Mirage – Damien Jalet / Kohei Nawa / Ballet du Grand Théâtre de Genève
Dansen in een nevel van glitter en luchtspiegelingen
Helen D’Haenens
© Thomas Dhanens
Een stevige aanklacht tegen de heersende malaise in de jeugdzorg, zonder te vervallen in sloganesk of belerend theater. Dat brengen Michaël Vandewalle en Marlies Tack in het gelaagde De Hyenalaan. Het is een hulde aan wie de jeugdzorg effectief overeind houdt en een doorvoelde oproep naar meer gemeenschapszorg.
Het slappe kadaver van een vosje, we krijgen enkel de schaduw te zien, verbeeldt een kind voor wie het slecht afloopt aan het eind van De Hyenalaan. Diezelfde vos dook al een paar keer eerder op in de voorstelling, een wild beest dat bijt “omdat het nooit anders heeft gekend”. Het is een treffende metafoor voor jongeren die in de jeugdzorg zitten en van wie velen opgroeiden in een VOS, een verontrustende opvoedingssituatie. Vanuit hun affiniteit met sociaal-artistiek theaterwerk maken Marlies Tack en Michaël Vandewalle De Hyenalaan: een overtuigende voorstelling die vertrekt vanuit de jeugdzorg maar uiteindelijk breder kijkt naar hoe we zorg kunnen dragen voor ons sociale weefsel.
Over die crisis in de jeugdzorg valt makkelijk een pamflet te schrijven, maar moeilijker theater te maken. Gelukkig zijn Tack en Vandewalle niet aan hun proefstuk toe. Met Silke Thorrez en Tom Ternest trommelen ze twee andere ervaren rotten in het genre op. Thorrez en Vandewalle begeleidden in 2024 nog samen Stereo Denta Plastique, het sociaal-artistieke project van Antigone en met Ternest maakte Thorrez dan weer het bejubelde De Intrede. Met hun vieren spelen ze nu de sociaalwerkers van Nest, een alternatieve voorziening voor geplaatste jongeren die aan het einde van de Hyenalaan, in een zoveelste Vlaamse villawijk, staat.
“Over de crisis in de jeugdzorg valt makkelijk een pamflet te schrijven, maar moeilijker theater te maken. Gelukkig zijn Tack en Vandewalle niet aan hun proefstuk toe.”
Centraal in de vertelling staat Blue, een tienjarige jongen die naar Nest gestuurd is omdat hij in zo’n VOS zat. In de ritmisch opgebouwde teksten van Vandewalle en Tack krijgen we druppelsgewijs meer zicht op zijn verhaal. Hoe hij op z’n fiets door de Hyenalaan sjeest, hoe hij contact legt met Martine, een vereenzaamde oude vrouw in de straat, hoe hij heeft leren trippelen om zijn mama niet wakker te maken. Maar ook hoe hij schelpen verzamelt, want zijn mama woont aan de zee. Als hij Martine een schelp aanbiedt, hoort ze niet de zee maar wel dat het voor het eerst sinds lang in haar huis niet meer stil is. Het is een van de vele poëtische vondsten die De Hyenalaan rijk is.
In de opkomende schemer zien we Nest opdoemen, het is een soort serre van scenograaf Giovani Vanhoenacker die over de scène kan schuiven, een fragiele plek waar iets kan groeien maar waar je tegelijk naar binnen kunt kijken. Een van de spelers komt het gebouwtje uit gestrompeld. Hij is stikkapot en moet even op adem komen. Het is Bart, de coördinator van Nest (Ternest). Veel tijd krijgt hij niet want stagiaire Lotte (Thorrez) komt hem al halen. Weer binnen neemt de chaotische drukte van een jeugdvoorziening het over. We zien schimmen door elkaar bewegen op de matglazen wanden van de constructie. Er wordt volop spaghetti gekookt met de jongeren terwijl zorgverleners zich druk maken over de administratie want er hangt een inspectie in de lucht. Geregeld wordt Bart even naar buiten gebeld. Altijd is het een moeilijke vraag want er is geen plaats meer, te weinig middelen. Altijd stemt hij toch toe. Zijn mantra: “we verzinnen wel iets”.
Nest belichaamt beide betekenissen van het woord, zowel rommelig als knus. De loodzware rugzak van de gasten, de buren die om het minste de hulpdiensten bellen en de beperkte middelen maken er soms een boeltje van. Maar dat houdt Bart en zijn team niet tegen om er toch alles aan te doen om hun gasten – sommigen voor het eerst – een warm nest, een thuis te bieden. In Nest doen ze het namelijk anders: geen strakke regeltjes, niet eens een slot op de voordeur en vooral veel eigenaarschap en vertrouwen bij de jongeren. “Protocol, m’n hol!” wordt er gelachen. Als we voorbij de stigma’s leren kijken, zien we dat de jongeren niet zomaar ‘het probleem’ zijn, wel de situatie waarin ze zich bevinden.
“Dankzij het aanstekelijke spel van de vier acteurs en de strakke dramaturgie blijft De Hyenalaan toegankelijk en leesbaar. Ze legt glashelder de tegenstrijdigheden binnen de jeugdzorg bloot zonder te vervelen of moraliseren.”
