Luk Van den Dries, Johan Callens

Leestijd 3 — 6 minuten

Boeken: Vrouwen en Shakespeare

Blanca Maria Rudhart: Die Frauen in Shakespeares Köningsdramen

De ‘History Plays’ verhalen de rozenoorlog tussen ‘The House of Lancaster’ en ‘The House of York’. Een bloedige geschiedenis waarbij twee families in het streven naar koninklijke macht mekaar genadeloos uitmoorden. Op het eerste gezicht een mannelijke bedoening: oorlog, politieke manipulaties, moord. In de tien stukken treden in totaal 39 vrouwen op tegenover 338 mannen, een miniem aandeel dat in vele ensceneringen nog wordt gereduceerd omdat het meestal bijrollen betreft (5 volksvrouwen, 28 hofdames, 6 koninginnen).

Tegenover die getalzwakte plaatst de auteur van dit boek het kwalitatief belang van de vrouw in Shakespeares geschiedschrijving. Daarbij wordt uitgegaan van een nauwgezette ‘closereading’ van de tekst met vooral oog voor de meerduidige beeldrijkheid van Shakespeares verzen. Zo is er bijvoorbeeld de tuinmetafoor: een plaats waar orde en rust heerst, een harmonieuze plek te midden van een wereld van politieke beroering, de vluchtplaats van de vrouwelijke personages; de heerser in de tuin is de man die het onkruid (politieke tegenstanders) uittrekt Ook de verwijzingen naar de oud-christelijke tuin van Eden worden nagegaan: de slangmetafoor, de boom van goed en kwaad. Op andere plaatsen onderneemt de auteur mythische, socio-politieke, etymologische en psycho-analytische excursies om de densiteit van bepaalde beelden uiteen te rafelen. Al de betekenismogelijkheden, verwijzingen, associaties die op die manier onder het woord vandaan worden gehaald worden gegroepeerd in drie soorten man/vrouw verhoudingen. Als ideaalbeeld is er de harmonieuze eenheid waarbij de man het maatschappelijke deel vertegenwoordigt, de vrouw het ‘natuurlijke’, een werkverdeling die de vreedzame relaties weerspiegelt op het vlak van de macro-cosmos. Dat evenwicht is in de ‘History Plays’ vrij zeldzaam: de oorlogssituatie wordt herhaald op familiaal vlak in scheiding, bedrog en moord. De enige verhoudingen die ‘normaal’ verlopen zijn die tussen vader/zoon en moeder/zoon (in tegenstelling tot de belangrijke vader/dochter relatie in de andere stukken van Shakespeare). Tenslotte treedt de vrouw expliciet als bedreiging op van de mannelijke machtspositie als amazone, heks of hoer. Typisch voor de historische stukken is dat dit individueel verzet wordt gesitueerd in een allesoverheersende ‘Wille zur Macht’.

In de overgang van de verschillende houdingen tussen man en vrouw zit er een welbepaalde ontwikkeling die loopt van een chaotische gynaicocratie (matriarchaat) naar een patriarchale wettelijke structuur. Dat is zowat de werkhypothese van dit boek die getoetst wordt aan de vrouwelijke personages (van La Pucelle in het eerste stuk tot Elizabeth Regina).

De aanhangsels in het boek geven een beeld van de socio-culturele en juridische positie van de vrouw in de 15de en 16de eeuw, heksengeloof en de vrouwelijke schrijvers. Ze preciseren een maatschappelijk klimaat en maken van Shakespeare een auteur van zijn tijd.

L.v.d.D.

 

Dash, Irene G.: Wooing, Wedding and Power. Women in Shakespeare’s Plays

Dash heeft het vooral aan de stok met uitgevers, regisseurs en critici wiens vereenvoudigingen van Shakespeares tekst sexistische vooroordelen impliceren. Ze reëvalueert de vrouwen in tien stukken, wat vanzelfsprekend gevolgen heeft voor de mannelijke karakters en de totale indruk ervan. Shakespeares vrouwen zijn niet noodzakelijk nevenpersonages, types of abstracties. Dash verdedigt hun complexiteit, verscheidenheid en groei, hun zelfbewustzijn en individualiteit.

Daaruit blijkt, volgens haar, Shakespeares algemeen menselijk inzicht. De belangrijkste vrouwelijke personages stellen de rollen die hun in een patriarchale maatschappij voorbehouden zijn, in vraag. Zij weerleggen clichés zoals de vrouwelijke minderwaardigheid, gehoorzaamheid, afhankelijkheid, zelfopoffering, passiviteit en gevoeligheid.

Dashs boek komt geenszins over als een feministisch pamflet maar vormt een evenwichtige studie geargumenteerd met citaten uit Shakespeare, Simone de Beauvoir, John Stuart Mill, Kate Millett en Margaret Fuller. Ofschoon Dash hoofdzakelijk de tekst analyseert, heeft ze soms oog voor de dramatische actie en context (die de woorden regelrecht kunnen tegenspreken). Dat ze comparatistisch te werk gaat, past bij Shakespeares contrastieve methode.

Dit werk is niet meteen innoverend te noemen maar is toch een nuttige rechtzetting. Het belangrijkste neveneffect ervan is dat Shakespeares nauwgezetheid als schrijver nogmaals bevestigd wordt; elk woord schijnt te tellen en de minste wijziging het totaalbeeld te vertekenen, het precieuze evenwicht te vernietigen. Misschien verraadt dit bij Dash een conservatieve reactie op overdreven actualiseringen of al te persoonlijke visies op Shakespeare, ook al is haar uitgangspunt (de rechtvaardiger behandeling van de vrouw) progressief bedoeld.

J.C.

 

Bianca-Maria Rudhart, Die Frauen in Shakespeares Königsdramen. Ed. Peter Lang, Frankfurt, 1982, 388 p., 2720,-bf.

Dash, Irene G., Wooing, Wedding and Power, Women in Shakespeare’s Plays. Columbia V.P., New York, 1981, 295 p., 1420,-bf.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

boeken
Leestijd 3 — 6 minuten

#1

15.01.1983

14.04.1983

Luk Van den Dries, Johan Callens

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.