Foto L. Monsaert

Pat Van Beirs

Leestijd 9 — 12 minuten

Belgische Cirque Belge

Aantekeningen van een figurant

Het gebeurt maar zelden in het Vlaamse theater dat een dramaturg en een regisseur samen een nieuw stuk maken. Dramaturg Frans Redant en acteurregisseur Walter Moeremans, beiden verbonden aan het Nederlands Toneel Gent (NTG), zijn de auteurs van het grote sociale Fresco Priester Daens. Op 26 en 27 november 1982 ging bij het NTG hun twee-avondenvullende Belgische Cirque Belge in première: een poging om de recente vaderlandse geschiedenis (De Nieuwe Orde) op de scène te behandelen. Figurant Pat Van Beirs hield een dagboek bij van de repetities.

EERSTE WEEK

In de advertentiekrant van de streek prijkt een berichtje waarin figuranten worden gevraagd voor het NTG. Het zou ’em gaan om een stuk waarin de geschiedenis van Vlaanderen binnen het Belgische bestel wordt geschetst op een manier die indruist tegen de stijl van de geschiedenisboekjes. De auteurs zijn van het eigenste NTG en naar verluidt is de opzet groots. Omdat een vriendin van me al eens had gefigureerd en ze het leuk vond en toch niet al te slecht betaald, laat ik me inlijven. Ik wil het NTG eens van binnen uit meemaken.

TWEEDE WEEK

Op het wervingsrendez-vous zijn heel wat mensen komen opdagen. Het is dinsdagavond in de Minnemeers, een achterbuurtstraatje waar de stad Gent het NTG een krot ter beschikking heeft gesteld als repetitieruimte. Jef Demedts is er, Walter Moeremans blijkt een klein, vinnig ventje met een trotse snor. Hij pikt uit het gros de geschikte personages. Veel vrouwen komen er blijkbaar niet aan te pas. Een aantal mensen doet niet meer mee als ze zien hoeveel optredens worden voorzien: het zal het grootste ‘machien’ ooit worden met meer dan 30 figuranten en rond de 50 opvoeringen. Directeur Demedts praat over alles behalve loon. Als we op het contract zien hoeveel we krijgen weten we waarom. 40.000 fr… per 5 figuranten. Een habbekrats. Eerste ontgoocheling. Bon. We tekenen toch maar.

Op zaterdagmorgen repeteren we voor het eerst. Met vijf andere jonge snaken word ik gebombardeerd tot circuspersoneel. We zullen instaan voor de changementen van decorstukken. Walter drukt ons op het hart hoe belangrijk wij wel zullen zijn voor het vlotte verloop van het stuk. We krijgen een brochure toegestopt. Het scenario. Het speelboek. Cirque Belge zal uit twee delen bestaan. Het script ziet er leuk uit bij een vluchtige blik. Het steekt vol historische personages, karikaturen eigenlijk. Tijdens de pauze vertellen Frans Redant en Walter ons over de opzet van het stuk. Ze hebben er 9 maand aan gewerkt en willen in navolging van De Wilde en een aantal historici wat meer klaarheid scheppen i.v.m. activisme en collaboratie. Walter heeft blijkbaar heel persoonlijke redenen om dit geval op de planken te willen brengen. Zijn vader, Vic Moeremans, zat ooit zelf drie jaar in de bak voor vermeende morele steun aan de vijand. Als acteur was hij naar Duitsland gaan spelen tijdens de oorlog. Walter was toen drie jaar oud. Niet te jong om te vergeten. De aanleiding tot het eerste Vlaamse toneelstuk over collaboratie.

DERDE WEEK

Per week zal drie keer worden gerepeteerd met figuratie. Het werkschema werd tijdens de vakantie reeds opgesteld. De acteurs zijn al bezig van 20 september. De sfeer in het repetitielokaal is gemoedelijk, er is immers nog tijd genoeg. De figuranten zoeken aarzelend contact met de acteurs. De mensen die je op scène gezien hebt in illustere rollen of op TV zijn hier braaf, zacht en vriendelijk. Er heerst een beetje argwaan jegens de nieuwelingen-figuranten. Misschien zitten er wel spionnen bij voor Arca, of Story. Voorzichtigheid is dus geboden.

