Kritiek moet autonoom zijn
Een pleidooi voor gesubsidieerde kunstkritiek
Floris Baeke
© Ken Aebrecht
Drie voorstellingen op Theater Aan Zee 2026 thematiseerden in meer of mindere mate vaderschap en man-zijn. Fatherload van David Labi, Zo gaat het verder van Freek Vielen en Ik ben een boom van Jozefien Mombaerts zetten Pieter Martens aan tot deze zoektocht naar woorden over vader worden, over plots vader zijn en over elke dag vader blijven.
In Fatherload van David Labi ontmoeten we David, een autofictionele knipoog naar de maker zelf, een man die na een levensparcours vol drank, drugs, vrouwen en andere escapismen eindelijk loutering vindt. Een man die plots lijkt te beseffen dat hij vader is. Zijn monoloog ontrolt zich aan de hand van zeven herkenbare fases in het alledaagse leven van een ouder, met pick-up in de crèche als begin- en de bedtijd van zijn kleine spruit als eindpunt. Labi grijpt de verschillende fases telkens al snel aan om veelvuldig terug te blikken op zijn leven, vanaf zijn vroegste jeugd tot het moment waarop hij zijn grote liefde en uiteindelijke partner dreigt te verliezen (wat dus niet gebeurt). Hij doet dat rechttoe rechtaan in een stijl die verwant is aan de stand-up comedy.
Ook Freek Vielen is inmiddels een jonge vader in Zo gaat het verder. Anders dan Labi laat Vielen zich op scène bijstaan door een muzikant, cellist Harald Austbø, die ook al mee op het podium stond bij So it goes (2014), waarop Vielen nu zoveel jaren later losjes voortborduurt. Vielen kan als geen ander een verhaal brengen, op een wonderlijke manier afstandelijk en intiem tegelijk, met nu eens gloedvolle en dan weer broze anekdotes die veel zeggen in wat ze niet zeggen.
Jozefien Mombaerts kiest er in Ik ben een boom eveneens voor om zich muzikaal te laten begeleiden door Joeri Cnaepelinckx, en deinst er niet voor terug haar bij momenten lyrische tekst in liedvorm te brengen. Hier geen vader maar een moeder aan het woord en deze moeder heeft alvast vooral twijfels en vragen, over mannen en voor mannen in het algemeen en in het bijzonder over en voor haar eigen man en zoontje van vijf. Ze combineert urgentie met een poëtische stijl, daar waar Vielen meer componeert en filosofeert en Labi dus zoals gezegd de directheid en nabijheid van de comedian hanteert.
Het is verleidelijk om te denken dat over moederschap veel vaker geschreven wordt dan over vaderschap. Het is ook niet moeilijk om onverhoeds in te stemmen met het adagium “moeders schrijven best over moederschap, vaders over vaderschap”. Goochel op korte tijd vaak genoeg met de termen ‘moederschap’ en ‘vaderschap’, en je verliest uit het oog dat er overweldigend veel samenkomt onder de noemer ‘ouderschap’. Wat onderscheidt ‘vaderschap’ dan specifiek? Heeft dat quasi uitsluitend te maken met man zijn, of met mannelijkheid?
Ik weet het niet. Ik ben een man van net geen veertig met een zoontje van net geen vier. Een springveertje dat opgroeit in co-ouderschap. Niet zijn keuze uiteraard, maar die van zijn moeder en ik. We doen dat goed. We doen hard ons best. We gingen uit elkaar toen onze zoon ongeveer twee jaar oud was en veel van waar je als ouder tegenaan loopt, is hetzelfde als bij koppels, en veel is ook anders. Anders is bijvoorbeeld de bandbreedte van je gemoed als ouder. Die voelt breder, en gaat van keihard verdriet en onverholen paniek over wat we ons zoontje als kind van gescheiden ouders in hemelsnaam aandoen, tot een soort trots dat we het anders doen, dat we hem op unieke manier wapenen voor het leven dat zich in sneltempo ontvouwt.
“Ik bewoon grotendeels dezelfde leefwereld als de drie makers en geniet een soortgelijk, voornamelijk sociaal, kapitaal. Het levert bij de drie voorstellingen een herkenbaarheid op die mij tegelijkertijd aantrekt en afstoot.”
