De koningin is verdwenen

Phile Deprez

Leestijd 5 — 8 minuten

De koningin is verdwenen – Kopergietery

Theater dat met liefde en vakmanschap een verhaal vertelt, is bijzonder. Daar voorbij ligt theater dat uitzonderlijk is: het verhaalt niet enkel de eigen besloten logica, maar zet al doende ook de deur open naar andere (verbeeldings)werelden, waarbij het slot slechts een vooruitwijzing naar onontgonnen (intellectuele, emotionele, spirituele) terreinen. Het verschil tussen bijzonder en uitzonderlijk heeft zelden te maken met wat een voorstelling vertelt, maar steeds met wat een voorstelling mogelijk maakt. Theater dat een grote rol reserveert voor beeld en/of muziek lijkt van nature over die diverse ‘ingangen’ – en dus over potentiële uitzonderlijkheid – te beschikken. In De koningin is verdwenen, een project van theatermaker Anna Vercammen, muzikant Joeri Cnapelinckx en illustrator Sabien Clement bij KOPERGIETERY, gaat er inderdaad één deurtje open. En een ander blijft dicht.  

Het gebruik van verschillende media binnen het theater is nu al een paar decennia lang bijna normatief. Toch lijkt het jeugdtheater vanaf leesleeftijd vast te houden aan een in hoofdzaak talige narrativiteit. Muziek en beeld mogen de boel wat illustreren of opleuken, maar van een echte evenwaardigheid – waarbij elk medium ook zijn eigen dramaturgie ontwikkelt – is zelden sprake. De moeilijkheid is natuurlijk dat muziek en beeld vaak abstracter dreigen te zijn dan taal, nog steeds de meest voor de hand liggende betekenisgever. En een jong publiek wordt verondersteld makkelijker te kunnen omgaan met concretie dan met abstractie.

Wie de dominantie van het woord wil torpederen moet dus goed nadenken over de lijnen die hij met de diverse media uitzet en over de complementariteit van tekst, beeld- en muziekdramaturgie. Concreet: hoe vertel je je verhaal en waarmee wil je het vertellen? Welke middelen zet je daarvoor in? Wat is de meerwaarde van de verschillende media tegenover elkaar? De koningin is verdwenen is uiteraard niet ontstaan vanuit een theoretisch verlangen om deze vragen te beantwoorden, en gelukkig maar: de ploeg wilde vooral een noodzakelijk verhaal vertellen. Toch is het interessant om te zien hoe zich onder het directe resultaat – een ontroerende jeugdvoorstelling – een verschil aftekent tussen de functie van muziek en die van het beeld.

De koningin is verdwenen schrijft zich nadrukkelijk in in de traditie van het sprookje maar stapt er terzelfdertijd blijmoedig uit: de verteller (Anna Vercammen) is een gewoon meisje dat haar bestaan nadrukkelijk fictionaliseert. Ze spreekt van een koning, een koningin, een prinses en twee narren – dat het eigenlijk gaat om een doorsnee gezin van drie mensen en twee katten, dat het gaat om hààr gezin, lijdt geen twijfel. Toch maakt ze er een episch gebeuren van. Omdat het zo niet te dicht hoeft te komen? Omdat ze zo haar verdriet kan verhullen? De rouw van actrice Anna Vercammen die enkele jaren geleden haar moeder verloor wordt het verdriet van een personage dat op haar beurt haar verhaal sublimeert in dat van een prinses. Twee keer afstand, twee keer emotionele veiligheid – ook voor de toeschouwer, die zich kan troosten met de gedachte dat enkel in sprookjes moeders zomaar  – foetsie – verdwijnen.

Binnen de cirkelstructuur die de verteller aanreikt ontrolt zich het sprookje, waarin diezelfde verteller speler wordt. Een koningin deemstert weg, omwille van een onbenoemd verdriet. Zelfs de narren kunnen haar niet opbeuren en net zo min slagen ze er in om het naderende noodlot op een dwaalspoor te brengen. Op een dag is de koningin verdwenen. De koning kan dat niet aanvaarden. Hij ontkent de verdwijning en verordonneert dat er niet mag geweend worden. Dat maakt het hart van de prinses zo zwaar, dat twee achtereenvolgende prinsen ervan afzien haar tot de hunne te maken – geen tijd voor zware gevallen. De derde prins, naar goede sprookjestraditie ‘de ware’, neemt de tijd om naar haar hart te kijken, en het zelfs met zachte vingertoppen aan te raken. Het is de déclic waardoor alles weer gaat stromen. De prinses verliest haar verlies.

Anna Vercammens tekst structureert de handeling, de vertelling, legt als het ware de dramatische fond – het is aan de andere media om hun eigen werelden aan die van het verhaal toe te voegen, zodat het vertelde boven zichzelf kan uitstijgen. Maar met de muziek laten Vercammen en Cnapelinckx (De Anale Fase) een kans liggen. Ze kiezen voor een musicalstructuur waarin de Nederlandstalige liedjes de handeling onderbreken en de emotie die al aangeboord werd versterken of illustreren. Eva Vermeiren en Joop Pareyn backen op blazers en percussie en dat verleent de soundtrack best wat dynamiek, maar de muziek blijft ten dienste staan van wat wordt verteld. Liedjes noch muziek hebben een ‘eigen verhaal’, waarmee overigens niets is gezegd over hun kwaliteit.

Waar tekst en muziek eensgezind samenspannen om het elkaar naar de zin te maken, boort het beeld wel een andere lading aan. De live tekeningen van Sabien Clement gaan hun eigen weg. Het spoor dat de illustrator uitzet is niet illustratief maar voegt in sobere, trefzekere lijnen een autonome dimensie toe. Het is een abstracte lijn, Clements figuren zijn niet realistisch: hun lange lijven uitgerekt alsof ze steeds maar willen groeien, hun armen eindeloos uitgestrekt om te omhelzen. Het kroontje dat ze op het hoofd dragen identificeert hen nog met de verbeeldingswereld van het vertellende meisje, maar voor de rest zijn ze ‘open’ – en dus in te vullen door elke toeschouwer (het blijft een wonder, hoe net de grootste abstractie de emotie zo dichtbij kan trekken). Dat Clement live tekent is essentieel: er worden geen affe plaatjes bij praatjes getoond, maar elke voorstelling opnieuw ontspruiten andere beelden aan de verbeelding van de tekenaar.

De dramaturgie van de tekeningen is dan ook in bijna letterlijke zin ‘levend’: in fijne, meanderende lijnen groeien uit eenvoudige stippen figuren die raken aan een onbewuste wereld die deze van het concrete verhaal overstijgt. Het is niet het onbewuste van de prinses, want dat is maar een statisch sjabloon, maar wel die van het vertellende personage, en die van Anna Vercammen, Sabien Clement, mezelf en van elke andere toeschouwer. Het is een wereld waarin de figuren uitreiken naar houvast, verlangen naar troost, lijden onder de onbestemde aanwezigheid van anderen die ‘verdwenen’ zijn. De figuren verschijnen en verdwijnen, ze verschieten van kleur of de wereld rondom doet dat. Wie deze wezenlijke onderstroom in woorden tracht te vatten komt uit bij een sentimentele tearjerker, maar Clement laat haar wereld woekeren als het onbewuste zelf: onvatbaar en steeds veranderend. Dat is een deurtje dat opengaat, en het maakt van De koningin is verdwenen een rijkere voorstelling.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#139

15.12.2014

—

14.03.2015

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!