Average Happiness – Dinsdag.org / Bas Vanderschoot
G = (GM – OGM)/t
Pepijn Loobuyck
‘Duikvlucht’ door Phile Deprez
Ik zit samen met een bende kinderen en enkele ouders in een laag tentje langs een kanaal. Het is er knus maar ook krap want de zitruimte is voorzien op hooguit een dertigtal personen. Voor ons, in het midden van het tentje, zijn een aantal zelfverklaarde bodemonderzoekers druk doende met hoogtechnologische apparatuur. De hoofdgeoloog van dienst, een onweerstaanbaar grappige Dominique Van Malder, legt omstandig uit dat ze een gat proberen te boren om in contact te komen met een geheime ondergrondse wereld. Plots valt hij stil, komt voor mij staan met zijn imposante lijf en wijst mij met de vinger aan terwijl hij de kinderen toeroept: ‘Hé, jongens, er zit hier iemand die dat niet gelooft.’ De kinderen kijken me nu allemaal aan. Ik knik de hoofdgeoloog toe om duidelijk te maken dat ik wel degelijk mee ben met het verhaal.
Deze scène speelde zich af tijdens Lava, een bodemonderzoek, de tweede voorstelling van Studio ORKA. Het collectief dat groeide uit het ontwerpbureau van Martine Decroos en Philippe Van de Velde brengt volgend jaar met Carrara zijn elfde voorstelling in evenveel jaar. Het begon met de bescheiden installatie Watertanden en zeewolven in een Gentse parkvijver ter gelegenheid van Time Festival in 2005, maar Studio ORKA ontwikkelde zich snel tot een vaste waarde binnen het (jeugd)theaterlandschap.
Jeugd mag tussen haakjes, want ook volwassenen worden tijdens Studio ORKA-voorstellingen meegezogen in een wereld waarin de oneliners, verwijzingen naar de actualiteit en scabreuze opmerkingen elkaar tegen een rotvaart opvolgen. Dat kinderen die tweede laag niet altijd vatten, is geen probleem: in de dagelijkse realiteit worden ze voortdurend geconfronteerd met begrippen die ze niet kunnen duiden. Je zou deze unieke osmose tussen het jeugd- en volwassenentheater kunnen vergelijken met het Engelse renaissancetheater waarbij de toneelauteur rekening hield met twee soorten publiek: enerzijds de kritische toeschouwers die de cultureel-historische referenties uit het stuk konden plaatsen, anderzijds de toeschouwers die zonder meer genoten van de humor en slapstick. Studio ORKA gaat echter een stapje verder: het biedt geen moralistische lesjes maar laat kinderen én volwassenen op een andere manier naar de wereld kijken. Het collectief kiest voor thema’s waaruit een groot engagement spreekt: egoïsme, uitsluiting, eenzaamheid, het jachtige leven, consumentisme, … Met hun poëtische en beeldende taal slagen de makers erin iets te zeggen over gevoelige thema’s die in onze maatschappij heel wat losweken en tegelijkertijd niet eenvoudig aan te kaarten zijn. Neem nu Zoutloos, dat zich afspeelt in een woon- en zorgcentrum, wat meteen doet nadenken over de manier waarop we omgaan met ouder worden en met zorgbehoevende ouderen. In deze voorstelling behandelen de makers een van de grootste taboes in onze samenleving: de dood. Bovendien krijgt het woord ‘vertrek’ hier een erg beladen betekenis en wordt het gekoppeld aan het maken van een bewuste keuze: de hoogbejaarde Palmira maakt duidelijk dat zij zelf wel zal beslissen wanneer de tijd gekomen is om te vertrekken. Zonder één moeilijk woord te gebruiken, zonder te vervallen in dualistische tegenstellingen, gaat Zoutloos dus ook over euthanasie. Het ontroerende slot waarin Palmira haar jeugdliefde terugvindt, net zoals in de door haar eerder beschreven herinnering/fantasie, verbeeldt wat niet onder woorden te brengen is. Studio ORKA poëticaliseert op die manier een thema waarvoor volwassenen moeilijk woorden vinden en kinderen van die leeftijd de woorden nog niet kennen. En passant bekritiseert ORKA de betuttelende houding ten aanzien van bejaarden en de afstandelijke managementcultuur die de laatste jaren een opmars kende in de zorgsector.