De verscheidenheid in vormen die alternatieve gezinsvormen, door keuze of verlies, kunnen aannemen, zit niet in de drie voorstellingen. Het zijn stuk voor stuk intrigerende stukjes confessioneel theater die vertrekken vanuit de levens van de drie makers en de wereld die zij bewonen. Daarmee lijken ze op het eerste gezicht aan universele zeggingskracht in te boeten. Of de opmars van het autobiografische in de kunsten erg is, en zo ja waarom, zijn lastige vragen waar ik zelf hard mee worstel. Ik bewoon grotendeels dezelfde leefwereld als de drie makers en geniet een soortgelijk, voornamelijk sociaal, kapitaal. Het levert bij de drie voorstellingen een herkenbaarheid op die mij tegelijkertijd aantrekt en afstoot. Ze verscherpt mijn bewustzijn over het comfort en de beperkingen van mijn bubbel, maar kan die bubbel per definitie amper in vraag stellen. Een beetje gechargeerd gesteld, is het alsof je een gevangene bent die beter dan ooit de dimensies van zijn cel begrijpt, zonder dichter bij een uitweg te zijn.
“Ze verandert moeiteloos in de eerste seconde van iets in iemand”, schrijft de Nederlandse essayist Jan Postma in Is dit alles? uit 2021 over de geboorte van zijn dochter. Misschien is dat het onderscheidende kenmerk van vaderschap: je wordt geen vader, maar plotseling ben je het wel. Over de bevalling schrijft Postma: “ik bleef voor alles klem zitten in een diepe onbeduidendheid… Ik had kunnen delen in de angst en in de hoop, maar daar eindigde de bereikbaarheid van haar ervaring. Andermans pijn is zo ontoegankelijk als de vreemdste van alle talen.” Moeilijk om in te schatten hoe universeel dat gevoel is, maar misschien is dat de reden waarom vaders zelden de bevalling van hun kinderen beschrijven of verbeelden: het is uiteindelijk gewoonweg niet hun ervaring, niet hun pijn. In die optiek is het niet toevallig enkel Mombaerts die in haar monoloog expliciet de (lijdens)weg van haar bevalling uit de doeken doet. Ze doet dat ogenschijnlijk aarzelend, in een van de intermezzo’s waarin ze half tegen zichzelf pratend even uit haar rol lijkt te stappen, maar net daardoor al te trefzekerder.
“Misschien is dat het onderscheidende kenmerk van vaderschap: je wordt geen vader, maar plotseling ben je het wel.”
De eerlijkheid gebiedt overigens te zeggen dat Vielen (de aanloop naar) de bevalling ook geenszins uit de weg gaat, en net gebruikt om leven en dood op ontroerende manier met elkaar te verbinden. De moeizame ademhaling van zijn partner die op het punt staat te bevallen, associeert hij rechtstreeks met de, op een andere manier moeizame, ademhaling van zijn stervende moeder, enkele jaren eerder. Hij vertelt het allemaal op dezelfde ingetogen manier en vlakt zo verschillen in tijd en ruimte uit, wat het geheel van zijn met flashbacks doorspekte tekst heel veel gevoel en kracht geeft. Zo gaat het verder bevat ook verschillende voorbeelden van de organische relatie tussen leven en dood, tussen verval en bloei, vreugde en verdriet. En zo gaat het altijd maar verder.
De tijd krijgt compleet onvoorspelbare tempowisselingen wanneer je een kind hebt. Een kind dwingt ook een volstrekt eigen logica en focus af; misschien daarom dat zowel Labi als Vielen, elk op hun eigen manier, zo uitgebreid terugblikken. In Fatherload krijgt dat het karakter van een soort odyssee, van een man vol neuroses en twijfels die verhaalt over hoe kunstig hij zichzelf eigenlijk jarenlang uit de weg ging. In Zo gaat het verder voelt de terugblik gelaagder en dynamischer aan. Vielen vertelt via omwegen, mythes, anekdotes, verhalen in verhalen.
