Democratisch fascisme
Redactioneel Etcetera 183
Floris Baeke
© Adel Setta
Een tongvormige sofa, een tandkrukje, een neus als koffiemachine: KRAPP creëert een surrealistisch universum voor Gloria, een ghostwriter die zich een bijfiguur voelt in haar eigen leven. Wanneer haar therapeut aanraadt het boek van haar eigen leven te schrijven, verschijnt er plots een dubbelganger: een kopie die beter is dan het origineel. Alles klopt aan deze fijnzinnige voorstelling. Maar kan een voorstelling ook té goed gemaakt zijn?
‘Ik voel me alsof al mijn tekst wordt opgezegd door iemand die op mij lijkt’, vertelt Gloria (Colette Goossens) liggend op de tongvormige sofa bij een excentrieke therapeut (Mats Vandroogenbroeck), die op een tandvormig krukje over de scene rolt. Gloria is – veelbetekenend – ghost writer van flapteksten en voelt zich niet het hoofdpersonage in haar eigen leven.
De tekst vat het goed: ‘Ik zie een dode, doffe versie van mezelf’. Het doet denken aan een depersonalisatie/derealisatie stoornis (DPDR), vormen van dissociatie waarin de werkelijkheid op een afstand, als in een droom ervaren kan worden, alsof je een personage bent in een film. Op aanraden van de therapeut waagt Gloria de sprong van anonieme flaptekstschrijver naar auteur van het boek van haar eigen leven. Het is een boek dat niet geschreven, maar ingebeeld moet worden. Zo ontstaat een andere versie van Gloria, één die wel zelf boeken schrijft, een kopie die beter is dan het origineel.
Van in het begin wordt de toon gezet en worden de kwaliteiten van de voorstelling, haar makers en spelers duidelijk: een fijnzinnige, bevreemdende humor en dito speelstijl, een slimme en toegankelijke tekst en een strakke regie (Nona Demey Gallagher). Gloria werkt in een copywriting bedrijf, samen met haar partner (Timo Sterckx) en haar baas (opnieuw Vandroogenbroeck). De dag na de therapiesessie verschijnt haar Dubbel (Abigail Gypens) in het bedrijf. Identieke kledij, make-up en kapsel, en hetzelfde idee voor een nieuwe flaptekst. Maar: met een eigen boek, en net dat ietsje meer flair.
“Van in het begin worden de kwaliteiten van de voorstelling duidelijk: een fijnzinnige, bevreemdende humor en dito speelstijl, een slimme en toegankelijke tekst en een strakke regie.”
De scenografie volgt de surrealistische situatie die in het verhaal ontstaat. De tongsofa en het tandkrukje zijn slechts twee elementen van het surrealistische decor. Twee grote armen en handen staan achteraan, met hun schaduwen in Nosferatu-stijl op de grond. Een groot verdubbeld gezicht – waaruit de Dubbele Gloria tevoorschijn komt – met twee neuzen en monden ligt achteraan. Een grote neus vooraan op scène doet ook dienst als koffiemachine en bekerhouder: uit het ene neusgat komen de bekertjes, uit het andere de blauwe substantie die voor koffie moet doorgaan. Het is dus zowel een kabinet van de therapeut, als werkplek, als een mentale ruimte, alsof je ‘in’ het hoofd van Gloria zit.
Alles klopt aan deze voorstelling: het verhaal zit slim in elkaar en is leuk geschreven, er wordt mooi en speels gespeeld, het decor heeft een eigen signatuur en is een scenografische vertaling van het plot. Er hangt ook een leuke metalaag aan: wat als je personage ‘leuker’ is dan jezelf als speler? Wat als de voorstelling beter is dan het leven? Goed gemaakt, leuk gespeeld, spitsvondig geschreven.
“De scene is zowel een kabinet van de therapeut, als werkplek, als een mentale ruimte, alsof je ‘in’ het hoofd van Gloria zit.”
Met deze complimenten zou alles gezegd kunnen zijn. En toch. De esthetiek van de voorstelling blijft vrij DIY en zo misschien zelfs te concreet voor haar surreële plot. Met klank wordt nogal handig de psychische crisis van Gloria geëvoceerd, zonder dat hij echt voelbaar wordt. Het blijft in die zin allemaal een beetje te veilig. En zelfs als de punten over esthetiek en klank misschien meer smaakgebonden zouden zijn, dan blijft er nog de inhoudelijke vraag of het allemaal niet té goed klopt. Wanneer dan de Dubbele Gloria effectief overneemt en de Originele Gloria verstoten wordt door zowel haar werkgever, partner als moeder, dan is dat al te voorspelbaar.
Eventjes lijkt er een switch in de vorm te gebeuren, wanneer de Gloria’s elkaar confronteren achter en voor een rood scherm, in tegenlicht. Maar dat wordt al snel losgelaten. Ook de manier waarop origineel en kopie, en wanneer blijkt dat het boek van Dubbele Gloria gaat over een ‘derde’ Gloria, gefictionaliseerde kopie van een kopie, in elkaar draaien en beginnen overlopen is zo goed uitgewerkt, dat het minder spannend wordt.
“De esthetiek van de voorstelling blijft te concreet voor haar surreële plot. Met klank wordt nogal handig de psychische crisis van Gloria geëvoceerd, zonder dat hij echt voelbaar wordt. Het blijft in die zin allemaal een beetje te veilig.”
Kan een voorstelling té goed gemaakt zijn? Het is een bizarre kritiek om te geven. Copyriot doet denken aan Mulholland Drive van David Lynch, waarin personages in elkaar overlopen en acteur en rol (binnen de fictie) niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. Alleen, bij Lynch blijft er een mysterie, iets dat niet opgehelderd wordt. Niet enkel op niveau van de plot, maar ook dat van de ervaring, het gevoel bij de toeschouwer. Ook bij dissociatie of psychose zou je verwachten dat het toch allemaal niet zo netjes is, en dat er ergens een ‘scheur’, een duistere onderkant is, die onoplosbaar blijft. De ambacht van KRAPP dwingt bewondering af en valt zeker niet zomaar te kopiëren, maar waar is de riot?
De speellijst vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.