‘Boris’ Van den Mooter

Leestijd 5 — 8 minuten

‘Boris’ Van den Mooter

Ze waren gekomen teneinde de wrede op muziek gezette tale van de onrechtmatige troonsopvolging, het berouw en de afzetting van Boris Godoenov mede te maken.

Door de om zijn veelgespeelde, gelukkig door Maurice Ravel georkestreerde, Tableaux d’une exposition vermaarde Rus Modest Moessorgski geschreven. En door de vernielzuchtige gladjakker Rimski Korsakov – auteur van het vaak door Willy Claes gedirigeerde symfonische gedicht Shéhérazade – van een compleet foute, zogenaamd ‘Russische’ glitterinstrumentatie voorzien. Met die ze bedoel ik twee vriendinnen. Ik had ze in mijn artiestenoptrekje genood om niet geheel alleen Moessorgski’s chef-d’oeuvre uit te moeten zitten. In ruil daarvoor zou ik sorbets, petits-fours en andere bij opera passende produkten als fluwelen rode wijn en thee met citroen ter nuttiging in huis zorgen te hebben. Dat zei hen wel iets, het nuttigen meen ik.

Welopgevoed als mijn vriendinnen plegen te zijn – zelf afkomstig uit de wroetende middenstand zal ik mijn leven lang een onweerstaanbare hang naar dames uit de betere middens houden – hadden zij zich thuis voor de spiegel mooi gemaakt. Voor wat hoort wat, en kom daar in Moskou maar eens om. Een strikje hier, een plooitje daar, geheel in de fijnste stoffen gedrapeerd en met klingelende sieraden behangen stonden zij die middag voor mijn deur.

De ene, moet u weten, heet D., spreekt Frans en betekent iets achter de schermen van het grote, voze, decadente foto-, publiciteits- en cinemabedrijf. Door de frequente etentjes met regisseurs en producers die vleselijke gemeenschap met haar nastreven heeft zij de laatste jaren een lichte neiging tot gevuldheid, maar het is een kniesoor die haar daar, na een blik in heur grote glanzende ogen met de kleur van mokkachocolade, nog op aankijkt – en bovendien is het voor opera juist goed, kijk maar naar al die rondborstige zangeressen. De tweede – maar zeker niet de minste – die zich naar mijn kleine privé Veranstaltung gespoed had was de vermaarde A., kritisch kenner van het hedendaagse populaire lied, die zelf ook niet onaardig zingt en bovendien, net als D. overigens, de godengave der geestdrift bezit.

‘s Morgens was ik al vroeg op om de voor- en eindversterker in te schakelen, met het oog op het bereiken van een optimale arbeidstemperatuur der transistor en, capacitoren en condensatoren en een dientengevolge vervormingsvrije weergave van de schetterende volumes die onze Modest in samenwerking met de grote Herbert ten beste zou gaan geven.

Wat was ik begonnen?

Eindelijk was het zover, de dames gezeten zijnde begonnen de grommend aangestreken lage bassen der prelude warm door het zitvertrek te zingen. Zo speelde ook Mozart thuis operaatje, met zijn broertjes en zusjes.

Druk werd er in het de platencassette begeleidende boekwerk gebladerd en gegniffeld bij de boeventronies die de operazangers daarin, onveranderlijk breed grijnzend, den volke ten toon stellen.

– Ah, bon, c’est la version définitive, sprak D.
– Eh, oui, sûrement, mompelde ik en nam een grote slok gin-tonic tegen de schrik, want ik begon door te krijgen dat de omslachtige vertelling, de aangedikte orkestratie en het effectbejag van deze definitieve versie mijn gezellinnen lichtelijk in het verkeerde keelgat schoten. Waarom ook had ik Herbert als dirigent geëngageerd, want die maakte alles natuurlijk nog veel erger!
– Georkestreerd en gereviseerd door Rimski Korsakov, klonk het vernietigende voorleesgeluid van A. boven de luidruchtige sonic stage klanken uit.
– We kunnen de derde Akte overslaan, stelde ik voor. Dat verlichtte ook mijn taak met twee keer opstaan om een nieuwe kant op te zetten.
– Mais c’est la grande scène d’amour! protesteerde D. die later een man en veel kinderen wil.
– Nu, dan niet, rétorquai-je, maar je weet toch dat hij die er pas bij heeft geschreven nadat de opera in eerste instantie afgewezen was?
– M’en fiche, zei D., met haar mond vol pâtisserie. Met gemende gevoelens zaten wij het uit, het spul. Aan het eind overheerste temidden der aanwezigen een licht onbehagen. Het was A. die uitdrukking gaf aan ons aller intieme overtuiging.
– De originele orkestratie is al jarenlang in Rusland uitgegeven en wordt volgende maand in de Munt gespeeld wist zij.
– Dan nodig ik jullie allebei uit! deed ik een moedige poging om de namiddag niet op nummer één in de lijst der reddeloos teloor gegane zondagen te laten eindigen.

