Aggressively Modern Times – Ferre Marnef
Het clowneske geluid van de productiviteit
Klaas Tindemans
Firestarter, NTGent, HaConcerts & Kopergietery © Shirin Rabi
In onze moderne wereld verliezen we voeling met traditionele rituelen die betekenis kunnen geven aan verlies. Barbara Raes, artistiek directeur van NTGent, weigert daarin te berusten. Met Beyond the Spoken maakt ze unieke rituelen voor verdriet dat vaak onzichtbaar blijft: om een overledene, maar ook om een relatie, een lichaamsdeel, een thuis of een kinderwens. Zoë Ghyselinck spreekt met haar over waarom ze die werkplaats oprichtte en hoe kunst nieuwe vormen voor individueel en collectief rouwen kan bieden.
‘Rouw […] is een grenssituatie voor de nabestaanden,
waarin zij terechtkomen via scheidingsrituelen
en waaruit zij terugkeren door rituelen van re-integratie
in de algemene maatschappij (rituelen van de opheffing van rouw).’
(Arnold van Gennep, Les rites de passage, 1909, eigen vertaling)
‘Al die verhalen van mensen, al dat verdriet: dat blijft aan mijn lijf plakken. Zo nu en dan moet ik die allemaal eens van me afstropen, mijn huid laten vervellen.’ Barbara Raes, artistiek directeur van stadstheater NTGent en bezieler van Beyond the Spoken—werkplaats voor niet-erkend verlies—nestelt zich voor mij in een Gentse koffiebar met een cappuccino en een licht ontbijt na een winterse zweethutceremonie. Ook Barbara’s verhaal blijft plakken—het wordt geen licht verteerbaar gesprek. In haar werkplaats in Lillo bij Antwerpen ontwikkelt ze rituelen op maat van mensen die een verlies leden, op kantelmomenten staan of onzichtbaar rouwen.
Niet altijd om een overledene. Ook bij verdriet om een verandering van gender, bij abortus na ivf, bij verlies van een lichaamsdeel of een job, bij verdriet van de minnares van diegene die voor euthanasie kiest, wil Barbara mensen helpen stil te staan. Rituelen geven vorm en betekenis aan verdriet dat niet aan de oppervlakte komt, dat onder taboe gebukt gaat, dat niet mag zijn. Hoe komt iemand erbij om rituelen te maken? Hoe doe je dat dan? En hoe verhouden de intieme rituelen van Beyond the Spoken zich tot Barbara’s andere professionele identiteit, namelijk die van het theater, in het bijzonder dat van de polis Gent, waar zij het stadstheater leidt?
Elk verhaal kent een aanleiding, in de vorm van een beweging, verandering of verlies. Barbara’s verhaal met Beyond the Spoken begint ogenschijnlijk in medias res—op het moment waarop, zoals dat in epische verhalen, sprookjes en Disney-films gebeurt, de protagonist zich uit de bewoonde wereld terugtrekt, de wijde wereld in, op een persoonlijke queeste om een graal te zoeken en een draak te verslaan, om een moment van bezinning aan te gaan. Het is het moment waarop het verlies plaatsvindt en het gemis ontstaat.
In volle loopbaanbezigheden als artistiek programmator van kunstencentra BUDA en Vooruit (nu Viernulvier) komt Barbara in 2014 in een burn-out terecht. Bij wijze van therapie belandt ze daarop bij FOAM, een artistieke werkplaats in Brussel, waar ze de opdracht krijgt om gedurende één jaar niets te doen—en dit ‘niets doen’ effectief als een job en zingevende taak op te vatten. ‘Ik nam dagelijks de trein naar een geïmproviseerd kantoor met een duidelijke opdracht: far niente.’ Die routine, zo vertrouwt Barbara me glimlachend toe, deed haar goed. Het is het begin van een lange periode van herstel. Slechts een begin, want ze vat
het plan op om zich te bekwamen in iets wat ze nog niet kent of kan. ‘Wat heb ik de wereld immers te bieden, naast het programmeren van experimentele performances in mijn job als programmator bij kunstencentra?’ Het antwoord: begrafenisondernemer worden. Trigger voor dat idee vormt de begrafenis van een goede vriend die jonge kinderen nalaat. Iets wat altijd al in haar gemoed lag te slapen, komt naar boven: het is alsof Barbara zichzelf als tienjarige terugziet in de kinderen van haar vriend. Maar dan in kleur.
