Luk Mishalle & Paul De Bruyne

Leestijd 6 — 9 minuten

Brulin 1982: Van Londen via Nicaragua naar Antwerpen

Het kan nauwelijks een verrassing heten dat Tone Brulins toneeljaar 1982 in januari begint. De eerste twee maanden regisseert hij in Amsterdam Powema di Rutu van de Surinaamse schrijver Edgar Cairo. “Cairo had me gevraagd de regie te doen maar hij had alles al bedacht. Stelde ik een of andere beweging voor, zei Cairo, ‘dat doe ik niet, dat is tegen mijn neger zijn’. (Lacht). Op zich vond ik dat niet erg, maar alle mensen uit die produktie, de twee muzikanten en de twee acteurs, hadden zo’n groot ego dat zij onderling ruzie maakten. Al vlug kwam de vraag wie de echte neger was en verwijten als ‘jij bent geen neger, jij bent helemaal wit van binnen’. Ik kon die toestand helemaal niet de baas. Eigenlijk heb ik dus niets gedaan.” Ondanks de ruzies en de nonactiviteit van de regisseur was Powema di Rutu een indringend tropisch spektakel, een warme adem in Amsterdam Hartje Winter.

Vanaf april start een nieuw project voor Tone Brulin, en Siti Fauziah doet dit keer ook mee. De kern van Tiedrie is door John Fox, artistiek leider van de Engelse fringegroup Welfare State international, uitgenodigd om mee te werken aan de voorbereiding van Doomsday Colouring Book, het grote zomerproject van de groep.

Voor Tone is Welfare State de Europese Bread & Puppet. Welfare State werkt met straattoneel, processies, rituelen en gigantische shows (voor 10.000 en meer mensen), met de klemtoon op het scheppen van een voor het hedendaagse Groot-Brittannië relevante iconografie. Brulin is vooral geïnteresseerd in de beeldende kwaliteiten van de groep. John Fox, die Tone in zijn Maleise periode heeft ontmoet, wil een regisseur bij de groep omdat het zomerproject ook een cyclus van twaalf korte toneelstukken omvat.

Tussen twee Stoelen

De samenwerking tussen Brulin en Welfare State verloopt niet makkelijk. De performers van de Engelse groep zijn duidelijk geen acteurs maar mensen met vooral beeldende interesse. Zij zien toneelspelen als het uitwerken van een eigen act binnen een voorstelling. Bovendien zit er een geweldige tijdsdruk op het werk. Na drie weken werk is al een groot feest met optredens voorzien in Darlington. Welfare State staat niet alleen in voor de shows maar voor de hele enscenering van het feest waarbij moet samengewerkt worden met zestien lokale verenigingen (amateurgezelschappen, dierenvrienden, working men’s clubs).

De voorbereidingstijd valt uiteen in het voorbereiden van theaterinventies, die variëren van een monoloog tot een ‘dans’ met grote poppen, het componeren van muziek voor een grote amateurgroep en de stukken waar Tone aan werkt. Slechts een paar uur per dag oefent Brulin met een groepje aan twee van de twaalf stukken van het Doomsday Colouring Book. De keuze viel op Bellevue, over de sluiting van een zoo, waarbij alle beesten worden afgeslacht en The Parrot and the Queen, over macht, puberteit en corruptie. Het werk lijdt onder de ziekte en de mentale afwezigheid van Brulin en onder de tussenkomsten van Fox die af en toe komt binnenwaaien om te insisteren op ‘Grote Beelden’ in de shows.

De voorstellingen in Darlington vallen dan ook tussen de twee stoelen van Brulins speltruuks en van de spelvertragende beelden in de Welfare State-traditie. Beide elementen lijken moeilijk te combineren hoewel er momenten zijn van grote originaliteit en sterkte.

Evenement

In de tweede repetitieperiode valt The Parrot definitief van zijn stokje en uit het programma. Bellevue krijgt een nieuwe beurt. Maar prioriteit gaat nu naar King Real, een door Basil Howarth geschreven nummer’s (gemaskerde, pantomimische) versie van King Lear.

De groep raakt het erover eens dat King Real zowel een binnen- als buitenspektakel moet kunnen zijn en dat alle attributen in één kist op wielen moeten kunnen, net zoals bij de vroegere nummers.

Na twee weken werk staat er een duidelijke voorstelling van Brulin. De show is snel, vol nauwgezette clues, met enkele multifunctionele attributen, met een klare afscheiding tussen verschillende atmosferen en met een logische verhaalopbouw.

Na een try-out beslist John Fox – waarschijnlijk niet ten onrechte – dat de show ongeschikt is voor Gala-omstandigheden, een soort Vlaamse Breugelfeesten op zijn Engels. Dus in plaats van fanfares, bier, volksdans en catch krijg je ruiterij, hondenshow, brassbands en… Welfare State. Brulin werkt verder aan King Real. Enkele realistische scènes leggen het loodje voor grote beelden en lichte truuks als het gebruik van junk-materiaal moeten plaats ruimen voor het grovere geschut van vuurwerk. In Bellevue worden soortgelijke alternatieven ontwikkeld. Visuele elementen vervangen herhalende stukken. Brulin helpt de veranderingen mee in te voeren en vertrekt dan, vlak voor de echte zomertoernee begint. Tijdens de toernee past het collectief de toneelstukken nog aan de plaatselijke opvoeringsomstandigheden aan. King Real krijgt opvoeringen op een met fakkels verlicht tennisveld in Birmingham, op een dansavond in een park in Northwich, op een bergflank in Japan, op een massaspektakel nabij Londen, Het stuk is een echt succes. Van de laatste voorstelling maakt de BBC een televisieopname en in Japan werd het spektakel waarvan King Real deel uitmaakte door een leidend theatertijdschrift uitgeroepen tot ‘evenement van het jaar’.

