© Johan Pijpops

Leestijd 15 — 18 minuten

Under the Influence – Colette Goossens, Stan Martens & Laurens Aneca

Hoe verenig je zorg en liefde binnen een relatie?

In Double take gaan twee Etcetera-auteurs naar een voorstelling en schrijven ze elkaar in het zog ervan een brief. Natalie Gielen en Floris Baeke gingen een tweede keer kijken naar Under the Influence van Colette Goossens, Stan Martens & Laurens Aneca. Waarom vinden ze de voorstelling zo pijnlijk herkenbaar?

Van: Natalie Gielen

Aan: Floris Baeke

Dag Floris,

‘Hartverscheurend’, ik denk dat we dat haast unisono zeiden nadat we Under the Influence – allebei voor de tweede keer — zagen tijdens het TheaterFestival.

Hartverscheurend’ verwoordt een emotionele sensatie op een erg viscerale manier. Alsof er iemand mijn hart als een dweil in elkaar draait en uitwringt, alsof er vanbinnen iets trekt. Zo’n binnenstebuitenkeren van een innerlijk leven staat centraal in de voorstelling. De makers verbeelden de invloed van fysiek en psychisch leed op een relatie. Hun inspiratiebron was de fenomenale film A Woman Under the Influence (1974) van John Cassavetes. De hoofdpersonages Mabel (Colette Goossens en Nick (Stan Martens) zijn gebaseerd op het koppel dat in de film door Gena Rowlands en Peter Falk wordt gespeeld. Terwijl in de film hun ouders, drie kinderen, een resem collega’s en vrienden de revue passeren, worden ze in de theaterbewerking op zichzelf teruggeworpen. De voorstelling plooit zich terug op de essentie van de film: Hoe verenig je liefde en zorg binnen een relatie? Wat weegt door? Hoe toon je aan iemand anders hoe je je voelt, en hoe zoek je daarin verbinding? 

© Johan Pijpops

De scenografie (Shervine Sheikh Rezaei) toont heel goed hoe wankel die balans is. De huishoudelijke setting waarin Mabel en Nick zich bevinden bestaat uit gordijnen aan rails, witte doekjes aan een wiebelig hangrek, plooistoelen, een open keukenmeubel en een glazen tafel. De ‘binnenwereld’ van het paar is niet solide, en wordt slechts door dunne stof van de buitenwereld gescheiden. Ook in de film speelt Cassavetes met dat gegeven, door het koppel in de woonkamer te laten slapen achter een gordijn, of een expliciet bordje ‘PRIVATE’ op de badkamer te hangen waar Mabel zich terugtrekt als het haar te veel wordt. 

In de theatervoorstelling is de buitenwereld onbereikbaar voor Mabel, die te veel pijn heeft om zich naar buiten te begeven. Nick doet dus het hele huishouden én is de enige die buitenshuis werkt, boodschappen doet, etc. Zijn poging om te compenseren voor Mabels lijden. ‘Doordat je een balans zoekt, negeer je me, ontken je m’n bestaan’, verwijt Mabel hem. 

“De eerste keer dat ik Under the Influence zag, was dat met mijn lief. We voelden ons een beetje ongemakkelijk door de herkenbaarheid van de situatie.”

De eerste keer dat ik Under the Influence zag, was dat met mijn lief. We voelden ons een beetje ongemakkelijk door de herkenbaarheid van de situatie. Had jij dat ook, Floris? ‘Hij’ kookt, ‘zij’ voelt zich niet goed en geraakt de deur niet uit. Dat is ons al vaker overkomen. In tegenstelling tot in de film uit de jaren zeventig is het niet Mabel, maar Nick die het huishouden doet en spaghetti bereidt. Maar is er echt zoveel veranderd op vlak van genderpatronen bij dit hedendaagse koppel? 

