‘Calypso’ © Pepijn Lutgerink

Leestijd 5 — 8 minuten

Calypso & the new cool kraak revival

Lizzy Timmers/Productiehuis Rotterdam

‘WELKOM A.H.’ lichten fluorescerend blauwe letters in het donker op, dan is Calypso & the new cool kraak revival afgelopen. Onverwachts, want er zijn pas vijftig minuten voorbij en zoveel is er feitelijk nog niet gebeurd. Regisseur Lizzy Timmers biedt haar publiek een soort explosie aan van geacteerde en gezongen verhaalfragmenten en ter plekke opgebouwde beelden, en laat het daarna onverwachts in stilte achter. Hoewel ik als toeschouwer in eerste instantie watop mijn honger blijf zitten, lijkt het Timmers niet te gaan om het vertellen van een volledig verhaal, maar eerder om de ervaring van de leegte die overblijft. Waarom?

De voorstelling begint op de begane grond van appartementencomplex Calypso in Rotterdam. Lizzy Timmers staat ineens voor ons en zingt: ‘Ik ben Lizzy Timmers en ik ben de regisseur van deze voorstelling. Hier komt binnenkort een supermarkt. Ik zegniet welke, maar ik denk datjulliewel weten welke.’ We komen te weten dat de gemeente deze grond duur terugkocht hier stond vroeger bioscoop Calypso – zodat de bouw kon doorgaan: 405 woningen, een kerk, winkels en parkeerplaats voor 500 auto’s. Ze zet haar zinnen om in melodieën alsof deze ter plekke in haar opkomen. Het werkt ontwapenend. Al zingend leidt ze ons achter in de kale grijze ruimte naar een tribune waarvoor een eenvoudige bandopstelling staat. Daarachter, door de ramen, zien we steigerpoten, bouwcontainers en in de verte het (al bij na tien jaar in aanbouw zijnde) nieuwe station.

Timmers’ liedjes vormen de rode draad door de voorstelling. Opvallend is dat ze daarin ook de resultaten opneemt van haar onderzoek voor dit project. Belangrijk is de ‘voorspelling’ van Aetzel Griffioen, oud-kraker en stadsfilosoof van Rotterdam. Ze bezingt hoe ze hem van haar plan vertelde om in de voorstelling een meisje haar vader te laten ontdooien; een kraker die zich in 1983 liet invriezen. Aetzel had daarop geantwoord: ‘Als die vader nu ontwaakt, heeft hij een ongelooflijk groot probleem. Alles is veel erger dan toen, structuren manifester dan ooit, daar beuk je niet zomaar doorheen. Als je nu iets wilt veranderen, [zoek je] een weg om de structuren heen!

Ze gaat er toch voor; de kraker anno nu. Actrice Janneke Remmers sleept als stoer meisje haar ingevroren vader op (gespeeld door Arend Pinoy). Hij heeft alleen een lichtblauwe onderbroek aan. Even associeer ik hem met Jezus; de wederopstanding van een kraker. Met een bouwlamp begint ze aan haar taak. Ze toont ons zijn lichaam en ontdooit het tegelijkertijd. Trillend komt hij tot leven, zijn benen onvast als die van een pasgeboren kalf. Hij schrikt, valt, draait een pirouette en vraagt: ‘Welk jaar?!’ ‘2012?’ Hij loensten verleidt iedereen, hij huilt en springt lachend achter de drums: hij leeft. Muzikant Jens Bouttery zet een baslijn in, Janneke grijpt een gitaar en Lizzy galmt door de megafoon: zij zijn het New Cool Kraak Collective.

Dit Collective; het meisje en haar vader, de muzikant en de zangeres, zijn hier om ‘het nieuwe kraken’ te ontdekken. Zo rondscharrelend in de supermarkt in aanbouw roepen ze de vraag op hoe een mens zich staande houdt in deze wereld. Ze zijn stads nomaden die zich verplaatsen door de leegstaande nieuwbouw die hen omgeeft. Ze leven met wat voorhanden is en ontdoen zich van overtollige ballast. Ze vervangen hun eigen kleren door rokjes van plastic zakken. Ze maken bouwsels uit lange houten latten. Het zijn open, hoekige vormen die veel associaties oproepen: tenten, voorraadkamers, ijskristallen, bergen, een landschap. Het meisje leest driftig voor uit een oud krakerspamflet getiteld Autonomen uit 1986, waaraan haar vader ooit meeschreef. Hij lacht schaapachtig, maar zij lijkt er bij elke zin meer in te gaan geloven en de tekst klinkt weer actueel: ‘(…) het consumptiecircus. De koopwaar is belangrijker dan de mensen. De supermarkt is het centrum van iedere buurt. Iedereen zit in een raar blikken doosje op wielen.

