© Stef Stessel

Leestijd 8 — 11 minuten

Anatomie Antigone – de Roovers & herman

Dissectie van de opstandige mens

In Anatomie Antigone gaan de Roovers en collectief herman aan de slag met de veelkantigheid van Sofokles’ klassieke tragedie Antigone. Terwijl hun publiek onder dekentjes in de hangar van de Zomerfabriek toekijkt, leggen de makers zowel de geschiedenis als de actualiteit van het verhaal bloot door met een archeologische nauwkeurigheid allerlei tekstuele lagen aan te boren.

Opeenstapeling

Sofokles’ Antigone behoeft nauwelijks nog introductie. Maar toch, voor de goede orde: in deze klassieke tragedie veroordeelt koning Kreon zijn nichtje Antigone ter dood omdat ze het lichaam van haar broer Polyneikes op eervolle wijze heeft begraven terwijl dit door Kreon verboden was. Die broer was in zijn ogen namelijk bovenal een landverrader. Sinds het stuk voor het eerst werd opgevoerd in de 5de eeuw voor Christus, leende de verzetsdaad van Antigone zich in de loop van de geschiedenis voor de meest uiteenlopende interpretaties. Verbeten vrouwenrechtenactiviste, deserterend soldaat of zus van een Syriëstrijder: Antigone has done it all.

In een van de eerste scènes van Anatomie Antigone stelt herman-lid Kenneth Cardon ons de ‘map’ van de voorstelling voor. Op de stenen vloer heeft hij in wit krijt een oplijsting gemaakt van alle onderdelen van de volledige ‘Antigone-stapel’ – dezelfde lijst die we ook in volle glorie op het programmablad vinden. Het uitgangspunt lijkt een volledige transparantie over het materiaal dat de gezelschappen beïnvloedden voor deze voorstelling. Cardons personage – of hijzelf, want dat is onduidelijk – noemt het een stapel, want dat doet hem denken aan een berg, en dat doet hem dan weer denken aan een grafheuvel, toepasselijk dus! In de loop van het stuk zullen de spelers, en met name het personage van Cardon, ons regelmatig herinneren aan de talrijke Antigone-interpraties die niet alleen mogelijk zijn, maar zelfs al zijn uitgewerkt in de loop van de geschiedenis.

Elke speler in Anatomie Antigone is minstens één personage, alsook deel van het koor dat commentaar levert. In het aannemen van de specifieke personages spelen de kostuums een cruciale rol. Zo bespringen alle spelers Sara De Bosschere, en dwingen haar hardhandig om een blazer en das aan te trekken. Aldus wordt Kreon tot leven gewekt. Plots valt er vol licht op de scène, en trekt de muziek de intensiteit de hoogte in. “Ik ben nu de kroon, want ik ben de eerste in lijn.” Later in het stuk transformeert Cardon tot Haimon, Kreons zoon maar ook Antigone’s geliefde, eveneens doordat zijn medespelers hem een andere outfit aantrekken. De kostuums van Lieve Pynoo, vaste waarde bij de Roovers, zijn trouwens treffend gekozen. Rebellerende Antigone (Lois Lumonga Brochez) stampt in het rond in een felrood hemd met netkousen; haar twijfelende zus Ismene (Daantje Idelenburg) versmelt met de grijze achterwand in haar kleurloze boilersuit; de boodschapper die voortdurend lastig nieuws brengt (Milan Vandierendonck), is in het zwart gehuld.

