© Victoriano Moreno

Leestijd 6 — 9 minuten

Care (Past/Present/Future) – Tamayo Okano

Een haastige voorstelling over zorgzaamheid

In een jachtige, moeizaam vertelde voorstelling wil danseres Tamayo Okano het publiek iets zeggen over zorgzaamheid. Care (Past/Present/Future) zegt te gaan over hoe verschillende generaties vrouwen zorg dragen voor anderen en indien mogelijk ook voor zichzelf. Wat we te zien krijgen draait vooral rond een onverteerde moeder-dochterband, waarin wederzijdse vergeving moeilijk blijkt.

Het evaporeren van de eenzamen

Vriendelijk heet Tamayo Okano het publiek welkom in de ruimte. Twee stoelen staan er op het podium, bijna zo ver als mogelijk uit elkaar. Ze staan voor een dochter die naar België vluchtte om een danscarrière uit te bouwen en een moeder die achterbleef in Japan. Tekenend is dan ook de keuze die Okano maakte voor het Engels, een taal die haar moeizaam afgaat, en die gedurende de hele voorstelling inspanningen van het publiek vergt om precies te begrijpen wat ze vertelt. Neutraler terrein is het Engels wel, want algauw zal blijken dat haar moedertaal er een was van kwaadheid, wrok en zelfs haat.

Whenever I try to remember Japan,’ begint Okano, terwijl ze een minuscuul wierookstokje aansteekt, ‘the first image that comes to mind is that of summer.’ De zomer in Japan is niet alleen de tijd van vogels, ontluikende bloesems en ijsjes die smelten in haar keel, maar ook een tijd waarin de doden overal zijn. Op 15 augustus 1945 eindigde WO II voor de Japanse bevolking. Op die dag wordt ook het Obon Festival gevierd: een festival waarin de geesten van voorouders tevreden worden gesteld.

Bitterzoet voelt die zorg voor de overledenen in een samenleving waarin jaarlijks een aanzienlijk aantal mensen evaporeert, in het Japans jōhatsu (蒸発) genoemd. Het begrip verwijst naar mensen die met voorbedachten rade uit hun eigen leven verdwijnen zonder een spoor achter te laten. Het fenomeen raakte wijdverspreid in de jaren ’90, toen het land door een diepe economische crisis ging en mensen alles achterlieten om op die manier te ontsnappen aan grote financiële schulden. Vandaag wordt jōhatsu echter ook gelinkt aan de hoge prestatiedruk in de Japanse samenleving en aan de grote eenzaamheid en vervreemding waar veel inwoners onder lijden.

Opgeborgen dromen worden nachtmerries

Okano vraagt zich af of haar moeder misschien zelf wilde evaporeren. Ze speelt haar moeder op onhandige, bijna schoolse wijze, maar geeft het publiek op die manier wel inzicht in de vrouw die achterbleef in Japan. Haar moeder had een afwezige, veeleisende man waarvan ze wilde scheiden. Haar moeder had twee kinderen, waar ze helemaal alleen voor moest zorgen. Haar moeder had haar droom om danseres te worden. Waar ze man en kinderen behield, moest ze de droom om danseres te worden ze opbergen bij Okano’s geboorte.

Maar opgeborgen dromen worden nachtmerries. ‘Is dit mijn kind?’ vraagt de moeder zich af wanneer ze eenzaam in een ziekenhuis haar eerstgeborene vasthoudt. Symptomen van een postnatale depressie lijken het: de woede en vervreemding ten opzichte van haar dochter, maar die woorden vallen niet in de voorstelling. De psychologie achter de kille vrouw die – natuurlijk, zo zegt Okano – haar verjaardagen vergeet, vertelt de maker ons niet. Wel dat ze als kind vaak ziek was, en dat haar moeder voor haar zorgde – natuurlijk. Pas toen Okano zelf een dochter kreeg, kwam ze erachter dat er een erfelijke aandoening in het spel was. Er schuilt verwijt in de mededeling dat ook zij als kind door die ziekte getroffen werd. Of ook haar eigen moeder die ziekte had, komen we niet te weten.

“Hoe verschrikkelijk Okano’s verhaal ook is, de toonloosheid en snelheid waarmee het gebracht wordt, suggereren zowel onverwerkte emotie als een te cerebrale benadering van het leed.”