Hij brengt niet slechts een nieuwe blik maar deels een nieuw verleden, dat herschapen wordt vanuit een radicaal veranderd heden. Want het zijn de grote gebeurtenissen, de zogenaamde keerkringen als onomkeerbare overgangen die Vielen bij Julian Barnes haalt, die ook het verleden veranderen, in een ander licht plaatsen.
Waar Vielen zo herinnering en verleden an sich mee thematiseert, dient de terugblik bij Labi in Fatherload vooral een ander doel. Hij illustreert de afgelegde weg naar het onvermijdelijke heden. En daar zit inhoudelijk de grote verschuiving, waarvoor Labi’s vaderschap cruciaal blijkt te zijn: de escapistische, ietwat neurotische man die evolueert van iemand die nu, als vader, niet langer kán ontsnappen naar iemand die dat niet langer wíl. Hij beschrijft doorheen de voorstelling de momenten van puur geluk met zijn dochter en laat je als publiek zo beseffen dat hij die weg van niet meer weg kunnen naar niet meer weg willen al heeft afgelegd. En je voelt aan de David op scène een vader die liefdevol zijn ouderschap omarmt en langzaamaan begint in te zetten om ook zijn plaats in de wereld helderder te krijgen. Veel dingen hoeft hij niet zo nodig meer; hij blijkt een zekere rust gevonden te hebben. Na een voorafgaande intense periode van depressie en crisis, laat hij niet na toe te voegen. Deze overgang, deze omarming, is geen plotse openbaring, maar een hard bevochten loutering.
“Vielen kijkt het leven recht in de ogen, maar praat er zich zelden de kortste weg naartoe. Alsof hij alvast waarschuwt voor de ongrijpbaarheid der dingen en dat het de reis ernaartoe is die telt.”
In Zo gaat het verder lijkt de vaderrol veel minder belangrijk als aanjager in de ontwikkeling van Vielens eigen leven, maar leidt ze tot verhevigde bespiegelingen over de bredere wereld, over de essentie(s) van het leven zelf. Er zit heel veel onzegbare en misschien zelfs onkenbare schoonheid in de generaties omspannende boog van zoon van een vader tot vader van een zoon. Vielen kijkt het leven recht in de ogen, maar praat er zich zelden de kortste weg naartoe. Alsof hij alvast waarschuwt voor de ongrijpbaarheid der dingen en dat het de reis ernaartoe is die telt. Want eens aangekomen waar je een uit te pakken antwoord had verwacht, heb je zo toch al de schoonheid en betekenis van de afgelegde weg bij en sta je niet stomweg met lege handen. Er passeren grootheden uit de literatuur – Knausgard, Vonnegut, Barnes – maar finaal zijn er geen passende woorden om recht te doen aan het vaderschap, zo blijkt wanneer een vriend hem daarnaar vraagt. Daar zou je een heel goed boek, geschreven door een heel goede schrijver over kunnen lezen, zegt Vielen (in mijn parafrasering).
En dan is daar in Zo gaat het verder bovenal ook de moeder en het gapende gat dat haar immer te vroegtijdige overlijden slaat. Het was onder heel andere omstandigheden, maar ook ik heb mijn moeder verloren vooraleer ik vader werd. Het spreekt voor de subtiele kracht en broze schoonheid van Vielens tekst dat hij er zo gevoelvol en quasi achteloos in slaagt de bij voorbaat verloren doodsstrijd van zijn moeder in het hart van zijn monoloog te plaatsen. Hoe hij zonder schreeuwerige taal of luide woorden de door zijn vaderschap hernieuwde en verhevigde rouw om zijn moeder weet over te brengen. Het is helemaal zijn eigen proces en toch ook pijnlijk mooi herkenbaar. Het was, zo blijkt uit de bijgehouden spulletjes en fotoalbums, zijn moeder die waakte en bewaakte, die herinnerde en bewaarde. Zoals moeders zo vaak doen.