Niet de burn-out, zo blijkt, maar een dieper gemis verklaart de zoektocht naar een betekenisvolle praktijk: Barbara verliest op tienjarige leeftijd haar vader, in het Vlaanderen van de jaren 1980—het Vlaanderen, zoals Rik Van Puymbroeck in zijn eerste roman Treurwil schrijft, met de rolluiken dicht wanneer dood en rouw aan de voordeur kloppen. Vooral níét met de kinderen over spreken; de kinderen níét met de dood confronteren; de dode eenvoudigweg doodzwijgen. ‘Ook ik werd niet bij de begrafenisrituelen van mijn eigen papa betrokken. Ik kreeg niet de kans om te rouwen, om iets te doen met mijn verlies.’ Van
die kans verstoken ziet Barbara met een bijzonder gevoel toe hoe de kinderen van haar vriend wel verdrietig mogen zijn en hun rouw op een betekenisvolle manier erkend zien, op het ritme van wat zij op dat moment nodig hebben. Barbara ziet niet alleen hoe die kinderen zich gedragen kunnen voelen door de steun van intieme en grotere kringen van familie en vrienden. ‘Ik heb daar vooral gezien wat de kunsten daarin konden betekenen. De vriend had een grote kunstenaarsvriendengroep en zij hebben met veel verbeelding en in verbinding met de kinderen een prachtig ritueel gemaakt.’ In feite wordt hier al haar in
2018 uitgewerkte ritueel Zon Dag Kind geboren.
“Barbara’s rituelen zijn geen doe-het-zelf-Ikea-doosjes met voorschrift of one-size-fits-all-aanpak. Dat maatwerk maakt ze ook kwetsbaar en moeilijk deelbaar.”
Om begrafenisondernemer te worden trekt Barbara naar het Verenigd Koninkrijk. Op de eerste dag van de opleiding krijgt ze een bijzondere eerste opdracht: zich voorbereiden op haar eigen dood. ‘Ik moest toekijken hoe een lichaam in een verbrandingsoven tot as wordt gereduceerd.’ Barbara’s reactie: ‘No way.’ De opleider begrijpt haar onbegrip en legt haar haarfijn uit dat je als begrafenisondernemer pas authentiek kunt zijn als je van de naald tot de draad aan een familie kunt uitleggen wat er met het dode lichaam gebeurt. Zijn woorden overtuigen haar en de volgende dag zit ze de opdracht ‘met andere
ogen’ uit: naar de verbranding van een dood lichaam kijken … en er de schoonheid van inzien. Het toeval of de ironie willen bovendien dat het brandende lichaam toebehoort aan een vrouw die ook Barbara heet. Kijken naar je eigen dood kan leerrijk zijn. Als tweede opdracht moeten de cursisten de eigen spiritualiteit en de relatie tot de dood fijnmazig uitdenken. Alleen zo leer je open te staan voor wat anderen zien in relatie tot het einde. ‘Wij hebben de neiging om te veel aan anderen op te leggen wat ze van het einde en het afscheid moeten denken en vinden.’ Barbara leert mentale ruimte vrij te maken voor de ander en zijn rouwproces. De derde en laatste opdracht is begrafenisplechtigheden observeren, telkens op dezelfde plek. Barbara kiest voor crematorium Westlede in Lochristi en heeft geen tachtig observaties nodig om te begrijpen hoe de dramaturgie van deze afscheidsceremonies in elkaar zit.

