© Fred Debrock

Charlotte De Somviele

Leestijd 4 — 7 minuten

Anatomie van pijn – Lies Pauwels / NtGent

Het zwarte gat van de pijn    

Samen met vijf chronische pijnpatiënten en vier professionele acteurs onderneemt Lies Pauwels een moedige poging om lijden in woord en beeld te vatten. Na afloop blijf je echter met één vraag zitten: als niets reëler is dan pijn, waarom kunnen we er dan alleen in symbolen over spreken?

De grote kracht van Lies Pauwels is dat ze werk maakt zoals het leven zelf: grillig, mysterieus, overrompelend, emotioneel, wars van alle logica en vol contrasten… Haar barokke esthetica is een zeldzaamheid geworden op het toneel. Voor Pauwels mag more echt nog eens more zijn en in harde besparingstijden is dat (ongewild?) een welkom statement.

In haar intuïtieve maar strak geregisseerde assemblage van visuele motieven uit de popcultuur, opera-aria’s, poëtische slams, tearjerkers, knipoogjes naar de kunstgeschiedenis en lynchiaanse kostuums tekent zich een portret af van de staat van de wereld, gefilterd door de ogen van de bijzondere casts waar Pauwels graag mee samenwerkt. Vaak zijn het mensen die maar moeilijk een plek vinden in onze samenleving: 13 pubermeisjes op de rand van de volwassenheid in Het Hamiltoncomplex (2015), een groep psychisch kwetsbare jongeren in Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar (2018) of pijnexperts in Anatomie van pijn, Pauwels’ eerste productie bij NTGent.

Met één blik op het scènebeeld wordt duidelijk in welke maatschappelijke context de Gentse theatermaakster het thema van het lijden wil plaatsen. Een bord met het opschrift ‘Joyland’ heet ons welkom in een nostalgisch Amerikaans pretpark. Een schrijn van Japanse gelukskatjes zwaait ons toe. Centraal op een billboard prijkt een glamoureuze, roodgestifte vrouwenmond, geflankeerd door de hoofden van Frida Kahlo, de Mona Lisa en Moeder Theresa. Ook in de voorstelling zelf zullen de performers telkens weer hun lippen bijwerken. Niets beter om je grimassen te verbergen dan een streepje Dior Ultra Rouge. De boodschap mag duidelijk zijn: in een wereld waarin we, aldus Neil Postman, ‘onszelf dood amuseren’, is er voor pijn geen plaats. Je slikt gewoon een pilletje OxyContin of MDMA, toch?

Trieste Disney

Het contrast tussen onze uiterlijke happiness culture en de onzichtbare innerlijke pijn die we met ons meedragen, speelt Pauwels uit in prachtige, soms surrealistische tableaus. Zo laat ze in de openingsscène de performers op een filmisch suspensemuziekje één voor één het podium opkomen met een Goofy-masker op. Zo unheimlich triest zagen we Disney nog nooit. Even later gaat de cast in hun ondergoed met de rug naar ons toestaan. Je krijgt een landschap van littekens, pleisters en oude wonden te zien.

Het is één van de weinige kwetsbare momenten waarop de diverse geschiedenissen van pijn echt voelbaar worden. Pauwels grijpt bewust niet terug naar de autobiografische verhalen van haar amateur-performers en daar valt vanuit ethisch oogpunt veel voor te zeggen: zo vermijd je een al te gemakkelijke sentimentaliteit en voyeurisme. Het alternatief is echter dat het lijden hier vooral als concept binnen een maatschappijkritiek wordt opgevoerd, als een personage, als een serie metaforen die in deze beeldenhallucinatie de vorm aannemen van sexed up verpleegsters, angstaanjagende cliniclowns, gewonden in lange witte gewaden of schizofrene reclamecampagnes voor pijnstillers.

Daarachter sluimert een kritiek op hoe mentaal en fysiek lijden in onze neoliberale samenleving wordt weggedrukt, hoe medelijden een marktprincipe is geworden en de farma-industrie mensen verslaafd houdt in plaats van uit de miserie helpt. De ervaring van pijn zélf blijft echter een zwart gat waarin we niet durven afdalen, iets dat niet in woorden gevat kan worden en dus ook niet gedeeld. Anatomie van de pijn slaagt er in dat opzicht maar moeilijk in om de brug te maken van een maatschappelijk-symbolisch naar een dieper existentieel niveau.

Het stevige theatrale apparaat dat de regisseur inzet, lijkt soms ook een buffer om het stuk niet helemaal afhankelijk te maken van de fysieke en mentale grenzen van de acteurs. De creatieprocessen die Pauwels aangaat zijn delicaat, lang en onzeker qua uitkomst, dus wellicht is dat niet onlogisch. Maar in tegenstelling tot vroeger werk laten de ervaringsdeskundigen zich niet bijzonder veel zien en gaat vooral de professionele cast met de hoofdrollen lopen. Ook daardoor lijkt het stuk een geleefde realiteit te missen.

Leven met een gebruiksaanwijzing

Soms schemert de afgrond van de pijn wel door, in de fysicaliteit van de pijnpatiënten bijvoorbeeld. Zij kennen hun lichaam als de beste maar soms lijken ze het met zich mee te zeulen als een loodzwaar anker, al dan niet door een diepe mentale pijn die zich ook fysiek manifesteert. Pauwels thematiseert dat onvermogen, onder andere door circusartieste Laure Osselin herhaaldelijk baanbrekende toeren te laten uithalen op haar trapeze. Het contrast tussen haar superbody dat moedwillig afziet om een ambacht onder de knie te krijgen en de moeizame manier waarop sommige acteurs over de scène schrijden is groot.

Nochtans spreekt uit de weinige persoonlijke tekstfragmenten die in de voorstelling zitten een moedige aanvaarding om het leven te leiden ‘zoals het gegeven werd’. ‘Mijn leven heeft een gebruiksaanwijzing, ik weet hoeveel stappen ik per dag kan zetten. Het zijn er minder dan 10.000 maar daarmee geraak je ook ergens,’ klinkt het uit de mond van Zita Cayenberghs. De hoop dat het ooit beter wordt, is er niet. Maar dat staat niet gelijk aan hopeloosheid.

Naar goede gewoonte hoedt Pauwels zich voor theater dat ondanks de zware inhoud al te heilig wordt en haar exuberante stortvloed aan beelden blijft op veel momenten een genot om naar te kijken. Maar anders dan in pakweg Het Hamiltoncomplex worden de collages zelden meer dan de som van de delen, licht er geen diepere waarheid op in het associatieve spel tussen muziek, beeld en tekst en verzandt de voorstelling ergens tussen oversymbolisering en cryptische versluiering. Valt pijn dan toch enkel te representeren en niet te presenteren? Het is een vereenzamende gedachte.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#159

15.12.2019

14.03.2020

Charlotte De Somviele

Charlotte De Somviele schrijft freelance over dans en theater voor o.a. De Standaard en is kernredactielid van Etcetera.