© Thomas Dhanens

Evelyne Coussens

Leestijd 4 — 7 minuten

BANKET! De wraak op de MacBeths – Tom Goossens & Opera Ballet Vlaanderen

Regisseur Tom Goossens (°1994) legde al een heel parcours af in het operagenre: van een kleine operamonoloog nog tijdens zijn opleiding aan het Gentse KASK (Ahimè, 2016) over de Mozartbewerkingen Don Juan (2017) en Così (2018) voor de vlakke vloer tot het werk voor de grote operabühne, in regie-assistentie bij Guy Joosten. Het was uitkijken naar het moment waarop Goossens zelf het hele opera-instrumentarium in handen zou krijgen, met al zijn mogelijkheden en beperkingen. Met als inzet: de krachtmeting tussen man en medium.

BANKET! De wraak op de MacBeths (9+), gemaakt bij Opera Ballet Vlaanderen, is zo bezien niet zomaar Goossens’ eerste opera. Het is een toetsing van de standvastigheid van zijn poëtica.

Verdi’s MacBeth (1847) is geen lachertje. Het libretto van Francesco Maria Piave, die zich door Shakespeares tragedie liet inspireren, verhaalt de door ambitie gedreven misdaden van het powerkoppel MacBeth, waarbij het bloed rijkelijk vloeit. Hun plan slaagt tot op grote hoogte. Pas aan het eind verliezen de Lord en de Lady de teugels, met de gekende afloop. Het genie van Goossens’ bewerking (die eigenlijk een nieuw verhaal is) schuilt in de omkering van het uitgangspunt. In BANKET! hebben niet de MacBeths de touwtjes in handen, al denken ze van wel. Van bij het begin zijn ze echter al verstrikt in de netten van hun tegenstander: een groep jonge kinderen. Die kinderen vangen hen in een wreed spel zoals alleen kinderen dat kunnen. Gezien de vele filologische speculaties omtrent de kinderloosheid van het koppel is dat niet alleen een prikkelende dramaturgische vondst, maar ook een historisch geladen inversie.

Wanneer het doek opgaat voor de eerste akte bevinden we ons in een donker bos, opgebouwd uit grote abstracte blokken. Tussen de bomen lichten de koplampen op van een klein autootje met daarin een uitgelaten stel – ze lachen, ze drinken, ze hebben iets te vieren. Via de autoradio vernemen we wat: meester Bert MacBeth (Bert Dobbelaere) staat op het punt om gepromoveerd te worden tot schooldirecteur. In de duisternis schieten kleine diertjes tussen de bomen door… Dan raakt de auto een van de wezens en blijkt het geen dier maar een kind te zijn – dood. Mevrouw MacBeth (sopraan Zofia Hanna) ziet haar toekomst als directeursvrouw in rook opgaan en sommeert haar man de auto in. De MacBeths maken rechtsomkeert, het lichaam zomaar achterlatend. IJzingwekkend is de inzet van de kinderschare (het Kinderkoor van Opera Vlaanderen) die toesnelt: “Gruwelijk! O moord!” Het koor roept om wraak en vanaf dat moment is het lot van de Macbeths bezegeld. De kinderen zullen hen het leven onmogelijk maken, en ze menen het: “Speel het hard. Killen! Villen!” Kom daar maar eens om als negenjarige.

Samen met componist Mathias Coppens plukte Goossens uit zowel Shakespeare als Verdi de meest cruciale dramaturgische passages, en bouwde daarmee zijn nieuwe plot. Die loopt gesmeerd en vaak zijn de hertalingen naast geloofwaardig ook hilarisch. MacBeths ‘Is this a dagger I see before me’ wordt probleemloos ‘Is dit een schup die ik nu voor mij zie?’. Het beruchte banket, waarbij de geest van de aangereden Fleanceke (bij Shakespeare de zoon van de vermoorde Banquo) voor MacBeth verschijnt, is een pannenkoekenfeestje waarmee het koppel de kinderen wil lijmen – onder het motto “la mia kaas is uwe kaas, of zoiets”.  Naast de samenstelling van de nieuwe plot is Goossens’ bewerking ook op het niveau van de taal een wonder van inventiviteit. Hij schreef een Nederlandstalig libretto waarbij in de Shakespeare-passages het originele metrum wordt behouden en in de Verdi-passages de scansie van de partituur. Acteur Bert Dobbelaere spreekt ritmisch één woord per tel. Het resultaat is een bijzonder transparante tekst die natuurlijk vloeit en nauwelijks boventiteling nodig heeft.