‘Hij’ probeert ‘voort te doen, te handelen’ en heeft geen tijd om te luisteren naar haar eindeloze, soms haast bezeten dan weer aarzelende gemompel over de helende krachten van haar stenencollectie (Goossens speelt dit ongelofelijk!) waarop hij sporadisch reageert met een ‘hmm’, ‘och!’, ‘allez’ of ‘aha’. ‘Zij’ geraakt amper overeind, zoekt manieren om met hem te delen hoe ze zich voelt (kinderlijk manipulatief legt ze haar dagboek in ‘zijn’ keuken, hopend dat hij zal lezen over haar pijn, haar lange dagen tussen vier muren). 

Mijn lief en ik werken allebei buitenshuis en praten over elkaars pijn, maar toch was het heftig om op de bühne voorgespiegeld te krijgen hoe binair ons gedrag als heterokoppel soms is. Al proberen we komaf te maken met dat hele binaire denken, we vervallen desondanks in bepaalde genderrollen als het gaat over zorg en liefde. Mabel en Nick vergroten ons niet alleen uit, ze vergroten ook elkaar uit. ‘Al wat jij doet is het tegenovergestelde zijn van wat ik ben. Wie ben je daarnaast nog?’ Die uitroep van Mabel had jij, net als ik, in je notitieboekje opgeschreven, vertelde je me achteraf. Als vrouw heb ik ook geïnternaliseerd dat ‘zorgen’ mijn natuurlijke rol is. Maar wat als je (even) niet meer kan zorgen? Wat als lijden je leven (tijdelijk) bepaalt? En wat is daarvan de impact op je partner? Ik ben benieuwd hoe jij die uitvergrote binaire rollen zag, als iemand van een jongere generatie. Waren ze voor jou ook herkenbaar, Floris? 

Ik moest na de voorstelling denken aan Britney Spears, waarover Nadia de Vries schrijft in haar boek Kleinzeer over fysiek en psychisch leed: ‘In 2007 scheerde Britney Spears haar hoofd kaal. (…) Het was in alle opzichten duidelijk dat het slecht ging met haar, en toch lachte iedereen haar uit.’ Ook op mijn netvlies staat dat beeld van de kaalgeschoren Spears gebrand, net als de denigrerende, betuttelende en flagrant paternalistische manier waarmee op het lijden van Spears gereageerd werd. Ze werd onder curatele geplaatst en haar vader nam de beslissingen over haar persoonlijke leven en vermogen. Uit zorg voor zijn dochter? 

De Free Britney-beweging dacht er anders over en eiste dat ze het zeggenschap over haar leven terugkreeg. Op de social media van Spears zien we haar tegenwoordig vaak in haar ondergoed dansen. ‘Het gaat niet goed’, zeggen mensen. Maar Spears danst. Ze toont zichzelf, misschien zelfs haar binnenwereld. Om het in de woorden van de Vries te zeggen: ‘Hoe dan ook, ik zal mezelf zichtbaar maken. (…) ik zal eruitzien als iemand die nooit een kruimel in haar bed heeft gehad maar ondertussen zul je beter weten.’ 

Spears’ online choreografieën roepen de dansbewegingen van Rowlands in Cassavetes’ film bij me op. Een expressieve soundtrack lijkt daarin Mabels binnenwereld te evoceren, te vertolken of te versterken. Ook dat gegeven wordt binnenstebuiten gekeerd op de bühne. We horen geen muziek, maar een soundtrack van gegorgel, gekraak en geborrel. Later zal blijken dat die geluiden verwijzen naar de darmen van Mabel, die haar continu pijn bezorgen, maar ook naar hun emoties. We horen herhaaldelijk Mabel iets uitspuwen – gal? Daarnaast zijn er huishoudelijke geluiden: Nick die groenten snijdt, het borrelen van een kookpot, gesmak en geslurp terwijl Nick aan een zorgwekkend tempo een gigantisch bord pasta opschrokt. 

