(A)

Michiel Vandevelde

Leestijd 5 — 8 minuten

Beeldende kunstenaars die theater maken

Over Krieg van Ragnar Kjartansson en A possibility of an abstraction van Germaine Kruip

Beeldende kunstenaars die een voorstelling maken: vaak levert het uitdagende proposities op. Zo gingen er recent twee voorstellingen in première die op uitgekiende, radicale en intelligente wijze omgingen met de theaterruimte en haar codes. Beeldend kunstenares Germaine Kruip toonde op het Kunstenfestivaldesarts haar voorstelling A possibility of an abstraction, en beeldend kunstenaar Ragnar Kjartansson creëerde Krieg, – een opera in één akt – , bij de Berlijnse Volksbühne.

Bij Kruip wordt de architecturale en culturele ruimte van het theater als vertrekpunt genomen. Kjartansson daarentegen is geïnteresseerd in de essentie van het drama. Het zijn twee verschillende uitgangspunten, maar een bepaalde radicaliteit in benaderingswijze kenmerkt beide stukken. De werken zijn ogenschijnlijk abstracter van aard dan een conventionele theatervoorstelling, maar paradoxaal genoeg maken ze het apparaat van het theater concreter, zichtbaarder. Het is een geste die ons bewust maakt van de situatie waarin we ons bevinden (met zijn conventies, problematische elementen, en codes), tegelijkertijd overstijgt het die situatie. Door de manier waarop Kruip en Kjartansson hun stukken uitwerken wordt er een onbekend domein van ervaringen geopend.

Over die ervaringen gaat dit artikel.

Kijken naar de pijn van anderen

Het doek gaat op. Er onthult zich een groots decor. Een oorlogslandschap dat een ver verleden suggereert. Als publiek zit je er dicht op. De tribune staat op de reusachtige scène van de Volksbühne in Berlijn en grenst aan het landschap. Van achter een rots krabbelt een soldaat te voorschijn. Acteur Maximilian Brauer zal het komende uur-exact een uur-al schreeuwend van de pijn (hij heeft een schotwonde) over het podium strompelen en kruipen. Uiteindelijk, aan het einde van het stuk, sterft hij. Maar dat weet je aan het begin nog niet. Op dat moment liggen alle mogelijkheden nog open. Het majestueus decor kondigt samen met de muziek iets groots aan. Die verwachting dat er iets ‘groots’ gaat gebeuren blijft het hele stuk overeind, maar zal nooit ingelost worden. De klassieke muziek zwelt nu en dan aan, om dan terug af te nemen. De acteur blijft onverminderd schreeuwen van de pijn. Dat is het stuk. De ‘opera in één akt’. Meer gebeurt er niet.

Kjartansson zegt er zelf het volgende over: ‘I want to create a sculpture that is the essence of drama.The highlight, highpoint, the pinnacle. “Krieg” is a work for one actor with music, costumes and set, theater as an extreme emotion without narrative.The sound and fury of war.’

Doordat je als toeschouwer dicht op de scene zit, ben je je voortdurend bewust van de kunstmatigheid van de situatie. Je ziet en hoort duidelijk dat de rotsen van polyester zijn, het doek van verf en het vuur eigenlijk elektrische lampjes. Het creëert een absurde situatie waarbij je een vreemde vermenging krijgt tussen nabijheid en afstandelijkheid. De acteur speelt met al zijn energie een man die aan het sterven is en dit gebeurt in een totale nepomgeving. Als toeschouwer irriteert de pathetiek, je krijgt de neiging om de scene op te wandelen en de acteur tot kalmte aan te manen. Op andere momenten word je de eigen onverschilligheid gewaar, mede door enkele toeschouwers die tijdens de voorstelling hun Facebookpagina op hun smartphone aan het bekijken zijn of artikels lezen op online nieuwsmedia. Doordat Kjartansson kiest voor één situatie (iemand die lijdt) en deze situatie gedurende een uur als het ware ‘uitbuit’, maakt hij je medeplichtig aan zijn voorstelling.

Als toeschouwer wordt je actor in de absurditeit van de situatie. Waarom staat niemand op om de acteur te helpen? Of beter: heeft het niet iets pervers dat we (sommige toeschouwers onverschillig) toekijken naar de intensieve fysieke arbeid die de acteur aan de dag legt? En hoe komt het dat we vooral wachten op een climax, een vorm van catharsis?

De voorstelling reveleert, naast enkele conventies van het theater, onze perverse verhouding ten opzichte van geweld. We willen méér zien. We kijken naar het lijden van een ander zonder dat het lijden op ons inwerkt. Filosofe Susan Sontag schreef in 2003 een belangrijk boek over de rol van gruwelijke beelden in ons bestaan getiteld Kijken naar de pijn van anderen. Via verschillende oorlogsbeelden bespreekt ze hoe beeldvorming kan bijdragen tot het afwijzen of omhelzen van geweld. Beelden van verwoeste landschappen en verminkte lichamen kunnen dienen om onze haat aan te wakkeren, of juist onze empathie. Maar even vaak leiden oorlogsbeelden tot een gewenning van geweld. De dagelijkse stroom maakt ons immuun. Elk provocerend beeld verlegt de grens van de aanvaarding van geweld. Het theater, over het algemeen beschouwd als een plek waar de werkelijkheid tot fictie wordt, kan die werkelijkheid soms tastbaarder, tot een denkobject maken.

