Camping Sunset © Leontien Allemeersch

Charlotte De Somviele

Leestijd 11 — 14 minuten

Als maken en spelen één worden

Drie (bijna-)KASK-alumni over de kracht van acteurstheater

Op de negentigerscollectieven zoals tg STAN, de Roovers en de KOE na leek het spelerstheater in Vlaanderen een beetje dood. Geïnspireerd door het pleidooi van Sara De Roo dat je toneelspelen alleen maar leert door het samen zoveel mogelijk te doen, blaast een nieuwe generatie acteurs de traditie nieuw leven in. Als er geen speelkansen, geld voor ontwikkeling of ensembles meer zijn, dan creëren ze zelf wel de juiste omstandigheden. Dat zagen we vorige zomer tijdens Camping Sunset en Who’s Afraid of Virginia Woolf?, twee spannende initiatieven van enkele alumni en masterstudenten van het KASK. Enkelen onder hen vertellen over hun ervaringen als ‘spelende makers’.

Flor ‘Doet die barvrouw nu alsof ze Engels spreekt omdat we in een Irish pub zijn?’
Carine ‘Ik geloof niet dat ze ons niet verstond.’
Flor ‘Ik ook niet.’
Mitch ‘Haha, dat is eigenlijk zeggen over iemand die geen Nederlands kent dat ze slecht speelt.’

Voor het betere metagesprek over theater spelen in het alledaagse leven: rep u naar de Irish pub. Aan tafel zitten Carine van Bruggen (30), Mitch Van Landeghem (23) en Flor Van Severen (25). Hoewel ze pas recent afstudeerden (of binnenkort afstuderen) aan de dramaopleiding van het KASK — Flor en Mitch moeten officieel nog tot juni wachten — waren ze al betrokken bij twee van de meest memorabele theaterprojecten van vorig seizoen.

Samen met acht andere net afgestudeerde / afstuderende klasgenoten organiseerden Carine, Mitch en Flor tijdens Het Theaterfestival Camping Sunset, een openluchttheater op een voormalige kinderboerderij aan Dok-Noord in Gent. Na twee repetitieweken speelden ze zeventien avonden na elkaar Maxim Gorki’s Zomergasten. In weer en wind, met een verkoudheid of koorts, voor veel of weinig volk. Het publiek mocht met hetzelfde kaartje een tweede of derde keer komen kijken en zag live een theaterstuk transformeren.

Flor, Mitch, Imke Mol en Naomi van der Horst kaapten met het meeslepende Who’s Afraid of Virginia Woolf? dan weer de prijs van de jongerenjury weg op Theater Aan Zee. Zelden zo’n mature afstudeervoorstelling gezien. En dat op basis van een platgespeelde cynische huwelijkskomedie uit de jaren zestig.

Camping Sunset en Who’s Afraid of Virginia Woolf waren niet alleen straffe odes aan de essentie van theater (‘wij, hier, live, voor u’), ze leken ook een positief antwoord te willen formuleren op een aantal lacunes waar bij uitstek jonge acteurs mee geconfronteerd worden: een gebrek aan speelkansen en creatieruimte, het verdwijnen van ensembles, en een directe verhouding tot een breed publiek. In een tijd waarin het theater in de greep is van wat regisseur Timeau De Keyser ‘de dictatuur van het echte’1 heeft genoemd en acteurs liefst zoveel mogelijk als zichzelf op scène willen staan, is de drang om theater te maken dat vanuit de speler vertrekt en spelplezier centraal stelt, een statement op zich.

Collectief proces

Het idee voor Camping Sunset kwam er tijdens een nachtelijke bijeenkomst in de zomer van 2018. ‘We hadden net onze scripties ingediend’, herinnert Carine zich. ‘Eén vraag hield ons bezig: hoe gaan we ons als speler blijven ontwikkelen na school? Hoe kunnen we in een collectieve situatie van elkaar blijven leren zoals we dat vier jaar lang hebben gedaan? We droomden over een leegstaande loods waar we veel konden spelen en weinig repeteren, een omkering van het klassieke model dat op school en in de praktijk gangbaar is. Klasgenote Eleonore Van Godtsenhoven heeft toen de koe bij de horens gevat.’

