Het Bos

Sébastien Hendrickx

Leestijd 8 — 11 minuten

De instelling als permanent experiment

Het Bos van Wannes Cré en Tile Vos

In mei opende Het Bos met een ‘dertigdagendurend’ festival. Het Antwerpse jeugdcultuurcentrum annex multidisciplinaire kunstenwerkplaats is de directe erfgenaam van Scheld’apen, dat in 1998 ontstond toen een groepje jonge kunstenaars de deur forceerde van een verlaten pand net buiten de stad aan de oever van de Schelde.

Scheld’apen werd na enige tijd gelegaliseerd en groeide uit tot een broedplaats waar theatermakers, muzikanten en beeldend kunstenaars als Dennis Tyfus, Benjamin Verdonck, David Bovée, Simon Allemeersch, Jozef Wouters, Gerard Herman en talloze anderen volop konden experimenteren in de luwte van de marge. Toen het bericht kwam dat de site een andere bestemming zou krijgen en de kunstenorganisatie kon verhuizen naar een kersvers gebouw in het centrum van de stad, besloten artistiek leiders Wannes Cré en Tile Vos Scheld’apen te herdenken tot iets nieuws: Het Bos. Een gesprek over de transitie en hoe je maatschappelijk engagement kan vertalen naar de praktijk van een kunstinstelling.

De oversteek

Wannes: Een week voor de opening konden we nog nergens binnen, behalve in de keuken. En gedurende het hele festival bleven de bouwvakkers doorwerken. Elke dag vroegen we ons af waar de stroom of het water dit keer zou zijn afgesloten, of waar we het stof nu zouden moeten weghalen. Achteraf bezien was het beter om met een werf te beginnen in plaats van met een volledig betegeld, perfect afgewerkt gebouw. Het voelde aan alsof we samen met de kunstenaars en het publiek Het Bos konden vormgeven, niet alleen inhoudelijk maar ook letterlijk, op vlak van de infrastructuur. Het komende jaar willen we dan ook de tijd nemen om rustig de verschillende mogelijkheden van ons nieuwe gebouw te ontdekken.

In het programma van het openingsfestival herkende ik veel namen uit de tijd van Scheld’apen. En ook jullie maakten als artistiek leidersduo de oversteek. Is het verschil tussen jullie oude en nieuwe stek dan vooral een kwestie van locatie? Hoe ‘nieuw’ is Het Bos?

Wannes: We hebben deze transitie twee jaar lang voorbereid. Een deel van het onderzoek spitste zich toe op de vraag wat Scheld’apen bijzonder maakte en wat we dus wilden meenemen naar Het Bos. Niet alles hoefde per se te worden omgegooid. We bouwden in de voorbije jaren een stevige band op met een aantal kunstenaars. Op deze nieuwe plek kan hun werk nu aan een veel breder publiek worden getoond.

Tile: In de vele gesprekken die we naar aanleiding van de verhuis hebben gevoerd, keerde het woord ‘biotoop’ vaak terug. Onze gesprekspartners apprecieerden het open, organische en verbindende karakter van Scheld’apen, waar verschillende groepen, genres en disciplines elkaar konden kruisen. Soms leek het alsof de plek door niemand werd gerund, ook al gebeurde er continu van alles. De ontstaansgeschiedenis van Scheld’apen beïnvloedde natuurlijk het beeld dat mensen ervan hadden. Maar de periode waarin het een kraakpand was met ateliers voor kunstenaars, ligt al een tijdje achter ons. Het romantische beeld van Scheld’apen als een anarchistische plek strookte niet helemaal meer met de realiteit. Alles ging er toch een stuk professioneler aan toe dan de meesten dachten.

Een sterk professioneel kader aanbieden hoeft dus niet te betekenen dat er geen ruimte meer is voor het informele, het organisch groeiende, het ongeplande?

Tile: Inderdaad. We hebben nu zeker een volgende stap gezet in de richting van de professionalisering maar het blijft wel ons doel om die vruchtbare biotoop te creëren. Dat is ook waar onze nieuwe naam in de eerste plaats naar verwijst, naar een ecologie waarbinnen heel wat kan groeien en floreren, waarbinnen veel mogelijk is.

Een gelaagde organisatie

Hoe denken jullie die evenwichtsoefening nu te realiseren?

Wannes: We hebben Het Bos opgedeeld in verschillende ruimtes. De Shop staat voor de artistieke werkplaats, waar kunstenaars rustig en geconcentreerd kunnen doorwerken. Publiek is er enkel welkom op eventuele toonmomenten, die op vraag van de kunstenaar worden georganiseerd. Het Podium is de presentatieruimte, waar concerten, multidisciplinaire festivals en feestjes kunnen plaatsvinden. De Keuken is onze openstaande deur. Je kan er komen eten, iets drinken, anderen ontmoeten, plannen maken, luisteren naar muzikale experimenten op een piepklein podium. Ten slotte is er De Context of De Wereld. We willen regelmatig de stad in trekken met maatschappelijk geëngageerde artistieke projecten, zoals de optocht die we deden met jongeren van Okan, een taalklas voor anderstalige nieuwkomers.