Anne Carson tot de tweede macht

Anatomie Antigone vertrekt vanuit de (twee!) Antigone-bewerkingen van hedendaags dichteres, vertaalster en classicist Anne Carson. Haar werk is hybride: een wervelende vermenging van poëzie en proza, van het antieke en het moderne, tjokvol intertekstuele verwijzingen naar voorgaande Antigone’s. Voor Hegel was Antigone de representatie van de ethische waarde van de familie tegen de staat, voor Woolf was ze een proto-feministe, anderen doopten haar een terrorist. Carsons personages geven blijk notie te hebben van al die bewerkingen, met uitspraken als “Brecht liet Antigone het hele stuk spelen met een deur op haar rug”. In Anatomie Antigone zetten de Roovers en herman in feite nog een stap verder in die techniek dan Carson reeds deed. Ze vermengen de verschillende bewerkingen met elkaar én met nog een hele hoop (stapel) andere teksten die aansluiten bij de thematiek. Zo laten ze het stuk steeds ‘kantelen’ in een ander licht – overigens vaak ook letterlijk weerspiegeld in het lichtontwerp. Ondanks de hoeveelheid aan intertekstuele verwijzingen en door elkaar lopende bewerkingen, slagen de Roovers en herman er toch in om de voorstelling volgbaar en luchtig te houden. Dat doen ze onder meer door de verhaallijn transparant te houden en ernstigere passages af te wisselen met hier en daar een humoristische noot. De scenografie door Stef Stessel, medestichtend lid van de Roovers, sluit trouwens clever aan bij de vorm van de voorstelling. Niet alleen worden op de grijze achterwand met water woorden geschreven die betekenisvol vervagen naarmate het plot voortstroomt, er is ook voortdurend een schaduwspel te zien dat ons confronteert met de meerdere identiteiten die aan het werk zijn.

Dat de samenwerking tussen de twee collectieven leidt tot deze vorm, hoeft niet te verbazen wanneer we de maakprocessen van de beide gezelschappen in acht nemen. Theatercollectief de Roovers, bestaande uit vier toneelspelers/makers die samen afstudeerden aan het Antwerpse conservatorium in 1994, gaan ieder maakproces aan als een gezamenlijke zoektocht. Hetzelfde geldt voor herman, de generatie afstudeerders van het Antwerpse conservatorium van 2019, waar elke speler ook steeds maker is. Voor Anatomie Antigone haalden ze er wel de hulp van dramaturg Matthias Velle bij.  Terwijl de Roovers wel vaker vertrekken vanuit repertoire, lijkt die keuze voor herman minder voor de hand liggend voor wie hun eerdere werk kent. Toch zijn zij net als de Roovers op hun manier ook steeds op zoek naar wie vandaag het woord krijgt, vanuit de vraag naar wie we misschien beter zouden luisteren. Wat naast de vorm ook organisch voortkomt uit de samenwerking tussen deze twee gezelschappen, is de spelstijl waarvoor gekozen wordt. Geen cliché tegenstelling tussen ‘jong geweld’ en ‘ervaren rotten’, wel acht spelers die hun personages belichamen zoals de bewerking waar ze zich op dat moment in bevinden, van hen vraagt. Vooral in de momenten waarop één speler aan het woord is en de rest luistert, vervaagt elke mogelijke generatiekloof.

Voor een kijker die niét alle Antigone-bewerkingen uit de geschiedenis uit het hoofd kent, is het uiteraard niet altijd precies te merken op welk exact moment er gekanteld wordt, maar net dat maakt dit stuk zo sterk. Het creëert onvermijdelijk genuanceerdere personages dan die van de klassieke tragedie. Initieel lijkt Kreon bijvoorbeeld de tirannieke autocraat uit de originele versie van Sophokles. Maar wanneer de heerser in Anatomie Antigone de kans krijgt om zijn/haar zaak te bepleiten en De Bosschere een betoog afsteekt over hoe zij de wet ziet als de rust die een staat nodig heeft, krijgen we meer begrip voor de figuur. Ook Jean Anouilh verdiepte zich in zijn bewerking uit 1942 in de psychologie van de machthebber om uit te vogelen waarom die misschien zo’n belang hecht aan orde. Daar had de context van de bezetting van Parijs door nazi-Duitsland uiteraard alles mee te maken. En wellicht is die nuance waarmee de rol van de heerser wordt geschetst ook terug te voeren op de invloed van filosoof Slavoj Žižeks Antigone-bewerking, waarin hij de onschuld en puurheid van de heldin in vraag stelt. Antigone zou een verdediger van de menselijke waarden zijn, die de wetten van de staat overstijgen. Maar misschien, oppert Žižek, heeft Kreon wel een punt in zijn angst voor anarchie?