“Ik zag onlangs Freud van Internationaal Theater Amsterdam en FC Bergman. Die voorstelling zit zo vastgetimed dat de liveness van het theater verloren gaat.”
— Mitch Van Landeghem

‘Het was voor ons ook een manier om houvast te vinden bij elkaar’, vervolgt Mitch. ‘Niemand wilde na zijn afstuderen afhankelijk worden van de goodwill van een regisseur of programmator.’ Een collectief creatieproces doorlopen met elf spelers, zonder regisseur, het klinkt niet als een evidentie. Maar alles liep tegen de verwachtingen in vrij vlot, zegt Flor. ‘Er waren geen leiders en volgers. We hadden chaotische vergaderingen omdat we erop stonden dat iedereen zijn zegje kon doen. Na elke voorstelling was er ook een nabespreking waarin elke speler kon delen wat hij ontdekt had. Vermoeiend maar interessant.’

Ook Who’s Afraid of Virginia Woolf? vertrok vanuit de goesting om te spelen, maar dan specifiek met betrekking tot een canoniek repertoirestuk zoals dat van Edward Albee. ‘Het was een beetje nu of nooit’, zegt Mitch. ‘Je kunt maar één keer als prille twintiger in de huid kruipen van een oud, vastgeroest koppel zoals Martha en George.’

Flor Het was geen groot statement om af te studeren met repertoire, ook al gebeurt dat zelden aan het KASK. Wel merkten we dat we veel tools hadden gekregen om met tekst om te gaan, maar dat we die nog nooit hadden ingezet om een stuk van begin tot eind te spelen. Je moeten verhouden tot de complexe voorstellingsgeschiedenis van repertoire was daarnaast ook een nieuw gegeven.

Camping Sunset © Leontien Allemeersch

ETC. Kan je benoemen welke tools jullie als spelers op school hebben meegekregen?

Flor Dat je jezelf mag tonen via je personage.

Carine De zoektocht die je voert als speler hoef je niet te verstoppen. Iemand als Jan Steen leerde ons om te gebruiken wat we op het moment zelf voelen, of wat er in ons lichaam aanwezig is.

Mitch Zoeken is inderdaad het meest gebruikte woord op school. (lacht) We krijgen les van verschillende docenten, dus er wordt ons geen specifieke speelstijl aangeleerd. Maar ze verwachten nooit dat we iets presenteren dat afgewerkt of verkoopbaar is. Camping Sunset is heel logisch voortgevloeid uit die filosofie. Elke dag kon het publiek komen kijken naar een nieuwe poging.

De pretentie van een afgewerkt theaterstuk was er niet. Wie van het KASK komt, begrijpt wat er mooi is aan die zoektocht. Ik heb me vaak afgevraagd of het proces zo vlot is verlopen omdat we via de school over een gemeenschappelijke taal beschikten om over theater te spreken.

ETC. Welke concepten of woorden vallen vaak als jullie het over spelen hebben?

(Denken collectief na)

Mitch Dat is een beetje als vragen naar je eigen stopwoorden.

Carine Het aangaan! (algehele hilariteit) Of in de woorden van Marijke Pinoy: ‘Spring in dat bad!’ Jan Steen zal dan weer zeggen dat we iets ‘moeten uitbewegen’.

“Ik ga me niet verstoppen achter mijn rol. Ik ben ook Flor en dat mag je zien. Ik leer mezelf kennen door de ogen van een personage.”
— Flor Van Severen

Flor Dat je een noodzaak moet vinden om je tekst te zeggen, maar dat is natuurlijk niet exclusief voor onze school.

Mitch Het gaat niet om tonen wat je gevonden hebt, maar om wat je aan het zoeken bent. Of: een voorstelling die kan mislukken is nooit interessant.

Flor & Carine Huh?!

Mitch Wacht, citeer ik het nu verkeerd? Nee hoor. Een voorstelling wordt oninteressant wanneer ze zo strak geregisseerd is dat ze zou kunnen mislukken. Ik zag onlangs bijvoorbeeld Freud van Internationaal Theater Amsterdam en FC Bergman. Die voorstelling zit zo vastgetimed dat de liveness van het theater verloren gaat. Je kunt je voorstellen dat die acteurs achteraf in de kleedkamer boos op elkaar worden omdat ze een zin vergeten zijn en daarmee de hele machinerie in het honderd hebben laten lopen. (lacht) Zodra ik het gevoel heb dat iemand met zijn ogen dicht iets aan het herhalen is, voel ik me als toeschouwer overbodig. De KOE heeft ook al dertig jaar dezelfde speelstijl, maar zij gaan altijd nog een engagement aan met het publiek.