Veel van mijn collega’s komen uit amateurtoneelkringen. De anderen zijn werklozen. We hebben allemaal één ding gemeen: op een of andere manier zijn we underdog. Er vallen nog een paar mensen weg die niet meer wensen mee te doen. Ze hebben blijkbaar gesnapt dat wij voor ons schamel loon heel hard zullen moeten werken. En er heel veel tijd zullen moeten insteken.

VIERDE WEEK

We mogen meer doen dan alleen maar circushulpjes spelen. De een mag soldaat zijn, de ander collégien, een derde arbeider. We krijgen plezier in de samenwerking, het troepje werkt vlot. Met de andere figuranten hebben we niet veel te maken, Walter heeft de groepen op andere dagen ingedeeld. Zijn planning schijnt aardig te lopen. Veel toneeltheorie wordt hier niet verkocht. Alles is heel praktisch gericht. We mogen kleren passen bij Andreï Ivaneanu, decorateur. Hij radbraakt het Nederlands op een heel pittoreske manier. Het blijkt dat Cirque Belge de hele NTG-troep heeft opgeslokt, of dan toch tenminste alle mannen.

VIJFDE WEEK

Voor het eerst repeteren we in de NTG-schouwburg zelf. De laatste opvoeringen van Lysistrata zitten erop. Het gezelschap heeft in Spanje met dit komisch-erotische stuk de eerste prijs gewonnen op het festival van Sitges. Iedereen is apetrots. De beroepseer en de trouw aan het eigen huis zijn erg belangrijk voor iedereen die meewerkt, de acteurs vooral. Na de repetitie pintelieren we na met regisseur en dramaturg. Tussen de shop-talk en de roddel door blijkt dat alles toch niet zo vlot verloopt als gedacht. De tijd begint te dringen. Door verlof en compensatiedagen zijn een aantal repetities weggevallen. Walter staat met zijn planning lichtjes achter. Het wordt duidelijk hoe hij de motor achter de hele affaire, is. De naaste medewerkers, de mensen die je nooit op de scène ziet, helpen hem zoveel ze kunnen maar hij is de enige die alles kan overzien. Zijn ambitie dit stuk er kost wat kost te doen komen, zet hem ertoe aan 14 uur per dag te stuwen.

ZESDE WEEK

Het stuk begint in onze ogen een beetje vorm en structuur te krijgen. En de sfeer van het NTG komt op ons over. Een groot oud gebouw waarin je makkelijk zou kunnen verloren lopen. In dit doolhof van stofferige gangen en verloren hoekjes verwacht ik telkens het uitgedroogde lijk van een vermist acteur uit een kast te zien vallen, of het beroemde NTG-spectrum te zien opdoemen in dit labyrint à la Borges. NTG-spectrum? Spook is het correcte Nederlandse woord.

De omvang van dit spottend spektakel begint de toneelmeesters en rekwisietenmensen op de proef te stellen. Met onze 160 fr. per dag kunnen we gelukkig nog een pintje kopen in de artiestenbar. Kwestie van het stof door te spoelen.

ZEVENDE WEEK

Ik vertel Walter dat ik beloofd heb dit artikel te schrijven. Hij hoopt dat ik niet teveel uit de biecht zal klappen. Ik mis trouwens een repetitie omdat ik meedoe aan de cinemakwis op TV. Als blijkt dat men mij niet echt heeft gemist, besef ik wat een pionnetje ik maar ben binnen dit dikke spektakelstuk. Veel echte geheimen zal ik dus niet te weten komen.

De geest van het stuk begint tot me door te dringen. Na al die tientallen jaren is het mogelijk wat afstand te nemen van de gebeurtenissen tijdens de eerste en tweede wereldoorlog. De auteurs zijn duidelijk flaminganten, maar het is niet de bedoeling de activisten en hun pogingen de Duitsers te gebruiken bij de ontvoogding van Vlaanderen te bewieroken. In alle eerlijkheid wordt aangetoond hoe Belgen en Vlamingen in de dubbele wereldbrand door de gebeurtenissen werden overstelpt, hoe zij het slachtoffer en de speelbal zijn geweest van hun eigen kleinheid en de monsterachtige raison d’état van de overheersers. Niemand vindt immers van zichzelf dat hij iets doet met minder dan goede bedoelingen. De Vlaming wikt, de mof beschikt! Vermits de overwinnaars altijd gelijk hebben is de wraakneming na de oorlog onrechtvaardig hard geweest. Kleingeestig en lafhartig-wraakzuchtig als het Belgische Establishment is, heeft het wraak genomen op mensen die dachten de Duitsers te kunnen manipuleren maar zelf door hen op sleeptouw werden genomen. Een zekere sympathie voor iemand als Borms zal de toeschouwer wel niet ontgaan. In ieder geval is duidelijk dat de auteurs grootmoediger zijn dan de overwinnaars na de twee wereldoorlogen in België. Ik ben er weer eens niet trots op Belg te zijn.

