© Koen Broos

Leestijd 4 — 7 minuten

Analoog – Louis Janssens & Willem de Wolf / DE HOE

Een lichtvoetige dans doorheen twee parallelle levens

Een simpel danspasje, een meanderende soundscape, twee mannen die over elkaars leven vertellen. Analoog van Louis Janssens en Willem de Wolf gebruikt maar weinig middelen en lijkt in zijn premisse bijna te simpel: twee mensen die verschillen in leeftijd zien hun evenbeeld in elkaar. Toch lukt het Analoog om de toeschouwer mee te nemen in een dialoog van herinneringen door middel van een paar simpele stilistische keuzes. Janssens en de Wolf brengen een intiem, persoonlijk moment zonder dat het ooit te zwaar wordt.

Het publiek komt binnen in een minimalistische, heldere ruimte. Louis Janssens en Willem de Wolf staan voor een wit, vierkant speelvlak in een black box en kijken het binnenkomende publiek aan. Ze lijken geduldig, maar enthousiast te wachten tot ze kunnen beginnen. De voorstelling gaat echt van start wanneer de twee acteurs aan de linkerachterhoek van het speelvlak gaan staan. De drie rijen TL-lampen én de zaallichten blijven aan, wat ervoor zorgt dat je je niet kan terugtrekken in de intimiteit van het donker, maar wel de engere intimiteit hebt van elkaar te kunnen aankijken. Janssens en de Wolf geven vier tellen en wiegen op de retro muziek die speelt heen en weer. Dan zet de Wolf op hetzelfde ritme zijn eerste dans-stappen op het speelvlak. De ingetogen passen volgen een vast patroon van de linker achterhoek naar de rechter voorhoek, dan naar links en weer naar achteren om de driehoek te vervolledigen. Janssens volgt hetzelfde patroon, maar iets later, als een canon. Deze strakke bewandeling van het speelvlak herhaalt zich talloze keren. Er zijn hier en daar afwijkingen: armen die anders gebaren, een andere driehoek die bewandeld wordt. De visuele basis van de voorstelling zijn echter steeds die bijna verlegen, muurbloempjes-danspassen.

Inhoudelijk gaat Analoog, simpel gezegd, over twee mannen die in gesprek gaan over hun relatie als docent-leerling en als mens. Er zitten een heel aantal jaren tussen de twee. De ene studeerde af in 1985, de andere werd pas tien jaar later geboren. In deze opzet is Analoog bijna een te eenvoudig biografisch portret, ware het niet dat er één factor de boel op zijn kop zet: Janssens, de jongere acteur, speelt Willem en de Wolf, de oudere acteur, speelt Louis. Het besef dat de twee elkaars verhaal spelen komt voor de toeschouwer slechts na een aantal minuten. Sommige uitspraken werken door de wissel dubbel. Zo zegt Janssens op een moment: “ik ben opgegroeid in een wereld die jij niet kent.” Het is een typische zin van een ouder iemand naar een jonger iemand. Hier gezegd door een jongere persoon, besef je dat de zin in de omgekeerde richting ook werkt, maar anders. Hoeveel kan een oudere persoon zich voorstellen van een jeugd in deze tijd?

Hoeveel kan een oudere persoon zich voorstellen van een jeugd in deze tijd?

De dialoog tussen de twee acteurs wordt ondersteund door de tussentijdse danspassen en een ondersteunende soundscape. De muziek gaat meanderend van retro naar hedendaagser en lijkt steeds half herkenbaar. Daarnaast zetten de Wolf en Janssens op een bepaald moment een liedje over schaamte in. In het begin is dit nog humoristisch, naar het einde toe komt echter het serieuze verlangen in de uitspraak “hoe zorg ik ervoor dat dit niet pijnlijk is, gênant” meer naar voor. De voorstelling volgt breder gezien exact die evolutie van simpel en grappig naar serieuzer, al blijft het altijd een humoristisch, licht kantje behouden. Het serieuze wordt niet gevonden in hevige onderwerpen, maar in het steeds intiemer worden van het gesprek dat je als publiek, op sommige momenten dan af en toe toch zonder zaallichten, hoort. Ze praten op een zulke ontladen en comfortabele manier over hun werkwijze en wat ze van elkaar of over de wereld denken dat je als toeschouwer niet meer het gevoel hebt dat ze aan het performen zijn. Ze zijn gewoon met elkaar aan het praten en je zit erbij. Daarbij heeft Analoog wel het voordeel dat het geen hele lange voorstelling is, al flirt het wel met de grens tussen less is more en onderprikkeling.

De verschillende betekenissen van het titelwoord ‘Analoog’ krijgen een plaats in dit intergenerationele portret. De meer voor de hand liggende betekenis is die van het analoge als tegenpool van het digitale. Het is een belangrijk verschil tussen generaties, maar ook weer iets dat spiegelt en omkeert met de opkomende populariteit van retro technologie (analoge camera’s, platenspelers). De vertraging die Janssens-als-Willem bespreekt krijgt daarmee opnieuw een interessante dubbelheid. De oudere generatie had een verlangzaamd leven door de analoge technologie, anderzijds is de jongere generatie juist bezig met “degrowth”. De tweede betekenis van analoog, iets dat ‘overeenkomstig’ is, blijft sterker door de voorstelling resoneren. De twee verhalen vertonen parallellen qua wensen, dromen en inzichten, alsof doorheen levens en generaties gelijkaardige motieven blijven bovendrijven: zo denken ze beide na over schaamte, over hun vak en hoe ze in de wereld staan. Deze vergelijking legt echter ook de verschillen bloot. Waar Willem vroeger veel feestte en nu vooral boeken wil lezen, zit Louis nu in zijn feestfase.

 

Hoe meer de voorstelling vordert, hoe zelfbewuster de vergelijkingen worden en hoe meer lagen de voorstelling krijgt. Louis denkt na over wat Willem van hem denkt, of denkt na over wat Willem denkt dat hij denkt, of nog verder, tot de dialoog een meta-kluwen wordt van reflectie en veronderstellingen.

In tegenstelling tot voorstellingen of films die je kan gladstrijken, heeft Analoog iets impressionistisch dat je moet laten gebeuren.

Analoog is geen voorstelling die je halsstarrig moet proberen vatten en juist dat zorgt ervoor dat ze esthetisch zo aangenaam is. Elke poging om doorheen het spel het leven van “Willem” of van “Louis” te zien, om de meta-lagen uit elkaar te trekken, eindigt in verwarring en hoofdpijn. In tegenstelling tot voorstellingen of films die je kan gladstrijken, heeft Analoog iets impressionistisch dat je moet laten gebeuren. Bij de dialogen kan je je voorstellen welk kluwen het schrijfproces moet zijn geweest: flarden die aan elkaar geschreven worden, commentaren die in een latere fase verwerkt worden. Het is op die manier dat de terugkerende opmerking dat een verhaal of tekst “ergens moet passen” zijn humoristische waarde krijgt. Analoog lijkt een voorstelling die op het moment zelf steeds gecreëerd en geprobeerd wordt. De scenografie, de dans en de muziek zijn daarbij enkel versterkers en geen autonome lagen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#169

15.09.2022

14.12.2022

Lena Vercauteren

Lena Vercauteren behaalde een diploma Vergelijkende Moderne Letterkunde en studeert op dit moment theaterwetenschappen aan de Universiteit Gent. Daarnaast is die dichter, librettist en poëzieredacteur bij Kluger Hans.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!