‘Art and Activism in the Age of Globalization’ – Lieven De Cauter, Ruben De Roo en Karel Vanhaesebrouck (red.)

Erwin Jans

Leestijd 4 — 7 minuten

Art and Activism in the Age of Globalization

Lieven De Cauter, Ruben De Roo en Karel Vanhaesebrouck (red.)

In de titel van de publicatie Art and Activism in the Age of Globalization worden meteen al de drie kernbegrippen vermeld waarrond de opstellen in de bundel zich bewegen, zij het voortdurend in verschillende patronen. Dat heeft alles te maken met de problematische term ‘activisme’ die de brug probeert te slaan tussen de ingrijpende globale ontwikkelingen van de voorbije decennia en de nieuwe plek die de kunsten daarbinnen voor zichzelf zoeken. De term ‘kunst’ moet enigszins gespecifieerd worden: het gaat in deze omvangrijke Engelstalige bundel opstellen vooral over theatrale performances, installaties, urbane interventies, digitale acties, beeldende kunst, documentaire en cinema. De bundel weegt het‘activistisch’ potentieel van de kunst en de kunstenaar af in tijden van globalisering. Daarbij wordt de autonomie van de kunsten in vraag gesteld of ten minste ernstig bevraagd. Het maatschappelijke kader voor de artikels is zeer nadrukkelijk het globale complex van post-fordisme, neolibera-lisme, de obsessie met terreur en veiligheid na 9/11, neoconservatisme, migratie en de dreigende ecologische catastrofe. Kortom, de Nieuwe Wereldorde. ‘The new world order requires a redefinition of the place and role of art’, schrijft Karel Vanhaesebrouck. Wat dat betreft sluit de bundel nauw aan bij de stelling van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk die in zijn nieuwste boek Du musst dein Leben ändern stelt dat de enige autoriteit die op dit ogenblik de mens (en dus ook de kunstenaar) nog kan oproepen tot verandering de globale crisis is, het besef dat het zo niet langer verder kan.

Er zijn heel wat termen die op dit ogenblik in het publieke debat circuleren wanneer het gaat over de relatie tussen kunst en samenleving: geëngageerde, politieke, kritische, subversieve kunst. Recent heeft ook de overheid een reeks termen geïntroduceerd waarmee ze de maat wil nemen van het maatschappelijke effect van de kunst: participatie, culturele diversiteit, publieksbereik, doelgroepen, stedelijke inplanting, toegankelijkheid, etc. Een van de grote verdiensten van de bundel is dat deze twee reeksen duidelijk worden onderscheiden. In zijn bijdrage houdt Stefan Hertmans een scherp pleidooi tegen de tweede reeks van termen en voor de autonomie van de kunsten, als het enig mogelijke dispositief om maatschappelijk iets te betekenen: ‘In the tradition of Lacan’s thinking, one might say that the artist’s task is to undermine the metaphysical illusion of committed realism by opting for the shock-effect of the Réel.’ Toch betekent dit geen simpele terugkeer naar de avant-gardenotie van de kunst als een vorm van provocatie en transgressie van de burgerlijke norm. In het inleidende hoofdstuk van de bundel maakt Lieven De Cauter al meteen brandhout van de term subversiviteit. Net als de notie van het sublieme is de notie van het subversieve historisch verbonden met de avant-garde uit het eerste kwart van de twintigste eeuw. Subversiviteit stond voor een radicale houding van transgressie en negativiteit. Subversiviteit als transgressie en negativiteit zijn niet langer maatschappijkritische houdingen, maar maken intussen deel uit van de mainstream. Wat betekenen die woorden immers nog na de commerciële extravagantie van een Lady Gaga en een John Galliano? De Cauter vervangt subversiviteit en negativiteit daarom door activisme en affirmativiteit. Ook Rosi Braidotti gaat, vanuit een feministisch perspectief dat evenveel nadruk legt op de creatie als op de kritiek, op zoek naar een ‘affirmatieve ethiek’ die zij als ‘neovitalistisch’ definieert en in het teken plaatst van het procesmatige, het relationele en de transformatie. Richard Schechner omschrijft de eigentijdse (Amerikaanse) avant-garde als ‘a circulating stasis’ en Pippo Delbono verklaart het theater dood: ‘I am thinking of a theatre that will make me fall in love with bodies again, a theatre that dances, that doesn’t only speak with words, a theatre for the deaf, the blind, the uncultured. A theatre of resistance against a world that is dying a slow cultural death.’

