Iphigenia – De Roovers
Geef mij maar het verzet van Klytamnestra
Mia Vaerman
STUKKEN, een productie van tg STAN met teksten van Saskia de Coster, Patricia De Martelaere, Tom Lanoye, Bart Moeyaert, Yves Petry en Annelies Verbeke, is in Vlaanderen en Nederland nog op tournee tot 16 mei. Info: www.stan.be.
Zij Ik heb je daar een dienst mee bewezen.
Hij Waarmee?
Zij Alles afzonderlijk in dozen. Je hoeft niets meer te doen. Alleen nog ergens anders uitpakken.
Hij Ja. Dank je.
Zij Doe niet zo beleefd.
Hij Doe niet zo moeilijk.
Zij Je maakt het moeilijk.
Hij Sorry.
Zij Doe niet zo beleefd.
Hij Ga je ze dan isoleren?
Zij Wie?
Hij De buizen van de waterleiding.
Zij Het suizen van de katerscheiding.
Hij De buizen van de waterleiding.
Zij Misschien bén ik al dood.
Hij Je leeft, dus…
Zij Dus?
Hij Kun je de buizen van de waterleiding isoleren.
Zij Ja.
Hij Ik moet gaan.
Zij Ze wandelen weg van elkaar in de luchthaven en kijken over hun schouders, op dezelfde seconde, drie keer na elkaar. Omdat ze daar de enigen zijn – alle reiskoffers en zakenmannen en families zijn van rook.
Hij Daarom.
Zij Ze luistert terwijl hij zijn tanden poetst. Zoals elke keer, kreunt hij zacht. Ze laat het water in haar mond lopen, spuwt, lacht. ‘Ken je het geluid dat je maakt als je je tanden poetst?’
Hij Hij kende het niet. Hij kende het niet zonder haar.
Zij ‘Hoe kon je dat doen?’ vraagt hij. ‘Wat?’ vraagt zij. ‘In mijn droom. Mij zo bedriegen.’ Ze lacht, droomt dan waarom. Als ze hun ogen weer openen, van streek, pruilt zij: ‘Omdat jij het eerst deed.’ Ze lachen, klaarwakker nu.
Hij Die nacht dansen ze uren door het huis.
Zij Ze zijn ver weg van huis, ’s nachts samen.
(…)
Zij Ze zijn ver weg van huis, ’s nachts samen.
Hij ‘Kijk’, zegt hij en hij wijst naar de sterren, vertelt haar alles wat hij over ze weet.
Zij Zij zegt ‘ja’, kijkt naar beneden, plaatst haar hand op de kleine constellatie van sproeten onderaan zijn rug, linkerzijde. Zij weet alles.
Hij De dag nadat ze hem een chocoladen hond kocht, kopen ze een echte die ziek is. Ze doen alles om hem te redden, ze huilen en aaien, aaien en huilen hem genezen.
Zij Zie je wel, denkt ze, het is allemaal bedoeld om te blijven.
DEURBEL
Zij Nog ééntje.
Hij De bel.
Zij Nog ééntje.
Hij Ze slapen in naast een parasol. Als ze hem wakker maakt, zijn hun huiden heet, rood, rauw. Wekenlang nemen ze het zichzelf kwalijk en vrolijken ze elkaar op.
Zij Ze delen pijn, aftersun en voorzichtig vrijen.
(…)
Zij Dus?
Hij Mooi. Confronterend. Voorbij.
DEURBEL
Zij loopt weg. Komt terug met Postbode. Die geeft een aangetekende brief aan Hij en wijst waar Hij zijn handtekening moet zetten. Hij doet dat. Postbode laat zich in een stoel zakken. (Zij masseert de schouders van Postbode.)
Hij Meneer?
Zij Ssshhh. Hij weende.
Hij Ken je hem?
Zij Nee. Zonet aan de deur weende hij een beetje.
Hij Meneer? U weende? Wat is er?
Postbode Rijst. Muurvast. Geharrewar.
Hij Wat bedoelt hij?
Postbode Stichten. Grensrechter.
Zij Laat hem nu maar.
Hij Ik moet gaan. Meneer kan met mij meelopen naar buiten.
Zij Hij kan even hier blijven.
Hij Word nu weer niet zo empathisch.
Zij Hij zegt dat ze een beter mens van hem heeft gemaakt maar dat hij zich dat niet kan permitteren
Hij Die man heeft daar geen zaken mee.
Postbode Hoefijzers. Marinebioloog. Komen. Draagbaar. Stijlvol. Rode biet. Sint. Lachgas. Overdrijven. Parachutes. Handgemaakt.
Hij Dat volstaat.
Postbode Dildo.
Hij Ik kan je toch niet achterlaten bij die vent?
Zij Wedden van wel?
Postbode Scherp.
Hij Was dat nu een reactie op wat jij zei? Was dat commentaar?
Zij Terwijl ze groenten snijden, zingen ze het liedje van de Heinz Sandwich Spread-reclame uit de jaren tachtig. Luider nu, acterend, verbaasd over de hersencellen die het hebben onthouden.
Hij Niet waar hij bij is.
Zij Een van hem, een van haar.