De alternatieve aanpak van Nest lijkt te werken: jongeren die binnen het systeem van het kastje naar de muur gestuurd worden, krijgen de kans om hier tot rust te komen. Jongeren die voor velen enkel ruis produceren, krijgen in Nest hun stem terug. Er wordt naar hen geluisterd. Zo blijkt een van de agressievere jongens een verborgen woordkunstenaar te zijn. Op die manier is De Hyenalaan een ode aan sociaalwerkers die ondanks alles gebruik blijven maken van hun – om het in hun taaltje te zeggen – ‘discretionaire’ ruimte.
Dankzij het aanstekelijke spel van de vier acteurs en de strakke dramaturgie (eindregie door Simon D’Huyvetter) aangevuld met de secure scenografie en een functioneel lichtontwerp (Jonas Lambrigts) blijft De Hyenalaan toegankelijk en leesbaar. Ze legt glashelder de tegenstrijdigheden binnen de jeugdzorg bloot zonder te vervelen of moraliseren. Bijvoorbeeld in de vorm van de jeugdrechter (Vandewalle) die Jekyll-en-Hyde-gewijs van een zacht pratende, empathische hulpverlener transformeert in een, voor een tienjarige jongen onverstaanbaar, jargon spuiende waterspuwer. Het is deze magistraat die met de beste bedoelingen Blue naar Nest stuurde (“uithuisplaatsing” heet dat dan). Bij zijn verslaafde moeder kan hij namelijk geen fundament opbouwen. Het is diezelfde rechter die hem niet veel later weer opnieuw ergens anders plaatst.
“Dat de voorstelling ondanks haar uitgesproken engagement nooit pamflettair wordt, heeft veel te maken met de vormkeuzes van Tack en Vandewalle. Het grote gebaar blijft uit. In plaats daarvan bouwen ze hun verhaal op uit kleine scènes, poëtische beelden en schurende perspectieven.”
Al heeft het systeem in theorie het beste voor, het is pas in de nabijheid van gepassioneerde sociaalwerkers die van de protocollen durven afwijken dat de jongeren iets van perspectief krijgen. Het zijn diezelfde sociaalwerkers die het hardst tegen die structuren opbotsen. Zo lijdt de ambitieuze Lotte die de mond nog vol had van pas geleerde theorie (“veilige hechting”, “opletten voor parentificatie”) al snel aan dezelfde vermoeidheid als Bart.
Dat de voorstelling ondanks haar uitgesproken engagement nooit pamflettair wordt, heeft veel te maken met de vormkeuzes van Tack en Vandewalle. Het grote gebaar blijft uit. In plaats daarvan bouwen ze hun verhaal op uit kleine scènes, poëtische beelden en schurende perspectieven. De spelers schakelen voortdurend tussen sociaalwerkers, buren en autoriteiten. Zelfs wanneer de tekst wel heel expliciet wordt, zoals aan het einde van het stuk, blijft die ingebed in een geloofwaardige dramatische situatie. Wanneer de alternatieve werkwijze van Nest zoals te verwachten niet slaagt voor de inspectie, steekt Bart een vurige tirade af. Hoewel hij dit met échte, confronterende statistieken doet, lees ik dit als de uitbarsting van een personage, niet van een belerende theatermaker die zijn publiek iets door de strot probeert te duwen. Zo dwingt De Hyenalaan het publiek niet tot een conclusie, maar nodigt ze uit om zelf positie te kiezen.
En dan zijn er nog die buren van de Hyenalaan. Met hondenmaskers op spelen de acteurs twee koppels die klagen over wat er allemaal misliep in de buurt sinds de komst van Nest. Met hun nimby-moraal dienen ze als een aftands koor. “Ik wil niets zeggen maar…” beginnen ze. Het zijn het type buren die liever doorbomen over hun (recht op) vakantie dan dat ze vrijwilligerswerk zouden doen op de breakdanceshow van de jongeren uit Nest. Ze bieden een ongemakkelijke spiegel voor het publiek. Al is uiteraard niemand zo karikaturaal kleinburgerlijk, we hebben allemaal al wel eens weggekeken en gedacht: “iemand anders zal het wel doen”.
“De Hyenalaan is meer dan een voorstelling over het wel en wee in de jeugdzorg. Het is bovenal een pleidooi om onze eigen muurtjes te slopen.”
Wanneer Martine als enige buur op de opendeurdag van Nest opdaagt, zien we via haar hoe het is misgelopen. Hoe iedereen zich in z’n eigen huisje heeft opgesloten en afgesloten van de buurt. De manier waarop Nest werkt, zet zo letterlijk de ruimtelijke ordening op z’n kop. Het doet denken aan Rancière, over hoe de opdeling van onze ruimte altijd politiek geladen is en discriminerend kan werken.
Het is pas door het overlijden van het vosje dat een van de buren zich weet los te weken uit haar apathie. Via haar medeleven met het diertje begint ze eindelijk in te zien wat Nest doet. Het doet me pijnlijk denken aan hoe het internet overstroomt van medeleven voor een verwaarloosd aapje en zijn knuffel in een dierentuin aan de andere kant van de wereld, maar hoe moeilijk het is om datzelfde medeleven op te brengen voor onze eigen buren. De Hyenalaan is meer dan een voorstelling over het wel en wee in de jeugdzorg. Het is bovenal een pleidooi om onze eigen muurtjes te slopen.
De speellijst van de voorstelling vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.