Zo onderzoekt de bundel de ruimte tussen droom en realiteit, tussen theorie en praktijk, tussen pessimisme en affirmatie. Naast een aantal meer theoretische, historische en sociologische bij dragen worden een aantal artiesten en collectieven behandeld. Theoretisch laaft de bundel zich vooral aan de (affirmatieve) woordenschat van auteurs als Deleuze en Guattari, van Negri en Hardt, en Paolo Virno. Dieter Lesage plaatst meer dan kritische kanttekeningen bij Documentan onder leiding van Okwui Enwezor: ‘Is resistance that becomes merely a discourse not a sort of tea ceremony, a sort of post-historical ikebana?’

Op meer bijval kunnen kunstenaars rekenen als Christoph Schlingensief, Renzo Martens (Enjoy Poverty), The Yes Men, The Errorist International, en andere. Precies omdat zij er in slagen de ethische grenzen van het handelen op te zoeken, die te overschrijden en daarmee alle daarmee verbonden paradoxen bloot te leggen. De doodzieke Schlingensief die een operadorp in Burkina Faso gaat bouwen, Renzo Martens die aan arme Afrikanen als enig redmiddel de ‘commercialisering’ van de eigen armoede voorstelt, de militante en vaak agressieve straatinterventies van Etcetera… in Buenos Aires, of de hyperrealistische maar fake presentaties van The Yes Men in het hart van de businesswereld: het zijn evenzoveel extreme strategieën die er op gericht zijn om de perverse mechanismen en de ideologische onderbouw van hetneoliberalismeen zijn idealistische waarden bloot te leggen. Zij maken op een bepaalde manier ‘misbruik’ van de vrijheid, de technologie en de uitgebreide communicatiemogelijkheden die hen geschonken worden door het kapitalistische systeem: ‘And it is indeed within this very freedom that the true, subversive, public and, therefore, political actions can yet take place. In such cases, freedom does not create labour, but a demeasure that one day may incite real sabotage.’ (Pascal Gielen) Met de term ‘sabotage’ zitten we midden in het jargon van de politiek revolutionaire actie.

Met de hier vermelde voorbeelden (en de bundel bevat er nog) bevinden we ons ver buiten de grenzen van het traditionele kunstbegrip. De samenstellers van de bundel lijken die consequentie te trekken. Het is dus geen toeval dat het boek sluit meteen essay van Christophe Van Eecke dat eindigt met de oproep: ‘Change something. Make a difference. Go screw some government tonight.’

En het hele boek eindigt met volgende paradoxale uitroep: ‘Burn this book or burn your brain.’ Het is uiteraard een provocatie, maar ze staat wel haaks op wat de bu ndel meer dan driehonderd pagina’s lang probeert, namelijk het uitbouwen van een analytisch en theoretisch apparaat om de activistische kunst te beschrijven. Wat zo uiteindelijk wordt opgegeven is de samenhang – welke die ook precies moge zijn – tussen theorie en praktijk, tussen denken en doen. En dat ten voordele van een romantiek van de (destructieve) daad. Omdat het boek zichzelf natuurlijk niet kan verbranden, kan dat alleen maar symbolisch door het opgeven van een genuanceerd discours en door het te vervangen door een agressieve taal, de ongenuanceerde taal van de graffiti, van de rap of hiphop, van de obsceniteit van de straat. Of klinkt dat te ‘modernistisch’? Gelukkig gebeurt dat alleen maar op de laatste pagina’s. Voor een authentieke affirmatieve ethiek is denken immers een vorm van doen en doen een vorm van denken.

Lieven De Cauter, Ruben De Roo en Karel Vanhaesebrouck (red.), Art and Activism in the Age of Globalization / Reflect #08, Nai Uitgevers, 2011, i.s.m. IDEA, de interdisciplinaire onderzoeksgroep van de kunsthogeschool RITS die deel uitmaakt van de Erasmushogeschool Brussel en de Universitaire associatie Brussel

boeken
Leestijd 4 — 7 minuten

Erwin Jans

Erwin Jans is dramaturg bij het Toneelhuis (Antwerpen). Tevens publiceert hij over theater, literatuur en cultuur in onder andere De Morgen, De Tijd, Eutopia, Etcetera, DW B, rekto:verso, nY, De Reactor, De Leeswolf en Theatermaker.

boeken