Het leidt allemaal sowieso al tot een tegendraadse Verdi-bewerking, maar BANKET! gaat nog een stap verder. Al van bij zijn eerste experimenten met het operagenre geeft Goossens blijk van een verlangen om dat medium te ontmantelen, om al spelend de stukken van de machinerie uiteen te halen en die met een knipoog te tonen aan zijn publiek. Hij deed dat al in Don Juan door de vermenging van het ingeleefde register (dat vaak bij de zangers zit) met het denkende spelen van de acteurs die zich ‘zingsprekend’ rechtstreeks tot het publiek richtten. Op die manier toont hij hoezeer opera een huwelijk is tussen epiek en lyriek: de sprekende acteurs leggen rechtstreeks contact en stuwen het verhaal, terwijl de zangers, gevangen in hun partituur, de emotionele lading aandragen.  Wanneer bij het begin van de tweede akte Fleanceke voor het doek met een miniatuur-blokkenkasteel zit te spelen, is dat niet alleen een voorafwijzing naar een verrassende plotwending, die van BANKET! a play in a play zal maken, maar eigenlijk ook een referentie aan Goossens’ eigen poëtica: de regisseur die als een spelend kind de blokkendoos hanteert en voor de ogen van zijn jonge publiek zijn medium deconstrueert. Hij steekt die ontmanteling ook woordelijk in het libretto, zoals wanneer Dobbelaere reflecteert op de muziek (‘Voor mij is deze muziek al erg genoeg, die past hier goed bij’) of het koor zichzelf definieert: ‘Als we samen zingen zijn we een koor’.

Daarbovenop laat Goossens zijn muzikale dramaturgie zo evolueren dat ze een inhoudelijke betekenis krijgt. ‘De muziek’ wordt symptomatisch voor de waanzin, voor het moeras van spijt en schuldgevoel waarin de MacBeths verzinken. Zijn Dobbelaere en Hanna aanvankelijk nog sprekende personages, dan gaan ze langzamerhand steeds meer aan het zingen, ‘besmet’ door de waanzin die het koor (dat al van bij het begin zingt) op hen legt. Goossens schrijft die momenten  van transitie ook letterlijk in het libretto in: ‘Wat is er met mijn stem?’ vraagt Mevrouw MacBeth zich verwonderd af, ‘Zing ik dit nu?’ waarna ze in weerwil van zichzelf aan het zingen gaat. Vanaf de tweede akte, wanneer de gekte echt toeslaat, zingt ze eerst potjes-Italiaans en vervolgens schakelt ze over op de authentieke Verdi-frasen (met het beroemde ‘Una macchia è qui tuttora’), waardoor haar eigen man haar niet meer begrijpt. De muziek brengt het koppel in een lyrische, onbereikbare en mysterieuze wereld – die van de ziel. De uiteindelijke afrekening met de MacBeths is keihard. ‘We brengen haar vannacht nog om’, juichen de kinderen, en zo geschiedt. Gelukkig is opera een magisch spel der verbeelding: Goossens voorziet een slimme plotgreep waardoor redding toch nog mogelijk is.

Wie BANKET! De wraak op de MacBeths ziet, beseft dat Goossens de worsteling met dit soms zo moeilijk hanteerbare medium heeft gewonnen. Hij heeft de verleiding kunnen weerstaan om ‘gewoon’ een opera te maken, neen, hij speelt een opera, hij laat de opera voor hem spelen, intussen het spel zelf blootleggend. Er zijn regisseurs met meer vlieguren op de teller die er, eens aanbeland in de operahuizen, niet langer in slagen om trouw te blijven aan zichzelf en hun oorspronkelijke poëtica. Goossens’ zuivere zelfinzicht is in dat opzicht misschien nog een groter cadeau dan zijn veelbelovende regietalent.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

recensie