Bricolage is alomtegenwoordig in de universa die Studio ORKA oproept. Het scènebeeld bestaat vaak uit ambachtelijk-technologisch knutselwerk dat het magisch-realistische karakter van de voorstelling versterkt. In De Legende van Woesterdam moet een ingenieuze kweekmachine zorgen voor de extractie van een vlinderei uit een appel, in Mijnheer Porselein zal een miniraket een mol naar de hemel transporteren en in Berninna komt huisraad ongevraagd tot leven en suggereert op die manier een verborgen dimensie. Een knap staaltje bricolage is de installatie bij Zoutloos: plots ontketenen de decorelementen een kettingreactie – een metafoor voor de onomkeerbaarheid van de tijd. Machines en apparaten spelen vaak een cruciale rol en worden bijna als een personage opgevoerd. Dit vraagt van de acteurs een bepaalde houding: ook de apparaten hebben recht op hun rol en zuigen af en toe alle aandacht naar zich toe.
Maar daarnaast expliciteren de makers ook hun ambivalente houding tegenover technologie. Hoe betrouwbaar is technologie eigenlijk? In Warmoes zorgt de ontstopping van een irrigatiestelsel bijvoorbeeld voor enorme paniek waarbij de toeschouwers moeten schuilen in de serre waar de voorstelling zich uiteindelijk zal afspelen. De machines in Studio ORKA’s voorstellingen lijken zo uit een roman van Jules Verne of een stripalbum te komen. Door ze in een natuurlijke omgeving zoals een bos of volkstuintjes te plaatsen, creëert het gezelschap een eigenaardige hybride wereld. Een mooie paradox: het typische orkiaanse verhaal ontwikkelt zich in een pre-industriële, idyllische omgeving – maar toch beschikken de figuranten er over allerlei machines.
Hoe dat machinale te rijmen met het ecologische paradijs – waar raketten op biodiesel vliegen – dat Studio ORKA wil schetsen? De technologische snufjes scheppen enerzijds mogelijkheden (ze zorgen voor communicatie, transport, efficiëntie), anderzijds voldoen ze niet altijd aan de verwachtingen en lopen de dingen soms volledig fout. Op eigentijdse wijze visualiseert Studio ORKA onze ambivalente houding ten opzichte van technologie: de machine werkt en vervult onze verlangens, maar diezelfde machine roept ook gevoelens op van achterdocht en zelfs angst. Dit komt mooi tot uiting in de gigantische braakballencarwash van Duikvlucht: een efficiënte machine met een ecologisch nut die objecten uit het kanaal recycleert onder het motto ‘alles verdient een tweede kans’; maar tegelijkertijd een monster van een machine dat mensen dreigt te verorberen.
‘I can take an empty space and call it a bare stage. A man walks across this empty space whilst someone else is watching him, and this is all that is needed for an act of theatre to be engaged.’ Deze openingszin van Peter Brooks onvolprezen The Empty Space (1968) zou het uitgangspunt van Studio ORKA kunnen zijn. Voorstellingen op ongewone locaties, zoals een parkeerterrein van een supermarkt (Mister More, Lady Less), een hobbit-achtige boswoning (Mijnheer Porselein) of de kelderverdieping van een appartementsblok (Jacobsneus) maken van Studio ORKA hét locatietheatergezelschap bij uitstek.
De buiten-theatrale setting is een fundamenteel onderdeel van het gebeuren. Het verhaal groeit uit de omgeving of wordt geënt op een bestaande setting, die als het ware een extra personage vormt. Dat maakt de verhalen van Studio ORKA zo concreet én realistisch. Je krijgt de indruk dat de personages helemaal vergroeid zijn met hun omgeving. Het wekt de illusie dat je een geprivilegieerde inkijk krijgt in een wereld die anders verscholen blijft. Vaak beginnen Studio ORKA-voorstellingen met een verwelkoming waarna de toeschouwers al gauw uitgenodigd worden om deel te nemen aan wat die dag net te gebeuren staat. Door deze quasi natuurlijke rolverdeling tussen gastheer/acteur en gast/publiek krijgt de intro een extra realistisch karakter. Het precaire van die geprivilegieerde situatie wordt onderstreept: zowel in Zoutloos als in Mijnheer Porselein wordt het publiek op een bepaald moment aangemaand om de zaal te verlaten omdat het feest niet doorgaat of omdat pottenkijkers niet gewenst zijn. In de wereld van Studio ORKA wordt het publiek met andere woorden ‘getolereerd’.