Flor Als je zoals de KOE een strategie gevonden hebt waar je achter staat en waar je goed in bent, dan is dat een legitieme reden om er onderzoek naar te blijven voeren. Ze blijven zich ook elke keer heruitvinden, vind ik.

ETC. Is dat dan wat bedoeld wordt met de autonomie van de speler: in staat zijn om ad hoc een impuls te volgen, niet wetend waar dat je brengt?

Flor Om het voor jezelf spannend te houden, moet je jezelf daar inderdaad toe verplichten. Anders ben je gewoon een pion op het schaakbord van een regisseur.

Carine Die mogelijkheid om in beweging te blijven kan ook heel subtiel zijn. Je kunt bijvoorbeeld dezelfde woorden uitspreken maar ondertussen iets anders denken over de persoon die voor je staat.

Mitch Natuurlijk mag je als speler op iets vertrouwen en hoef je je niet elke keer voor de leeuwen te gooien. Zolang je maar de mogelijkheid openhoudt dat een voorstelling kan en mag veranderen. Ik begrijp niet dat je als regisseur, zoals in het geval van Freud, van je spelers zou verwachten dat ze die vrijheid opgeven, dat je een theatervoorstelling afmonteert zoals een film waarin alleen de beste shots overblijven.

Carine Bij een totaalkunstwerk, waarbij een speler slechts een schakel is in een collage van beeld, muziek en licht, snap ik dat wel. Misschien moeten we eens vijf avonden achter elkaar naar Ivo van Hove gaan kijken. Wie weet veranderen die stukken meer dan we denken. Het zijn tenslotte heel goede acteurs.

Mitch Autonomie heeft voor mij ook te maken met hoe je naar de ander kunt luisteren. Dat is een speeltip van Jan Steen. Het is fijn om jezelf te verrassen, maar daar blijf je zelf de motor van. Het is veel spannender om benieuwd te zijn naar hoe de ander zal reageren. Volgens mij is dat ook waar een publiek naar kijkt: mensen die op elkaar reageren.

ETC. In haar state of the union (2018)2, die voor Camping Sunset een belangrijke inspiratiebron was, schrijft actrice Sara De Roo dat je ‘toneelspelen enkel leert door te doen’ en dat die mogelijkheid is verdwenen, onder andere door het wegvallen van de ensembles. Hoe zijn jullie als spelers gegroeid doorheen de speelreeks van Camping Sunset?

Carine We hebben langer gespeeld dan gerepeteerd, dus alles moest nog beginnen toen het publiek al kwam kijken. In de eerste voorstelling word je nog verrast door elke wending, gaandeweg leer je samenspelen vanuit een ritme en naar een climax opbouwen. Ik heb ook veel technische dingen geleerd, over hoe je spanning tussen acteurs creëert bijvoorbeeld.

Who’s afraid of Virginia Woolf? © Leontien Allemeersch

Mitch De grootste moeilijkheid was om niet in automatismen te vervallen en elkaar te blijven uitdagen. Al gauw ontstond er echter de drang om élke dag iets anders te doen. Dat werd een nieuw automatisme, tot ieders grote frustratie. ‘Laat ik nu toch even vijf dagen na elkaar een slechte mop maken om ze op de zesde dag te kunnen binnenkoppen’: dat gevoel.

Flor Die druk was inderdaad verlammend.

Mitch Je komt jezelf ook tegen. Ik was vaak jaloers op anderen. ‘Wow, die doet vandaag weer zo’n mooi nieuw voorstel. Waarom kan ik dat niet?’ Door de ogen van de andere spelers en coaches word je je bewust van je eigen trucs. Camping Sunset heeft me in elk geval geholpen om me los te schudden van mezelf.

Flor Ik merkte dat ik naar het einde toe was uitgepraat. Zeventien keer spelen zonder een rustpunt in te lassen om na te denken over wat je aan het doen bent, is zwaar. Ik werd er ook onzeker van. Hoe kon ik vermijden dat ik gewoon drie weken hetzelfde zou doen?