Beyond the Spoken © Lieve Blancquaert
Die ‘dramaturgie van afscheid’—theater is bij Barbara nooit ver weg—bestaat, zo tekent ze voorzichtig in mijn zwarte notitieboekje, uit een driedelige structuur van bewegingen van afzondering en afscheid (separatie), overgang (transitie) en terugkeer of heropname in een gemeenschap (re-integratie). Behoedzaam verdeelt de blauwe balpen de energie over de bogen van het dramaturgische proces en de onherbergzame golven van emotie die rouwenden ervaren; een proces doorheen aarde, piekend vuur, diep water en hoog, de lucht in, richting ‘heling’ — een spanningsboog richting catharsis ook. Barbara’s observaties in Lochristi dienen het tweede deel van de derde opdracht: een fictief afscheidsritueel maken voor een complexe situatie. Op dit moment begrijpt ze dat de geformaliseerde afscheidsplechtigheden tekortschieten. Ze lossen de behoeften van de dichtste familie of van diegenen die juist van zo’n kring verstoken zijn dikwijls niet in: zij moeten rouwen aan de zijlijn, alsof ze niet gezien (mogen) worden. Dan weet ze: dit is wat ik wil doen. En zo maakt Barbara eerst gedurende één jaar in alle stilte en in vertrouwen—‘want je werkt met mensen hun verdriet’—rituelen voor mensen die ze kent—voornamelijk vrouwen, voor hun verlies dat geen of onvoldoende erkenning krijgt. Beyond the Spoken is een feit.
Rituelen zijn betekenisvolle handelingen, deel van grotere verhalen en van persoonlijke en sociale systemen die het leven structureren en houvast bieden. In zijn recente boek Over het verdwijnen van rituelen beschrijft de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han hoe rituelen een gemeenschap constitueren met een gedeeld levensritme. Rituelen opereren als het ware in een aparte, zich steeds herhalende tijdsdimensie: ‘De tijd die iemand jong of oud doet zijn, is niet die van de klok. Daarin is duidelijk een discontinuïteit. Rituelen geven vorm aan belangrijke overgangen in het leven. (…) Zonder rituelen roetsjen we
overal doorheen. Zo worden we oud zonder oud te worden’ (2025, p. 49). In het bijzonder overgangsriten, zogenaamde rites de passage, structureren het leven om momenten waarop de mens, niet altijd zonder slag of stoot, een nieuwe levensfase ingaat en opnieuw ‘vervelt’. ‘Wie een drempel overgaat, heeft een levensfase afgesloten en treedt een nieuwe binnen. Drempels als overgangen ritmeren, articuleren, ja, vertellen over tijd en ruimte. Ze maken een diepe ervaring van orde mogelijk’ (2025, p. 49). De term rites de passage komt van de Franse etnoloog en folklorist Arnold van Gennep, die in 1909 een gelijknamige vergelijkende studie van overgangsrituelen in verschillende culturen publiceert. Hij onderscheidt overgangsrituelen rond de geboorte, de jeugd, het huwelijk, en de dood. In de vergelijking tussen de door hem bestudeerde rituelen ziet hij een terugkerende structuur van rituelen van separatie (ook wel de preliminale fase genoemd), rituelen van transitie (liminaal) en re-integratie (postliminaal)—de structuur die terugkeert in Barbara’s dramaturgie van afscheid.
“Het heeft geen zin rituelen uit andere culturen, zoals de collectieve verbranding van lichamen in Indonesië, zomaar naar hier over te planten.”