Kjartansson vertrekt van een onderzoek naar de essentie van het drama en werkt dat nauwgezet uit in een theatrale sculptuur.Tegelijkertijd evoceert hij een ervaring die verder gaat dan dat onderzoek. Hij confronteert ons met onze blik en met onze verhouding tot geweld. De denksporen die het stuk achterlaat resoneren nog lang na.

Theater van licht

In A possibility of an abstraction zien we geen mensen op scene. Kruip maakt van het theaterlicht de centrale actor. Dat licht heeft normaal een dienende functie,-het object of de acteur zichtbaar maken -, maar krijgt hier de hoofdrol. Gedurende een uur kijk je als toeschouwer naar de architecturale ruimte van de theaterscène waar door lichtveranderingen verschillende ‘landschappen’ ontstaan. Bij momenten verwart het licht je perceptie, andere momenten creëert het bekende culturele referenties. Bijvoorbeeld als een rechthoek op de achterwand van de scène stroboscopisch begint te knipperen waan je je bij de projectie van een oude film.

De voorstelling draait echter niet alleen om wat we waarnemen. Ook ons gehoor wordt aangesproken door de muziek van componist Hahne Rowe. De voornamelijk elektronische experimentele muziek duikt af en toe op en voegt een extra betekenislaag toe. Een extra sensatie.

Het geheel doet denken aan niet-narratieve experimentele cinema. Daarbinnen heb je een tak genaamd ‘synesthetische cinema’. In deze cinema worden verschillende lagen en fragmenten samengevoegd. De beelden vloeien in elkaar over en spelen voortdurend een spel met onze perceptie. De stroom aan (vaak abstracte) beelden genereert voortdurend nieuwe betekenissen.

Het is een cinema die zich richt op de directe ervaring, op het effect op onze sensaties. A possibility of an abstraction toont aan dat een kunstwerk erin kan slagen om twee of meerdere zintuigen te betrekken en zo verschillende sensaties bij de toeschouwer te provoceren. Kruips voorstelling zou je kunnen omschrijven als een vorm van een ‘synesthetische theaterervaring’.

A possibility of an abstraction is duidelijk opgebouwd als een theatervoorstelling. Het werk heeft een specifieke duur en er lijkt een bepaalde dramaturgische opbouw te zijn. De voorstelling begint met eenvoudige ‘lichtlandschappen’ die naarmate de voorstelling vordert steeds complexer worden. A possibility of an abstraction ent zich ook expliciet op de theaterruimte zelf. Kruip beschouwt deze ruimte als een specifieke locatie met zijn architecturale karakteristieken. Die karakteristieken worden soms uitvergroot of onder-lijnd door bepaalde lichtconstellaties. Zo openen de lichtlandschappen van Kruip vele ervaringen en denkpistes. We passeren landschappen die refereren aan de geschiedenis van het theater, zijn architectuur, onze positie als toeschouwer en verschillende perspectiefmogelijkheden, maar evengoed ook aan het onbekende.

Het is opvallend dat Kruip, net zoals Kjartansson, duidelijk kiest voor een minimum aan elementen om haar voorstelling op te bouwen. Dit feit zorgt ervoor dat die elementen ten volle worden onderzocht en daardoor juist de mogelijke ervaringen binnen het theater worden vergroot.

Kaders losweken

Beide voorstellingen genereren een bijzondere ervaring die je maar zelden ziet op onze podia. Elke keuze is doordacht. Op het moment dat podiumkunstenaars de white cube binnenvluchten, gaan beeldend kunstenaars aan de slag in de black box, de theaterzaal. Hierbij wordt die theaterzaal zelf het uitgangspunt. De zaal die bij veel theatermakers en choreografen de premisse van ‘neutraliteit’ heeft wordt bij Kruip en Kjartansson een heel specifieke locatie. Een locatie met een duidelijk tijdsframe, sociale codes en artistieke gewoontes. Deze eenvoudige zaken die al te vaak als de ‘realiteit’ worden aanzien worden binnenste buiten gekeerd. Hun voorstellingen weken vastgeroeste kaders los en geven de theaterruimte zijn bijzonderheid terug. Krieg en A possibility of an abstraction zijn zodoende niet louter voorbeelden van uitstekend artistiek werk, maar ook van geslaagde pogingen om conventies die gepaard gaan met een structuur niet voor vanzelfsprekend te nemen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 5 — 8 minuten

#145

15.06.2016

14.09.2016

Michiel Vandevelde

Michiel Vandevelde is choreograaf en curator.

artikel

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!