Mitch In die eeuwige ontevredenheid schuilt ergens ook de ziel van het project. We kunnen er voorlopig nog niet veel over kwijt, maar met de steun van een aantal partners krijgt Camping Sunset deze en volgende zomer een vervolg. We zijn het niet meteen van plan, maar ik vraag me wel af wat er zou gebeuren als we nog radicaler zouden zijn in wat we tijdens die eerste repetitieweken doen. Nu zijn we de voorstellingen begonnen met een speelbare vorm. Er waren afspraken over de lijn, de timing en de stijl. Wat als we ooit gewoon zouden beginnen zonder zelfs maar de tekst geoefend te hebben? Als er niets is, dan valt er ook niets te herhalen.

ETC. Laten we het eens hebben over dat mysterieuze begrip ‘spelersdramaturgie’ waar Who’s Afraid of Virginia Woolf? zo’n mooi voorbeeld van is. Wat betekent het voor de vorm en inhoud dat jullie dit stuk vanuit het spelerschap hebben benaderd?

Mitch Dat is best moeilijk te verwoorden, omdat het zo intuïtief is. Het heeft voor mij te maken met verantwoordelijkheid. Je geeft je niet over aan een concept dat een regisseur of bureaudramaturg vooraf heeft bedacht, maar je maakt elke beslissing vanuit het spelen zelf. Het maken en het spelen van de voorstelling worden één.

Carine Je deelt met elkaar enkel de ervaring van het spelen, en daaruit vloeit de betekenis voort. De woorden die wij in Zomergasten zeggen, hebben wij zelf vertaald. Daarmee maken we ons de ontmoeting met de personages eigen. De vraag is dus niet: hoe halen we dat stuk naar 2019? Nee, wij ontmoeten dat stuk vandaag en daarin nemen wij de tijd met ons mee. Om een voorbeeld te geven: wat je normaal in Zomergasten ziet, zijn Russische aristocraten die zich op een landgoed te pletter vervelen terwijl de wereld ten onder gaat.

Spelenderwijs voelde ik dat die verveling er niet meer zo sterk in zat. Wij zijn heel druk bezig met van alles, maar daaronder schuilt een totaal gebrek aan daadkracht om de grote uitdagingen van onze tijd aan te pakken. Dat is zo 2019.

Camping Sunset © Leontien Allemeersch

Mitch Via het spelen ontdekten we dat Who’s Afraid of Virginia Woolf? voor ons heel sterk over de liefde ging, in tegenstelling tot de haat en walging die onze coach Jan Steen erin las. Het feit dat Martha en George een kind verzinnen, begrepen we als een krampachtige poging om bij elkaar te blijven. Als George de beslissing maakt om het kind te vermoorden door erover te vertellen, is dat misschien een laatste romantische daad om te zeggen: we hebben deze fictie niet meer nodig.

Flor Een ander voorbeeld van spelersdramaturgie is hoe we tijdens het stuk geleidelijk in de fictie glijden. Eerst staan we als onszelf op scène, in joggingbroeken, onder tl-lampen en met het publiek in een intiem vierkant om ons heen. Na verloop van tijd doen we steeds meer kostuums aan en trekken we de publieksopstelling open, zodat de afstand van het theater geïnstalleerd wordt. Dat hadden we niet op voorhand bedacht. Vanuit de ervaring van het spelen werd gewoon snel duidelijk dat we niet zomaar in Albees fictie konden stappen. Geen kat die het geloofde toen we de eerste ruzie tussen Martha en George in kostuum speelden. ‘Dat is zo toneel’, hoorden we. Emotioneel ben je nog niet op dat punt.

Carine Grappig dat dat vandaag niet meer kan, Who’s Afraid of Virginia Woolf? spelen en meteen in het verhaal zitten.

Mitch We zijn natuurlijk allemaal twintigers die oudere personages spelen in een ouderwetse setting.

Carine Maar in het derde en laatste bedrijf geloof ik dat wel.

Flor Dat komt precies door de opbouw.

Mitch Het heeft er ook mee te maken dat dit stuk ontzettend veel is opgevoerd. Iedereen weet waar het naartoe gaat. Dus je moet een manier bedenken waarop je mensen toch kunt meetrekken in die situatie. Wij zijn als theaterkijkers heel slim geworden. Als je mensen in een fictie wil laten geloven, dan heb je altijd een omweg nodig. Als we in het derde bedrijf de tribunes frontaal opstellen, dan weet iedereen dat het theater eraan komt, maar de uitdaging is om ons daarover te zetten zodat we toch even kunnen geloven dat die mensen op scène verdriet hebben.

