‘Our Brief Eternity’ – The Holy Body Tattoo / Luc Van Put

Kurt Vanhoutte

Leestijd 5 — 8 minuten

De dans van zachte machines

Our Brief Eternity van de Canadese dansgroep The Holy Body Tattoo toont niet het lichaam in verval of het lichaam dat hunkert naar de pretechnologische tijd. ‘Hier tekent zich de opgang af van het door de nieuwe media bezeten individu,’ stelt Kurt Vanhoutte. Over hiphop, cyberpunk, tatoeage en Nieuwe Primitieven.

Graffiti, hiphop, techno en video. Het lijkt erop dat het Cultureel Centrum Berchem voorzichtig aansluiting zoekt bij wat gemeenzaam onder ‘jongerencultuur’ wordt verstaan. Wat sinds jaar en dag centraal staat in de Brusselse Beursschouwburg sijpelt mondjesmaat ook hier binnen. Het Antwerpse huis werkte zich een tijd geleden in de kijker door enkele dansers uit de breakdancescène binnen te halen. De voorstelling van Hush Hush Hush werd enthousiast onthaald: plots bleek dat ook buiten het reguliere circuit gedanst werd. In De Nachten, een vóór alles commercieel evenement in samenwerking met Villanella, werd de buitenkant van de podiumkunsten verder verkend. Uiteenlopende acts, gaande van een door techno- en videosamples ondersteunde lezing van Paul Mennes tot optredens van bekende popgroepen, werden er aaneengepraat door Studio-Brusselicoon Chantal Pattyn. En inmiddels liet de belangstelling voor wat jongeren vandaag zoal bezighoudt in de vorm van graffitischilderingen ook op de foyermuren van CCB zijn sporen na.

Het onmiskenbare hoogtepunt van deze ontluikende interesse was evenwel Our Brief Eternity van de Canadese dansformatie The Holy Body Tattoo (HBT). De voorstelling was eenmalig te zien in België en de publieksopkomst was eerder laag. Maar dat liet het gezelschap zich allicht niet aan het hart komen. Op twee jaar tijd en met evenveel producties groeiden choreograaf-dansers Dana Gingras, Noam Gagnon en muzikant Jean-Yves Thériault uit tot absolute lievelingen op internationale festivals. In thuishaven Vancouver wist het trio zich te verzekeren van een jonge en compromisloze achterban. Recept voor het snelle succes: multimediale ensceneringen die zich met een haast suïcidale energie storten op het thematische snijpunt van technologie en cultuur. Centraal hierbij staat de zoektocht naar identiteit in de chaos van een toenemend gemediatiseerde samenleving. Voor wie vandaag opgroeit blijkbaar een niet onbelangrijk gegeven, zeker niet voor de jeugd van de sterk door technologie vormgegeven Canadese Westkust.

Voor het Belgische publiek betekende Our brief Eternity alvast een beklijvende kennismaking, hbt’s omgang met de elektronische beeldenstroom was goed voor een al even overrompelend totaalspektakel. Toch had het spervuur van audiovisuele impulsen niets vandoen met de beeldschermesthetiek van zelfbenoemde theatertechneuten als Robert Lepage of Frédéric Flamand. De technische middelen waarmee soortgelijke theatermakers graag uitpakken, werden hier tot een minimum gereduceerd. Een zwart-witvideomontage die de dansers vanuit verschillende hoeken in beeld brengt, onderbroken door poëzie van cyberpunkauteur William Gibson, en een af en toe oplichtende stroboscoop (allesbehalve hightech dus) moesten volstaan. Des te indrukwekkender was het lijfelijke werk.

De voorstelling begint kalm. Op het ritme van hypnotiserende ambient rollen en schuiven de dansers over een groot wit vierkant, simultaan en onverstoorbaar. Maar gehoorzamend aan het opgedreven ritme van de technorock komt de machine al gauw op kruissnelheid. Vanaf dan vindt de beukende muziek (concertvolume) zijn fysiek verlengstuk in de dansers die hun lichamen tot het uiterste drijven. Geen tijd voor contemplatie. Met een niets ontziende intensiteit werken de drie zich doorheen een repetitieve serie van bewegingen die het midden houden tussen atletiek en militaire drill. In een steeds strakkere loop van spanning en ontlading slaan de lichamen aan het pompen, werpen zich tegen de vloer, stoten de ruimte open. Wie hierbij aan ‘Eurocrash’ denkt, de ongenuanceerde noemer voor de dans-acrobatieën van een Vandekeybus, denkt evenwel te snel. Wat het verschil maakt, is de consequentie waarmee Our Brief Eternity de krachtmeting met de koloniserende technologie incarneert. Ook het feit dat dans als uitputtingsslag geen nieuw gegeven is in de geschiedenis van de podiumkunsten lijkt niet echt relevant. Want waar fysieke uitputting doorgaans werd gehanteerd als een zelfreflexieve bevraging van het theatermedium, is het lichaam zelf bij HBT de mise-en-scène van de omineuze paring tussen mens en technologie. Het aangesproken thema haalt het hier van het esthetische gehalte. Dit is dans als powertrainig, gemaakt om te ervaren eerder dan om te bekijken. Our Brief Eternity is lichamen onder stroom, kortgesloten in het elektrische circuit van onze beeldcultuur.