Wanneer ze vluchtelingen op televisie ziet huilen, vertelt Okano, doet het haar verdriet dat zij wél een moeder hebben die ze missen en zij zelf niet. ‘Now that she is old and frail, for the first time, I don’t want her to die.’ Ze is beenhard voor haar moeder. Met recht en rede, denk je, wanneer de moeder de slaapkamer van haar dochter in sluipt en haar probeert te wurgen. Plots gaat het zaallicht aan en laat Okano ons toe in haar maakproces. Ze zegt: ‘Ik wilde met deze voorstelling mijn moeder begrijpen en vergeven. Maar dat lukte niet, en toen had ik geen tijd meer om een ander script te maken.’ Terug naar de wurgscène dus. Hier gebeurt iets interessants, denk je als kijker. De kijk op die beweegredenen van de maker zou een aantal vragen op scherp kunnen stellen. Wat is vergeving? Waaruit bestaat zorg? Is wurgen het tegendeel van zorg, of net een heel ver doorgetrokken verlengstuk ervan? De hoop op een kentering vervliegt echter wanneer Okano het verhaal gewoon op dezelfde toon hervat en voorbeelden blijft aanhalen van hoe haar moeder uiting gaf aan de woede ten opzichte van haar dochter.

Hoe verschrikkelijk haar verhaal ook is, de toonloosheid en snelheid waarmee het gebracht wordt (zelfs wanneer ze bellen blaast om haar jeugdige zelf op te roepen, doet ze dat twee keer snel om dan weer verder te spreken), suggereren zowel onverwerkte emotie als een te cerebrale benadering van het leed. Het publiek krijgt erg veel informatie, die deels geïnterpreteerd is en deels ruwe ervaring is, maar krijgt niet de tijd die informatie te laten inzinken. Het voelt overladen: de opsomming van faliekant moederlijk falen zonder ergens lucht voor humor, zelfreflectie of aandacht voor de veeleisende en patriarchale Japanse maatschappij die een individuele moeder overstijgt.

Het vergeten dat we vergeven noemen

Okano heeft ook goede herinneringen. Één om precies te zijn. Kind zijn en op de rug van haar moeder zitten en zich verwonderen over waarom de maan nooit dichterbij komt. Even zie je in haar wijzende arm de verwondering van het kind dat ze ooit was. Het is in het beeldende dat Okana sterk is. Wanneer ze danst op Anhoni’s ‘Hope There’s Someone’ bijvoorbeeld, met gesloten ogen, lijkt ze de grenzen van haar huid te herstellen. Het is een rituele aanraking van haar eigen lichaam, soms teder, soms ruw, die de vraag oproept hoe je voor jezelf kan zorgen als niemand het je heeft voorgedaan.

Ze danst niet alleen haar eigen dans, maar ook de oudemensendans van haar moeder. Voorzichtig, met haar rug naar het publiek gekeerd, is ze als performer veel overtuigender dan wanneer ze je toespreekt. Hier voel je de zorg die in de rest van de voorstelling moeilijk te ontwaren bleef; in hoe ze de dans van haar moeder afmaakt, hoe ze door haar uit moeder opgebouwde dochterlijf te bewegen de nachtmerrie weer even droom laat worden. En in hoe ze haar moeder vraagt: ‘What is it you would most like to forget?

Zorg gaat over het bewaren van verhalen, wat ook de essentie vormt van het Obon Festival, zoals in de herinnering waarmee de voorstelling opent. Maar in families gaat zorg soms ook over het vergeten toelaten, en dat dan vergeven noemen. Okano tilt haar moeder op haar rug en draagt haar naar een rustplek. In dit laatste gedeelte wordt Care sterk, omdat het de traagheid, het geduld en de herhaling durft opzoeken die eigen zijn aan zorg. Het is jammer dat de voorstelling net hier vrij abrupt eindigt, wanneer het publiek eindelijk begint te voelen wat het potentieel ervan is. Care (Past/ Present/ Future) verliest aan diepgang op zowel emotioneel als maatschappijkritisch niveau doordat Okano grotendeels kiest voor het medium van de taal, dat in tegenstelling tot de dans niet het medium is waarin ze van wereldklasse is.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#179

01.03.2025

14.09.2025

Amber Maes

Amber Maes studeerde Wijsbegeerte en Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen. Ze werkt in de literaire sector en geeft les in het middelbaar onderwijs.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!