© Phile Deprez

Leestijd 4 — 7 minuten

Bambiraptor – KOPERGIETERY

Taal schept de wereld, maar elke verbeeldingswereld creëert ook zijn eigen taal – met deze dubbelheid speelt Bambiraptor (8+), de nieuwe voorstelling van Jonas Baeke, Mats Vandroogenbroeck en Dounia Mahammed bij KOPERGIETERY. Maar wat gebeurt er met een kinderhoofd dat de wereld ver-taalt en ver-beeldt op een manier die afwijkt van de afspraken die de rest van de samenleving daarover heeft gemaakt? Het antwoord van Bambiraptor is utopisch.

In de blackbox is een kleinere blackbox gemaakt, een zwart afgelijnd kader met daarin een rollende band, zo eentje waarop onderdelen voorbijkomen in de fabriek om daar geassembleerd te worden tot één geheel. Maar aan deze productielijn, de veruitwendiging van wat zich afspeelt in het hoofd van de dertienjarige Anina, gebeurt dat assemblagewerk niet bepaald comme il faut. De voorwerpen die voorbijrollen in deze gematerialiseerde stream-of-consciousness gaan absurde verbindingen aan en ondergaan merkwaardige metamorfoses. Neem nu Anina’s zelfbeeld, om maar iets te noemen: ze slaagt er niet in vat te krijgen op hoe ze er in realiteit uit ziet. Wanneer een klasgenoot haar zegt dat ze lijkt op een gieter, haakt dat beeld zich in haar geest – bijgevolg verschijnt ze op de band in de vorm van een kleine, groene gieter.

Rollen aldus als protagonisten van Bambiraptor de bühne op, van links naar rechts: een wat slungelige man van 33 jaar met een jaren 1990-kapsel (afwisselend een identiek geklede Baeke en Vandroogenboeck), en een groene gieter van dertien jaar oud. Plaats van hun ontmoeting: de bushalte. “Ge moet niet zo in mij kijken,” klinkt het verontwaardigd uit de gieter, wanneer de man haar iets te nieuwsgierig monstert. Maar precies dat is wat er het komende uur zal gebeuren: doorheen hun opeenvolgende ontmoetingen aan de bushalte krijgen we samen met hem langzaam inzicht in de binnenwereld van Anina, en die blijkt van een fascinerende maar evengoed problematische schoonheid.

Haar denken en zijn krijgt treffend vorm in zijn meest beslissende wezenskenmerk: beweging. Het rollen van de band (van links naar rechts, maar evengoed in omgekeerde richting) vat het onophoudelijke stromen van beelden in Anina’s hoofd. Het gaat daarbij om een golf aan schilderijtjes (van de hand van Emiel Astrid Vandekerckhove) maar ook voorwerpen die associatief naast elkaar geplaatst zijn en die het afdwalen van Anina’s taal illustreren. De taal is immers het scheppend mechanisme, dat de beelden creëert, zoals in deze prachtige woordassociatie:

ik vind veel dingen raar

           zoals uw haar

dat lijkt op het hondje  van mijn tante

        mijn tante lijkt dan weer keihard op haar hond

haar hond

haar hond

haarhond

haarhond

hondhaar

ze had eens een haarbal in haar maag

mijn tante

een hondhaarbal

da’s toch raar?

Anina zelf krijgen we in haar mensengedaante nooit te zien: ze is in Bambiraptor enkel aanwezig in de stem en vooral de taal van Dounia Mahammed. Het universum dat Mahammed met haar taalvondsten schept, is meer dan een frivool spel. Zoals de Amerikaanse outsider-kunstenaar Michael Bernard Loggins onlangs in een mooi stuk in De Groene Amsterdammer liet optekenen: zoeken naar de juiste woordbetekenis is niet minder dan het “temmen van de wereld”. In Anina’s geval staat dat temmen, in woord en beeld, gelijk aan een wanhopige poging om te overleven.