Dat doet ook Jozefien Mombaerts in Ik ben een boom. Ze vertelt over haar man die volgens haar nog te vaak denkt dat hij jager is, brood op de plank moet brengen en dat dak boven het hoofd moet voorzien. Ze praat over haar zoon die zo geborgen en met zoveel liefde omringd opgroeit, maar dat nu eenmaal doet in een tijdperk van verleden tijd gewaande gedateerde tot ronduit toxische mannelijkheid, het tijdperk van de (online) manosfeer. (Voor wie overigens zou twijfelen of haar geuite zorgen wel proportioneel zijn, lees het uitstekende profiel van de gebroeders Tate “Andrew Tate’s empire of abuse” van onderzoeksjournaliste Heidi Blake, verschenen in The New Yorker van 15 juni dit jaar).
Ze probeert te wortelen in het hier en nu maar staat met beide voeten in de modder en met het water regelmatig aan de lippen. Ze zoekt houvast in tijden van turbulentie. Bang is ze van mannen, zo opent ze. Maar ze fascineren ook, frustreren haar en ze heeft zoveel vragen voor en over hen, zou graag eens een vlieg zijn om ongehinderd langdurig dichtbij te kunnen komen. Dichtbij haar eigen man en kind vooral. Ze vindt namelijk ook de mannen in haar eigen leven zo onkenbaar, net als de man in zichzelf, die ze mist, die ze vaak niet begrijpt ook al schreeuwt hij, zo vertrouwt ze je toe.
In wat vaag iets weg heeft van een socratische dialoog legt ze muzikant Joeri Cnaepelinckx – al dan niet ook een eigen – typisch mannelijk antwoord in de mond: waarom moet alles altijd gezegd worden, waarom mag de stilte niet gewoon bestaan? De stilte als vrijheid, als privilege, voor hem als man. De stilte die onderdrukt, repliceert zij. Als je stilte als vrijheid ervaart, komt dat misschien omdat je stilzwijgend al domineert.
“Als je stilte als man als vrijheid ervaart, komt dat misschien omdat je stilzwijgend al domineert.”

© Cato Crevits
Ze gaat er vervolgens niet expliciet op in, maar haar hele monoloog is een verwoede poging om taal te vinden, taal die de bestaande orde uitdaagt. Want de vis stelt het water in zijn bokaal niet ter discussie. Dus spreekt Mombaerts in Ik ben een boom haar gevoelens uit, denkt ze hardop na, vraagt ze, bevraagt ze, herformuleert ze, zoekt ze, wroet ze. En al doende is ook zij een bewaker, een bewaarder, een ankerpunt.
Vaders zijn zelden de bewaarders. Het zijn al te vaak de moeders die zich hiervan bewust zijn, die zich belasten met de taak van herinneren en bewaren en doorgeven. Moeders die tegelijk een soort archivaris zijn die toelaten je eigen individuele ik te overstijgen, maar die ook de essentiële levensvragen voor je verzamelen en je die doorgeven. Die je toelaten een begin te maken met de zoektocht naar het goede leven. Die je letterlijk bezielen, kortom (op straffe van het te melige af).
In Fatherload voel je de contouren van het bewustzijn hierover opdoemen, maar lijkt Labi vooral nog bezig zijn eigen wereld ten goede te herschikken. De vaderlast voelt bij hem nog veeleer een evolutie van vrijheid naar verantwoordelijkheid richting vrijheid in verantwoordelijkheid.
Vielen heeft die evolutie in Zo gaat het verder ogenschijnlijk al doorgemaakt. Daar is zijn hele monoloog alvast een soort bewijs van. Hij vertelt en getuigt over zijn moeder, zijn vader, zijn partner, zijn kind en zijn hele tekst getuigt van volgehouden aandacht voor de dingen des levens groot en klein.
Jan Postma vat de opdracht, het bewustzijn als jonge vader in Is dit alles? misschien nog het mooist, wanneer hij al schrijvend beseft: “Alles, het leven zoals het op de gewoonste momenten is, verdwijnt maar de hele tijd. Het enige wat blijft is dat verdwijnen – en het geheugen als wonder dat altijd tekortschiet”. Laat een stukje van de essentie van ouderschap, en zeker van vaderschap, dit besef zijn. En de toegewijde pogingen het te overstijgen. Met ankers en bomen en gelouterde liefde. Te beginnen in voorstellingen zoals deze drie.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.