© De Warme Winkel

Simon Knaeps

Leestijd 7 — 10 minuten

De Drie Musketiers – De Warme Winkel & het Amsterdams Bostheater

Een ode aan de onnozelheid

Al 35 jaar co-produceert het Amsterdamse Bostheater een voorstelling van een gerenommeerd gezelschap die dan een hele zomer te zien is in open lucht. In dit jubileumjaar is het de beurt aan spelerscollectief De Warme Winkel, dat er neerstrijkt met een onderhoudende adaptatie van Alexandre Dumas’ overbekende De Drie Musketiers. Is entertainment voldoende om een geslaagde productie neer te zetten?

Na het kritische succes van het zelfverklaarde ‘magnum opus’ DWW speelt DWW (2016), het intieme Moskou op sterk water (2018) of het satirische Vincent Rietveld gaat voor de Louis d’Or (2018), gaan de Warme Winkeliers nu een luchtigere toer op en nemen ze het zomerspektakel onder handen. Het schijnbare hoofddoel is een ‘gewoon entertainende’ voorstelling afleveren. Nu ja, hoe gewoon is gewoon als je De Warme Winkel heet?

De grote middelen

Grootspraak is het gezelschap niet vreemd. De promocampagne, deze keer in een Disney-esk jasje gestopt, beloofde een grootschalig spektakelstuk en dat is niet ver van de waarheid. Voor hun lezing van Dumas’ schelmenroman haalt het gezelschap werkelijk alles uit de kast. Kosten noch moeite werden gespaard om het publiek te overrompelen. Het decor, van de hand van Juul Dekker, is een gigantische constructie van houten platen die een kasteel/stadsmuur moet voorstellen. Overal kan op of in geklommen worden en wie De Warme Winkel een beetje kent, weet dat er op het einde niet veel meer van overblijft. Pronkstuk is de valbrug die vol bombast in slowmotion kan worden neergelaten.

Ter voorbereiding gingen de winkeliers in de leer bij een professioneel stuntteam en volgden ze schermlessen. Met veel verve en plezier pakken de Winkeliers uit met wat ze daar geleerd hebben. Er zijn weinig scènes die gespaard blijven van spektakel. Denk aan swashbuckler zwaardvechtscènes. Ook Benny Hill en Buster Keaton passeren de revue. Voor de gelegenheid van dit spektakelstuk versterkte de vaste kern, bestaande uit Mara van Vlijmen, Vincent Rietveld en Ward Weemhoff, zich ook met een legertje jong bloed. Marieke de Zwaan en Rob Smorenberg waren al in eerdere voorstellingen te zien (o.a. BAM! Kunst is geen kast, DWW speelt DWW, Vincent Rietveld). Nieuw is deze keer Marius Mensink, die schittert als paard. Oorspronkelijk was het de bedoeling om met echte paarden te werken maar dat was blijkbaar moeilijker dan gedacht. Een geluk bij een ongeluk want de oplossingen die ze voor dat paardprobleem gevonden hebben, zijn bij de grappigste vondsten van de voorstelling. Ook Benjamin Moen van het gezelschap BOG. werkt voor het eerst samen met De Warme Winkel. En natuurlijk is er ook een ‘corps de ballet’, een ensemble van stagiairs, zoals het iedere zichzelf respecterende massaproductie betaamt. De grootte van de groep maakt dat de scène regelmatig transformeert in een hectische bijenkorf. Ook al is niet elke groepschoreografie even strak afgewerkt, soms is het ook gewoon fijn om nog eens grote groep spelers lol te zien hebben op scène. Daar lijkt het de Winkeliers trouwens vooral om te doen: lol hebben.

De Warme Winkel doet Disney én Monty Python

In het eerste deel van de voorstelling wordt Dumas nog redelijk getrouw gevolgd,  klassieker zelfs dan je van De Warme Winkel zou verwachten. Met een (h)eerlijke, Kuifje-achtige naïviteit vertolkt Moen de jonge D’Artagnan die zich wil aansluiten bij de roemrijke musketierorde. Daarvoor dient hij eerst een hele resem avonturen te doorstaan. In plaats van psychologische uitdieping van de personages, geven de spelers eerder het teken van enkele archetypes: de idealistische boerenpummel, de door en door slechte kardinaal, de oversekste minnaar van de koningin etc. Het doet denken aan de karikaturale helden of schurken uit Disneyfilms, wat de bedoeling lijkt te zijn gezien de promocampagne. ‘Heroïsch realisme’ noemen de Winkeliers het zelf. Na een tijd wordt het narratief helemaal opgegeven en ontaardt de voorstelling in een trippy collage waar de stunts en special effects elkaar in hoog tempo opvolgen. Het toppunt is misschien wel de wilde achtervolgingsrace op een stilstaande koets. Aangezien de windmachine de avond dat ik er was het niet meer deed, waren de techniekers genoodzaakt om het water, stro en schuim manueel op de acteurs te smijten. Zelden techniekers zich zo zien amuseren op het podium.