Zo vloeibaar als haar wereld is, zo stil staat die van haar toevallige gezelschap aan de bushalte, al loopt de band in letterlijke zin ook voor hem: als ‘descriptief medewerker’ bij bol.com tracht hij de essentie van de aan hem voorbijrollende goederen te vatten in enkele ‘klantvriendelijke’ zinnen, om die vervolgens op de website te zetten. “Ge zijt schrijver?” vraagt de gieter hem vol bewondering, maar met vrijheid van denken en verbeelden heeft zijn geestdodend werk niets van doen. Haar kleurrijke manier van uitdrukken en haar onuitputtelijke vragen irriteren hem aanvankelijk, omdat ze hem confronteren met de vaststelling dat hij iets verloren is: een tactiele en beweeglijke manier van denken en kijken, en dus uiteindelijk, van leven.

De aard van de verhouding tussen beide is mooi, omdat ze wegblijft van de clichés die voor de hand liggen, zoals de ontmoeting tussen twee leeftijdsgenoten (veelgebruikte topos in het jeugdtheater) of een ontluikende liefdesverhouding. Hier niets van dat alles: hij is gewoon een man van 33 met een job en een eigen (non-)leven, zij een meisje van 13. De evolutie van hun verhouding is dan wel weer klassiek: hij zal een ‘reis’ maken, met haar als gids – haar uniciteit laat hem iets te weten komen over zichzelf en de wereld, en zal hem leiden naar bepaalde beslissingen. Wat zij te veel heeft, heeft hij te weinig, en zo vormen ze een alsnog een yin en een yang.

Er zit veel romantiek in het uitgangspunt van Bambiraptor: de viering van de verbeelding, het afwijkende als een groot geschenk, de schoonheid van het outsider-denken. Gelukkig geeft de voorstelling zelf genoeg tegengas tegen deze eenzijdige lezing. Want de verrassende en hilarische verbeeldingsstroom zorgt ook voor ongemak, onbegrip en pijn. “Wat doet gij als alles in uw hoofd een beetje door elkaar zit?” vraagt de groene gieter al bij de eerste ontmoeting. “Ik lijk totaal wasco. (…) Telkens als ik één ding apart probeer te denken komt alles mee.” Tekenen, het aflijnen van de beelden, is voor haar betekenen – de betekenis proberen beteugelen. Maar dat lukt niet, en de confrontaties met de school, de buitenwereld lopen uit de hand. Terzelfdertijd ontwaakt hij langzaam, daar aan zijn lopende band, en dat kan maar tot één ding leiden: “Ik heb een dik pak ontslag gekregen. (…) ik ben afgemonsterd, bedankuweld en de zak ingestuurd.” Haar vocabularium heeft hem geïnfecteerd, hij is door haar taal-denken besmet. Er is voor beiden geen weg meer terug.

Maar waar leidt die weg heen? Waar moet de mens heen eens hij zich van alle ballast heeft ontdaan en zijn bestaan is geabstraheerd tot enkele fundamentele lijnen en kleuren? En dat in de wetenschap dat die authentieke oerschets niet past binnen wat de samenleving verlangt of verwacht. Want zo werkt het systeem jammer genoeg niet, het lijkt dit soort afwijkingen niet te tolereren. Het trio makers kiest voor de enige mogelijke uitweg: die van de magie, die van de verbeelding. Dat is über-romantisch, en ook wel onbevredigend, want de problematiek die hier wel degelijk wordt aangekaart – ook al gebeurt dat op een lichte, grappige en vooral vormelijke manier – verdient een beter antwoord. Zij die niet passen in het plaatje hebben in het echte leven niet de luxe hun eigen droombeeld binnen te lopen.

Ik bedoel daarmee niet dat de makers moeten komen met sociaal-realistische antwoorden op de worstelingen van kinderen die ‘anders’ zijn. Wel dat het, ook vanuit theatraal oogpunt, een gemakkelijkheidsoplossing is. Door hun personages die ontsnapping te vergunnen, knippen de makers de dunne maar noodzakelijke lijn door die realiteit en fictie verbindt, die het ons als toeschouwers mogelijk maakt ons te identificeren met deze outsiders. Door alles te laten verdwijnen in een grote droom verliest Bambiraptor in wezen zijn hoopvolle elan. Ontsnapping lijkt even mogelijk, maar blijkbaar is die enkel theaterpersonages vergund. De potentiële Aninas en hun ouders in de zaal blijven daardoor wat verweesd achter.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#165

03.09.2021

30.11.2021

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!