theatertekst te behandelen.

De Kunstopmeter gaat over een criticus die al jaren lang de carrière van een bepaald acteur volgt maar hem (uit afgunst?) stelselmatig in zijn kritieken negeert. Op een avond rept hij zich opnieuw naar de schouwburg om daar te ontdekken dat de nieuwste creatie van de acteur precies over de criticus en zijn kleine kanten handelt. Tijdens de pauze uit hij hierover, en over heel wat meer, zijn diepe onvrede. Van dat laatste is het publiek in het foyer van het BKT getuige.

Wat we te horen krijgen is de gebruikelijke onzin over de criticus die slechts is beginnen recenseren omdat hij/zij niet goed genoeg was om echt aan theater te gaan doen. Kritiek als therapie voor de mislukte acteur dus. We vernemen verder dat de criticus tijdens zijn hele loopbaan eigenlijk niets anders najaagt dan een andere betrekking. Wie heeft er immers nog wat van critici gehoord nadat zij een serieuzere job — liefst binnen het theater, om dan zelf te kunnen schimpen op ex-collega’s — hebben weggekaapt?

Andere critici zijn, althans volgens auteur Rainer Mennicken, echter zo onbedreven in het zich optrekken uit de poel van ellende die de theaterkritiek is, dat ze iets hebben uitgevonden om zichzelf weer enige status te geven: de theaterwetenschap.

Het spreekt vanzelf dat de rechtgeaarde theatermens met deze zelf ontworpen wetenschap niets wil te maken hebben. Is echt toneel immers niet iets dat ontsnapt aan alle getheoretiseer, dat ‘uit den buik’ moet komen? Ook de in het BKT opgevoerde kunstopmeter heeft geen ander middel ge- vonden om nog enig prestige te verwerven. Ook hij beoefent de theaterwetenschap. Al jaren bereidt hij zich immers voor op het schrijven van een fundamenteel standaardwerk over theaterkritiek!

Jammer eigenlijk dat naast de kans gegrepen werd om dieper in te gaan op de inderdaad complexe relatie tussen criticus en theatermaker, of op de functie, rol en inhoud van de theaterwetenschap. Maar dat zal wel de bedoeling niet zijn geweest.

Het is nog maar zeer de vraag of de toeschouwers zich geamuseerd hebben met de talrijke inside-jokes en de verwijzingen naar Vlaamse critici (waarbij Etcetera uiteraard niet werd gespaard) of theaterwetenschappers. Daar kon ook de gedreven acteursprestatie van Jaak Vissenaken, die een bloemlezing ten beste gaf van tics en houdingen van Vlaamse beroeps-“theaterwatchers”, niet veel aan veranderen.

En toch vond ik de criticus aandoenlijk worden wanneer hij in de loop van de voorstelling, aan een punch nippend en op een ongemakkelijk krukje zittend, hardop zat na te denken over zijn eigen gelijk en over de domme blindheid van de rest van de mensheid. Maar dat zal wel aan mij liggen.

De Kunstopmeter

Tekst; Rainer Mennicken,

vertaling: Raf Reymen.

Regie: Raf Reymen;

produktie: Jean Schols;

dramaturgie: Matti Billen;

kostuum: Luc De Backer;

met Jaak Vissenaken, Arthur Semay, Lieve De Baes, Veerle Eykermans, Rudi Van Vlaenderen.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Pablo Fernandez

recensie