© Johan Pijpops

Het onderscheid tussen binnen en buiten is, net als in de film, op slimme manieren flou gemaakt. Zo is er de pica van Mabel, die op bepaalde dagen in haar menstruatiescyclus een muntstuk, een spijker en een vingerhoed (of occasioneel een huissleutel) inslikt. Of haar levendige beschrijving van haar eerste menstruatiebloed terwijl Nick pasta met rode saus opdient. Soms heeft het iets komisch-absurd, dergelijke viscerale momenten, maar tegelijkertijd kan ik me bijna inbeelden hoe de scherpe randen van een sleutel mijn slokdarm perforeren. ‘Ik bloedde bijna dood’, vertelt Mabel. ‘Ok’, zegt Nick. ‘Kaas?’ Ik wou tegelijkertijd lachen en huilen tijdens die scène. Deed het jou ook iets, Floris? Of zijn er andere scènes die fysiek bij jou binnenkwamen? 

“Waar de theatervoorstelling het sterkst afwijkt van de film, is in de viering van de verbeelding – als uitweg, als manier om met elkaar te connecteren.”

Waar de theatervoorstelling het sterkst afwijkt van de film, is in de viering van de verbeelding – als uitweg, als manier om met elkaar te connecteren. Nadat Nick Mabel gemene verwijten heeft gemaakt, probeert hij het goed te maken. Hoe voelt de pijn van Mabel? Als een spin in haar darmen, zegt ze. Kan Nick die wegnemen? Onmogelijk, zou je denken. Maar hij doet een poging door haar darmen tastbaar te maken – voor hem en voor haar – met behulp van haar amper aangeraakte bord spaghetti. Handenvol ‘darmen’ worden door Mabel uit het bord opgediept, onderzocht op spinnen, en in de handen van Nick gedeponeerd. Onbeholpen (of net behulpzaam?) en werktuigelijk eet hij de pasta op. Zo komt Mabels binnenwereld in zijn lichaam terecht, en kan hij met haar meeleven – of dat alleszins proberen. De scène is slim, grappig, smerig en ontroerend, en dat allemaal dankzij sterk acteerwerk en een bord koudgeworden spaghetti. Net zoals de film eindigt de voorstelling evenmin met een grote resolutie. 

Is er dan enkel status quo? Ik onthoud vooral veel nuance in de gecompliceerde evenwichtsoefening tussen zorg en liefde, en een ode aan de verbeelding. Benieuwd wat jou is bijgebleven, Floris! En of jij nog met evenveel smaak een bord spaghetti eet. 

Groet,

Natalie


Van: Floris Baeke

Aan: Natalie Gielen

Natalie,

Om maar meteen op je laatste vraag te antwoorden: ja, voor een bord spaghetti mag je me altijd wakker maken. Het beste is misschien altijd dat moment vooraf: oog in oog staan met dat bord, en dan de damp die opstijgt, zoals in die scene met Julia Roberts in Eat Pray Love. 

Maar, ter zake! Ik heb meteen ook een vraag voor jou, Natalie, eentje waar ik mee zit sinds ik Michiel Vandeveldes column ‘De conservatieve wending’ in rekto:verso las, waarin hij schrijft dat hij, mee met de ‘conservatieve wind die wereldwijd waait’, een reactionaire ommezwaai ziet in het kunstenlandschap. Jonge makers zouden in deze barre tijden teruggrijpen naar het gemak van, ik citeer, ‘herkenbare verhalen, strakke dramaturgieën, het plezier van het spelen, de ambacht van het maken’, zouden te weinig ‘aan het klooien’ zijn, en lijken zo een ‘nieuwe, reactionaire niche’ te vormen (‘soms onbewust’ voegt Vandevelde tussen haakjes toe, wat me nogal alarmeerde: deze nietsvermoedende makers hebben kennelijk soms zelf niet eens door dat ze met hun theater de vooruitgangsklok terugdraaien!). 

