Alexander Baervoets

Leestijd 2 — 5 minuten

Ballet in wit

Marc Vanrunxt

Dans is al een moeilijk medium, haast onmogelijk te beschrijven, maar Vanrunxt maakt het wel bijzonder moeilijk. Een verhaal is er niet, een thema of een stijl evenmin, en Vanrunxt is te persoonlijk om hem zomaar te plaatsen. Een analyse maken van Ballet in wit is onbegonnen werk en ik benijd in dit geval de Franse danscritici die steeds meer een poëtisch schrijven rónd een voorstelling beogen dan dat ze zich bekommeren om duiding. Dit is een poëtische voorstelling en poëzie verdraagt geen ontleding.

Eerst het slechte nieuws. Dans in de traditionele zin hoeft men bij Vanrunxt eigenlijk niet te zoeken, daarvoor heeft hij niet genoeg techniek, inzicht, kennis of métier. Nochtans hebben verscheidene van zijn dansers voldoende bagage, en het is spijtig dat hij hun mogelijkheden niet weet uit te buiten. Te veel bewegingen worden vroegtijdig afgebroken, impulsen worden niet uitgewerkt en sommige enchaînements lopen op niets uit. Het is frustrerend om te zien hoe soms een prachtige aanzet doodbloedt, hoe potentiële energie en emotie verloren gaan. Gelukkig zit Vanrunxt nooit om beelden en ideeën verlegen.

Vanrunxt lijkt te aarzelen welke weg hij zal inslaan, in zijn carrière, in dit ballet en in elk onderdeel van dit ballet. Uiteindelijk komt hij het best tot zijn recht wanneer hij gewoon zichzelf is, in het derde deel: introvert, naïef-betoverend, een beetje maanziek en zeer narcistisch. Men kan zich dan ook afvragen waarom hij zaken uitprobeert of inlast die niets met zijn stijl te maken hebben. Vanrunxt is op zijn best wanneer hij met zijn lange armen over de scène zwemt of zich in vertikale bochten wringt, maar zijn specifieke lichamelijkheid is niet overdraagbaar. Voor de andere dansers moet hij bewegingen bedenken die niet echt bij zijn lichamelijkheid aansluiten. Waar hij zich waagt aan het goed gecoördineerde groepswerk, aan de mooi gelijk uitgevoerde bewegingen, die in totale tegenspraak zijn met zijn stijl, scheert Vanrunxt rakelings langs de grenzen van de artistieke eerlijkheid.

Maar, ik zou bijna vergeten hoe mooi ik deze voorstelling vond. Over al de opgesomde tekortkomingen heen, niettegenstaande mijn onvermogen de brute zin te doorgronden, klikte het ergens, had ik voeling met de emotie op de scène. Was het een gevoelen van vertedering of een emotionele streling, Opgewekt door een gebaar, een beeld of een harmonisch samengaan?… Doorheen de voorstelling groeide een intuïtieve herkenning, een steeds breder wordende stroom van stille kracht, en in die zachte deining ligt de kracht van Vanrunxt. Hij overbluft niet, maar werkt gestaag als hout en wind. Zijn beelden zijn het leven zelf: water, een appel, de gewone man, de gewone vrouw. Er heerst een stille vrouwelijke tederheid, op mensenmaat, zachtaardig, zachtzinnig, pretentieloos. De theaterhysterie ruimt plaats voor mysterie.

Het concept dat Vanrunxt hanteert heeft dezelfde teneur, ademt dezelfde sfeer uit. Alle ingrediënten (kostuums, klank, licht,…) klitten samen, horen samen, zijn elk de verwerkelijking van hetzelfde gevoelen. Tussen de dansers heerst een opvallend conflictloze groepsgeest, een vanzelfsprekende harmonie. Zij maken volledig deel uit van de voorstelling, zij gaan op in het geheel, zij vervullen de voorstelling.

Ik moet overigens bekennen dat ik steeds meer in de ban raak van wat die groep, waarvan Vanrunxt ook maar een lid is, voortbrengt. Er is een duidelijke evolutie en ik zie mogelijkheden. Voor de critici besluit ik: Beauty is in the eye of the beholder.

recensie
Leestijd 2 — 5 minuten

Alexander Baervoets

recensie