— Barbara Raes
Die vormen die Van Gennep meer dan een eeuw geleden in verschillende culturen aantrof, ziet Han in de afgelopen decennia in de moderne westerse maatschappij teloorgaan. Hij wijt dat aan een neoliberale houding van consumentisme, productie en winstbejag. De oorzaak ligt voor Han in de moderne, voor hem problematische relatie met ‘tijd’: de drempels ‘worden vandaag de dag weggehaald ten gunste van een snellere, ongehinderde communicatie en productie. Daardoor worden we armer aan ruimte en tijd. In het streven om meer ruimte en tijd te produceren, verliezen we ze’ (2025, p. 49). Barbara twijfelt. Oude, traditionele rituelen, zeker de rites de passage, bestaan volgens haar nog, maar ‘we herkennen er ons alleen niet altijd meer in’. ‘Het heeft evenmin zin rituelen uit andere culturen, zoals de collectieve verbranding van lichamen in Indonesië, zomaar naar
hier over te planten.’ Barbara vindt dat de complexe situaties in onze almaar meer diverse en multiculturele maatschappij geen ruimte of houvast kunnen vinden in traditionele rituelen. Rouwen is cultuur- en contextspecifiek, vervlochten met de gemeenschap waarin het verlies wordt geleden. Hoewel ze meent dat haar nieuwe rituelen niet opgewassen zijn tegen de oude, toch, benadrukt ze, ‘hebben we nieuwe vormen nodig, want de oude zijn hol geworden, betekenisloos voor de grote massa die eraan deelneemt’. Barbara’s gevoel is niet nieuw. De traditionele rouwrituelen zijn oppervlakkig en versleten, noteert de Duitse
socioloog Norbert Elias in zijn boek De eenzaamheid van stervenden in onze tijd. ‘De rituele frases van vroeger, die het beheersen van kritieke levenssituaties vergemakkelijkten, doen vele jongere mensen verouderd en onecht aan. Het ontbreekt nog aan nieuwe rituelen, die overeenkomen met de huidige gevoels- en gedragsstandaarden’ (1984, p. 461).
De jongere generatie van Elias’ tijd is aangewezen op de eigen inventiviteit om de juiste woorden te vinden om met rouw en andere kritieke levenssituaties om te gaan. Op die opdracht biedt Barbara’s praktijk een antwoord. Naast talrijke persoonlijke en strikt intieme vormen, die ze in de veilige werkplaats in Lillo uitwerkt, ontwikkelde ze de afgelopen jaren binnen het Care Cure Comfort Lab in NTGent ook rituelen die het persoonlijke met de collectieve ruimte verbinden, en die op een groter publiek binnen en buiten de stad kunnen rekenen, zoals Zon Dag Kind/Golden Child (2018-2031), How to Be Many
Mothers (2025), One Day I Will Make the Onion Cry (2025), het traject Fire, Walk with Me en het vuurritueel Firestarter (2025). In Zon Dag Kind richt Barbara zich tot kinderen die een tragisch verlies leden. Het gevoel van ‘solastalgie’ is dan weer de drijfveer voor het ritueel met de ‘onion’, dat zich in een exclusieve een-op-eensetting afspeelt. De term solastalgie werd in 2003 door de Australische filosoof Glenn Albrecht gebruikt om het paradoxe gevoel te omschrijven van heimwee naar de plek die je nog bewoont, maar die langzaamaan verdwijnt—een complexe vorm van ‘anticipatorisch’ rouwen om een verdwijnende en geliefde plek of planeet. Fire, Walk with Me en Firestarter, het rituele traject dat Barbara in het najaar van 2025 in samenwerking met NTGent maakte, brengt verschillende groepen mensen die ‘op een drempel staan’—zoals nieuwkomers, pas afgestudeerden, rouwenden, en vroedvrouwen—samen rond de vraag hoe zij hun innerlijke vlam kunnen aanwakkeren en ruimte kunnen maken voor een nieuw begin. Kinderen aan de vooravond van de pubertijd zijn de uitverkorenen die in dit ritueel het vuur, en daarmee de vlam in eenieders hart, aansteken.

Zon Dag Kind, Beyond the Spoken © Vanessa Brewer
De vraag of deze rituelen herhaalbaar zijn, is moeilijker te beantwoorden. De langdurige, intensieve voor- en nazorgtrajecten—onzichtbare arbeid achter de schermen—bemoeilijken de reproduceerbaarheid ervan—wat ze daarom niet minder waardevol maakt. Barbara wil met Beyond the Spoken de intimiteit van begrafenisplechtigheden in hun veerkracht herdenken, voor een kleiner aantal mensen en voor wie er nood aan heeft. Het zijn geen doe-het-zelf-Ikea-doosjes met voorschrift of one-size-fits-all-aanpak. Hoe warm, intiem en, voor sommigen, impactvol het ook is, dit maatwerk maakt Barbara’s rituelen ook kwetsbaar en moeilijk deelbaar. Toch ervaart ze die kwetsbaarheid niet als een beperking. Het werk van de afgelopen jaren, binnen Beyond the Spoken en het Care Cure Comfort Lab, vindt als zorg- en duurzaam alternatief meer en meer een plaats binnen de
traditionele structuren van een stadstheater en de hedendaagse, door een marktlogica gedomineerde cultuurindustrie.