Vandevelde ziet die retour en arrière vandaag naar eigen zeggen in de ‘heropleving’ van de ‘oubollige traditie van het kamertoneel’. Denk jij dat hij het dan onder meer over Under the Influence heeft als hij over ‘kamertoneel’ spreekt? Geven ook wij, medewerkers van een blad dat toch ontstaan is in de slipstream van de radicale Vlaamse golf (een ‘progressieve niche’ die Vandevelde prijst) toe aan ‘de sirenenzang van comfort’? Is onze smaak mak en oubollig, Natalie, omdat we allebei dooreengeschud buitenkwamen bij Under the Influence? Moeten we niet terugkeren naar vroeger – je weet wel, toen we in de Vlaamse Kunsten nog innovatief en avant-garde waren?

‘Kamertoneel’: wat is dat precies? Een vierde wand? Psychologisch spel? Weinig middelen, één ruimte, verteltijd en vertelde tijd die samenvallen? Want dat zijn bij uitstek de elementen die mij zo meezogen in Under the Influence. De kracht van de voorstelling ligt voor mij exact in alles wat je onder ‘kamertoneel’ zou kunnen verstaan: dat je te lang naar een intieme situatie moet kijken die je niet wil zien, zodat het op den duur niet alleen oncomfortabel is, maar ook claustrofobisch, en zelfs ronduit smerig, zoals je schrijft. 

Zeker nu ik Under the Influence een tweede keer zag viel dat viscerale me ook op. Het voortdurende geknor op de achtergrond, Nick die de look plet zodat je de kleverige lookschilfers bijna onder je eigen nagels voelt, het geschraap van het botte mes op de houten plank, het smakkend aflikken van de glazen gleuven op de dekselrand van de pot tomatensaus, de goedgevulde lepel klonterige saus die Nick in zijn bord laat vallen terwijl Mabel over haar dikke menstruatiebloed vertelt, het spuitgeluid van de slijmerige straal felgroene Dreft op het harde plastic van de lege bassin, het rochelen en spuugen van Mabel als ze op haar stoel hangt te hangen (ik weet dat we allebei meteen aan de smeltende klok van Salvador Dalí’s La persistencia de la memoria moesten denken), en natuurlijk Nick die dat obscene bord spaghetti naar binnen werkt. 

“Hoe Nick omgaat met Mabel is bij momenten ondraaglijk om te zien. Hij houdt van haar, maar zijn onvermogen om haar toestand te verzoenen met zijn ideaalbeeld van de perfecte vrouw duwt hen steeds verder weg van elkaar.”

Nog voor Nick iets zegt, voel je dat hun relatie niet meer in haar prille lentefase zit. Nick en Mabel zijn verstrikt geraakt in een vicieuze cirkel: hoe opener en mededeelzamer zij wordt, hoe geslotener en stiller hij blijft. Hoe meer zij bij hem wil binnenbreken – hem uitdaagt, provoceert omdat ze iets wil horen, iets voelen, iets opvangen van zijn binnenwereld, van wat in hem omgaat, hoe meer hij zich ergert, hoe steviger zijn kasteelmuren, hoe meer afstand er doorklinkt in zijn instemmend gebrom. Hoe Nick omgaat met Mabel is bij momenten ondraaglijk om te zien. Hij houdt van haar, maar zijn onvermogen om haar toestand te verzoenen met zijn ideaalbeeld van de perfecte vrouw duwt hen steeds verder weg van elkaar.

Under the Influence bracht ook mij terug naar de donkerste momenten met geliefden. Daarbij zijn beide personages voor mij herkenbaar, ook Mabel (niet alleen omdat ik er ook van hou mijn tong in het neusgat van mijn geliefden te steken), maar omdat ik me herken in haar hang naar contact en haar drang om je geliefde uit hun tent te lokken. Ik heb ook al gevoeld dat als een geliefde lijdt, zorg kan omslaan in controle, empathie in agressie, toewijding in verstikking. Bij de film is het thema van psychische kwetsbaarheid veel duidelijker, maar mij gaat het bij het stuk van Aneca, Martens en Goossens vooral om de relationele impasse: twee mensen bij wie alle pogingen om toegang te krijgen tot elkaars binnenwereld tevergeefs zijn. 

