Artists’ Entrance: Meg Stuart
Meg Stuart
© Boumediene Belbachir
Lungs, vertaald als Ademen, van de Britse auteur Duncan Macmillan gaat over de dilemma’s rond het wel of niet krijgen van kinderen, en de impact daarvan op een persoon, een relatie en de wereld. Het stuk toont hoe een hoogopgeleid koppel worstelt met de spanning tussen hun ecologische overtuigingen en hun kinderwens, terwijl ze geconfronteerd worden met hun eigen privileges en zelfgenoegzaamheid. Ademen van regisseur Christophe Aussems had een brutale confrontatie had kunnen zijn met de zelfgenoegzaamheid van de zogenaamde havermelkelite – ik beschouw mezelf als mogelijk doelwit – maar blijkt een verantwoord avondje toneel: intelligent, lichtjes provocerend (alhoewel…) en vooral geruststellend.
Enkele jaren terug sprak een krant met jonge mensen, vooral vrouwen en een enkele man, over hun kinderwens. Of beter, over het ontbreken van een kinderwens. Zij vertellen dat de medische wereld erg weigerachtig staat tegenover een onomkeerbare sterilisatie, bij mannen en nog meer bij vrouwen die jonger zijn dan 30. ‘Er kan nog zoveel veranderen, ook aan die kinderwens die er nu niet is’: dat is het antwoord van vele gynaecologen of urologen, uitgesproken met gezag. Deze jonge mensen zijn licht verontwaardigd over dat paternalisme, alsof het wensen en het krijgen van een kind vóór je 30ste niet ook een onomkeerbare beslissing is. De motieven lopen uiteen: de eigen kindertijd, die niet gelukkig was, de medeverantwoordelijkheid voor de overbevolking, de werklast van de opvoeding. Met als gemeenschappelijke ondertoon: waarom zouden wij ons moeten verantwoorden over het feit dat we géén kinderen wensen? Moeten vaders en moeders zich daarover soms verantwoorden?
Lungs, vertaald als Ademen, van de Britse auteur Duncan Macmillan, gaat hier ook over. En over andere kwesties rond gewenst ouderschap en de impact daarvan op een relatie. De herkenbaarheid voor veel mensen, vanaf pakweg 30 jaar of iets vroeger, is wellicht groot. Heftige en heikele gesprekken, onderbroken door goed en pijnlijk nieuws, verrassingen ten goede of ten kwade, en het besef dat een kind voor gans het leven is, ook nadat zij of hij het al dan niet warme nest heeft verlaten.
Een man en een vrouw, beiden hoogopgeleid, zij een succesvolle academica, hij een minder succesvolle muzikant, praten een kleine twee uur over hun kinderwens, die ze na nogal wat peripetieën uiteindelijk realiseren. Het gesprek begint in de IKEA, niet de meest ideale plek om zo’n existentieel onderwerp ter sprake te brengen, en dat beseffen ze allebei. Die valse start zal heel hun discussie, en de gebeurtenissen die eruit voortvloeien, blijvend beïnvloeden. Maar bestaat er wel iets anders dan een valse start voor zo’n gesprek? Komt een pertinent, vaak niet geheel rationeel verlangen naar een kind niet altijd op wanneer je er allebei het minst op voorbereid bent?
“Bestaat er wel iets anders dan een valse start voor zo’n gesprek? Komt een pertinent, vaak niet geheel rationeel verlangen naar een kind niet altijd op wanneer je er allebei het minst op voorbereid bent?”
