Mithun Liyanage

Leestijd 11 — 14 minuten

Dagboek van een expat in cultuur

door Lieven Bertels, directeur van het Sydney festival

Lieven Bertels begon zijn carrière als docent aan het RITS en als producer bij Klara. In 2001 werd hij de eerste artistiek directeur van het Concertgebouw Brugge. Van 2004 tot 2011 werkte hij als artistiek coördinator van het Holland Festival in Amsterdam. In 2012 werd hij de eerste niet-Angelsaksische directeur van het Sydney Festival, aanvankelijk met een mandaat voor drie festivaledities. Na het succes van de voorbije festivals werd zijn opdracht met een jaar verlengd, zodat hij in  2016 ook de veertigste editie zal samenstellen. Benieuwd naar zijn ervaringen down under vroeg Etcetera hem een dagboek bij te houden, in aanloop naar het festival dat plaatsvindt van 8 tot 26 januari. Hoe verhoudt het festival zich tot de stad en tot de oorspronkelijke bewoners van Australië, de Aboriginals? Welke makers en gezelschappen komen aan bod? De notities tonen dat Bertels als festivaldirecteur niet enkel verantwoordelijk is voor de artistieke programmatie, maar ook voor het financiële en productionele reilen en zeilen van de organisatie.

8 september

Vanavond houden we met ons voltallige Sydney Festival-team de meest gevreesde pizza-avond van het jaar: we lezen tot diep in de nacht onze brochure na, voor die naar de drukker gaat. Er moeten veel details gecheckt, en iedereen helpt mee: onze financiële afdeling verifieert nog een keer alle prijzen, het sponsorteam de vele logo’s die op elke pagina verschillen, en natuurlijk zucht iedereen bij de accenten op de Franse, Hongaarse of Zweedse namen van onze artiesten. Met 179 projecten en 495 voorstellingen wordt januari weer een drukke festivalmaand in Sydney.

Nu komt ons productieteam op volle snelheid. In de volgende maand gaan we van 26 naar 50 werknemers, tegen december staan we met 100 betaalde krachten (en 400 vrijwilligers) klaar voor het grootste festival in het zuidelijk halfrond. De ploeg bestaat uit locatiemanagers, voorstellingsleiders, productieassistenten, meertalige artiesten-liaisons (die bijvoorbeeld Sinhala of Malayalam spreken), techniek, catering, transportcoördinatie, ticketverkoop, een VIP-contactpersoon, pers en communicatie, sponsorenbeheer, een verantwoordelijke voor Aboriginal Protocol en voor accessibility voor andersvaliden, en zelfs een sustainability manager die waakt over onze ecologische voetafdruk.

De aandacht voor het Aboriginal Protocol is overigens een relatief recent gegeven. Ruim tweehonderd jaar werden de oorspronkelijke bewoners van dit land systematisch mishandeld en gediscrimineerd door de koloniale nieuwkomers, en pas sinds de jaren 1990 is er stilaan aandacht voor Aboriginaltradities, en een oprechte wens tot verzoening. Die verzoeningspolitiek hebben we met het festival uitgezet in een reconciliation action plan, dat vorig jaar tot stand kwam in overleg met de elders, de stamoudsten van de plaatselijke Aboriginalgemeenschappen. Het festival werkt samen met de Aboriginal Metropolitan Land Council en nodigt voor elk groot project een Aboriginal Elder uit die een Welcome to Country uitspreekt. Wie namens het festival spreekt, zal bij het begin van een speech ook telkens respect vragen voor de oorspronkelijke bewoners, de Gadigals van de Eoranatie. En uiteraard willen we ook in de programmatie aandacht vragen voor Aboriginalcultuur. Zo stond er vorig jaar een intrigerende dansvoorstelling van Koen Augustijnen met de Aboriginaldanseres Dalisa Pigrum en produceerden we Black Diggers, een erg gesmaakte theatervoorstelling over de rol van Aboriginalsoldaten in de Eerste Wereldoorlog, geregisseerd door Aboriginalregisseur Wesley Enoch en met een Aboriginalcast.

10 september

Onlangs verhuisden we naar prachtig ingerichte (en meer energievriendelijke) kantoren in een oud pakhuis aan de haven, met zicht op het beroemde operahuis. Er gaat geen dag voorbij of iemand van het team post een foto van de zonsondergang op Instagram.