Binnen de uit-het-leven-gegrepen settings creëert het gezelschap steeds op de een of andere manier een scène: een plek met, al naargelang de intimiteit van de voorstelling, een kleine of grote tribune. Binnen de ‘natuurlijke’ setting van de locatie verschijnt dus toch weer de klassieke theaterdoos, al kan die bij Studio ORKA de meest uiteenlopende vormen aannemen en versmelt deze theaterdoos grotendeels met zijn omgeving. Net die combinatie maakt dat je als toeschouwer makkelijker meegaat in het verhaal. Wellicht verklaart dit het succes van Studio ORKA bij volwassenen, want in tegenstelling tot de schouwburg – waar men zich al gauw bewust is van de illusie dat het ‘maar toneel’ is – brengt dit ‘pure’ theater hen terug naar de tijd toen er van theater nog echte magie uitging.
Terugblikkend op de creaties die Studio ORKA de voorbije tien jaar bracht, valt op dat de verhalen doorgaans een bepaald stramien volgen: toeschouwers verzamelen bij een trefpunt en worden met veel beloftes in een verborgen microwereld ingewijd, zoals de volkstuintjes van een harmonieuze gemeenschap (Warmoes); of er wordt hen een barbecue beloofd als afsluiter van een goedgevuld dagprogramma (Mijnheer Porselein). Maar al snel blijkt dat niets is wat het lijkt. De harmonie die we ervaren, is slechts schijn. Onvoorziene omstandigheden halen het ideale programma overhoop, de gemeenschap blijkt onevenwichtig of ernstig verstoord. Er is sprake van een tekort, een gemis. In De Legende van Woesterdam is dat een gebrek aan liefde of het elixir dat deze liefde moet opwekken, in Mijnheer Porselein schudt een plots verlies de gemeenschap door elkaar.
Deze labiele toestand vraagt om een oplossing maar nooit eindigt het bij Studio ORKA met een klassiek ‘ze leefden nog lang en gelukkig’. Er wordt integendeel vaak een grote stap voorwaarts gezet in het aanvaarden van een nieuwe toestand, wat vaak neerkomt op een aanvaarding van het menselijk tekort: mensen verouderen en sterven (Zoutloos), het verleden komt nooit meer terug (Berninna), liefde kan je niet forceren (De Legende van Woesterdam). Wanneer een van de personages in Mijnheer Porselein sterft, huilt zijn vriend Bruno tranen met tuiten. Het verlies en het gemis dat de gemeenschap en het publiek in beroering brengt, krijgen een plaats dankzij een mengeling van herkenbare (een soort koffietafel) en minder herkenbare (afscheid via een raket naar de hemel) rituelen. Enkele maanden na de voorstelling kreeg Martine Decroos een mailtje van een mama die vertelde dat haar zoontje aanvankelijk onbewogen bleef bij de dood van zijn oma, maar plots zei: ‘Mama, ik voel mij zoals Bruno.’
Laat mij nog even terugkomen op de scène waarbij de acteur met zijn verwijtende vinger voor mij staat en de jonge toeschouwers erop attent maakt dat er een ongelovige Thomas in het publiek zit. Tijdens zo’n voorstelling is het interessant om naar de blik van de volwassenen te kijken en vervolgens naar die van de kinderen. De eersten kijken graag met een ironische trek of een halve glimlach naar de aparte wereld die Studio ORKA oproept. De laatsten kijken vol ernst en ongeloof naar het schouwspel dat zich voor hen ontvouwt. Kinderen hebben minder moeite om in die toestand te komen die de romantische dichter Samuel Taylor Coleridge tweehonderd jaar geleden zo mooi omschreef als ‘that willing suspension of disbelief’. Studio ORKA haalt alles uit de kast om ook volwassenen in staat te stellen om die begenadigde toestand te bereiken. En daar is dit gezelschap de afgelopen tien jaar aardig in geslaagd.
De volgende voorstelling van Studio ORKA, Carrara, gaat in première op 7 februari 2015.
www.studio-orka.be
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.