© Stine Sampers

Tania Van der Sanden

Leestijd 4 — 7 minuten

Artiesteningang: Tania Van der Sanden

Actrice Tania Van der Sanden (Wilrijk, 1962) is een vertrouwd gezicht voor het Vlaamse publiek. Sinds haar afstuderen in 1984 aan het Antwerps Conservatorium werkte ze met een indrukwekkende en diverse rij theatergezelschappen zoals NTGent en KVS maar ook Theater Malpertuis, De Roovers en Abattoir Fermé. Wie haar niet kent uit het theater, heeft haar gezien in films of in televisieprogramma’s zoals Man bijt hond, In de Gloria of Het Eiland. Daarnaast is ze ook nog Vakhoofd Spel aan het RITCS in Brussel. Recent creëerde ze bij Theater Malpertuis haar eerste onewomanshow en van zodra het coronavirus het toelaat, speelt ze in Het Pentaccordeon van Studio Orka.

Wat was je vroegste aanraking met de podiumkunsten? 

Mijn moeder had een abonnement voor het Jeugdtheater in de Bourlaschouwburg in Antwerpen. Ik genoot enorm van de opvoeringen maar ik wilde vooral ook weten hoe het er in de coulissen uitzag. Na elke voorstelling wachtte ik de toneelspelers op bij de artiesteningang en vroeg hen om een handtekening.

Wat wou je als kind worden? 

Dierenarts.

Maar volgens mijn moeder was het vak van advocaat meer voor mij weggelegd.

Wanneer wist je dat je het theater in wilde?

Ik vond het als kind heel fijn om tijdens familiefeestjes iets op te voeren. Zo speelde ik een sketch van Paul Van Vliet, van Gaston Berghmans of van Theo Van den Bosch. Ik genoot ervan om mensen te entertainen. Ik vond het ook heerlijk om op toneelavonden van de Chiro of op mijn middelbare school op de scène te staan. Op mijn vijftiende ben ik voordracht gaan volgen in de Muziekacademie van Deurne. Toen wist ik het zeker.

Van welke voorstelling heb je recent wakker gelegen? 

Ik kan wel zeggen dat ik letterlijk wakker heb gelegen bij het maken van mijn eerste solovoorstelling ‘T.A.N.I.A’. Gelukkig was Frans Van der Aa er om mij te coachen. Frans en ik hebben uren gepraat en ik heb al die gesprekken opgenomen en vervolgens uitgeschreven. Daarna hebben we een selectie gemaakt en zo is de voorstellingstekst ontstaan. Ik lig eigenlijk wel vaker wakker tijdens een repetitieproces, maar dit keer kwam alles wel zeer dichtbij mezelf.

Welke voorstelling is onvergetelijk?

De voorstelling ‘Who’s afraid of Virginia Woolf’ (1987) van Het Gezelschap van de Witte Kraai geregisseerd door Sam Bogaerts met Viviane De Muynck, Kees Hulst, Bas Paijmans en mijzelf. We speelden het stuk in vier ‘talen’: Nederlands (Hollands), Vlaams, Antwerps en Amerikaans. En we zongen Vlaamse smartlappen. Een baanbrekende voorstelling in die tijd.

Wat is jouw favoriete plek? 

Ik vertoef zeer graag in mijn huis en tuin.

Maar ook Amsterdam ligt me nauw aan ‘t hart.

Van wie heb je het meest geleerd?

Op ‘t Conservatorium heb ik kort les gehad van Dora Van der Groen. Ik heb veel van haar geleerd, maar ik heb dat pas veel later beseft. Het meest heb ik geleerd van Sam Bogaerts. Hij is een meester in teksten concreet maken, heeft een buitengewone verbeelding, mengt ernst en humor en geeft zijn spelers enorm veel vertrouwen.

Hoe ziet jouw werkplek eruit?

Ik heb niet echt één werkplek. Ik zit thuis graag op mijn ‘zwevende zolder’, een kleine ruimte boven onze woonkamer. Ik zit daar niet echt afgezonderd, maar toch op mezelf.

Een andere ‘werk- en denkplek’ is mijn auto. Ik geniet ervan om alleen te rijden en mijn gedachten te laten stromen of mijn teksten te repeteren.

Heb je een ritueel voor je het podium opgaat? 

Het checken en dubbelchecken en driedubbel checken van mijn rekwisieten én een koffie drinken vlak voor ik opga.

Wat is het mooiste aan je werk? 

Dat ik mensen kan beroeren. Dat ik mensen weg kan trekken uit hun dagelijkse beslommeringen, al is het maar voor heel even.

Zijn jouw ouders fan? 

Mijn moeder en vader zijn al lang geleden overleden.

Mijn moeder zou mijn grootste fan geweest zijn. Ze stond volledig achter mijn keuze om naar het Conservatorium in Antwerpen te gaan. Helaas is ze in februari 1984 overleden net voor ik afstudeerde.

Heeft theater invloed? 

Theater verbindt mensen en geeft hen troost en vreugde.

Heb je ooit een bijzondere ontmoeting gehad met een toeschouwer? 

Het komt de laatste tijd vaak voor dat toeschouwers mij na een voorstelling aanspreken. Laatst was er een vrouw die mij zeer geëmotioneerd bedankte omdat ze zoveel herkende en zich getroost voelde.

Kunnen recensies je iets schelen?

Het is fijn om te lezen dat een recensent je graag heeft zien spelen, maar het doet absoluut geen deugd als er niet positief over je geschreven wordt. Als ik voor honderd procent achter een voorstelling sta, kan mij een slechte recensie weinig schelen maar als ik zelf twijfel over het resultaat, is het lastig om te lezen dat de recensent ziet wat je zelf ook ziet.

Wat is de laatste notitie die je gemaakt hebt? 

Ik maak constant notities en lijstjes.

Namen, titels van films, boeken…

De laatste notitie: ‘Stromboli’ met Ingrid Bergman

Is kunst jouw leven? 

Niet enkel kunst is mijn leven. Ik word er wel door omringd.

Als je een tweede carrière zou beginnen, in welke sector zou dat dan zijn? 

De laatste tijd denk ik vaak na over een mogelijke tweede carrière omdat de toekomst voor spelers er helaas niet rooskleurig uit ziet. Lesgeven is iets wat ik graag doe, maar ik zou het roer ook wel volledig willen omgooien en bijvoorbeeld kapster worden. Ook iets wat ik graag doe. Ik knip de haren van al mijn gezinsleden en word er alsmaar beter in, al zeg ik het zelf.

Maar wat ik ook zou kiezen als tweede carrière, ik zou er op een of andere manier theater bij betrekken. Ik zou dan een ‘theatrale coiffeuse’ zijn.

Denk je dat het theater in de toekomst zal blijven bestaan? 

Theater zal altijd blijven bestaan. De noodzaak om theater te maken is bij spelers en makers onmetelijk groot en zal dat blijven.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

interview
Leestijd 4 — 7 minuten

#160

15.03.2020

14.05.2020

Tania Van der Sanden