ACHTSTE WEEK

Tijd tekort! Bij de programmering van een theaterjaar van een officieel gezelschap krijgt ieder stuk een krap tijdsbudget toegemeten. Bij dit kolossaal spektakel, dat tweemaal zoveel moeite vergt als een stuk van normale duur, is amper meer tijd voorzien. Walter krijgt het soms op zijn heupen. Waar het bij een gewoon toneelspel al heel vlot zou moeten lopen tijdens de laatste repetitieweek, zitten we hier nog maar aan een stadium waarbij we de volgorde van de scènes beginnen te snappen. De structuur van het stuk wordt ons duidelijk: onder het mom van een circusvertoning krijgen we heel tragische dingen voorgeschoteld. Ceremoniemeester koning Boudewijn is tachtig jaar geworden en verzacht samen met een franstalige en een Vlaamse clown de harde waarheden die hier op ludieke wijze worden verkocht. Naarmate het stuk naar het heden opschuift wordt het ludieke meer en meer achterwege gelaten. Het clownsmasker wordt afgelegd om, zoals in de klassieke film van Fellini, het triest-tragische ware gezicht te tonen dat eronder schuilt. Walter ontpopt zich tot een mini-Cecil B. De Mille. It is the director’s age! Hij manipuleert als een David Lean maar beschikt over beduidend minder tijd. Gelukkig hangt het succes van een scène niet af van een gunstige wolkenformatie. Vuiltjes aan de lucht zijn er genoeg, maar alle tekorten ten spijt kunnen we nog eens lachen met een kwinkslag of een vluchtige witz. Dat kan er bij Moeremans junior nog steeds vanaf. Trouwens, bij het stuk zelf wordt nogal wat afgelachen. Ivo Pauwels als de driekoppige koning zal bij iedereen succes kennen. We liggen telkens plat als hij de scène opgeschreden komt. Als alles slecht uitdraait, redt hij het stuk. Boudewijn wordt ongenadig gepersifleerd, maar dan wel met affectie. Dit geldt trouwens voor het hele spektakel. Iedereen krijgt een veeg uit de pan, maar de toon is niet die van de bitterheid of de wrok.

NEGENDE WEEK

Het is zover! De laatste week gaat in. Nadat we de week ervoor al iedere avond hebben gerepeteerd, begint het nu echt te dringen. O illusie toen ik in den beginne meende hoe prachtig professioneel alles hier in het NTG zou worden gepland. Chaos is misschien het juiste woord. De acteurs weten van de wereld niet meer af, Walter resideert praktisch ten adresse NTG. De zenuwen staan bol gespannen. De vermoeidheid begint iedereen parten te spelen maar daardoor groeit ook de band tussen de mensen. Het laatste greintje statusverschil tussen acteurs en figuranten valt weg. Op de dag van de première, vrijdag dus, wordt nog gewerkt tot het laatste ogenblik. De parallel met het amateurtheater is nu volledig doorgetrokken. Het gevloek is niet van de lucht te krijgen en op het ogenblik dat het publiek moet binnenkomen repeteren we in razend tempo het groetenceremonieel. Bij iedereen komt de trac boven. In grote spanning gaan wijlie van het circuspersoneel nog eens onze nota’s na.