Dat heel wat collega’s hier nog vaak bij zonsondergang zitten, is trouwens heel normaal in de culturele sector in Australië. Ik heb nog nooit een team gehad dat zo hard en met zo veel goesting komt werken. Het clichébeeld van Australië is natuurlijk dat iedereen altijd heel relaxed is – de nationale uitroep is No worries! – en je ziet af en toe iemand keurig in het pak een bankkantoor binnenlopen met een surfplank onder de arm. Als er op vrijdagnamiddag plots goede golven worden voorspeld bij Bondi Beach of in Manly verdwijnen ook bij ons wel eens wat collega’s, maar als ik dan op zondag toevallig passeer langs kantoor, zitten er altijd wel twee of drie spontaan nog iets af te werken voor de nieuwe werkweek begint. Flexibiliteit en inzet gaan op die manier prachtig samen.

Ons team is, net zoals de samenleving hier, erg internationaal: meer dan 25 procent van de inwoners van Australië zijn elders geboren. Ons hoofd marketing is een Oostenrijkse en onze IT-specialist een Koreaan. Desondanks leeft er bij de meeste inwoners een behoorlijk sterke nationale trots, en het festival wil bewust Australische artiesten een kans geven. In dat opzicht verschillen we natuurlijk niet zoveel van andere internationale kunstenfestivals, we streven ernaar om het beste, spannendste en mooiste uit de hele wereld naar Sydney te halen, en we zien dat als de ideale context om opdrachten te geven aan lokale makers. Waarin Sydney Festival wél erg van Europese festivals verschilt, is de breedte van de programmering: van de hedendaagse dans van Michèle Anne De Mey of van het Théâtre Des Bouffes du Nord via de popmuziek van David Byrne tot en met een spiegeltent met cabaret en gratis wereldmuziekconcerten in het park: Sydney Festival wil een cultureel zomerfeest zijn voor alle inwoners en bezoekers. Daarbij is de Europese tegenstelling tussen hoge en lage cultuur compleet achterhaald, en streven we zowel in het populairdere aanbod als in de niches naar vernieuwing en kwaliteit in creativiteit en uitvoering.

In het Australische landschap heeft ons festival daarmee een redelijk unieke positie: we willen een creatieve katalysator en artistiek provocateur zijn, maar ook een ontmoetingsplek. Net zoals de zomer in het zuidelijk halfrond is die speels, spontaan en inclusief. In dat opzicht verschillen we erg van bijvoorbeeld de festivals in Perth en vooral Adelaide, die culturele bakens zijn in een voor de rest cultureel dorre stad. Dat neemt niet weg dat we regelmatig samenwerken met die festivals, en zo zal ons Black Diggers-project straks ook naar Perth en Adelaide reizen.

17 september

Vandaag ben ik keynote speaker op de Asian MICE conference in de Taiwanese hoofdstad Taipei. MICE staat voor Meetings, Incentives, Conferences and Events en deze conferentie brengt een groot deel van deze big business samen: expohallen, conferentieorganisatoren, wereldtentoonstellingen, regionale bureaus voor toerisme en evenementorganisatoren. Sydney Festival is natuurlijk een kunstenfestival, maar het heeft ook een grote verantwoordelijkheid als toeristische trekpleister. We krijgen een deeltje van onze (beperkte) subsidie via het lokale toerismebureau Destination New South Wales, enkel als we kunnen aantonen dat minstens 15% van onze bezoekers van buiten de metropool Sydney komt. Dat is geen sinecure, want de ons omringende steden (Melbourne, Perth, Hong Kong, Tokyo) liggen vaak op uren vliegen, dus het festivalprogramma moet voldoende divers en uniek zijn om bezoekers uit die steden te overtuigen.

In Taipei zijn ze vooral geinteresseerd in het Giant Rubber Duck-project, de reuzenbadeend van de Nederlandse kunstenaar Florentijn Hofman. De eend dobberde al in zeven andere steden, van Rotterdam en Hasselt tot Osaka en São Paolo, maar de eend in Sydney was goed voor primetime-berichtgeving op meer dan 100 verschillende kanalen in 5 continenten. Nieuw was natuurlijk het welkomstfeest voor onze badeend, we hadden er een verhaal rond verzonnen met het plaatselijke theatergezelschap Legs On The Wall, er was een reuzenpodium op het water en een orkest, en er werden eendebek-kazoos uitgedeeld aan het publiek.

Sydney wil graag beter aansluiting vinden bij Azië. Het is niet alleen een belangrijk afzetgebied wat betreft de natuurlijke rijkdommen maar ook de voornaamste herkomstregio van de nieuwe immigranten – straks zijn er 16% Chinezen in Sydney, naast heel wat migranten uit India, Indonesië, Vietnam, de Filipijnen en Japan. Zeker nu de opkomende Chinese middenklasse meer en meer reist, is het belangrijk hun interesse te wekken. Het was dan ook een meevaller dat onze badeend via Instagram, Twitter, Facebook en Weibo (de Chinese Twitter) heel Azië rond ging.