Manifest voor verontwaardiging

Antigone is zij die ‘geboren was om tegen alles en iedereen te zijn’, om tegen te zijn ‘zoals niemand nog ooit tegen was geweest’, zoals Stefan Hertmans vertaalde. Een fundamenteel neen zeggen, stroomt ook door Anatomie Antigone. Het belang van Nee durven blijven zeggen tegen de status quo, en Ja tegen het alternatief. Het doet denken aan Camus’ essay L’homme révolté (eveneens deel van de Antigone-stapel): ‘Wat is een opstandig man? Een man die nee zegt. Maar als hij weigert, geeft hij niet op: hij is ook een man die ja zegt, vanaf zijn allereerste beweging.’

Genoeg onderwerpen om opstandig over te zijn. De verwijzingen naar maatschappelijke debatten zijn dan ook talrijk; sommigen worden terloops vermeld, anderen worden wat dieper uitgewerkt. Zo komt ook een feministische lezing van Antigone aan bod. De vaak vergeten echtgenote van Kreon, bijvoorbeeld, mag in deze voorstelling wel aan het woord komen. Sofie Sente, die een mondige en soms zelfs humoristische Eurydike neerzet, kondigt haar monoloog aan met Carsons woorden: ‘Dit is Eurydike’s monoloog, de enige in het stuk. Misschien ken je haar niet, dat is oke.’ Wat later vertelt ze ons over Antigone’s kindertijd, het is immers haar nichtje: ‘We gaven haar een fiets, we gaven haar een therapeut.’ Wellicht een verwijzing naar Judith Butler, die zich afvroeg wat er gebeurd zou zijn als niet Oedipus, maar zijn dochter Antigone het vertrekpunt zou zijn geweest voor de psychoanalyse.

Antigone is in deze versie echter ook een zwarte vrouw die tegenover een witte machtshebber staat. Een aangrijpende scène is die waarin Lois Lumonga Brochez Say her Name van Aja Monet voordraagt, een gedicht over de zwarte vrouwen die het slachtoffer waren en zijn van politiegeweld. ‘I am a woman carrying other women in my mouth’, de openingswoorden zouden nauwelijks toepasselijker kunnen zijn voor het vormexperiment van Anatomie Antigone. Tegen het einde van dat gedicht worden één voor één de namen van de slachtoffers opgenoemd. Terwijl ze de namen luid en krachtig de ruimte in stuurt, turft Lumonga Brochez ze ook op de achterwand. Na een tijd geeft ze de borstel door aan twee andere spelers, die blijven doorgaan tot de wand vol staat – ze zouden ongetwijfeld nog een eind kunnen verdergaan. Ook al is het voor een deel van het publiek waarschijnlijk niet de eerste keer dat we zulke namen opgelijst horen, het is duidelijk dat we ze moeten blijven zeggen. We mogen niet langer de rol innemen die Kreon inneemt, wanneer hij met één emmer status quo het geturfde leed op de grijze stenen in één beweging uitwist. De urgentie en vastberadenheid krijgt Lumonga Brochez als geen ander overgebracht dankzij haar vurige spel.

Wanneer de ziener Tiresias opkomt, gespeeld door Sara Lâm in een majestueuze groene bontjas, wordt ook deze figuur al snel een verdediging voor anderszijn. Het onderwerp van het stuk verschuift, of kantelt, naar genderidentiteit, zoals ook Jane Montgomery Griffiths enkele jaren geleden in haar radicale Antigone-adaptatie de genderpolitiek van het stuk exploreerde. De boodschapper in Anatomie Antigone verwijst naar de ziener met ‘hun’; volgens sommige mythen zou Tiresias namelijk jaren hebben doorgebracht als vrouw. Tiresias pleit dat net als hen, ook Antigone tussen de rigide lijnen valt die Kreon trekt om zijn wereld te organiseren, dat Antigone een scheur is in de stof van de verbeelding, een glitch. Met die term verwijst Tiresias, of Lâm, hoogstwaarschijnlijk naar het manifest Glitch Feminism, waarin Legacy Russell betoogt dat bevrijding gevonden kan worden in de spleten tussen gender, technologie en het lichaam. De glitch biedt ons de kans om onszelf te transformeren in een oneindige hoeveelheid identiteiten. Een error in het maatschappelijk weefsel kan een revolutie zijn.