Postbode Knalpot. Fluitistenkwartet. Braken. Theeassortiment. Hondurees.
Hij Ik word hier gek.
Zij (zingt) Ik hou van lekker fris.
Postbode Betonrot.
Zij (zingt) Ik hou van lekker fris.
Hij Ik word hier gek.
Postbode Nacho’s. Vijf miljoen honderdduizend en drie. Grijstint. Capituleren. Lakmoesproef. Basaal. Floraliën-beurs. Haperen. Pasklaar. Beul. Verdoven. Gastenboek. Riant. IJstijd. Nieuw. Bazooka’s. Lloret de mar. Gewenning. Overstijgend. Blokhuttenkamp. Waardeloos. Negorij. Sereen. Stalagmiet. Lanterfanten. Jacobijns. Mandolineles. Schietschijf. Zwarte pens. Zonnestraal.
Hij Hij is bij de Z, denk ik.
Postbode Prei.
Hij Meneer…
Zij (zingt) Ik hou van lekker fris.
Postbode IJstijd.
Hij Die had je al gezegd.
Postbode Pureren.
Hij Ik word hier gek.
Zij (zingt) Ik hou van lekker fris.
(…)
Hij (zingt) Ik hou van lekker anders.
Zij (zingt) Ik hou van lekker anders, lekker fris.
Postbode Veerkrachtig.
Zij (zingt) Ik hou van lekker anders, lekker fris.
Hij (zingt) Ik hou van bruin.
Zij (zingt) Ik hou van wit!
Hij (zingt) Ik hou van brood waar fris op zit.
Zij en Hij (zingend) Dus wat ik steeds op tafel zè-hèèt, is lekkere frisse Sandwich Spread!
Hij draait zich om.
Zij Hij slaapt. Zij zit hier.
Hij gaat.
Zij Jij slaapt! Ik zit hier!
Postbode Gezellig.
Zij Jij zei: ‘Spijt kan later!’ Ik zei: ‘Ook nu en later kom jij maar met je spijt en dan zal ik niet weten waarom jij ooit zo mooi zo juist was zal ik je duwen met mijn hand je zeggen neen echt niet ik zal je zeggen hand in hand na je spijt en niet weten waarom je ooit niet zag dat ik zo mooi zo juist ben zal ik zeggen ja slaap maar ik zit hier!’
Postbode Dreumes! Nachtschade! Simuleren! Stagneren! Pareren! Hooi! Wintertenen! Doorgronden! Laagvlakte! Par excellence! Ritmebox! Spaaractie!
Zij In de wagen, tijdens verbrokkelde feestdagen, noemen ze de scheidingen van hun ouders vergissingen waar niemand beter van werd. Fouten en toegebrachte schade worden aan elkaar afgemeten en verweven met verdedigingen, tot stemmen verharden, tranen stromen en remmen krijsen.
Postbode Wreef. Projectmatig. Stempelkussen.
Zij ‘Ik zou een goede crimineel zijn’, zegt hij, misschien niet zomaar. ‘Wat betekent dat?’ vraagt ze, ‘Wat bedoel je?’ Tijdens zijn stilte graaft ze onder haar trui, in haar huid. De helft van haar hart is weg. ‘Dief!’ schreeuwt ze, op weg naar de deur.
Postbode Wilsbeschikking.
Zij Eindelijk draait hij zich om tussen de lakens die ze doorweekt heeft met haar zweet. ‘Kijk weer naar mij met die ogen’, fluistert ze. Als hij haar aanstaart, beeft ze, schudt ze ‘nee’. Dat zijn niet de ogen die ze bedoelt.
Postbode (…)
Zij Hij komt terug om iets op te pikken, waarschijnlijk zijn post of een kartonnen doos die ze gevuld heeft met zijn leven en het deel van het hare dat ertoe deed – toekomst, souvenirs, onzichtbaar kind. Als ze zegt dat ze niet weet wat ze met de foto’s moet, storten ze zich in elkaars armen als kolossale golven.
Postbode (…)
Zij Als ze in de luchthaven over haar schouder kijkt, is hij verdwenen. De reiskoffer van een zakenman raakt haar scheen, hij merkt het niet. Een familie zwaait naar de persoon achter haar en zij zwaait terug, blijft maanden zwaaien, wacht.
Postbode Trompetjes?
Zij Veel mensen werden ooit verlaten, ook mensen aan wie je dat niet meer ziet. Zij hebben naast een spoorweg gestaan en in een portiek gelegen en te veel gedronken en geschikte messen gezocht en zich maandenlang opgesloten en iedereen vervloekt maar toen ging het over en nu zie je er niets meer van.
Postbode Kangoeroetje.
Zij Aan anderen blijf je het natuurlijk merken.
Postbode Opzetstukjes.
Zij En nog anderen verlieten alleen.
Postbode Pluisje. Hoofdje. Wafeltjes.
(…)
Zij Wilt u er een?
Ze gaan staan. Zij houdt hem een doos voor. Postbode neemt een wafeltje en eet het op.
Postbode Liefje.
Ze storten zich in elkaars armen als kolossale golven. Een van beiden gaat.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.