© Joanna Lawrance

Joachim Robbrecht

Leestijd 7 — 10 minuten

Artiesteningang: Joachim Robbrecht

Joachim Robbrecht is schrijver, performer en regisseur. Hij  schrijft teksten voor Sarah Moeremans en Timothy de Gilde, werkt daarnaast met collectieven als Dood Paard en de Warme Winkel en maakt regelmatig voorstellingen onder eigen vlag. Momenteel werkt hij aan een libretto voor muziektheaterhuis Silbersee.

Wat was je vroegste aanraking met de podiumkunsten? 

De meest magische aanraking uit mijn kindertijd met de podiumkunsten was het poppentheater van Pierke in het Huis van Alijn. Ik was enorme fan, ook van de snoep die ik tijdens de pauze in het halfdonker mocht kopen bij een vrouwtje zo klein en rond dat het zelf een pop leek. We schreeuwden de longen uit ons lijf als Pierke belaagd werd: Pierke, Pierke achter u!

Wat wou je als kind worden? 

Geen idee, maar ik heb tot mijn achttiende tegenover mijn ouders volgehouden dat ik bio-chemie zou studeren. Ik sleet nochtans alle schoolpauzes in de afdeling fictie van de schoolbibliotheek en ik was al lang geboeid door theater en opera.

Wanneer wist je dat je het theater in wilde?

Toen ik elf was gingen we op sneeuwklassen met de school: Onze klas zou midden in de Zwitserse bergen Wilhelm Tell opvoeren tussen de stapelbedden in een jeugdherberg. We moesten om beurten een stukje voorlezen om naar de hoofdrol te dingen. Het was de eerste keer dat ik een toneelstuk luidop voorlas, met mijn klas als publiek. Ik ontdekte toen dat ik daar enorm van genoot om al improviserend en lezend vorm te geven aan zo’n karakter en het ook een beetje kon, hoewel ik er nooit voor had geoefend, dus dat was ‘de vonk’. Uiteindelijk mocht ik ‘de slechterik’ spelen, wat natuurlijk nog veel leuker was dan de titelrol. Overigens heeft het dan nog tot mijn tweeëntwintigste geduurd voor ik bedacht dat ik dat ook echt professioneel kon gaan doen. Theater had zo een aura voor me dat ik waarschijnlijk dacht dat je een soort halfgod moest zijn om het te mogen doen.

Van welke voorstelling heb je recent wakker gelegen? 

Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik nooit wakker lig van een voorstelling, maar dat zijn dan altijd voorstellingen waaraan ik zelf  mee werk. Over de voorstellingen van anderen ga ik dagdromen. Eén voorstelling die mij recentelijk heeft gegrepen, was er één die ik niet kon gezien omdat ik zo vaak in Nederland vertoef, namelijk Short of Lying (waarin overigens veel wordt wakker gelegen aangezien de vertelster aan slapeloosheid lijdt). Uiteindelijk kon ik verleden maand het tekstboekje van die voorstelling bemachtigen. Ik las de tekst op de trein en werd er zo ingezogen dat ik er kippevel van kreeg. Mijn ervaring was dat die tekst zichzelf opvoerde, alsof ik de tekst niet las, maar hoorde. Lezen kostte me geen enkele moeite, het gebeurde gewoon, net zoals je in een voorstelling ook aan het kijken niet ontkomt. Dus dan dwaalden in de dagen daarna mijn gedachten af naar Short of Lying uit bewondering en een jalousie de métier, nieuwsgierig naar de ontstaansgeschiedenis en het geheim van die tekst.

Welke voorstelling is onvergetelijk?

De voorstelling die ik nooit zou willen vergeten was Keine Chance Regensburg van Christoph Schlingensief. Dat was een éénmalige voorstelling die Schlingensief op uitnodiging maakte van de stad Regensburg, die graag cultuurhoofdstad van Europa wilde worden. De voorstelling moest Regensburg op de kaart zetten. Vincent Rietveld (lid van De Warme Winkel) en ik liepen toevallig die avond de Volksbühne binnen en merkten meteen dat we tussen een niet-Berlijns publiek en allerlei regionale hapjes uit Regensburg terecht kwamen. Toen we de zaal binnenliepen klonk onheilspellend en herhaaldelijk “Ich mach dich fertig Regensburg”. De hele zaal zat vol met Regensburgse hoogwaardigheidsbekleders, die zich een theatraal bombardement van Schlingensief moesten laten welgevallen waarin hij de vloer aanveegde met hun ambities om cultuurhoofdstad te worden en de misstanden in de stad en haar kleinburgerlijke aspiraties. Tegelijkertijd voerde hij als hoofdpersonage een verlamde Regensburgse patiënte in een bed op aan wiens ziekte het geld voor Kulturhauptstadt 2010 veel beter besteed was geweest. Rietveld en ik waren zo onder de indruk van de brutaliteit en het lef van Schlingensief dat het een aanmoediging tot durf is geweest die we ons hele leven in ons zullen dragen.