Enkele keren in de loop van de voorsteling dragen verschillende personages de Nederlandse vertaling van ‘Meine Schreier verlier ich’ voor, een gedicht van Oostenrijkse schrijfster Ingeborg Bachmann.

Ik verlies mijn kreten
zoals een ander zijn geld verliest, zijn centen,
zijn hart, mijn grote kreten verlies ik in
Rome, overal, in
Berlijn, ik verlies ze
in de straten,
echt, tot
mijn hersenen bloedrood kleuren van binnen, ik verlies alles,
ik verlies alleen niet
de verontwaardiging, dat men zijn kreten kan verliezen op eender welk moment en overal

Door de herhaling van het gedicht gaat de eindzin klinken als een oproep, een manifest. Maar waarvoor dan, in deze opeenstapeling van perspectieven? Cardons personage vertelt hoe John Cage de stilte herdefinieerde: ‘There is no such thing as an empty space or an empty time. There is always something to see, something to hear. In fact, try as we may to make a silence, we cannot.’ Wanneer het stil lijkt, doordat kreten verloren gaan en onderdrukt worden, moeten we beter luisteren naar wat overblijft in die stilte. Wie is er aan het woord? Wie luistert naar wie? Wie leidt het debat? Aandachtig luisteren naar wat overblijft als alles wat normaal of conventioneel beschouwd wordt, overboord wordt gegooid, dat is exact waar Antigone volgens Cardon naar verlangt.

Zorgvuldige dissectie

Door te strijken langs verscheidene bewerkingen en mogelijke interpretaties, wordt het stuk uitermate actueel en herkenbaar. Het gewaagde spel met de universaliteit van de tragedie, mondt echter ook uit in een bepaalde uitdaging voor de toeschouwer. Want in hoeveel verhalen kan die zélf mee kantelen op een luttele anderhalf uur, zonder die oprechte verontwaardiging net te verliezen? Doordat de acteurs hun rollen ‘aan proberen’ als waren ze outfits, ontstaat onvermijdelijk een zekere afstand tussen hen en die personages, alsook tussen de personages en het publiek. Bovendien verdienen de gewichtige thema’s die aan bod komen misschien toch meer uitwerking dan de fragmentaire opeenstapeling waar ze hier in belanden? In deze voorstelling kiezen de twee gezelschappen er echter voor om net de veellagigheid van deze specifieke tragedie als thema aan te grijpen, en om in die oefening parallellen tussen verschillende maatschappelijke problematieken bloot te leggen; daarin zijn ze ruimschoots geslaagd.

Anatomie Antigone is een zorgvuldige dissectie van de scheuren die verscheidene identiteiten maken in ons maatschappelijk weefsel, en van de mogelijkheid tot opstand én verbinding die in die holtes schuilt. Alle vormen van denken in termen van oppositie en exclusie worden – letterlijk – door elkaar geschud. Vaagheid en verwarring tussen de verschillende invullingen van de personages zorgen net voor begrip, doordat de personages reliëf krijgen. In de voorstelling tonen de Roovers en herman ons hoe veelkantig en bijgevolg actueel deze tragedie vandaag nog kan zijn. Anatomie Antigone is een gewaagde oefening in hoe makers in 2021 kunnen omgaan met intertekstualiteit, die alle lof verdient.

 

Anatomie Antigone speelt nog 12, 13, 14, 15 en 16 oktober in de Zomerfabriek

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 8 — 11 minuten

#165

03.09.2021

30.11.2021

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!