Anna Carina Schoeters

Being Britney – Colette Goossens

Het prisonneke van de psychoticus

In Being Britney smelt Colette Goossens haar ervaring met psychose samen met die van Britney Spears, de vrouw die onder verpletterende druk van de popindustrie en haar familie haar grip op de realiteit verloor. Goossens toont, even doorleefd als delicaat, hoe eenzaam het is om in een parallelle wereld te leven en dat niemand het label ‘gek’ verdient.

In een teddyblauwe badkamer zit een vrouw op de rand van een jacuzzi. Ze staart in het ijle, prevelt onverstaanbaar enkele woorden. Aan een haakje hangt een blonde pruik, rond het bad liggen enkele fitnessgewichtjes, witte cowyboyboots tegen de muur. Zou ze hier de hele dag doorbrengen, in haar satijnen negligé? Het blauw schreeuwt ‘stralende hemel’, zo fel dat je je ogen wil dichtknijpen, maar deze huis clos zit potdicht. De ventilatieroosters zijn zo nauw dat er amper zuurstof door kan, het enige raampje in de kamer lijkt zwart geschilderd. 

De hele voorstelling lang zal ik naar dat raampje kijken, me afvragend of er nu echt licht door komt, of er een wereld is daarbuiten om naar te ontsnappen – dan wel of ik naar de hallucinatie kijk van een vrouw die vastzit in een transparante hel. Die perceptie bepaalt het wankele verschil tussen hoop en wanhoop. Op het einde primeert toch vooral het laatste gevoel.

De vrouw telt tot twintig, stopt en begint weer opnieuw. Eerst lijkt het arbitrair, dan heb je door dat ze telkens stilvalt wanneer het water in de radiatorbuis ‘klopt’, als was het een spelletje geesten oproepen. Haar achterdochtige blik ken ik. Het is die van de psychoticus voor wie het toeval niet bestaat, die alles interpreteert als een geheime boodschap van grotere krachten in het universum die enkel zij kan ontcijferen. De vrouw zucht, zet door. Het tellen wordt nu gevolgd door dwanghandelingen. Voet-links, voet-rechts, hand-op-knie. Of wacht, die sexy hoofdzwaai, dat draaiend heupje, het ritme van die passen, oefent deze vrouw eigenlijk een choreo? Britney, is that you?

Amper vijf minuten heeft Colette Goossens nodig om een personage te creëren dat je helemaal naar binnen zuigt, recht haar wijd gapende psyche in, als Alice in haar konijnenpijp. Dat deed ze in Under the influence ook al. Veel woorden had je niet nodig om het zielsformaat van de pijn te begrijpen dat haar personage Mabel knock-out sloeg, roerloos als ze daar lag op die keukenstoel, met geneeskrachtige stenen op haar rug.

“Amper vijf minuten heeft Colette Goossens nodig om een personage te creëren dat je helemaal naar binnen zuigt, recht haar wijd gapende psyche in, als Alice in haar konijnenpijp. Dat deed ze in Under the influence ook al.”

In Being Britney zoekt Goossens opnieuw een theatrale vorm om psychische kwetsbaarheid invoelbaar te maken. Als tiener raakte ze zelf haar grip op de realiteit kwijt, nadat haar broer in een psychotische episode uit het leven stapte. Van autofictie blijft de theatermaakster echter ver weg, haar ervaringen verwerkt ze door de filter van popicoon Britney Spears: “miss American dream” die “since she was 17” een projectiescherm is voor zoveel tegenstrijdige verlangens dat een mens zich afvraagt hoe ze haar eigen naam nog weet. Spears’ identiteitscrises vielen samen met de opkomst van het internet en werden breed uitgesmeerd in de virtuele rioolpers, van haar beruchte breakdown in 2007 (toen ze haar haar afschoor en een paparazzo aanviel) tot het dronken ritje op de autosnelweg met haar baby op de schoot en haar wilde clubnachten met Paris Hilton en Lindsay Lohan, gehuld in met menstruatiebloed besmeurd ondergoed. 

Levende cashcow

“Hi guys, it’s Britney,” oefent Goossens voor de badkamerspiegel. Ze klinkt precies zoals de echte Britney in haar beruchte Insta-video’s, waarop ze in haar living nog altijd even sexy probeert te dansen als in Toxic of haar fascinatie voor cute mini things deelt, van chihuahua’s tot theekopjes. Hoe hees Spears’ stem ook klinkt door de drugs en alcohol, in de verte hoor je nog altijd het onschuldige kindersterretje van ‘Oops, I did it again’ dat platgewalst werd door de popindustrie, de media en haar bloedeigen familie. 

Elke keer weer breken die video’s je hart, omdat ze véél te oprecht zijn in een medium waarop alles fake is. Alsof je kijkt naar rauw vlees in een leeuwenkuil. In tegenstelling tot de gepolijste Insta-ego’s heeft Britney geen filter, lijkt ze de regels van het spel niet te begrijpen. Ze is niet uit op meer kliks of status, wel op iets dat neigt naar echte liefde en erkenning. Net daarom wil je haar zo beschermen, want wie heeft dat ooit gekregen op sociale media.