Gezinsplanning is heel vaak een illusie, zelfs al vinden vele koppels (en alleenstaanden) een zeker evenwicht. Dat is de eerste bedenking bij dit drama, en er zijn er meer. Bedenkingen die een op het eerste gezicht sobere regie van Christophe Aussems en geëngageerde acteerprestaties van Pieterjan De Wyngaert en Alejandra Theus niet helemaal doen verdwijnen. Als een toneelschrijver een dialoog construeert tussen twee particuliere mensen, met hun hoogst individuele karaktertrekken en achtergronden, dan is het onvermijdelijk dat hij generaliseert, dat hij die unieke situatie verheft tot het niveau van een metafoor. In ‘Life and Times’ toonde het Nature Theater of Oklahoma onder andere een re-enactment van fragmenten uit de zeer persoonlijke en niet bijzonder spectaculaire levensgeschiedenis van Kristin Worrall, één van spelers van de groep, zoals zij dat zelf aan de telefoon verteld had.
Maar ook dit extreme ‘naturel’ kan zo’n perceptie als metafoor niet vermijden, en dan gaat het niet eens over de vraag of die geschiedenis verzonnen is of ‘echt’ is. Als het over personen van vlees en bloed gaat, en we krijgen hun verhaal te zien en te horen, dan gaat het heel snel over ons allemaal, geheel of gedeeltelijk, maar wel onvermijdelijk. Op de scène kan je het private niet privatiseren. Dit hoogopgeleide, liefdevolle en zeer welbespraakte koppel maakt, in het eerste deel, de afweging tussen kinderwens en ecologische voetafdruk. Een nieuw kind op de wereld staat gelijk met zoveel uitstoot van CO₂, maar een kind kan ook later opgroeien tot een strijder tegen de klimaatcrisis. Ook andere compensaties zijn denkbaar: ze kunnen zelf een bos planten, of een performante luchtfilter uitvinden, of nog iets anders dat zeer slim is. Ze zijn immers geprivilegieerde intellectuelen, relatief zeker van een bovenminimaal inkomen, met een netwerk dat zich uitstrekt van de universiteit tot de zogenaamde creatieve sector.
Mijn tweede bedenking dus: dit is een karikatuur van de progressieve, burgerlijke middenklasser. Ze tonen een scherper inzicht in de bedreigingen van de planeet dan de gemiddelde kiezer, en ze zetten al die rationaliteit op cruciale momenten opzij om het over de vervulling van hun kinderwens te hebben. De discussie gaat op dat moment ook al lang niet meer over de kinderwens, maar over hun burgerlijke identiteit an sich. De wereld bestaat ineens niet meer, geen vrienden, geen collega’s, geen Europeanen, geen mensen uit het zuiden, geen Partij van de Arbeid, geen Vlaams Belang (of alles wat daar tussen ligt), geen middenveld. Deze wereldvreemdheid gaat steeds cynischer klinken.
“Er is niets mis met cynisme, toch niet altijd, maar dit ziet er gewoon lelijk uit.”
Er is niets mis met cynisme, toch niet altijd, maar dit ziet er gewoon lelijk uit. Zeker wanneer de man gaat verkondigen dat ‘ons soort mensen’ het best geplaatst zijn om nieuwe kinderen te maken, terwijl zij dit niet (kunnen) nadenken dit misschien beter niet doen. Een bijzonder vrijblijvend wereldbeeld, me dunkt. Misschien is dit cynisme wel bedoeld door Duncan Macmillan, en dan hebben Aussems en zijn spelers het script gewoon goed uitgevoerd.
Hoewel ik vermoed dat er ook iets anders mogelijk is. Macmillan geeft, bij het begin van de uitgegeven tekst, enkele korte maar heldere aanwijzingen: geen decor, geen rekwisieten, geen kostuumwissels, licht en geluid mogen geen veranderingen van plaats of tijd aangeven. In de dialogen zelf markeert hij de pauzes en de momenten waarop de ene speler de zin van de ander mag onderbreken. Hoe beknopt ook, het zijn behoorlijk dwingende instructies voor regisseurs. Die laatste suggesties, over de dialogen, die neemt Christophe Aussems over, maar de eerste niet. Er is wél een decor, namelijk een spiegel op de achterwand, over de hele breedte van de scène, waarin de toeschouwers, afhankelijk van de lichtstand, zichzelf scherp of vaag terugzien.