Wat is jouw favoriete plek?

Professioneel gezien is mijn lievelingsplek toch wel voor of na de voorstelling bij de ingang van een theater, daar bij de asbak waar rokers en luchtjeshappers een vluchtig gemeenschapje vormen dat roddelt, recenseert, grappen maakt en elkaar nieuwe mensen voorstelt. Privé, in de armen van…

Waar zou je heel graag eens je werk tonen?

Ik heb het gevoel dat ik mijn werk meestal wel toon op plekken waar ik het wil tonen. Ik repeteer heel graag op plekken waar de routines die bij een druk bezette repetitieruimte of theaterzaal horen niet gelden. Zo heb ik ooit eens in de palmenkassen van de  Hortus Botanicus gewerkt, met Sarah Moeremans vier maanden in een ziekenhuis en onlangs met Jimmy Grima in de social clubs van Malta. Ik hou ervan als theater andere werelden kruist en mensen voor wie het theater niet toegankelijk lijkt of is, plotseling toch intense ervaringen hebben als theater naar hun toekomt.

Er is wel één theater waar ik heel graag eens een voorstelling zou maken puur omdat het architecturaal het indrukwekkendste theater is dat ik ken. Dat is Teatro Oficina in Sao Paolo vormgegeven door Lina Bo Bardi: Teatro Oficina is een lang smal theater zonder foyer waar de voorstelling meteen begint als de deur open zwaait en het publiek in de lengte van het theater op hoge stellingen zit, terwijl aan de andere kant van het theater een glazen wand je naar buiten laat kijken. Er groeien ook een boom en planten in de zaal en er vloeit water. De architectuur van dit theater is zo bevrijdend omdat het breekt met de Westerse kijkdoos, theater komt er echt tot leven.

Van wie heb je het meest geleerd?

Ik kan beter beantwoorden op welke plek ik het meest leer. Nadat ik was afgestudeerd aan de regie opleiding in Amsterdam ging ik regelmatig kijken naar de presentaties van de opleiding DasArts. Ik vond dat daar vaak het interessantste werk in Amsterdam te zien was. Gezien mijn affiniteit met de opleiding ervan af droop en ik ondertussen ook wel ervaring had en een geoefend oog, nodigde de fantastische Barbara van Lindt die toen de leiding had me uit om studenten te adviseren en begeleiden. Dus ik leer daar nog steeds telkens weer opnieuw over het hoe, wat en waarom van performance, met studenten en behoorlijk briljante collega’s. Ik leer er esthetische principes die ik voor de eeuwigheid in mijn hoofd beitel en vaak leer ik diezelfde principes op dezelfde plek ook weer betwijfelen en ondergraven.

Hoe ziet jouw werkplek eruit?

Mijn werplek is mijn rugzak. Die is altijd volgepropt met computer, boeken en de meest urgente administratie. Ik rits hem overal open, in de trein, bij mijn moeder aan tafel, in het park terwijl onze kinderen spelen of in de kantine van een theater en dan pik ik er een boek uit of tokkel ik iets op die computer. Maar sinds een jaar huur ik een tafel, gemaakt van een deur, in het Actiris gebouw in Brussel op de vijfde verdieping. Daar zit een gemeenschap van kunstenaars, architecten, theoretici en activisten die verschillende ruimtes delen. Er staan een paar planten waar ik veel te vaak naar kijk en er liggen steeds weer veel te ambitieuze stapels boeken naast rommelige hoopjes neergepende invallen, to do lijsten van vorig jaar en stapels administratie omdat ik zelfstandige ben en de Staat je dan heel graag heel veel brieven schrijft. En koffie en chocolade!

Heb je een ritueel voor je het podium opgaat of voor een première? 

Voor een première ben ik altijd nerveus op jacht naar toi toi toi’s voor de hele groep (soms boeken) en schrijf ik brieven of ansichtkaarten waarin ik iets liefs en waars en dankbaars probeer te zeggen over diegene die die dan ontvangt. Als ik premièrestress heb, dan is het meestal omdat ik niet de juiste woorden voor die kaart vind of niet de juiste toi toi toi.

Wat is het mooiste aan je werk? 

Het mooiste is ongetwijfeld wat een vriend van me ‘Der Goldstaub der Proben’ noemt, dat zijn die momenten in een repetitie die je even het gevoel geven dat je in een geweldige voorstelling zit, maar waarvan je weet dat ze onherhaalbaar zijn of nooit meer zo intens goed zullen zijn.

Zijn jouw ouders fan? 