Tile: Het lukte ons niet om een globaal concept te ontwikkelen voor de hele organisatie waarin alles zomaar een plek krijgt. In Scheld’apen waren er soms conflicten op vlak van de artistieke kwaliteit, terwijl zo’n optocht met jongeren natuurlijk niet aan dezelfde kwaliteitseisen hoeft te voldoen als een project van iemand die al vele jaren theater maakt. Die vier ruimtes, die niet per se vasthangen aan de fysieke ruimtes in ons gebouw, helpen ons om dat iets meer af te bakenen. De mensen die in De Shop aan de slag gaan, krijgen veel meer tijd en middelen – technisch en financieel – om hun werk te ontwikkelen. We kunnen maar een vijftal zulke residenties per jaar voorzien en die moeten op voorhand worden ingepland. In De Keuken kan iemand bij wijze van spreken gewoon binnenstappen met de vraag of hij zijn schilderijen morgen zou kunnen ophangen.

Wannes: Er zijn ook verschillende graden van zichtbaarheid voor een publiek. De Shop is het meest afgesloten gedeelte. Het Podium is heel wat opener. De Keuken is een soort membraan. Daar gaat iedereen gemakkelijk binnen en buiten. De drempel is er zeer laag. De Context ten slotte bevindt zich helemaal buiten de muren van ons gebouw.

De muziekprogrammering van Het Podium wordt verzorgd door een zogenaamde concertcoöperatie. Hoe werkt dat model?

Wannes: De coöperatie bestaat uit een zestal programmatoren zonder vaste zaal die een of twee keer per maand samenkomen. Het Bos bezet zelf één stoel. Deze programmatoren hebben elk hun eigen programmalijn en ondersteunen als groep de hele lijn, ook eikaars programma’s dus. Ze helpen elkaar met de promotie, de permanentie in de zaal… Het Bos voorziet op dit ogenblik een Startbudget, waardoor risico’s kunnen worden genomen. Niet alle avonden hoeven dus break-even te zijn.

De vraag is hoever je daarin kan gaan. Er zijn concerten waaruit je veel winst haalt en concerten waarvan je op voorhand weet dat ze verlieslatend zijn. We zoeken naar manieren om de moeilijkere concertavonden te laten bestaan, bijvoorbeeld door grote publiekstrekkers te programmeren. Maar hoe wordt bepaald wie over welk budget beschikt? Hoe gaan we om met verschillende niveaus van engagement? En hoe kunnen we openstaan voor initiatieven van buitenaf en na verloop van tijd andere mensen laten instromen? De concertcoöperatie experimenteert met hoe je zo’n structuur vormgeeft en leefbaar houdt.

Standpunten innemen

Op de website van Het Bos staat te lezen dat jullie met Scheld’apen 16 jaar ‘in isolement’ hebben gewerkt. Moet ik daar meer onder verstaan dan het feit dat het pand op D’Herbouvillekaai moeilijker bereikbaar was dan jullie huidige plek?

Tile: Ik denk dat we hier, midden in de stad, veel zichtbaarder willen zijn. We voelen de behoefte om duidelijke standpunten in te nemen als instelling. De verhuis hebben we dan ook aangegrepen om een aantal zaken scherper te stellen. Alle eten en drank is biologisch en vegetarisch. We doen geen zaalverhuur. Grote reclamebanners zal je bij ons niet zien hangen. We willen ervoor zorgen dat de kunstenaars goed worden verloond. We geven autonomie aan de concertcoöperatie. Als je standpunten inneemt, kan je daarover in gesprek gaan met anderen.

Wannes: Het Bos bevindt zich in een veel neutraler gebouw dan dat van Scheld’apen. Werken in een kraakpand, een geclaimde ruimte, leek lang een maatschappelijk statement op zich. Nu moeten we ons afvragen wat onze doelstellingen zijn en wat we ermee doen.

Vond er een mentaliteitswijziging plaats van compromisloos verzet naar een maatschappelijk constructievere houding?

Tile: Die verandering zat er al een tijdje aan te komen. Vroeger leefde heel sterk de overtuiging dat alles moest kunnen. Je moest je vrijheid opeisen. Nu denk ik: neen, niet alles moet kunnen. Alles kan ook niet. Je moet kiezen. En als je keuzes maakt, sluit je bepaalde mogelijkheden uit. Die vaststelling is heel relevant wanneer je nadenkt over hoe onze economie functioneert bijvoorbeeld. Een ondernemer, heeft die totale vrijheid zolang hij maar winst maakt? Vroeger hadden we er nood aan om die vrijheid op te eisen. Vandaag willen we in de wereld staan en rekening houden met anderen. De politieke verschuivingen in Antwerpen hebben die tendens volgens mij nog versterkt. Meer dan ooit voelen we de nood om er mee voor te zorgen dat deze stad een beetje oké blijft.

Het stadsbestuur heeft serieus geknipt in jullie subsidies. De schaalvergroting die het nieuwe gebouw met zich meebrengt heeft zich niet vertaald op budgettair vlak.