Het publiek is de bevoorrechte voyeur, maar lijkt zelf pijnlijk hard op dit koppel uit hun eigen goed opgeleide middenklasse. Beslissende gebeurtenissen – de aankondiging dat zij zwanger is, haar miskraam, de relatiebreuk, de hernieuwde ontmoeting – worden telkens met een donderslag benadrukt. Het licht creëert geen plekken, het lokaliseert niets specifiek, maar geeft wel nuances van intimiteit aan: een monoloog die introspectief is, in donkerrood en blauw licht, tegenover een echtelijke ruzie die alle hoeken van de kamer toont, genre Noah Baumbachs ‘Marriage Story’, in helder wit-geel licht. Voor de hand liggend, maar toch sturend.
Nog ingrijpender is de toevoeging van live muziek. Sarah Pepels (ex-Portland) en Bert Hornikx (habitué bij het Nieuwstedelijk) leggen een geluid onder alle dialogen, bijna als een verplichte opvulling van de stilte, vanuit een sonische horror vacui. Dat is de enige noodzaak die ik kan bedenken, want het ondersteunt amper de handeling, laat staan dat het deze voortstuwt of beïnvloedt. Eén moment krijg je wel die indruk, wanneer de man concludeert dat hun kinderwens, na het herstel van de relatiebreuk, een nieuwe kans krijgt. Dan krijgen het ijle stemgeluid van Pepels en de scherpe gitaaraanslag van Hornikx iets dwingends. Vervolgens vertellen Theus en De Wyngaert, energiek alsof het slam poetry is, hoe hun verdere leven is verlopen, met een opgroeiend kind dat ze finaal moesten loslaten. Een vorm die best aantrekkelijk is, maar die ook de ronduit reactionaire boodschap – alles komt goed, als je maar genoeg van elkaar houdt – probeert te verdoezelen, tevergeefs weliswaar. Misschien komt alles wel goed, als je genoeg van elkaar houdt, maar ik heb die geruststelling niet nodig, na deze snedige, bij vlagen heftige, conversaties en monologen. Dat klinkt klef en, zoals gezegd, reactionair: alsof de context er niet toe doet, en je alle pech (of erger, drama) alleen aan jezelf te wijten hebt.
Macmillans vraag om radicaal minimalisme is tot op zekere hoogte positief beantwoord door de spelers, Theus is flamboyanter, De Wyngaert meer terughoudend, vlakker zelfs. Het is geen Samuel Beckett, maar het is zeker niet sentimenteel. De theatrale toevoegingen van de regisseur (decor, licht, geluid) reduceren echter het wedervaren van dit uitstekend geïnformeerde, slimme maar toch wereldvreemde koppel tot gemakkelijke herkenbaarheid. Je merkt dat bij de reacties van het publiek: de schuchtere lachjes van de meesten, of de klaterende lach van een enkeling, en de empathische glimlach bij zowat iedereen.
Wat een brutale confrontatie had kunnen zijn met de zelfgenoegzaamheid van de zogenaamde havermelkelite – ik beschouw mezelf als mogelijk doelwit – is nu een verantwoord avondje toneel: intelligent, lichtjes provocerend (alhoewel…) en vooral geruststellend. Merkwaardig toch, voor een gezelschap als het Nieuwstedelijk dat meestal, de ene keer al wat efficiënter dan de andere, vingers op wonden durft leggen of zelfs wonden durft openrijten. Geef mij dan maar Jon Fosse, denk ik even. Dat zijn ook heel particuliere verhalen die tot metafoor verheven worden, maar zoveel minder voorspelbaar. Ook cynisch, maar lang niet zo behaagziek. Over de dilemma’s die gepaard gaan met een kinderwens, en vooral met het gesprek erover, heb ik te weinig vernomen dat beklijvend is. Dan waren de gesprekken met de bewust kinderlozen, in die reportage van de krant, relevanter.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.