ETC. In hoeverre is het voor jullie belangrijk om werk te maken dat een breed publiek aanspreekt? Zowel Camping Sunset als Who’s Afraid of Virginia Woolf grijpt terug naar een herkenbare canon.

Mitch Misschien is het toch belangrijk om eerst vast te stellen dat repertoire spelen niet per se toegankelijk is. Denk opnieuw aan Freud, ik vind dat een heel exclusieve voorstelling. Je hebt een getraind oog nodig om daarvan te kunnen genieten.

Carine Op zich is het inderdaad helemaal niet zo toegankelijk om een stuk te brengen over de Russische aristocratie. Het laatste wat we wilden, is een billenkletser maken. Wel hadden we met Camping Sunset de ambitie om het theater wat laagdrempeliger of bereikbaarder te maken: we zitten op een vaste plek buiten de reguliere theatercontext, en mensen mogen verschillende keren terugkomen.

“We hebben langer gespeeld dan gerepeteerd, dus alles moest nog beginnen toen het publiek al kwam kijken. Gaandeweg leer je samenspelen vanuit een ritme en opbouwen naar een climax.” — Carine van Bruggen

Mitch Ik denk dat je vraag opnieuw veel met spelersdramaturgie te maken heeft. Omdat we op voorhand geen conceptueel idee hadden, is er geen ‘inhoud’ die het publiek moet begrijpen of waar het aan voorbij kan gaan. Misschien maakt dat onze versie van Virginia Woolf publieksvriendelijk. We zeggen tegen het publiek: ‘Kijk, dat stuk is hier, laten we er samen iets in proberen te zien.’ Misschien is dat een heel romantische visie…

Flor We hebben het vaak over maatschappelijke relevantie, maar ik denk dat er ook zoiets bestaat als emotionele relevantie. Zomergasten en Who’s Afraid of Virginia Woolf? leggen onze rare geestelijke kronkels bloot. Dat is iets wat veel mensen aantrekt, denk ik. De herkenbaarheid heeft misschien ook te maken met een bepaalde transparantie in het spelen. Ik ga me niet verstoppen achter mijn rol. Ik ben ook Flor en dat mag je zien. Ik leer mezelf kennen door de ogen van een personage.

Carine Het is niet zo dat het publiek zomaar door mij heen kan kijken, ik zeg de tekst als een acteur, maar: er komt lucht door. De relatie tussen tekst, personage, acteur en wie daarachter schuilt, is doorlaatbaar. Soms gaat de filter iets meer dicht, soms iets meer open. Klinkt dat zweverig? (lacht) Transparant betekent voor mij: ik ga elke avond proberen om me een tekst eigen te maken en die zoektocht laat ik zien. Daarin zit een grote generositeit.

ETC. Hoe kijken jullie tot slot als net (of bijna) afgestudeerde theatermakers naar de dramatische besparingsgolf in de kunsten cultuursector?

Carine  Camping Sunset was voor ons een manier om als spelers onderling een vangnet voor elkaar te creëren. Als we niet zelf de voorwaarden hadden geschapen, dan zouden we vast nooit in onze carrières Zomergasten hebben kunnen spelen. Maar zonder projectsubsidies zijn zulke initiatieven natuurlijk niet duurzaam. Hoewel de kans vrijwel hopeloos is, gaan we dus toch een dossier indienen in juni. Anders geven we het signaal dat we zonder kunnen. Op de meest depressieve dagen blijft mijn kop wel malen: wanneer zal ik uit lijfsbehoud een ander pad moeten inslaan? Ik werk in een restaurant om rond te komen en momenteel is dat prima, maar wil ik dat op mijn veertigste nog doen? Gaan we ooit nog ergens roekeloos kunnen induiken? Misschien wacht ons allemaal een toekomst als weekendkunstenaar.

1De Keyser, T. (2019). Een jonge vrouw wordt een oude man. Een pleidooi voor toneelspelen als doen alsof. Etcetera, 158.2De Roo, S. (2018). State of the Union 2018. Geraadpleegd op 25/01/2020 via https://www.theaterfestival.be/leve-het-toneelspelen/

KRIJG JE GRAAG ALTIJD ONS MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS?
Abonneer je dan hier.

gesprek
Leestijd 11 — 14 minuten

#160

15.03.2020

14.05.2020

Charlotte De Somviele

Charlotte De Somviele schrijft freelance over dans en theater voor o.a. De Standaard en is kernredactielid van Etcetera.