Hier, ik als keizerin. Molenstraat 103/bus 5 – Veerle Baetens & Bo Spaenc
Radicale eenzaamheid
Klaas Tindemans
© Helena Verheye
Het collectief Krapp reist af naar het zeventiende-eeuwse Frankrijk. In De Duivels ensceneren ze een beroemd tovenaarsproces, waarbij een Franse pastoor het slachtoffer werd van een politieke veroordeling door kardinaal Richelieu. De wegen van de katholieke kerk zijn soms ondoorgrondelijk, maar hetzelfde geldt voor deze voorstelling. Het ‘hoe’ en het ‘waarom’ van dit project wordt niet geheel duidelijk.
De titel van deze voorstelling maakt me onmiddellijk nieuwsgierig. Vooral omdat ik lees dat het collectief Krapp zich buigt over de beruchte gebeurtenissen in Loudun. In 1632 werden de nonnen van het Ursulinenklooster door de duivel bezeten. De centrale figuur was Jeanne des Anges. Ze beweerde dat ze het slachtoffer was van acht duivels (alle met naam en toenaam). Ze zei dat pastoor Grandier haar betoverd had. De reden voor die beschuldiging is niet duidelijk, maar het gevolg was niet minder dramatisch. De arme man kwam voor het gerecht en belandde op de brandstapel. Aan de hysterie van Jeanne des Anges kwam een einde, want ze reisde door Frankrijk als een religieuze vedette. Wat mij het meest verbaast, is dat Jeanne in 1947 door paus Pius XII zalig werd verklaard. Maar voor mij zijn de wegen van de katholieke kerk vaak ondoorgrondelijk.
In de Angelsaksische wereld werd het verhaal bekend door de roman van Aldous Huxley. Voor filmliefhebbers leeft Jeanne des Anges dankzij Ken Russel en Jerzy Kawalerovitz . Vrouwelijke hysterie en godsdienstwaan spraken deze cineasten aan. Hun Engelse of Poolse films impliceren een kritiek op het geëxalteerde katholicisme. Het fenomeen ‘duiveluitdrijving’ inspireerde hen tot pakkende scenes. Hun standpunt was duidelijk, zodat de films op veel katholieke tegenstand konden rekenen.
Nu heeft het collectief Krapp een eigen versie gemaakt. Vooral Mats Vandroogenbroeck is geboeid door geschiedenis. Dat blijkt duidelijk uit het programmaboekje. Het schetst niet alleen de historische achtergrond, maar bevat ook interessant visueel materiaal.
Dat laat het beste verhopen, en de voorstelling vangt dan ook aan met een tafereel waarbij een nonnenklooster wordt gesuggereerd. Dat gebeurt dankzij een vernuftig decor waarbij gordijnen de ruimte makkelijk kunnen omtoveren tot verscheidene locaties (Eleni Ellada Damianou). Soms wordt er wel veel met deze gordijnen geschoven, tot het publiek er zelfs mee begint te lachen.
Bij het begin van de voorstelling is de grote weldoenster van het klooster van de Ursulinen net gestorven en haar dochter Madeleine (Maria Zandvliet) meldt zich om non te worden. Daarna volgt een grote redevoering van pastoor Urbain Grandier. Hij neemt een politiek standpunt in, want hij verzet zich tegen het bevel van kardinaal Richelieu om de stadsmuren af te breken. Hij ziet daarin de poging van Richelieu om de Franse staat verder te centraliseren. Op religieus vlak pleit hij ervoor om de priesters toe te laten te huwen. Het maakt van hem geen protestant, maar een vooruitstrevende katholiek. Hij zal zijn overtuiging ook in daden omzetten. Zijn uitverkorene wordt Madeleine.
Regisseuse Nona Demey Gallagher toont de seksuele, ’heilige’ activiteit in een paar beelden, waarbij een naakte Grandier samen met zuster Madeleine een piëta vormen. Dat de regisseuse Grandier met het idee van een nieuwe Christus verbindt, wordt later in een ander beeld nog benadrukt. De gedachte is dat liefde alles overwint.
Ondertussen wordt er op politiek vlak tegen Grandier geageerd. We verplaatsen ons even naar het paleis van Richelieu. Deze figuur krijgt een verrassende invulling. Het is geen punt dat de kardinaal door Maria Zandvliet in een dubbelrol wordt vertolkt. Dat ze van de kardinaal een schertsfiguur maakt, is een zeer betwistbare keuze. Het belang van Richelieu als staatsman, als liefhebber der kunsten, als verdediger van het ware geloof wordt hier naar de prullenmand verwezen en de kardinaal komt er goedkoop vanaf met een flauw komisch optreden. Het heeft zijn gevolgen voor de spanningsboog van de voorstelling, want het verhaal zou er aan winnen als de strijd tussen pastoor en kerkelijk gezag ook maar enig gewicht krijgt. Het is wel het eerste ogenblik waarop ik met onbegrip naar deze vertelling kijk.