Zonder ondertitels

Welzeker! Heb ik me daar toch een voorstelling bijgewoond van de in binnen- en buitenland bekende Monnaie, wier directeur bekendelijk een groot voorstander is van bekendmaking via alle mogelijke bekende en onbekende kanalen.

Het was er een stuk warmer dan bij me thuis, daar in het Koninklijk Circus! Welk een verzengende hitte! De mannen van het orkest hadden er hun jasje bij uit mogen laten en bevingerden hun strijk- en blaasinstrumenten en manches de chemise. Pauzes om even hier of daar een rode wijn of thee te gaan gebruiken waren er niet. Wel dwerelden er handenvol witte confetti neder, hetgeen sneeuw moest voorstellen en de muzikanten na enige tableaux het aanzien gaf van de Wiener Philharmoniker tijdens het nieuwjaarsconcert. En dat bij deze Zuidamerikaanse temperaturen!

Michael Schönwandt dirigeerde een duchtig ingekorte en afgeslankte versie in de barse originele orkestratie. De orkestratie waaruit de niets ontziende Rimski Korsakov later een betoverde, de sterfscène begeleidende kabbelfiguur in de fluiten en de altviolen gewetenloos zou verwijderen. In het donker, zo zag ik, gloeiden de gezichten der mij ook nu weer gezelschap houdende vriendinnen van lyrisch genot. Af en toe kon ik het er zelfs op wagen één van hen discreet in het bovenbeen te knijpen bij een pakkende passage. Dat had ik thuis niet hoeven te proberen! Het duister gedoogde dan weer niet het volgen van de tekst, die nog wel speciaal voor de gelegenheid netjes vertaald was. Hoelang duurt het nog voor men het bij opera’s op tv allesverhelderende systeem van ondertiteling ook eens in de schouwburg invoert? Er moet toch een audiovisuele truc te vinden zijn om de op dat moment gezongen tekst terzelfder tijd ergens onder of bezijden het podium te laten verschijnen. Nu zaten wij kwartierenlang te gapen naar zangers die hun hele ziel en zaligheid op zagen gaan in een semantisch zwart gat.

– Mooi hè, dat zwart en grijs en goud van de kostuums, zuchtte A. die een voorliefde heeft voor melodrama. – En wat een verrassend gebruik van de ruimte.

In het, gelijk bekend, cirkelvormige Koninklijk Circus deden verschillende zangers namelijk een spectaculaire entrée via de publiekstoegangen. Eén reed daarbij zelfs op een heuse hinnikende schimmel!

D. was één en al aandacht voor de zangers, van wie ze er verscheidene persoonlijk kende, en vol lof voor de melancholiek vibrerende Slavische ondertoon in d’rlui stemmen. Het indrukwekkend strakke vijfde tafereel miste ze wijl ze uit hoofde van haar verslaving een sigaret diende te gaan roken. Waarom ook niet een korte onderbreking ingelast!

En ik, wat ik ervan vond? Ik leunde achterover, sloot wijs de ogen en luisterde naar het in het Koninklijk Circus prettig hoorbare orkest, waarvan door een akoestisch wonder enkel de houtblazers een weinig schraal en niet echt warm klonken. Dat ik dat thuis ook kan? Tja, wanneer ze maar eens een fatsoenlijke plaat van de originele versie uitbrachten! Of nog beter, een compact disc, ik moet toch al vaak genoeg opstaan om spijs en drank aan te dragen. Misschien… Maar dan zou ik mij weer de kans laten ontnemen het mijn vriendinnen naar de zin te maken.

Huppelend – u had dat moeten zien! – kwamen zij weer naar buiten, schoolmeisjes van 16 gelijk, aangegaapt door de vele Hollandse bezoekers die, op transport gesteld in autocars, het wonder van de opera te Brussel mogen komen aanschouwen.

Het was welletjes geweest, je kon zo’n beetje limonade van ons maken. Snel begaven we ons naar het terras van een centraal gelegen etablissement, waar Giuseppe Verdi nog een opera over geschreven heeft. Daar werd de tijd verder gekort met sigaretten, bier en het ontwikkelen van duistere theorieën omtrent het wezen van de opera.

Met dit soort praat werd het natuurlijk laat voor we het wisten. Na warme woorden van dank vertrokken mijn vriendinnen huiswaarts, de één naar haar kinderen, de ander naar de kinderen die zij in haar hoofd heeft.

Ik bleef alleen achter op het langzaam schemerdonker wordende terras. Ik leek wel de op den duur door iedereen in de steek gelaten Boris Godoenov! Maar ik had geen berouw. Tenslotte zat ik hier in Brussel, niet in Moskou. En dat was maar goed ook! Ik wenkte Martine, liet mij een welverdiende vodka brengen en bedacht hoe juist en passend het is dat uitgerekend Michael Schönwandt, terzijde gestaan door de charmante Philippe Sireuil, volgend seizoen in de Nationale Opera Macbeth van Verdi dirigeert. Iets als vrede daalde over mij neder.

column
Leestijd 5 — 8 minuten

‘Boris’ Van den Mooter

column