Toch is de reactie daarop anders dan destijds. De ontdooide kraker wordt als een relikwie uit het verleden ingezet om het New Cool Kraak Collective te helpen met de vraag hoe ze met het heden moeten omgaan. Terwijl zijn dochter naar het vuur van toen verlangt, is er niets wat hem nog aan een kraker uit de jaren tachtig doet denken. Calypso schetst vooral een beeld van de generatie die toen geboren werd, en de vader lijkt zich daar met zijn wedergeboorte direct bij aan te sluiten. Hij probeert niet eens tegen ‘structuren aan te schoppen’, hij neemt juist (als een soort messias) het voortouw in ‘het vinden van een weg er omheen’. Hij bouwt zwijgzaam maar doelgericht aan de houten geraamtes (een opvallende live scenografie overigens) en hij is degene die hen op het idee van de plastic kostuums brengt. Terwijl hij jong blijft, wordt zijn dochter volwassen. Een omgekeerde tas onthult haar zwangere buik. Een derde generatie kondigt zich aan. De vader vertrekt richting uitgang; het pad dat hij verkent, gaat buiten verder. Wanneer hij zijn dochter vaarwel kust, wisselt de relatie ouder-kind; zij wordt zichzelf als toekomstige moeder die straks haar kind de wereld in zal moeten laten gaan. Terugkijken is automatisch ook vooruitkijken.

Ze besluit een feest te organiseren, als welkom aan haar vader en aan de Albert Heijn die er straks komt. De gastenlijst die ze vervolgens opsomt omvat haar hele wereld; van de Calypso tot het einde der tijden en terug naar het nu en de toekomst in haar buik. Het maakt inzichtelijk dat ze alle elementen accepteert die haar heden bepalen – ook die waartegen ze zich zou willen verzetten: nieuwbouw, kapitalisme, crisis. Dat ze die aspecten in haar omarming van het nu insluit, betekent tegelijkertijd haar verzet ertegen. De nieuwe krakers tonen een bevrijdende omgang met de door Aetzel genoemde veel ‘manifestere structuren’ dan degene waar de krakers van de jaren tachtig mee te maken hadden. Zoeken naar een weg er omheen betekent in hun geval dat ze het systeem van binnenuit naar eigen behoefte gebruiken. Het nieuwe kraken is in die zin een suggestie om ‘het nu te bewonen’.

Achter het verhaal van deze ‘nieuwe krakers’ is de zoektocht die Lizzy Timmers en andere jonge hedendaagse makers (zonder vaste subsidie en/of productieplek) aangaan voor mij – deel uitmakend van dezelfde generatie en behorend tot hetzelfde werkveld – duidelijk herkenbaar. In het theaterland-schap zijn zij/wij veelal zonder vaste verblijfplaats, een soort stadsnomaden die hun werk maken met wat voorhanden is. De ballast die ze in hun spel afleggen, staat buiten dat spel misschien ook voor de overvloed waarin deze generatie is groot geworden. Ze zijn blanke kinderen uit gegoede families en maken hun werkbij Productiehuis Rotterdam en in De Keuze in relatief goede omstandigheden. Hun beweegredenen om deze lege ruimte te ‘kraken’ (= middels vergunning als speellocatie gebruiken) lijken gevoed te worden door een zekere behoefte aan minder. Dat klinkt paradoxaal, maar dat is het niet. Enerzijds is er de behoefte aan minder hapklare, door anderen opgebouwde of voorgekauwde structuren, systemen, regels, ruimtelijke ordening, enzovoorts. Anderzijds moeten deze kunstenaars zien om te gaan met beperkte middelen om eigen werk te maken. De twee worden hier als remedie voor elkaar gebruikt. Het minder maken wordt ingezet om die opgelegde beperkingen te bestrijden, door het systeem daar te gebruiken waar het overvloedig is, en dus ruimte biedt aan wie goed zoekt. Van de woningen in de Calypso zijn er maar een kwart verkocht. Zo zijn er tal van ‘gaten’ in het systeem die we niet zien wanneer we op de gebaande paden blijven. De voorstelling wil onze blik van die paden laten afdwalen. Of we de mogelijke alternatieven ook gaan gebruiken, en hoe dan wel, is aan ons. De voorstelling vraagt niet om een toeschouwer die méér verwacht, maar die kijkt naar wat er is – een publiek dat de kracht van de leegte ziet.

Daarin valt voor de makers van Calypso nog wat winst te halen. Tegenover de vraag naar de bereidheid van de blik van de toeschouwer, zou meer moeten staan. Zij als gidsen zouden ons langer bij de hand mogen nemen. De verkenningstocht doorheen het systeem dat vader leidt wordt zo licht aangestipt met de kostuums, de bouwwerken en zijn vertrek, dat het veel moed vereist om achter hem naar buiten te gaan en zelf nieuwe wegen te ontdekken. Er is net iets meer aanmoediging nodig. Als gids weet Timmers ons met haar typische losgezongen zanglijnen al wel mee te voeren naar een plek van waaruit we een toekomstige nostalgie over het heden beginnen te voelen. En in dat heden willen we eigenlijk gewoon zo graag nog wat langer blijven.

Gezien tijdens De Keuze in Rotterdam op 27 september 2012.

www.productiehuisrotterdam.nl

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#131

15.12.2012

14.03.2013

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!