Tattoo you

De labeur van het lichaam bij hbt is hoogst ambigu. Enerzijds veruiterlijkt het de integratie van het individu in een gefetisjeerde cultuur. De voorstelling toont hoe het lichaam als interface tussen mens en machine zich leent tot assemblage en assimilatie. Hoe heftig ook, de dansers beschrijven unisono – en met een bewonderenswaardige precisie – een congruent patroon dat nauwelijks ruimte laat voor individuele uithalen. Soms tracht een danser weliswaar dit patroon te doorbreken door in weerwil van de dwingende muziek een eigen idioom te ontwikkelen. Maar zo’n ‘afwijkingen’, zoals bijvoorbeeld de traagheid van één personage of zelfs de sensuele toenadering tussen twee andere, worden onverwijld herschreven in de bewegingssemiotiek van het collectief. Momenten als deze brengen de schrikbarende logica van de cybernetica aan het licht: het verlies van een individu wordt zonder veel moeite gecompenseerd door de reorganisatie van het systeem. Het lichaam wordt dan gereduceerd tot een vervangbare wissel in een machinale esthetiek.

Maar aan de andere kant gaat HBT verder dan de abstracte robotdans van een choreograaf als Merce Cunningham. Waar laatstgenoemde het lichaam van zijn dansers zonder meer als een object opvatte, gebeurt de transformatie van lichaam en geest bij de Canadezen in uitzinnigheid, mateloosheid en bijna-waanzin. De fatalistische inkleuring van hun engagement verleent Our Brief Eternity een meerwaarde, die de dansende lichamen redt van de verdwijning in de technologie. De viscerale energie van de dans blijft immers steeds voelbaar als een zeer concrete weerstand tegen het determinisme van het techno-teken. Dit tegengewicht ligt vervat in de onreduceerbare hardheid van het lijf dat met een klap tegen de grond slaat, zijn zwaartekracht en zijn zweet (dat altijd een restant blijft). Zo bekeken stellen de haast bovenmenselijke inspanningen van de dansers tevens aanhoudend de vraag naar de incongruentie tussen mens en machine.

Je zou kunnen zeggen dat de voorstelling even dubbelzinnig is als een tatoeage, HBT ontleent zijn naam naar eigen zeggen aan de idee dat ‘heftige ervaringen merktekens nalaten op de ziel… als tattoo’s; krachtig, vreemd en zinspelend op geheime verhalen.’ De overtuiging dat deze merktekens ‘niet uitgewist of gestolen’ kunnen worden, deelt het gezelschap met de ‘Moderne Primitieven’, een modieuze noemer voor al wie hun lichaam door middel van tatoeëring, piercing of scarification aanpassen. Doorgaans worden deze transgressieve bezigheden opgevat als ritueel verzet tegen een maatschappij waar men niet langer vat op heeft. Op paradoxale wijze roept de bekrassing van de huid de archaïsche notie op van een onbeschreven blad. Door het te merken met een persoonlijk teken eigent de moderne primitief zich zijn/ haar lichaam toe en vrijwaart het van invloeden van buitenaf. Vandaag kan de tatoeage dus – net als de ‘heftige ervaringen’ en dito dans van HBT – dienst doen als symbolische bescherming van het lichaam tegen de dreiging van een technocratische maatschappij. Niettemin bezit het beschreven lichaam onderhuids nog een andere dimensie dan de louter anti-technologische. Met evenveel recht kan er namelijk de fascinatie aan afgelezen worden voor een technologie die haar boodschap op het vlees schrijft. Deze tatoeage verandert het lichaam in het kalligrafische beeld van de maatschappij. Het gelittekende lichaam signaleert dus evengoed de impact van de technologie, fixeert die in het vlees, als dat het er een baken tegen opwerpt.

Door de lijfelijke ervaring dermate te maximaliseren beklemtoont hbt ironisch genoeg de geschiedenis van de technologische mutatie ervan. Juist de focus op het concreet-menselijke maakt de evolutie naar de posthumane mens/machine zichtbaar. Het behoud van deze paradox in de voorstelling maakt dat Our Brief Eternity geen lingua trauma spreekt, geen verval van het lichaam predikt tegen de achtergrond van een tabula-rasa-opvatting. Het HBT-lichaam danst voorbij deze romantische dubbeling, voorbij de tweedeling die een onbezoedelde natuur tegenover een perverterende cultuur plaatst. Een haast panische maar tegelijk pragmatische zoektocht naar identiteit vervangt de nostalgie naar een pretechnologische conditie. Met geen andere horizon dan de technologische leert de mens te spreken over de technologische ruimte waar hij zelf deel van uitmaakt. Hier tekent zich de opgang af van het door de nieuwe media bezeten individu. Zelfbewust tracht dit individu in de strijd met de disciplineringsstrategieën van de technologie een nieuwe identiteit te veroveren: het geharde lichaam van de digitale wereld.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#60

15.06.1997

14.09.1997

Kurt Vanhoutte

Kurt Vanhoutte, redacteur van Etcetera, is coördinator van de Master Theater- en Filmwetenschap van de Universiteit Antwerpen en woorvoerder van het Research Centre for Visual Poetics.

recensie