© Pieter Dumoulin

Leestijd 3 — 6 minuten

Ambient Theatre Fury – Anna Franziska Jäger & Nathan Ooms / Campo

Zijlings rollen ze over het podium, Anna Franziska Jäger en Nathan Ooms, van achteren naar voren en weer terug. Jäger rolt soepel, met een haast kinderlijke energie; Ooms rolt trager, dromerig torst hij zijn lichaam met zich mee in een satijnen pyjama. Zijn monoloog, in het Engels, is een lange reeks oneliners, als Instagram-captions. Er zit geen echte opbouw in, het zijn meer losse gedachten die interessant klinken. ‘Whatever flows, flows’, zegt hij tevreden. ‘It is what it is’.

Net-niet-nihilisme voor de internetgeneratie, de klanken liggen lekker in je mond, dit is mindful loslaten. Op de achtergrond klinkt een soundscape van knus knisperend haardvuur, of de regen die op de stoep tikt – dat ik het verschil niet kan horen maakt niet uit, het klinkt allebei gezellig. ‘Everybody seems exhausted, but I’m on fire’, zegt Ooms, en rolt weer verder.

Dat haardvuurgeluid, het weldadige rollen, de perfect gepolijste teksten – Ambient Theatre Fury, de nieuwe (en vierde) voorstelling van Jäger en Ooms, brengt je al gauw in een flow. Of wat is het woord? Slaperig werd ik er niet van, ik raakte niet in trance; de toestand die de voorstelling oproept is een soort geestelijke verdoving. De taal spoelt aangenaam over je heen, de zinnen zijn makkelijk te onthouden, ze klinken mooi en grappig en raak. Maar als je de flow van je afschudt en goed luistert, valt op hoe er een aantrekkelijke façade wordt opgetrokken om depressie en pijn en vertwijfeling te verhullen. Dit is praten over een leegte heen, om de eenzaamheid niet te hoeven voelen. ‘I don’t understand my generation’s obsession with self-deprecation’, blurbt Ooms, ogenschijnlijk zelfverzekerd, en daar rolt hij weer. Steeds lijkt het alsof hij iets intiems over zichzelf vertelt, maar het wordt nooit echt kwetsbaar.

Dan neemt Jäger het woord. ‘I’m somewhere between losing my mind and finding my soul’, zegt ze herhaaldelijk. Een intrigerende paradox: valt ze uit elkaar of ontdekt ze haar ware zelf? Wat is het punt daartussenin? Is het de onverschilligheid van het ‘it is what it is’, of is dit de dagelijkse verwarring van een hedendaags subject, die gedachteloos scrollt en naar series kijkt en het algoritme de muziek laat kiezen in een ononderbroken zijn waarin het nooit werkelijk keuzes maakt?

Waar Ooms’ monoloog een geruststellende toon had ondanks de soms raadselachtige betekenis, spreekt Jäger in een reeks affirmations; bemoedigende taal waarin ze zichzelf toespreekt een beter mens te worden. Ze klinkt als een opsomming van Co-Star-updates, de app die je dagelijks je horoscoop stuurt: ‘I feel embodied when I serve others’. Schrijnend is het, deze verwoede pogingen om te groeien. En dan breekt de wanhoop er doorheen, ze kan de flow niet volhouden, steeds intenser spreekt ze, met steeds meer emotie. Ze rolt niet meer maar tijgert over de vloer, hijgend, uitgeput. Dan fluistert ze, met geknepen stem. Maar hoe langer ze fluistert, hoe minder bewogen het klinkt. Langzaam verwordt het fluisteren tot de micro-prikkeling van een ASMR-video, en daar zijn we weer in de ambient flow, de onontkoombare condition humaine van vandaag. Om woest van te worden, zo confronterend is het principe dat Jäger ons onthult met haar virtuoze spel.

In het laatste deel van de voorstelling staan beide spelers rechtop. Alsof we getuige zijn van de menselijke evolutie, van zwemmen, via kruipen tot op twee benen staan. Hier begint de fury uit de titel. Waar de twee in het eerste deel langs elkaar heen praatten in een eindeloze stroom woorden, vervallen ze hier in tergende herhalingen, alsof ze een glitch in de tijd hebben bereikt, een spiegelpaleis waarin woorden alleen maar terugkaatsen. ‘Hou van me’, roepen ze tegen elkaar, ‘hou je van me? Ben ik de ware?’ Ze kijken niet naar elkaar, maar naar het publiek, wij zijn de getuigen van deze wanhopige poging, dit falen van twee mensen, of het scherm. Het deed me denken aan hoe digitale communicatie altijd om meer bevestiging vraagt, hoe het lijkt alsof je contact hebt met iemand maar nooit helemaal, altijd blijft er een honger, je wacht op nog een bericht, en nog een, want stilte betekent dat je vergeten bent.

Maar dit strak gecomponeerde slot heeft ook iets klassieks. De onmogelijkheid van echt contact en de steeds weer uit het lood geslagen communicatie tussen geliefden is een thema waarvoor theater zich perfect leent, ik denk aan Pinter en Albee en andere liefdesdrama’s. Hier staat een mens op zoals we al eeuwen zijn. In hun glasheldere vorm vinden Jäger en Ooms een expressie van de meest hedendaagse (non-)emoties, maar in de kern wordt er toch ook iets tijdloos aangeboord. Die balans is prachtig.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!