De covidpandemie is voor Barbara een welgekomen moment om de rituele vorm te herdenken. Opnieuw slaat ze aan het tekenen: in mijn notitieboekje vormen zich drie concentrische cirkels. De binnenste en kleinste cirkel verzamelt de kerngroep van individuen voor wie het ritueel een transitie en een nieuw begin zal inluiden. De buitenste kring vormt de cirkel der getuigen (de toeschouwer, de stad, de gemeenschap) die de meeste veiligheid en afstand creëert. Samen met de middencirkel van familieleden en dichte vrienden draagt de buitencirkel de binnenste cirkel mee. Barbara’s rituelen zijn een subtiel en ingenieus georkestreerde (theater)architectuur van elkaar aanschouwende en omarmende kringen die zich rond de rouwenden sluiten, van lokale gemeenschap tot intieme gezins- of vriendenkring. Het zijn zij die de rouwenden dragen en hun verdriet
erkennen—hopelijk ook lang na het verlies.
In Zon Dag Kind neemt Barbara rouwende kinderen samen met één dicht familielid mee op een twaalf uur durende, nachtelijke boottocht. Ze stappen mee in een parallelle tijd en ruimte waarin verdriet nu eens benoemd, dan weer weggeduwd mag worden—stapsgewijs maar ook spelenderwijs, als protagonisten van hun eigen verhaal die stilaan weer het roer overnemen en voor wie de koers bepalen het gedroomde doel is. ‘In de vroege ochtend wordt het kind gewekt door de Zonnekoningin, gespeeld door Karlijn Sileghem’, legt Barbara uit. ‘Samen zingen ze de zon op.’ Hun Zonnelied wekt het licht. Het is een positieve peripeteia—of de plotse, in de antieke tragedie veelal noodlottige ommekeer. Het verdriet kan meestromen in de eindeloze zee die hen draagt—de liminale ruimte waarin de transformatie van eenzaam verdriet tot gedeeld verdriet kan plaatsvinden; de ruimte waarin ik mijn verdriet ook in het jouwe herken. Deze verbeeldingsrijke, ‘magische’ ervaring die het ritueel aanbiedt moet het kind vervullen van ‘zin’, inspiratie en kracht om de nieuwe dag te vieren, en alle dagen, goede en lastige, die daarna nog moeten komen.

Life of Mechelen © Mirjam Devriendt
“Kunst en theater zijn Barbara’s unieke bondgenoten in de zoektocht naar het her(be)tekenen van verlies en het ontwikkelen van performatieve rituelen — geen ritualistische performances.”
Bij terugkomst staan geliefden, maar ook toevallige passanten en nieuwsgierige getuigen, aan de kade het bootje en het kind op te wachten. De kringen op het water reflecteren de kringbewegingen van het ritueel: je bent niet alleen met je verlies, jouw echo kaatst niet terug, maar resoneert door de kringen heen. Het zijn poriën: half-doorlaatbare membranen die bepalen wat binnenblijft en wat naar buiten mag lekken. In de intieme kern wordt rouw erkend en gedragen; in de kring der getuigen wordt rouw zichtbaar en sociaal bekrachtigd zonder getheatraliseerd te worden. De re-integratie gebeurt met ingetogen applaus, dat de hoop op duurzame hechting verraadt: wie rouwt, vindt houvast in kleine sociale afspraken (wie belt morgen?) die de terugkeer naar het dagelijks leven—het nieuwe begin ná en mét verlies—begeleiden.