De collega’s op de conferentie in Taipei willen vooral weten hoe we ons voorbereiden op zulke massa-evenementen, en hoe de relaties liggen tussen de verschillende partijen: organisator, ordediensten, stadspersoneel, havenpersoneel, toeristische dienst: wie doet wat, wie betaalt wat? Sydney Festival heeft een jarenlange traditie van gratis concerten in de botanische tuin, met een prachtig tijdelijk podium waarvan we ook eigenaar zijn. Met tot zestigduizend bezoekers per concert hebben we natuurlijk heel wat expertise in crowd control en evenementmanagement. Ik had nooit gedacht dat ik me met ons productieteam zo vaak zou buigen over de inplanting van tijdelijke toiletblokken of voorspellingen van de Meteo Wing van de luchtmacht, allemaal onderdeel van de job.

20 oktober

Deze week gaan we volop in launch mode. Op donderdag stellen we ons programma voor aan het brede publiek en zit de brochure in de bus bij 120.000 trouwe festivalbezoekers. Maar eerst organiseren we een launch dinner voor onze trouwste donoren. Slechts iets meer dan een derde van ons budget (van in totaal ongeveer 18 miljoen Australische dollar) is afkomstig van subsidie, voornamelijk van de staat New South Wales. Een kleiner deel komt van de stad Sydney. Een derde van ons budget halen we uit de kaartverkoop en andere eigen inkomsten, en nog een derde moeten we ophalen uit bedrijfssponsoring en steeds vaker ook private giften. Dat gaat van kleine giften van 1.000 dollar tot vette cheques van 50.000 tot 100.000 Australische dollar, en die donoren moeten dus in de watten worden gelegd. Sydney is bij uitstek een stad van bling, dus heel wat kapitaalkrachtigen laten graag zien dat ze een steentje bijdragen aan het cultuurleven van hun stad. Nu is de belastingdruk in Australië natuurlijk veel lager, en zijn giften aan sommige non-profits bovendien fiscaal aftrekbaar, dus dat helpt om mensen te overtuigen. Bovendien biedt het festival ook de mogelijkheid om wat dichter bij de politieke leiders van onze staat en stad te geraken: wie meer dan 20.000 Australische dollar per jaar doneert, mag mee dineren met de premier en de burgemeester, die allebei in onze raad van bestuur zitten. Gelukkig zijn niet alle donoren daarop belust, en zijn er ook heel wat oprechte schenkers die vooral gewoon van podiumkunsten houden.

Elke donor heeft een eigen verhaal, eigen voorkeuren in het programma, een eigen manier van feedback geven… Er wordt van me verwacht dat ik als festivaldirecteur veel tijd uittrek om het deze gulle gevers naar de zin te maken: private lunches, een praatje bij de opening van een tentoonstelling in de Art Gallery of de premiere van een theatervoorstelling met Cate Blanchett bij Sydney Theatre Company: elke gelegenheid is goed om maximale interactie met onze donors te creëren.

Voor vanavond heeft onze hoofdsponsor een fantastisch Japans restaurant ter beschikking gesteld en dineren we met de 25 belangrijkste gevers. Aan elke tafel hebben we een festivalartiest uitgenodigd, en samen met onze philanthropy manager heb ik voor elke donor een persoonlijke suggestie gedaan voor een festivalproject dat hem of haar vermoedelijk het best ligt. Gelukkig zijn we er in de voorbije twee jaar in geslaagd ons donorbestand gevoelig uit te breiden, en de meeste gevers zijn enthousiast over de familiesfeer die is ontstaan, dus het wordt een gezellige avond met veel spontane ontmoetingen.