Goossens weet die fragiliteit knap te belichamen in haar personage, haar ‘ik’ is even wankel en glibberig, net zoals de jacuzzi waarin ze naakt heen en weer glijdt onder de discolichtjes. Soms heb je het gevoel tien vrouwen tegelijk te zien: het éne moment is ze gedesoriënteerd en bang, komen de muren van de badkamercel gevaarlijk op haar af. Het andere moment is ze naïef en vol zelfvertrouwen, spreekt ze haar denkbeeldige fans aan en droomt ze over ontsnappen aan de duisternis als een light traveller. “They say I’m crazy, I really don’t care.”

“Ik bedenk me hoezeer mensen in een psychose vastzitten in een theaterstuk dat alleen zij kunnen zien, afgescheiden van de ‘normale’ wereld door een glazen vierde wand. Soms mag je als buitenstaander eens naar binnen kijken, maar hen aanraken is moeilijk.”

Het is niet moeilijk om in de badkamer de fysieke en mentale gevangenis te zien waar Spears jarenlang in leefde toen ze onder bewindvoering van haar vader stond, zodat hij haar als levende cashcow kon uitmelken. Even goed is het een metafoor voor het uitzichtloze labyrint waarin veel psychotische mensen verloren lopen. Goossens toont ons heel raak hoe vereenzamend en isolerend het leven in een parallelle realiteit is. Zonder al te veel coördinaten dwalen we mee door haar wereld, een waansysteem vol privaatspraak en -beeld.

“Ik zal jullie mijn geheim vertellen over mijn liefde voor paarse woorden,” zegt ze opgetogen. Met die ‘jullie’ bedoelt ze niet ons, maar de fles scheerschuim en de radiator, haar enige compagnons. Maar niemand praat terug. Het is diep droevig. Ik bedenk me hoezeer mensen in een psychose vastzitten in een theaterstuk dat alleen zij kunnen zien, afgescheiden van de ‘normale’ wereld door een glazen vierde wand. Soms mag je als buitenstaander eens naar binnen kijken, maar hen aanraken is moeilijk. 

Hoe maniakaler de wannabe Britney zich voorbereidt op haar showrol – wild haar tanden poetst tot de tandpasta over haar lippen stroomt, haar benen omtovert tot een sneeuwlandschap van scheerschuim, om die vervolgens in haar smetteloze cowboyboots te wringen – hoe meer ik het gevoel krijg dat ze zichzelf eigenlijk wil uitwissen in het stralende witte sop. Net zoals Britney in een ultieme fuck you haar eigen schoonheid aanviel door haar haren af te scheren, lijkt Goossens zo transparant te willen worden dat ze niet meer bekeken en veroordeeld kan worden. Moeten we dat gek noemen of eerder moedig? Kan je in een gewelddadig systeem anders revolteren dan via zelfdestructie? Misschien toonde Ariana Grande deze week hoe het anders kan, al blijft de kost even groot… 

Verdikkingspelletjes

“Jij bent mij niet, je bent fake,” verzet Goossens zich tegen haar spiegelbeeld, een knipoog naar de vele complottheorieën die claimen dat de echte Britney na haar breakdown vervangen is door een kloon die gecontroleerd wordt door de Illuminati. (Overigens interessant om te zien hoe veel diehard Britney-fans zelf in een soort psychotische rabbithole zijn beland, waarbij ze elke video achterdochtig screenen, op zoek naar verborgen signalen.) 

Door psychose te benaderen door het prisma van de popprinses tonen Goossens en haar team dat psychische ziektes niet ontstaan in een vacuüm. Ze zijn niet zozeer het probleem van een individu dat een biologische kortsluiting heeft in haar hoofd, maar veeleer een systemische implosie, iets waaronder grotere sociale, maatschappelijke krachten werkzaam zijn. Hoe kan je verwachten dat iemand de grond onder haar voeten niet verliest als je op je 17e in primetime op televisie moet bewijzen dat je borsten echt zijn en je nog maagd bent? Als je jarenlang door je vader verplicht aan de anticonceptie en op de antipsychotica wordt gezet omdat je volgens de wet zijn bezit bent? “I am Britney now,” zou hij haar hebben toegesnauwd.

Ik moet denken aan Ada, een vrouw met schizofrenie die ik begeleidde tijdens mijn stage in de psychiatrie en die al dertig jaar geteisterd wordt door chronische wanen en hallucinaties. Ook zij had het gevoel dat haar lichaam haar fundamenteel niet toebehoorde. 24/7 werd ze achtervolgd door slechte mannen die ‘verdikkingspelletjes’ met haar speelden: ze hingen staven aan haar lichaam, stopten ijzeren pinnen in haar bed, sneden haar tepels af en brachten tegen haar wil allerlei voorwerpen in. Ook al konden wij die aanvallen niet zien, ze voelde de pijn echt. De hele dag wandelde ze rondjes door de ziekenhuisgang in de hoop de mannen van zich af te schudden. Het lukte nooit.