Kunst en theater zijn Barbara’s unieke bondgenoten in de zoektocht naar het her(be)tekenen van verlies en het ontwikkelen van performatieve rituelen—geen ritualistische performances. Kunst is vorm en verbeelding. Haar rituelen, zo ook Zon Dag Kind, laten ruimte voor de verbeelding van al wie zich in de elkaar omarmende cirkels bevindt. Het vergt bereidheid—een soort willingness—van alle deelnemers, ook van de begeleidende volwassene op de boot van de Zonnekoningin en de toevallige passant, om ongeloof opzij te schuiven en dat sprankeltje onbevangenheid en magische denken—wat kinderen in rouw ons kunnen leren—toe te laten. Het ritueel werkt pas als je bereid bent mee te stappen in de parallelle tijd, het hondje met roze oren van de Zonnekoningin op het schip zonder scepsis te omarmen en de belangrijke opdracht au sérieux te nemen als uitverkorene om, zoals in het verhaal De zonneprinses (2016) van David Grossman, de zon op te zingen—want anders kan de dag niet beginnen. Ook het water heeft oren—al zijn het dan geen roze, het luistert en aan het water kun je alles toevertrouwen. Muziek, gedichten, tranceachtige liederen en beelden die het ritueel vormen, worden zorgende praktijken die allerhande betekenissen genereren voor wie aan het ritueel deelneemt of ernaar kijkt, vanuit welke cirkel dan ook.
Een blik op de klok wordt een blik op de toekomst: Zon Dag Kind gaat intussen als Golden Child de wereld rond. ‘Tussen 2026 en 2029 plan ik het ritueel verder te laten groeien op plekken waar een andere rouwcultuur heerst, waar de omgang met verlies een ander lichaam, een ander ritme heeft—in Zuid-Afrika, Japan en Zuid-Amerika.’ Barbara zoekt hiervoor telkens lokale partners om het ritueel ter plekke vorm te geven, zoals Born in Africa en Lunchbox Theatre in Zuid-Afrika. In 2030 wil Barbara alle kinderen samenbrengen die sinds 2018 deelnamen aan het ritueel—een groep van meer dan honderd (jonge) volwassenen—om een nieuw ritueel te creëren, een gezamenlijke taal die ze niet alleen dragen, maar ook naar hun eigen gemeenschappen meenemen. ‘Een ritueel dat verder reist dan één plek, één moment, één generatie.’
Zon-Dag-Kinderen zijn de ingekleurde versie van de zwart-wit-Barbara die in het maken van rituelen zelf (anticipatorisch) ‘rouwwerk’ verricht. Rouwwerk, zoals Jacques Derrida het begrijpt, verwijst zowel naar het innerlijke, vaak pijnlijke maar volgens Freud noodzakelijke ‘arbeidsproces’ waarin iemand een verlies doorwerkt, als naar de creatieve handeling waarin dat proces soms gestalte krijgt. De psychische arbeid is een traag, grillig traject waarin gevoelens van verdriet, ontkenning of gemis worden doorleefd en iemand opnieuw en voortdurend een plek zoekt in een verander(en)de wereld. Anderzijds kan kunst—het
schrijven, schilderen, musiceren—zelf tot rouwwerk worden: een ruimte waarin emoties vorm krijgen en betekenis vinden. Voor de maker, zoals Barbara, wordt dit artistieke werk een intieme manier om verlies te benaderen; voor lezers of toeschouwers—wij—kan het een herkenningspunt of gedeeld herdenken bieden. Zo krijgt rouwwerk zowel een persoonlijke als een artistieke, vaak cultureel verbindende dimensie. Met minder woorden verduidelijkt Barbara hoe zij zo een poëtica (poiesis) van verdriet doorworstelt als omgang met en voorbereiding op haar eigen verlies en dat van vele anderen. ‘Ik probeer er klaar voor te zijn.’ En haar glimlach blijft plakken.
BIBLIOGRAFIE
Elias, N. (1984). De eenzaamheid van stervenden in onze tijd (G. van Benthem van den Bergh, vertaler). Meulenhoff Boekerij. (Origineel werk gepubliceerd in 1982).
Han, B-C. (2025). Over het verdwijnen van rituelen (M. Wildschut, vertaler). De Nieuwe Wereld/Ten Have. (Origineel werk gepubliceerd in 2019).
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.