De première van Deel I is zonder zware blunders verlopen. Hier en daar ging een kleinigheid mis bij de overgangen, maar globaal zit alles wel snor. We zijn erg blij als we zonder fouten door het groeten gaan. De zaal is enthousiast. Een deel van de mensen staat recht, een deel om weg te gaan, een deel ook in ovatie. Vele plaatsen zijn leeg. Achteraf zie ik een paar vriendinnen. Ze vonden het slecht, op de koning na. Te chaotisch, teveel informatie op te korte tijd. Jonge mensen worden door het onderwerp duidelijk minder aangesproken dan de oudere generaties, die zich de feiten herinneren en verbaasd staan van de fysieke gelijkenis die de acteurs in hun vermomming vertonen met de historische personages. In het café op de hoek trekken we het tot in de vroege uurtjes. Na een paar uur slaap gaan we terug aan de slag voor deel twee. Van half tien tot drie in de namiddag draaien we deel twee er nog eens door, in verkapte volgorde. De meesten staan op hun laatste benen. We zitten erdoor. Ten einde raad sluit Walter de repetitie af. Er werd gelold en gegrold in de morgen, maar nu is het gezelschap bekaf. WE gaan voor een paar uurtjes rusten en emotioneel recupereren. Ik stap als een zombie in mijn kooi.

Zeven uur. Er worden nog wat kleine scènes herhaald, nog wat accenten gelegd. De spanning is minder te snijden dan gisteren. De oudere acteurs, die in dit stuk trouwens de mooiste rollen krijgen toebedeeld, vertellen leuke anecdotes uit hun carrière. We beginnen mooi op tijd met de vertoning. Alles loopt gesmeerd. Zonder fouten. Zelfs het circuspersoneel blundert niet…

Na het groeten krijgt het NTG de Sitgesprijs voor Lysistrata toegekend. Het komt me voor dat mensen van het theater mekaar graag recht doen. Honour among thieves.

Als het publiek is verdwenen kraken we een goed dozijn flessen met iets wat voor champagne doorgaat. Halfdronken stappen we naar de receptie voor het publiek. Iedereen is vol lof. De kritiek zullen we de week daarop in de kranten wel lezen. Op dit ogenblik willen we niet aan introspectie doen. We nuttigen snacks en Rodenbach en ik hoor dat de helft van de wereld me op de televisie heeft gezien. De figuranten beginnen elkaar een beetje te beklagen. De Romeinen stelden ooit: ‘in vino veritas’. Het dringt tot me door hoe we worden misbruikt en afgezet. Zelfs bij een stuk dat over (on)rechtvaardigheid handelt. Ook hier wordt duidelijk dat het steeds de kleintjes zijn die aan het kortste eind trekken.

Bij de hele Belgitude van de opzet dringt een laatste gedachte zich op: de invloed van het Frans, of liever, het afnemen van de invloed van het Frans in de Vlaamse context. Dit is zowaar bij de acteurs van het NTG zelf merkbaar. De oudsten beheersen het Frans duidelijk beter dan de jongeren, de jongste generatie radbraakt het Frans. Die evolutie gaat gepaard met de emancipatie van ons Vlamenland binnen de Belgische configuratie. Het vreselijkst is dat de zaken die iedereen nu als normaal aanvaardt, namelijk de federalisering van België, 40 jaar geleden aanleiding gaven tot doodvonnissen. Was Borms zijn tijd vooruit? Dat Belgische Cirque eindigt in 1946 en zich in 2000 afspeelt is misschien het zoveelste bewijs van de braafheid der Vlamingen. Ach, wulder zijn broave! vertaalt de Vlaamse August in het begin van deel I. De oorspronkelijke tekst van Pierrot luidt: II (= Jules César) dit que nous sommes des braves. Over de taalstrijd, Zwartberg, 1968 en Leuven Vlaams en dergelijke had nog veel kunnen worden verteld, maar dan hadden we er nog een derde deel moeten bijspelen. De hoeveelheid werk is nu al enorm geweest. Walter vond het in ieder geval de moeite waard, al was het maar voor de volgende scène: Onderzoeksrechter: Gij zijt naar Duitsland gaan werken ? Acteur: Ja, mijnheer, ik moest wel, ik heb 4 kinderen en ik moest toch mijn brood verdienen.

Onderzoeksrechter: Dat was morele steun aan de vijand. Uw zoon heeft trouwens alles bekend. Acteur: Mijn zoon? Dat kan niet, hij was toen nog maar drie jaar.

Pat van Beirs, alias de beul van Breendonk

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 9 — 12 minuten

#1

15.01.1983

14.04.1983

Pat Van Beirs