Ze spreken namelijk niet dezelfde taal. Zij spreekt de taal van geneeskrachtige stenen, van naalden en huissleutels en vingerhoedjes in je baarmoeder en van menstruaties die als een orgasme voelen: de taal van haar lichaam, omdat ze niet anders kan, omdat ze pijn heeft. Hij spreekt de taal van de plichten, van de logische chronologie van een afwas, van de gezonde levensstijl, van de relationele balans (inderdaad!, een mentale boekhouding van een relatie, zoals die vandaag wordt opgemaakt: wie investeert wat, wie draagt de lasten, wie plukt de vruchten?). Nick spreekt bij uitstek níet de taal van zijn lichaam. Hij houdt de deur naar alles onder zijn strottenhoofd zorgvuldig op slot. Dáárom zit Mabel met groeiend afgrijzen naar hem te kijken terwijl hij dat bord spaghetti naar binnen schrokt: voelt hij dan werkelijk niets vanbinnen? Zelfs niet een brok pasta van 300 gram in zijn maag? Is hij dan echt volledig onthecht van zijn lichaam en zijn gevoelens?

“Als man herken ik Nicks kalme maar onoverwinnelijke hardnekkigheid, hoe hij denkt: zolang ik blijf handelen, valt er niets op me aan te merken, gaat alles door, heb ik geen probleem – of ligt het probleem althans niet aan mij.”

Als man herken ik Nicks kalme maar onoverwinnelijke hardnekkigheid, hoe hij denkt: zolang ik blijf handelen, valt er niets op me aan te merken, gaat alles door, heb ik geen probleem – of ligt het probleem althans niet aan mij, want wat kan Mabel daar nu op tegen hebben, dat ik mijn plichten vervul? (‘Wie gaat het anders doen?’, roept hij uit, altijd de laatste strohalm van iemand die zichzelf liever niet onder ogen komt.) Zijn obsessieve controledrang herken ik ook; hij heeft zichtbaar een precies idee van hoe je de dingen hoort te doen. Hoe hij zijn mes over de slijpstaal laat scheren, hoe hij steeds de handdoek diagonaal vouwt en ze met een hurkje over zijn schouder drapeert, hoe hij de witte servetten op de tafel schikt. Werktuigelijk, zoals je treffend schrijft, zo staat Nick in het leven: je taken uitvoeren, zonder verdere vragen te stellen. 

Ik merk dat ik in relaties heel snel in de zorgmodus schiet, in de provider-modus. Je wil niet de partner en vader worden die je bij de generatie van je grootvader ziet: de (zeer charmante en goedhartige) actieve patriarch die de lijnen uitzet, de gesprekken bepaalt, de beslissingen neemt – maar die totaal niet zelfstandig is, niet eens een was kan draaien, en zijn partner (en andere vrouwen) argeloos op duizend-en-een manieren onderdrukt. Dus ga je als jonge man maar handelen, zorgen, taken afvinken, doen wat (je denkt dat) er van je verwacht wordt, alsof dat zeer duidelijk is. Wat wil hij zelf van zijn leven en zijn geliefde? Misschien is dat een beetje de crisis waarin veel mannen vandaag verkeren: ik weet heel goed hoe ik niet wil zijn, maar hoe dan wél? Nick belichaamt die onmachtige (letterlijk: impotente) nieuwe vorm van man-zijn ten voeten uit: compenseren, en daardoor verzanden in passiviteit (of passieve agressiviteit). Hij is enkel tegengewicht, een correctie – die zin schreven we allebei op. Hij is niets op zichzelf, hij bestaat alleen in oppositie tot Mabel, probeert slechts zijn (verondersteld noodzakelijke) taakjes zo goed mogelijk uit te voeren.