Ja mijn ouders volgen me steeds enthousiaster. Mijn vader is geen grote theaterbezoeker, maar als hij komt is hij er ook voor de volle 100 procent bij. Hij maakt veel reclame voor voorstellingen onder vrienden en volgt cultuur via de radio zodat we erover kunnen kletsen. Met mijn moeder ga ik naar theater en zij komt naar alle voorstellingen waar ik  iets mee te maken heb. Ze glundert altijd van trots.

Heeft theater invloed? 

Ja, ‘slechte invloed’ hopelijk. Zoals ze dat in je kindertijd over een vriendje of vriendinnetje zeiden waarvan men vreesde dat ze je van ‘het juiste pad’ zouden brengen. Theater leidt af, je wordt er opstandig van, of dromerig of verward en soms ook messcherp.

Met welke kunstenaars voel je je verwant? 

Echte verwantschap durf ik alleen te claimen met mensen waarmee ik regelmatig samenwerk, waarbij werk en privé door elkaar lopen en waarvoor ik in de bres zou springen, en zij ook voor mij: Sarah Moeremans, Artun Alaska Arasli, Bruno Listopad, Ward Weemhoff/ De Warme Winkel, Manja Topper van Dood Paard. Alumni van DASTheatre zoals Enkidu Khaled, Ira Melkonyan en Rodrigo Batista Qua. Qua schrijven bewonder ik René Pollesch en Elfriede Jelinek. In performing arts zou ik graag samenwerken met Michael Portnoy (niet de drummer).

Wie zou je graag eens zien samenwerken? 

Abke Haring en Faustin Linyekula. Dat is volgens mij een match.

Heb je ooit een bijzondere ontmoeting gehad met een toeschouwer? 

Ik vind extreme reacties op een voorstelling altijd bijzonder. Er was eens een koppel dat luid begon te ruziën over de voorstelling tijdens het applaus. Of iemand die tijdens de voorstelling boos ‘dangerous bullshit’ riep. Ik heb nog geprobeerd om die over te halen om te blijven.

Kunnen recensies je iets schelen? 

Ja, ik vind ze soms tekort doen aan de voorstelling en dus doe ik aan snellezen van recensies in de hoop dat het niet te lang blijft hangen. De verhouding tussen de exposure die een recensie krijgt waaraan zo kort is gewerkt ten opzichte van de moeite die de kunstenaar zich getroost om zijn werk te maken, vind ik moeilijk te accepteren. Maar vaak staat er ook iets in een recensie dat me lang aan het denken zet, da’s dan wel fijn.

Wat is de laatste notitie die je gemaakt hebt? 

Dit is niet de allerlaatste notitie, maar de laatste zinvolle om hier te citeren, ergens vanmiddag opgeschreven uit de mond van een collega: How to stay close to our interests and to reshape our practices under the current circumstances?

Is kunst jouw leven?

Kunst is met alle plezier één van mijn levens, dat door een hele verzameling andere levens heen gewoven zit: liefdesleven, kinderen naar school brengen, vriendenkringen, kookleven, politiek leven, absurd intens leven.

Als je een tweede carrière zou beginnen, in welke sector zou dat dan zijn? 

Als ik mijn kleren aantrek ’s ochtends wilde ik dat ik ze zelf kon maken, als de kruidenier onder ons appartement zijn winkel open gooit dan denk ik ‘ook leuk’, als de eurocraat voorbijfietst met zijn badge aan zijn hals bungelend, denk ik ‘wauw, had ik ook spannend gevonden’ en zo gaat dat de hele dag door.

Denk je dat het theater in de toekomst zal blijven bestaan?

‘De toekomst’ is een rekbaar begrip. Laat ons zeggen : De minimum-formule ‘1 acteur + 1 toeschouwer = Theater’ zal blijven bestaan, maar de kijk-regimes worden in onze tijd enorm door elkaar geschud, conventies worden doorbroken en dat gaat zich doorzetten. Ook politieke druk zal de praktijk hartsgrondig veranderen. Dus theater blijft bestaan, maar gaat door een revolutie. En onze manieren van kijken, van interageren met een stuk, van ons begrip wat ‘spannend’ is, wat ‘representatie’ betekent: dat is allemaal hard in verandering. Theaters worden ook veel breder ingezet als plekken waar gedacht wordt, waar debat plaatsvindt, waar kunst en wetenschap en politiek elkaar ontmoeten.

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

interview
Leestijd 7 — 10 minuten

#160

15.03.2020

14.05.2020

Joachim Robbrecht

Joachim Robbrecht schrijft en maakt toneel in Nederland en België. Hij ziet theater als een machinerie om zich poëtisch, collectief en met het hele lijf te engageren in de wereld. Sinds kort maakt hij deel uit van de kleine redactie van Etcetera.

RECENT VERSCHENEN

interview

RECENT VERSCHENEN