Ciska Hoet

Leestijd 3 — 6 minuten

Bambi – Sarah Moeremans/Oostpool

Bambi Says No

Bambi is het zat. Niet alleen denkt bijna iedereen dat hij een meisje is, de stroperige manier waarop Walt Disney hem portretteerde, staat mijlenver van de werkelijkheid. De iconische ree neemt daarom het heft in eigen handen. Dankzij het geld dat hij won met een rechtzaak tegen Disney rond het schenden van dierenrechten, maakt hij een eigen film met zichzelf in de hoofdrol: The Real Bambi. Vanuit deze komische insteek komen regisseur Sarah Moeremans en auteur Joachim Robbrecht tot één grote parabel over emancipatie, objectivering en slachtoffer- en daderschap.

Bambi is het tweede deel van een driespan onder de noemer What’s in a fairytale?! Daarin nemen Moeremans en haar team telkens heikele kwesties onder de loep aan de hand van bekende sprookjes. Bambi staat niet alleen symbool voor een ontvoogdingsverhaal. Het stuk maakt brandhout van de al te makkelijke, schematische voorstelling van de werkelijkheid die vaak regeert in actuele debatten.

Dat Benny Claessens gecast werd voor de hoofdrol, blijkt een schot in de roos. Gehuld in slechts een slipje en vol met schmink aangebrachte hertenvlekjes, paradeert hij over het podium terwijl hij zijn filmcrew instructies toeroept. Daarbij doorbreekt hij gretig de vierde wand. “Ssssht, stilte voor opname, stoppen met lachen,” sist hij de zaal verbeten stampvoetend toe. Intussen loopt er geregeld een acteur in konijnenpak angstig door de zaal terwijl een jager hem achtervolgt. De opgezette dieren (tot en met een giga-giraffe) in het decor en de muzikant die vanaf de zijlijn vogelgeluiden imiteert, maken het plaatje compleet.

De zottigheden werken niet alleen op de lachspieren, ze doen ook vanaf minuut één verstaan dat het bij Bambi niet om de fictie draait. Wie een netjes afgerond well made play verwacht, is er aan voor de moeite. De synopsis is louter een dunne aanleiding om het over de actualiteit te hebben. Veeleer dan geloofwaardige personages, zijn de acteurs spreekbuizen van populaire argumenten en ideologieën binnen netelige discussies.

De objectivering van Bambi – en van de natuur in haar geheel – tot een weerloos dier dat zijn moeder verliest, wordt niet alleen gedeconstrueerd door van hem een bazige, aandachtsgeile diva te maken. Ook de rolverdeling tussen hem en de jagers blijkt niet zomaar eenduidig. Want wie heeft wie nu eigenlijk in zijn macht? De jagers staan er alleszins vaak wat zielig bij, in een bos dat steeds maar weer verandert op zoek naar de eigen verloren gewaande mannelijkheid.

Scène na scène krijgen we verwante allegorieën voorgeschoteld. Dat Bambi zowel dader als slachtoffer is, wordt bijvoorbeeld netjes geïllustreerd wanneer hij zich opdringt aan zijn geluidsman kort nadat hij zelf werd lastig gevallen door twee natuurdocumentaire-makers. De verwijzing naar #metoo weze helder. Evengoed willen twee dieren die meespelen in Bambi’s film uit principe de rol van jager niet op zich nemen. Tot Bambi met meer geld over de brug komt. Daarnaast is er een scène waarin het fenomeen mansplaining aan bod komt. Op het einde ontspint er zich dan weer een discussie over de legitimering van geweld. Mag je wraak nemen op de jager door hem te doden? Of was hij eigenlijk een aardige, progressieve jongen? En als hij uiteindelijk dood geschoten wordt, wie is dan de dader? Degene die het pistool vast heeft? Of zijn er meer medeplichtigen? Wie auteurs als Donna Haraway of Rebecca Solnit las, weet alleszins waar de klepel hangt.

Dat is meteen ook de achilleshiel van deze productie. Want alle humor ten spijt, is het een erg intellectualistisch geheel. Voor wie niet mee is met de actuele discussies, blijft een groot deel van de inhoud ongrijpbaar. Bambi is bij momenten bovendien zo veel parabel en zo weinig sprookje dat je je kan afvragen waarom de makers überhaupt nog personages en acteurs nodig hebben om hun standpunten te verkondigen.

Al neemt dat niet weg dat het voor de incrowd weldegelijk een genietbaar stuk is. De onderliggende analyse van de manier waarop het publieke debat vandaag gevoerd wordt, is zonder twijfel intelligent. De grapjes zorgen dan weer voor de broodnodige relativering die je heel wat activisten soms ook zou toewensen. Benny Claessens heeft dankzij zijn voortdurend schipperen tussen feit en fictie met Bambi bovendien een ware glansrol te pakken. Moeremans en Robbrecht gaan op zoek naar nieuwe manieren om teksttheater relevant te maken. Die zoektocht mag dan misschien niet geheel foutloos zijn, ze is op zijn minst verfrissend.

 

 

 

 

 

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Ciska Hoet

Theaterwetenschapper Ciska Hoet is directeur van RoSa, kenniscentrum voor gender en feminisme. Daarnaast is ze freelance-cultuurjournalist bij onder meer De Morgen. Ze maakt deel uit van de Kleine Redactie van etcetera.

recensie