Richelieu stuurt dan Jean Martin de Laubardement naar Loudun om Grandier onschadelijk te maken. Hij wordt hier uitgebeeld door Bastiaan Vandendriessche als een soort cynische kwajongen, die vanop een afstand toekijkt. Hij is ook goed voor enkele komische scenes waarbij hij op een speelgoedpaard rijdt. Maar als tenslotte het proces geopend wordt, is hij het hoofd van de rechtbank. Ook bij deze figuur kijk je als toeschouwer naar een reeks uiteenlopende, onduidelijke beslissingen die de regie gemaakt heeft.
Als Grandier, nu beschuldigd als tovenaar en handlanger van Satan, voor de rechter verschijnt is zijn aanklager kanunnik Mignon. Van diens optreden maakt Mats Vandroogenbroeck een extravagant nummer. Hij roept en tiert, ‘schuimbekt’ als het ware, en loopt woest rond. Hij kiest voor de overdrijving, zodat de middeleeuwse argumenten tegen Grandier voor het hedendaags publiek ontkracht worden. Om de stijlbreuk geeft hij niet.
Hierna volgt er een martelscène, achter op het toneel, met rood licht beschenen (een wat flauw cliché). Wat de vragen en de beschuldigingen dan zijn, gaat totaal verloren in een echokamer.
Na de executie van Grandier neemt Jeanne des Anges uitgebreid het woord. Zij belijdt het geloof, zonder zweem van commentaar, of ironie. Deze ernst kan je dan moeilijk plaatsen in de rest van het vertoog. Wat haar rol was – positief of negatief – in de ondergang van Grandier lijkt plots van geen belang.
Precies daar knelt het schoentje. De makers beweren dat ze langs Loudun iets over vandaag willen zeggen. Maar dat maken ze niet waar. De actie is duidelijk in het verleden geplaatst. We zijn ten tijde van Richelieu, en ik ben de hele voorstelling lang ook in de zeventiende eeuw gebleven.Per speler heb je een ander register, alsof de personages elk in een andere opvoering spelen. Dit gebrek aan eenheid in stijl, zou niet zo erg zijn, als dat zou bijdragen tot een mededeling, of een bredere betekenis over mens en maatschappij. Helaas gaapt hier een groot gat.
Ik zie in de interessante materie, die de gebeurtenissen in Loudun zijn, wel de mogelijkheid om godsdienstwaanzin onder ogenschouw te nemen. Die is even aanwezig in de zeventiende eeuw als vandaag. De aberraties zijn vandaag nog veel erger, dat bewijst de informatie over de Keniaanse sekte, waar sterven de kortste weg naar het paradijs is. Maar met deze tragedie van vandaag kan je geen verband leggen. Je kan dat ook niet als je weet dat de huidige paus – hoe modern hij ook mag willen zijn- officiële exorcisten in dienst heeft.
De voorstelling eindigt op een monoloog van Jeanne, maar daar kan ik nogal moeilijk mijn aandacht bij houden – net zoals dat het geval was in die ververvlogen tijd toen ik in de mis naar de pastoor moest luisteren. Wil deze voorstelling dan behoren tot de religieuze réveil? Is deze monoloog van Fiene Zasada de feministische kleur die de makers graag aan hun productie toeschrijven?
Er is één moment waarop een feministische insteek heel duidelijk is. Op het einde van de voorstelling worden alle gordijnen weggetrokken en zien we een groot beschilderd doek. Emiel Vandekerckhove heeft een kleurrijk schilderij in een surrealistische stijl gemaakt. We zien een naakt aan het kruis genageld. Het toont Jezus niet, maar wel een vrouw. Uit haar borsten lopen melk en honing. Het motief van de borsten heeft Vandekerckhove in een schilderij uit de late zestiende eeuw gevonden. Het werk is intrigerend naar vorm, en het zet het christelijk vrouwonvriendelijk narratief op een efficiënte manier op zijn kop. Het is het enige ogenblik waarop de voorstelling een duidelijk punt maakt, ook al staat het schilderij buiten de actie.
Maakt het de tekst goed? In feite niet. De voorstelling grossiert in redevoeringen, zodat al vlug het ritme uit de voorstelling verdwijnt. Maar een standpunt kan ik er moeilijk in ontdekken. Ik blijf met de vraag zitten: waarom moest dit nu, op dit ogenblik, op deze manier verteld worden?
De voorstelling wordt daarbij niet geholpen door de wankele kwaliteit van het acteren. Bij Timo Sterckx blijft het gebrek aan stemkwaliteit een groot probleem. Het beperkt in hoge mate zijn uitstraling. Bij de andere spelers wordt er heel veel geroepen, wat doet denken aan een theaterstijl waarvan ik dacht dat hij tot het verleden behoorde. Vreemd dat ik dat over al deze jonge spelers moet zeggen.
De voorstelling sleept zich voort, en dat ondanks het feit dat er in de bronnen oneindig veel dramatische, spannende mogelijkheden liggen. In deze ‘Duivels’ is er iets wat schrijnend ontbreekt, en dat zijn duivels. De films over Loudun waren gedreven vertellingen die tot schandalen leidden. Het is zeer de vraag of deze voorstelling een rimpeling zal veroorzaken.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.