“Door psychose te benaderen door het prisma van de popprinses tonen Goossens en haar team dat psychische ziektes niet ontstaan in een vacuüm. Hoe kan je verwachten dat iemand de grond onder haar voeten niet verliest als je op je 17e in primetime op televisie moet bewijzen dat je borsten echt zijn en je nog maagd bent?”

Het is makkelijk om mensen in een psychose gek te verklaren en hun extreme verhalen niet serieus te nemen. Het maakt dat ze zich vaak nog meer afgesneden voelen van de wereld. “Ik leef in een prisonneke,” zei Ada me eens. Maar onder de uit de hand gelopen fantasie vond ik haar angsten eigenlijk altijd heel menselijk en invoelbaar. Misschien is depersonalisatie een ervaring die we als vrouw tot op zekere hoogte allemaal kennen. Het gevoel dat in je diepste kern een vreemde aanwezigheid schuilt waardoor je altijd met andere ogen naar jezelf kijkt. Er zijn mannen wiens blik ik maar niet van me afgeschud krijg, hoe lang ze soms ook al uit mijn leven verdwenen zijn. Ik kijk nog altijd door hun ogen naar de wereld, naar mijn lichaam, mijn huis, mijn bed. Probeer tevergeefs het beeld terug te halen dat ze van mij hebben meegenomen, en vooral mijn eigen blik. 

Ik kan mijn angsten erkennen als iets intern, als iets van mezelf. Ada heeft ze als gevolg van trauma en een jarenlange drugsverslaving buiten zichzelf geplaatst, er personages van gemaakt in het privéwaantheater in haar hoofd. Maar zijn ze in de kern zo anders? Ik weet het niet. Dat gevoel van verbondenheid en medemenselijkheid hielp mij in elk geval om Ada’s glazen wand voorzichtjes af te breken, een lijntje uit te werpen naar haar parallelle wereld dat ze kon vastgrijpen om niet helemaal weg te glijden. Samen wandelden we uren rondjes op de afdeling en als de stemmen te luid werden, legde ik gewoon mijn hand op haar arm. Om te tonen: ik ben hier, ook al ben jij daar. Dit is jouw lichaam, het is van jou, niemand heeft het recht om het tegen jouw wil binnen te dringen. 

Ik zie het Britney ook doen in haar badkamergevangenis. Onder een wit badlaken knuffelt ze zichzelf, begrenst ze zichzelf. “Het is oké, ge zijt een toffe,” zegt ze geruststellend. Mooi en triestig tegelijk. Waarom zit er niemand bij haar op die badrand? Ik moet denken aan de echte Britney en hoe ze ooit vertelde waarom ze verliefd werd op haar ex Kevin Federline. “Hij pakte me vast in het zwembad en liet me niet meer los tot ik het zei.” Niet veel later ging hij met het hoederecht over hun twee kinderen lopen.

Being Britney is een sterk statement is voor meer compassie in de omgang met psychische ziekte, om het prisonneke af te breken waarin we zieke mensen laten wegkwijnen, gespeeld door een actrice die bewijst dat fragiliteit net een bron van grote kracht kan zijn.”

Being Britney is zo’n voorstelling waarin je veel tussen de lijnen mag voelen. Moet voelen ook, want theatraal botst het stuk soms op zijn limieten door de moeilijke verhouding met taal. Er vallen veel stiltes, vaak communiceert Goossens enkel in Spears’ liedjesteksten (zo tragisch!) of is ze verzonken in gedachten. Psychologisch is het begrijpelijk. Want wat is de motivatie van deze vrouw om te spreken, om iets te delen met een buitenwereld die ze niet vertrouwt, of die ze eigenlijk niet voor waar aanneemt? Ada werd elke keer mentaal in elkaar geslagen toen ze me over de stemmen vertelde. In Being Britney is er geen conflict dat buiten de psyche van de vrouw bestaat, er is geen ander om mee in dialoog te gaan die het stuk vooruit kan drijven. In het onderzoek naar ‘wat, hoe en tot wie spreken’ blijft er nog wat potentieel onderbenut. Daardoor heb je bij het abrupte einde na 45 minuten toch het gevoel dat de black box van deze vrouw nog iets te gesloten bleef. We hadden nog veel verder met haar willen meetuimelen in de konijnenpijp.

Het neemt niet weg dat Being Britney een sterk, doorleefd statement is voor meer compassie in de omgang met psychische ziekte, om het prisonneke af te breken waarin we zieke mensen nog al te vaak laten wegkwijnen, gespeeld door een actrice die bewijst dat fragiliteit net een bron van grote kracht kan zijn.

De speellijst van de voorstelling vind je hier.

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 11 — 14 minuten

#182

15.04.2026

14.09.2026

Charlotte De Somviele

Charlotte De Somviele schrijft over podiumkunst voor De Standaard en is co-hoofdredacteur van Etcetera. Ze schoolde zich de voorbije jaren om tot klinisch psycholoog en werkt nu deeltijds in een psychiatrisch ziekenhuis.

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Theater aan Zee 2026

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!