Tile: Integendeel. En vanuit Vlaanderen kregen we een derde van het aangevraagde bedrag, dat op zich al erg krap berekend was. Binnenkort moeten een paar mensen vertrekken en schieten er nog vier voltijdse equivalenten over. Eigenlijk hebben we te weinig middelen om wat we voor ogen hadden helemaal te kunnen uitvoeren.

Ondanks de minieme overhead van jullie organisatie stond er tijdens het openingsfestival heel wat op het programma. Voor het rechtse stadsbestuur vormt Het Bos misschien het bewijs dat er toch veel kan worden gerealiseerd met betrekkelijk weinig subsidie?

Wannes: Op dit moment steunt onze werking op een grote groep vrijwilligers. Voor het festival konden we rekenen op een breed artistiek netwerk dat voor geen geld het programma mee invulde. Het is prachtig om te zien dat er veel dynamiek rond deze nieuwe plek ontstaat maar het is geen duurzame manier van werken. Een huis moet zijn medewerkers en artiesten een degelijke ondersteuning of vertoning kunnen geven en moet ook kunnen werken aan langdurige trajecten.

Tile: Het tekort aan middelen heeft zeker niet alleen met het stadsbestuur te maken. De stad heeft veel geïnvesteerd in de infrastructuur, maar op vlak van de werkings- en artistieke budgetten moet het beter.

Midden in de wereld

Het Bos bevindt zich nu vlakbij het MAS en de hippe restaurants en designwinkels die er neerstreken. Wanneer jullie spreken over De Context, gaat het dan vooral over deze directe omgeving?

Tile: De Context is de stad, en de wereld. Niet per se datgene wat we hier door het raam kunnen zien. Ik denk aan het Sint-Jansplein, Borgerhout…

De bevolking daar lijkt mij een stuk diverser dan het traditionele Scheld’apen-publiek. Hoe gaan jullie om met die stedelijke superdiversiteit?

Tile: Ook dit jaar willen we opnieuw aan de slag met de anderstalige nieuwkomers van Okan. In onze keuken stonden uit het asielcentrum Linkeroever al Congolezen, Rwandezen, Bengalezen enzovoort achter de potten. Dat werkt heel goed en brengt die diversiteit binnen in ons huis. Wat de artistieke programmering betreft, vind ik het belangrijk om aansluiting te vinden bij verschillende culturen, maar ik heb gemerkt dat dit toch iets minder voor de hand ligt. Diversiteit is een heel belangrijk criterium binnen De Keuken en De Context. Binnen De Shop en Het Podium primeert de artistieke kwaliteit. Artistiek gezien moet er een ‘klik’ zijn.

Zo’n klik is er natuurlijk gemakkelijker met iemand met wie je een gelijkaardige smaak en referentiekader deelt.

Tile: Dat is waar. Begrijp me niet verkeerd, niet alles wat in Het Bos gebeurt moet aan mijn smaak beantwoorden, maar als je je minder in iets kan vinden, is het ook moeilijk om te weten wie je een podium moet geven en ondersteunen en wie niet. We voeren hierover een gesprek met meerdere partners, en zijn dus nog zoekende.

Een belangrijke inhoudelijke pijler is het sociaal-ecologische transitiedenken. Op welke manier zetten jullie de reflectie om in de praktijk?

Tile: We proberen verder te gaan dan het aanbieden van vegetarisch eten en biobier. Veel van de kunstenaars die we aantrekken gaan met sociaal-ecologische thema’s aan de slag en dat vertaalt zich in de programmering. We zien de organisatie van Het Bos ook als een permanent experiment. Hoe geef je in onze tijd vorm aan een huis, hoe financier je de werking, hoe werk je op een horizontale manier samen met een grote groep mensen, hoe geef je anderen de ruimte om zelfstandig iets te ontwikkelen… Binnen een artistieke context kunnen we alternatieve modellen voorbereiden, uittesten en installeren op kleine schaal, die op den duur interessant kunnen worden voorburgers, en ook voor bedrijven. Ik denk dat het een rol is van de kunsten om de ruimte te vrijwaren waarin zulke experimenten kunnen plaatsvinden, waar je met een zekere naïviteit de dingen kunt herdenken. Ook tijd is een belangrijke factor. We moeten durven de tijd nemen, de tijd onbestemd en oningevuld laten. Soms voel je de aandrang om alles vol te plannen en voor je het weet ben je twee jaar verder en vraag je je af wat je nu eigenlijk hebt gedaan. Je kan snel in de val van de formatte-ring stappen omdat die de dingen eenvoudiger maakt, waardoor ze sneller kunnen gaan. We moeten durven zeggen: laat ons even gaan zitten, de tijd nemen en er met elkaar over praten.

www.hetbos.be

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

interview
Leestijd 8 — 11 minuten

#138

15.09.2014

14.12.2014

Sébastien Hendrickx

Sébastien Hendrickx is lid van de kleine redactie van Etcetera, doceert in het KASK en en werkt daarnaast als dramaturg en podiumkunstenaar. Hij vervoegde Extinction Rebellion in maart 2019.