Ik weet dat je dat van me weet, Natalie, maar ik benadruk het toch nog eens: ik claim hier als man geen enkel slachtofferschap. Maar wat me in relaties altijd bezighoudt, is hoe ik als overtuigd feminist open en beschermend kan zijn zonder al te gedwee of competitief te worden, hoe ik een balans vind tussen zorgen en verzorgd worden, zonder alle spanning koud te maken. Ondanks de vele mannen die met vlag en wimpel het tegendeel bewijzen, geloof ik dat mannen meer dan emotioneel analfabete pantoffelhelden of slaven van hun geslachtsapparaten ook complexe, kwetsbare, verrassende schepsels zijn. Het probleem is: wie zit er echt op kwetsbare mannen te wachten? (Ik niet per se als ik het zo lees, Natalie, want ik moet meteen aan sandalen en een fietshelm en zelfhulpboeken denken.) Dat wil zeggen: mannen die tonen dat ze onzeker zijn, dat ze druk voelen, dat ze bang zijn, mannen die niet presteren, die falen. Nogmaals: ik ben zeker geen slachtoffer, maar het ontbreken van kracht, zelfredzaamheid, controle of dadendrang zijn wel dingen die als man vandaag (ook door en bij mezelf) snel worden afgestraft. 

De scène waarin Nick in plaats van ‘sorry’ te zeggen die knullige kruiwagen met een grote grijze steen binnenrijdt, ontroerde me daarom zo: hij blijft in zekere zin wel de handelende man, maar hij zet met dat brute mannenkarwei en die groteske steen zichzelf en zijn onvermogen te kijk. Eindelijk opent hij zich voor Mabel en voor ons. Zijn sérieux, zijn plichtsgetrouwheid heeft een barst heeft gekregen. Plots spreken ze dezelfde taal, Natalie. Niet die van woorden, maar van beelden, omdat enkel die toereikend zijn. Er is abstractie en speelsheid, hij heeft een daad uitgevonden, alsof hij plots ook inziet dat het leven geen aan elkaar hangende keten van onontkoombare verplichtingen is. Plots is de normaliteit doorbroken, er is ademruimte tussen hen, zuurstof, alsof iemand het raam van de theaterzaal heeft opengezet. 

Wat voor mij als een onderstroom door Under the Influence loopt, Natalie, is die vraag naar normaliteit. Wat is een normale vrouw? Een normale man? Een normale relatie? Normaal gedrag? Een normaal leven? Of vertaald naar vandaag (want sinds we niet langer in een god geloven en ‘zondigheid’ als ultiem kwaad hebben afgeschaft, is ‘ge-zondheid’ het nieuwe morele criterium geworden): wat noemen we vandaag een gezonde relatie, gezond gedrag, een gezonde geest, een gezonde manier van leven? 

Wat Under the Influence mij vertelt, is dat er in relaties en in het leven geen grote ontknopingen bestaan. Er is geen happily ever after, geen catharsis, net zoals bij Cassavetes. Een sluitend einde zou dus oneer aandoen aan de grilligheid van menselijke relaties, die Under the Influence zo genuanceerd ontleedt. Ik denk niet dat er zoiets is als een eenduidige, gezonde relatie, Natalie, een relatie tussen twee mensen zit altijd vol gekke kronkels en vage grenzen. En dat maakt Under the Influence zo rijk: het weigert de plooien keurig glad te strijken, en kiest na zijn beklemmende ontroering ook voluit voor doelloze speelsheid. Messily ever after.

Kwetsbare groetjes,

Floris

Lees ook de recensie van Margot De Grave Loyson die in juli 2024 verscheen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

double take
Leestijd 15 — 18 minuten

#180

15.09.2025

—

14.12.2025

Natalie Gielen, Floris Baeke

Natalie Gielen is redactiemedewerker van Etcetera. Daarnaast werkt ze freelance als auteur, redacteur en outside eye in de kunsten. Ze is medeoprichter van Letterveld, een lossig-vast schrijverscollectief.

Floris Baeke (hij/hem) is co-hoofdredacteur van Etcetera en schrijft freelance voor De Standaard. Hij behaalde een MA in de filosofie en volgt momenteel de MSc International Politics aan de KU Leuven.

Dit artikel maakt deel uit van: Double take

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!