Het is een beetje onzin om de individuele verdiensten van Tone Brulin in het Welfare State-werk van 1982 te willen afzonderen. Zeker is dat de groep voor het eerst aandacht schonk aan logische verhaalconstructie in plaats van louter associatieve beelden. En ook de gedetailleerde timing en echte repetities die Tone invoerde waren gewoontedoorbrekend in een groep die aaneenhangt van individuele prestaties zonder tot in de details vastgelegde partituren.

Niemandsland

In augustus ’82 vliegen Tone Brulin en Siti Fauziah naar Nicaragua. In het voorjaar hebben zij Alan Bolt ontmoet, een leidend Nicaraguaans theatermaker en hun gesprekken leidden vlug tot de afspraak om samen te werken in Nicaragua. Met is het doel van Brulin ginder een stuk te monteren om dan in Europa een toernee op te zetten.

Wanneer Brulin en Fauziah in Managua aankomen is Bolt niet in het land. In New York zoekt hij fondsen ter ondersteuning van de culturele ontwikkelingen in zijn land. Ons duo valt daarmee in een soort niemandsland. Zij worden niet echt verwacht.

Na een bezoek van één week aan een workshop van acteurs in Matagalpa, in het noorden van het land, varen Tone en Siti naar Bluefields aan de oostkust van Nicaragua. Bluefields is de Achillespees van de revolutie. De stad van 23.000 inwoners is hoofdzakelijk bevolkt door Engelssprekende negers en door de Indianenvolkeren Miskito’s en Rama’s. De stad is over de weg niet te bereiken vanuit Managua en de revolutie heeft er nauwelijks wortels. In het Volkscentrum voor Cultuur monteren Tone en Siti het stuk La historia de Frederica y la vaca basuca, samen met het plaatselijk theatercollectief.

De werk- en leefomstandigheden in Bluefields zijn heel slecht. Het collectief heeft geen enkele discipline en ook geen theaterervaring. Toch ontstaat La vaca basuca. Het is een prettig stukje agitprop-toneel dat in de eenvoud van taal en in de aanpak van attributen aan Kon-Tiki doet denken.

Na vier weken werken vertrekken Brulin en Fauziah naar Managua. Moe en ongelukkig. Op zoek naar Alan Bolt. Wanneer ze die niet vinden, keren ze uitgeput terug.

Miniatuur

Het produktieproces van het epos Koning Gilgamesh verloopt bijzonder Brulesk. De meester lijkt oud en versleten. Hij valt in slaap tijdens repetities, roept bij elke lamp die het begeeft dat hij stopt met Tiedrie en kijkt wilder dan ooit met zijn diepe blauwe ogen en spierwitte, warrige haar de vijandige wereld in.

Het ‘mechanisme van het toeval’, de werkopvatting van Brulin dat samenwerking gebeurt op basis van toevallige ontmoetingen en de hoop dat ‘het’ klikken zal, blijkt erg slecht te functioneren. Een hele reeks poppenmakers komt en gaat, vaak met het achterlaten van hall-afgewerkte produkten. Het Flup en Ju Bedrijf (NL) en twee Welfare State-medewerkers krijgen snel de wind van voren. Ook op de samenwerking met de Iraanse regisseur Mahmood Karini willen de goden niet welwillend neerzien.

Toch komt Koning Gilgamesh er. De produktie is zelfs een stap vooruit in de ontwikkeling van het werk van Brulin. Vroegere stages van Siti Fauziah bij het Bread & Puppet Theatre en ontmoetingen met Maleise volkspoppen kunst vloeien sterker dan ooit samen. De kracht van Koning Gilgamesh zit in de eenduidige verbeelding van klare situaties. De verteller, Brulin zelf op de band, verhaalt rustig in twintig taferelen de ontwikkeling van het epos. De muziek verklaart en illustreert de vertelling. De acteurs zijn bouwers van een poppen- en objectenwereld. Het is net spel van kinderen. ‘Nu speel jij de aanval op het fort’. En in een mum van tijd verbeelden blikken soep het fort, en de speelkameraden spelen én becommentariëren een wereld van indianen en yankee-bezetters.

Toch blijven een heleboel beelden uit Koning Gilgamesh niet hangen. Dat komt omdat de sfeerverschillen tussen de twintig situaties te klein zijn. De voorstelling is veel te druk, het lijkt een geforceerde poging vooral geen pijnlijke stiltes te laten vallen. Gevoelige momenten of flitsen van bezinning krijgen geen nadruk zodat ze blauwblauw blijven en een sfeer van geweld en schreeuwerigheid overheerst. Ook krijgen de objecten vaak geen voldoende aandacht. Het publiek heeft bijvoorbeeld nauwelijks de tijd om een schitterende slang te observeren die een hele stad op haar tong draagt. Het beest schuift te snel uit de picture om alle schoonheid ervan te kunnen zien.

In Koning Gilgamesh gaat Brulin verder dan ooit in de miniaturisering van het toneel zonder het uitzicht op de totaliteit van het bestaan te verliezen. Het is de verbeelding van de wereld in een vuistvol theater.

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#2

15.03.1983

14.06.1983

Luk Mishalle & Paul De Bruyne