Niet zo Disney is de stevige portie expliciet naakt waarmee de voorstelling doorspekt is. Dat is dan weer wel de over the top expliciete moraal op het einde. Een kolonie kolderieke kabouters die D’Artagnan van zijn heilige missie probeert af te houden, dient als allegorie van de Afleiding. De held zegeviert wanneer hij realiseert dat wat we missen in ons leven meer Aandachtigheid is. De manier waarop Moen zijn openbaring deelt met zijn kompanen doet denken aan het einde van een stereotiepe South Park aflevering waar Kyle, moralist van dienst, telkens samenvat wat hij geleerd heeft. Op de valreep wordt dit nog even op z’n kop gezet wanneer love interest Constance – een droogkomische van Vlijmen – een kleine ode aan de Afleiding ten berde brengt waarna ze hand in hand met D’Artagnan in de zonsondergang tussen de bomen verdwijnt.

Het probleem met ironie en mag theater nog ‘gewoon leuk’ zijn?

Als proloog van de voorstelling komt de assistent dramaturgie tussen het publiek even uitleggen waarom De Warme Winkel nu precies voor De Drie Musketiers gekozen heeft. Zo zouden ze sterk putten uit Neil Postmans Amusing ourselves to death die er ons veertig jaar geleden al op wees dat we teveel afgeleid worden door nieuwe media. Dumas’ roman verscheen eerst als feuilleton vol cliffhangers en kan zo als een van de voorlopers gezien worden van onze huidige genotscultus. Niet verwonderlijk dus dat De Warme Winkel ervoor kiest om een ‘kritiek’ op deze amusementscultuur in de vorm van een spektakelstuk te gieten. Maar is het wel echt een kritiek hierop? Omdat De Warme Winkel zo uitgesproken de kaart van de volksverlakkerij trekt, is het moeilijk om er tegelijkertijd ook een kritiek in te lezen. De vraag is maar of het überhaupt hun bedoeling was ergens kritiek op te geven. Het besluit op het einde laat te veel in het midden.

Wie streng wil zijn kan het De Warme Winkel dus kwalijk nemen dat ze zich hebben laten afleiden door deze Drie musketiers, dat ze hun talent verkwanselen aan het verhakselen van een zo iconisch en behoorlijk cliché verhaal tot een kluchtige deurenkomedie. De kracht van het theater van De Warme Winkel schuilt erin dat ze intelligent en gelaagd theater ook steevast toegankelijk weten te houden. Humor en ironie zijn altijd op post om de diepere boodschappen lichter verteerbaar te maken. Alleen zijn de bodems deze keer helemaal niet zo diep. Waar de meeste voorstellingen van De Warme Winkel een geslaagde balans weten te vinden tussen eerder zware intellectuele thema’s en een lichtvoetige toon, kantelt de weegschaal in het geval van De Drie Musketiers helemaal door in het voordeel van plezier, ironie en onderbroekenlol. Het dramaturgische denkwerk dat aan de voorstelling voorafging, leek deze keer minder besteed aan het weven van een zo intelligent mogelijk web waar vorm en inhoud ijzersterk op elkaar afgestemd zijn (men denke aan DWW speelt DWW), maar eerder aan de vraag hoe je dat doet: toegankelijk zomerfestivaltheater maken. Met veel special effects, veel blote poepen en een mierzoete en lichtjes halfslachtige moraal op het einde als je hen moet geloven.