1 november

Op een vliegtuig tussen Amsterdam en Tokyo lees ik de Vlaamse en Nederlandse kranten. Ik heb net het contract getekend voor mijn volgende avontuur, Leeuwarden Fryslân 2018 – Culturele Hoofdstad van Europa. Uiteraard maak ik me zoals elke Vlaming in de culturele sector ernstig zorgen over het kunst- en cultuurbeleid in de Lage Landen. De besparingen die er recent werden doorgeduwd, lijken vooral ideologisch gemotiveerd. Zoals anderen al aangaven, is de impact op de totale overheidsfinanciën minimaal, maar zijn de gevolgen enorm. Bovendien getuigt het van onbehoorlijk bestuur als je de sector vraagt om gedetailleerde meerjarenplannen in te dienen, maar als overheid zelf eenzijdig eerdere engagementen met directe ingang kunt wijzigen, en besparingen ‘per direct’ kunt doorduwen. Helaas klinkt het me vertrouwd in de oren, hetzelfde overkwam me in Australië. Toen ik door de (vorige) premier met een speech werd verwelkomd, kondigde die bij wijze van welkomstgeschenk publiekelijk meteen een subsidiestijging aan, uiteraard goed voor een ronkend krantenbericht. Toen ik dan in 2012, na regionale verkiezingen, aan mijn taak begon, werd met onmiddellijke ingang 1,2 miljoen Australische dollar aan subsidie weggenomen, ondanks schriftelijke bevestiging van die fondsen in een brief vanwege de vorige regering. De diensten van de nieuwe premier maakten fijntjes duidelijk dat dit niet in de krant hoefde, en dat we niet moesten zeuren dat we het toch ‘op papier’ hadden. ‘Doe die brief maar door de versnipperaar, hij is minder waard dan het papier waarop hij geschreven is.’

7 november

Van Tokyo vlieg ik voor een paar dagen naar New York alvorens ik naar het team in Sydney terugkeer. Die lange vluchten zijn een nadeel aan werken in Australië – of je nu naar New York, Brussel of Rio wilt: je bent altijd wel ongeveer 24 uur onderweg. Zelfs in het binnenland is vliegen de enige optie: voor een meeting in de hoofdstad Canberra of in Melbourne vlieg je ’s morgens op en ’s avonds terug. Die grote afstanden hebben natuurlijk ook een impact op de programmering van het festival: een container met decors uit pakweg Vlaanderen is ongeveer acht weken onderweg naar Sydney, doe daar nog een week quarantaine en douane bij en drie weken festival, en je bent je productie zo’n 20 weken (een half seizoen dus) kwijt. Eén artiest uit de Verenigde Staten of Europa invliegen kost al vlug 1500 euro in economy, dus een productie als de prachtige Dido & Aeneas van Sascha Waltz en de Akademie für Alte Musik Berlin die we afgelopen januari te gast hadden, kan hier alleen staan met de riante steun van plaatselijke overheden, in dit geval het Goethe Institut en het Duitse Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Gelukkig hoeft het niet altijd over budgetten en dure vluchten te gaan. In New York kom ik eindelijk weer eens toe aan het deel van de job dat het leukst is: de interactie met kunstenaars en collega’s. MoMA-curator Klaus Biesenbach leidt me rond in de Robert Gober-tentoonstelling, ik zie de nieuwe voorstelling van het Koreaans-Amerikaanse Young Jean Lee’s Theater Company in het Public Theater en The Object Lesson, een leuke theatersolo met kartonnen dozen door Geoff Sobelle in een regie van David Neumann, op het Next Wave Festival. Plannen worden gesmeed, ideeën uitgewisseld, en ik probeer me stilaan Sydney Festival 2016 voor te stellen, en hoe ons publiek straks de beste voorstellingen uit de hele wereld kan ontdekken in een van de mooiste hoekjes van onze planeet.

www.sydneyfestival.org.au

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

dagboek
Leestijd 11 — 14 minuten

#139

15.12.2014

—

14.03.2015

Lieven Bertels

Lieven Bertels begon zijn carrière als docent aan het RITS en als producer bij Klara. In 2001 werd hij de eerste artistiek directeur van het Concertgebouw Brugge. Van 2004 tot 2011 werkte hij als artistiek coördinator van het Holland Festival in Amsterdam. In 2012 werd hij de eerste niet-Angelsaksische directeur van het Sydney Festival, aanvankelijk met een mandaat voor drie festivaledities. Na het succes van de voorbije festivals werd zijn opdracht met een jaar verlengd, zodat hij in 2016 ook de veertigste editie zal samenstellen. Benieuwd naar zijn ervaringen down under vroeg Etcetera hem een dagboek bij te houden, in aanloop naar het festival dat plaatsvindt van 8 tot 26 januari. Hoe verhoudt het festival zich tot de stad en tot de oorspronkelijke bewoners van Australië, de Aboriginals? Welke makers en gezelschappen komen aan bod? De notities tonen dat Bertels als festivaldirecteur niet enkel verantwoordelijk is voor de artistieke programmatie, maar ook voor het financiële en productionele reilen en zeilen van de organisatie.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!