Daarnaast is er ook nog het vraagstuk van de ironie. Vroeger was ironie op het theater een handig brandijzer om de verstarring open te breken en aan te tonen dat alles een constructie is. Vandaag echter lijkt de ironische deconstructie steeds meer op een stijl waarvan de kritische dimensie uitgehold is, men verlangt weer naar een nieuwe oprechtheid. En dat is ook wat je De Drie Musketiers zou kunnen verwijten. Het is lekker postmodern geklooi met een canoniek werk waar ondertussen zoveel mogelijk gratis naakt in verkocht wordt. Het zit vol kwinkslagen en knipogen naar het publiek dat hier gul om moet lachen. Nergens is er een moment waar er op zoek wordt gegaan naar kwetsbaarheid. En toch… En toch zou ik willen beargumenteren dat er wel degelijk oprechtheid in het spel is. Zo zijn de Winkeliers namelijk overvloedig oprecht in hun intentie om een plezierig zomerspektakel op te voeren. Het werk en de tijd dat ze in de productie gestoken hebben, dwingt respect af en het plezier waarmee ze het doen is meer dan aanstekelijk. De Drie Musketiers dan wegzetten als louter ironisch is te gemakkelijk.

Bijgevolg valt het me moeilijk een eenduidig oordeel te vellen over De Drie Musketiers. Ja, de bodems hadden (veel) dieper gemogen en een blote poep of vijf minder was welkom geweest. Tegelijkertijd is theater dat zonder schroom plezant durft te zijn een verademing. Zo leest De Drie Musketiers op sommige vlakken zelfs als een hommage aan de oervaders van de onnozelheid: Monty Python. Naast muziek uit The Holy Grail zit er ook een duidelijke knipoog naar de beroemde sketch The Spanish Inquisition in: de tergend langzame ondervragingsscène waar een onvoorspelbare Ward Weemhoff als Kardinaal Richelieu zichtbaar zit te genieten van elk moment. Het is in het licht van deze sillyness dat de geflipte stunts en de slappe moraal weer op hun plaats lijken te vallen, zij het nipt.

En zelfs, ondanks alle kolder en de afwezigheid van die extra bodem die je toch op je honger doet zitten, zit er toch weer ook een verrassend bij-de-keel-grijp momentje verstopt in de voorstelling. Tijdens de slotmonoloog vraagt d’Artagnan aan zijn kompanen en het publiek om even te zwijgen en te luisteren, aandachtig te luisteren naar het bos. Na een hectisch anderhalf uur word je zo ineens terug op je klamme bankje tussen de muggen en de bomen geworpen. Je vraagt je af welke geluiden nu echt van het bos komen en welke uit de boxen. Je staat even stil bij de context waarin je deze voorstelling ziet. En dan is het al voorbij. Je zou willen dat dat moment langer duurde. Dan had het het potentieel om de ironische toon van de voorstelling meer te counteren. Dan gaf de voorstelling misschien toch een diepere kritiek op onze doorgedraaide amusementscultuur en steeds kortere aandachtspanne.

Maar waarom en voor wie dan?

Maar goed, laten we afronden met het gevoel dat het toch vooral om een tussendoortje gaat. Hoe genietbaar De Drie Musketiers ook is, bij momenten is het te licht verteerbaar. Bovenal lijkt de voorstelling vooral een goeie pr-campagne van en voor De Warme Winkel. De kans is groot dat ze deze zomer een hele hoop nieuwe zieltjes winnen voor hun theater en dat is op zich een goede zaak. Maar als je dus een kritische meerwaardezoeker bent die gesmuld heeft van Moskou op sterk water en eigenlijk nooit bekomen bent van DWW speelt DWW, laat deze voorstelling dan misschien aan je voorbijgaan. Volgend seizoen staan ze er weer met een grotezaalvoorstelling Een oprechte ode aan de ironie waarin ze misschien een bevredigender antwoord zullen weten te bieden op die vraag naar de waarde van de vermaledijde ironie.

Voor zij die er toch liever het hunne van willen denken of die zin hebben in spectaculair theater zonder meteen naar Soldaat van Oranje of ’40-’45 te moeten en toevallig komende zomer nog in Amsterdam komen: zeker doen! En als bericht aan die kritische meerwaardezoekers (nu kijk ik even in de spiegel): durf je af en toe ook eens wat te ontspannen in het theater. Neem deze voorstelling vooral voor wat ze probeert te zijn: fijn, lollig, brutaal prettheater voor de hele familie, misschien niet zozeer kindvriendelijk maar wel uiterst geschikt voor je zatte nonkel. Zo komt die man ook eens in het theater.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#157

15.05.2019

14.09.2019

Simon Knaeps

recensie